Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

We hebben een plan B nodig voor internet

Nederlandse banken die online tijdelijk geen diensten kunnen leveren, webwinkels die geen spul verkopen omdat iDeal er uit ligt, Amerikaanse banken die urenlang onbereikbaar zijn en internet door anti-anti-spam-aanval uren lang traag maken weer eens duidelijk hoe afhankelijk het functioneren van de economie en maatschappij van internet zijn geworden.
Maar momenteel is er geen alternatief. Daarom moet er heel snel voor essentiële zaken naar een alternatief, een backup, een plan B gekeken worden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Re: Publica (cc)

Wat zou Jeff Jarvis doen?

INTERVIEW - Mediagoeroe Jeff Jarvis was kort in Nederland en sprak met Sargasso over de toekomst van de journalistiek, privacy en hoe Google hem bedankt heeft voor de gratis publiciteit.

Elke journalist moet Twitter gebruiken. En bloggen. En zijn of haar werk delen met zoveel mogelijk mensen. En vooral linken naar andere artikelen. Het zijn slechts een paar van de credo’s die mediagoeroe Jeff Jarvis predikt over de toekomst van de journalistiek.

Hij is docent aan en directeur van het Tow Knight Centre for Entrepeneurial Journalism aan de City University of New York. Maar hij is vooral bekend van zijn blog Buzzmachine en het boek Wat zou Google doen?, dat in 2009 verscheen, waarin hij het succes van Google beschrijft en lessen trekt voor innovatie op internet. ‘Ik was gefascineerd door hoe het internet alle geïnstitutionaliseerde processen verstoorde en het leek me zinnig te kijken naar een bedrijf dat succesvol opereerde op dat internet. Daarom heb ik de werkwijze van Google ontleed. Het is geen verslag geworden, maar een analyse. En ben ik een Google fanboy? Tuurlijk. Maar het ging me erom te laten zien waarom ze geslaagd zijn in wat ze doen.’

Jarvis is twee dagen in Nederland voor interviews en een lezing, georganiseerd door de KRO en het KIM (Katholiek Instituut voor Massamedia). Als ik aankom, ondervraagt hij me gelijk over Sargasso. ‘Jullie hebben een subsidie gekregen, begrijp ik? Gefeliciteerd. En jullie bestaan al meer dan tien jaar? Dat is een ontzettend knappe prestatie!’ Het zijn mooie complimenten, zeker van iemand die de site alleen met Google Translate kan lezen. Maar het is tekenend voor zijn geloof in online journalistiek, blogs en de durf om nieuwe dingen uit te proberen.

Foto: camknows (cc)

Internet overal

COLUMN - Computers worden almaar kleiner en sneller. Uw mobieltje heeft meer rekenkracht dan de computers waarmee we indertijd de eerste raketten in de ruimte lanceerden. Is het geen raar idee dat u tegenwoordig voldoende rekenkracht in uw broekzak heeft om een Apollo naar de maan te sturen?

In steeds meer apparaten worden slimme chips ingebouwd. Uw koelkast, uw wasmachine, uw auto en uw energiemeter hebben tegenwoordig een hart van silicium – ook dat zijn inmiddels allemaal computers geworden.

Dat is vaak handig. De wasmachine die zelf aanvoelt of-ie zwaar beladen is of juist maar een paar spulletjes in zijn binnenste heeft, kan met beleid een wasprogramma kiezen dat het milieu zo min mogelijk belast. Een auto op cruise control berekent zelf wat de veiligste (en meest economische) snelheid voor u is.

Het klinkt allemaal reuze handig. Is het niet heerlijk dat alles om ons heen slimmer wordt, dat meer dingen vanzelf lijken te gaan en voor ons worden geregeld, en wijzelf minder hoeven na te denken over allerlei futiliteiten?

Maar we hebben nooit goed nagedacht – laat staan: publiek gedebatteerd – over de consequenties van al die slimmigheden. Hoeveel zeggenschap hebben wij mensen over de apparaten die we gebruiken, over de chips ons worden opgedrongen? Zijn wijzelf nog verantwoordelijk wanneer de machines waarop we ons verlaten, een beslissing nemen die desastreus uitpakt? Kunnen we überhaupt nog ingrijpen, wanneer wijzelf en zo’n ‘slim’ apparaat het niet eens zijn over wat er nu, acuut, moet gebeuren? Hoe definiëren we onze eigen verantwoordelijkheid, onze autonomie, onze wettelijke aansprakelijkheid wanneer we onze beslissingen laten sturen door chips, of overlaten aan slimme systemen?

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

DeCorrespondent zet bijl aan wortel vrijheid van informatie

Zegt kunstenaar Teun Kastelein. Die kennelijk van de wind of overheidssubsidie kan leven.

Toch heeft hij wel een puntje: het mooie van het internet is nu juist dat informatie – de uitwisseling van ideeën en op feiten gebaseerde argumenten – vrijelijk toegankelijk wordt voor een zo breed mogelijk publiek.

Foto: Oral Pompei - WIkimedia COmmons

Neuken

COLUMN - Soms zou je willen dat je kinderen voor altijd klein en onschuldig blijven. Maar dan volgt plotseling een realitycheck.

‘Papa?’

‘Mmmh? Ja, lieverd?’

Ik kom uit mijn concentratie en ik kijk van achter mijn laptop naar mijn dochter, die mij met grote ogen aanstaart. Ze kijkt met een blik die ondeugendheid combineert met de zelfopgedane wijsheid van een achtjarige.

‘Papa, ik ken nog een vies woord.’

‘Nee, toch?’ antwoord ik semi-gechoqueerd. Ik ben permanent voorbereid op het gebruik van vieze woorden door mijn kind. Doorgaans beperkt dit zich eenvoudigweg tot diverse synoniemen van fecaliën. Wat kan er mis gaan?

‘Het is echt heel vies. Wil je weten wat het is?’

‘Ik denk niet dat ik dat dan wil horen, lieverd,’ antwoord ik glimlachend.

Neuken!

‘Sorry?’

Neuken! Wil je weten wat dat is?’

Even sta ik met mijn mond vol tanden. Wat klinkt dit woord toch afschuwelijk lelijk uit de mond van een achtjarig kind. Maar ja, kleine kinderen worden groot. Ik voed haar zo goed als mogelijk beschaafd op. Ik probeer de grote, boze wereld nog zo lang mogelijk buiten bereik van mijn kleine meisje te houden. Maar ik kan haar niet de hele dag binnen houden. Om te beginnen is er de leerplicht, die haar verplicht om een vastgesteld aantal uren per week door te brengen in een klaslokaal met nog een stuk of twintig andere kinderen van diverse pluimage. En het contact met leeftijdgenootjes beperkt zich uiteraard niet tot school alleen. Dat wordt uitgebreid met vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt in de nabijgelegen speeltuin. En tijdens die opgedane sociale contacten worden nog wel eens wat woorden uitgewisseld, die ik haar zelf niet geleerd heb.

Foto: Partij van de Arbeid (cc)

Brief aan Hans Spekman

BRIEF - Geachte heer Spekman,

Politici ontvangen regelmatig haat- of dreigmail. Blijkbaar is dat een gegeven. Een erg triest gegeven. Als partijvoorzitter van de PvdA ontkomt ook u niet aan een dagelijkse portie digitale verwensingen. Erg vervelend en soms ook beangstigend, kan ik me voorstellen.

Inmiddels bent u het dan ook zat. U bent het zat om de – uiteraard anonieme – scheldpartijen weerloos te incasseren en besloot een aantal mails inclusief de naam van de afzender, op Facebook te zetten. Daarbij riep u op tot meer fatsoen op internet, dat volgens u steeds meer het ‘afvalputje wordt van de Nederlandse samenleving’.

Vooropgesteld: ik kan me goed voorstellen dat het erg onprettig is, om maar een eufemisme te gebruiken, om dagelijks met dit soort mails te worden bestookt. Ik vind ook dat u volledig in uw recht staat om de naam van de afzender te publiceren, hoewel ik niet verwacht dat het een echte naam is en er dus niet heel veel nut in zie. Behalve dat het misschien voor wat tijdelijke opluchting voor u heeft gezorgd.

Dat gezegd hebbende, vind ik uw gevolgtrekking dat het internet het afvoerputje van de [Nederlandse] samenleving is, nogal naïef. Om te beginnen is er helemaal niets Nederlands aan Het Internet en ten tweede is het nogal wat meer dan alleen een podium om anoniem haatmail te versturen. Het Internet behoort tot belangrijkste innovaties uit de geschiedenis van de mensheid. Het Internet heeft het leven aanzienlijk vergemakkelijkt en uw en mijn dagelijkse gang van zaken zouden er totaal anders uitzien zonder. Niet gek voor een medium dat pas sinds halverwege de jaren negentig gemeengoed is, kunt u nagaan hoe het er over 20 jaar aan toe gaat!

Ook GeenStijl kan niet zonder dodebomenjournalistiek

DATA - Nieuwsblogs als GeenStijl halen graag uit naar ‘oude media’. Maar zijn deze nieuwe media wel zo vernieuwend?

Ergens halverwege de documentaire Page One: Inside The New York Times laat journalist David Carr een uitgeprinte versie van de website newser.com zien. Hij heeft alle verhalen eruit geknipt die afkomstig zijn uit de oude media en wat hij omhoog houdt is een rafelig blaadje met alleen maar grote gaten. Geen inhoud.

Het is het New-York-Times-effect: Ieder verhaal dat de krant schrijft, vind je uiteindelijk terug in de andere media. Vaak zonder dat de herkomst ervan duidelijk is. En zonder dat de krant ervoor wordt betaald.

Hetzelfde gebeurt in Nederland. Neem nou een blog als – ik noem maar wat – GeenStijl.

Sargasso schraapte alle linkjes uit alle posts die op GeenStijl zijn verschenen, ooit. Het zijn er meer dan 95 duizend, verspreid over een periode van meer dan negen jaar. Al die linkjes zijn verwijzingen naar stukjes op andere sites (meestal zonder die sites expliciet te noemen). Die stukjes vormen de basis, de aanleiding voor de blogpost op GeenStijl zelf. Zo werkt het internet nou eenmaal, die onderlinge verwevenheid is de kracht van de blogosfeer. Maar het zegt ook iets over de relatie tussen oude en nieuwe media.

Duiding stijlloze opsporingsmethode Eindhoven 8

Nuchter commentaar op hoe Geenstijl en Powned de regels rondom opsporing van verdachten proberen te veranderen. Ze doen heus niet alles fout maar moeten wel eerlijk zijn over hun motieven en zich aan de regels houden.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende