Inburgering op z’n Duits: steunen, sancties werken niet

door Huub Verbaten Ook de nieuwe Nederlandse inburgeringswet is weer calvinistisch streng: gij zult inburgeren, want anders... Het Duitse beleid laat zien dat een inburgeringsbeleid veel effectiever is als het inburgeraars ondersteunt en niet voortdurend met straffen dreigt. Binnen de Nederlandse politiek woedt al decennia een heftig debat over het inburgeringsbeleid. Het resultaat daarvan is een uiterst complexe wetgeving en een minstens zo moeizame uitvoering.[1] De problemen bij de inburgering zijn legio: een slecht uitpakkende keuze voor marktwerking, een overschatting van de zelfredzaamheid van nieuwkomers en een systeem dat totaal niet aansluit op het aanpalende participatie- en onderwijsbeleid.  Het Duitse voorbeeld; daar kan Nederland alleen van dromen Vanaf 1 januari 2022 zou de situatie moeten verbeteren, dan treedt er na eerder uitstel een nieuwe inburgeringswet in werking. Hoewel die wet op bepaalde punten zeker een verbetering inhoudt, zijn lang niet alle problemen opgelost. Neem de taaleis van inburgering (en naturalisatie); die wordt verhoogd naar niveau B1 (gevorderd), terwijl de lagere A2-norm (basisniveau) momenteel al voor flink wat problemen zorgt. Van de nieuwkomers in Nederland die in 2015 inburgeringsplichtig waren, haalde 68 procent vier jaar later het examen op A2-niveau. Onder hen waren ook mensen die in aanmerking kwamen voor vrijstelling. Ruim 27 procent van de inburgeringsplichtigen kreeg ontheffing en 3 procent slaagde voor een examen op B1- of B2-niveau.[2] Omdat het stelsel bol stond van dwang en sancties kozen nieuwkomers massaal voor het A2-niveau om maar aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Hoe anders is de situatie bij onze oosterbuur. In Duitsland behaalde in 2015 bijna 70 procent van het aantal deelnemers aan de Deutschtest für Zuwanderer het B1-niveau. De dalende trend sindsdien is geen gevolg van een ernstig tekortschietend systeem. De oorzaak ligt vooral in de komst van honderdduizenden vluchtelingen van buiten de EU. Niettemin behaalde in 2019 liefst 50,9 procent van de inburgeraars in Duitsland het B1-niveau, scoorde 31,5 procent op A2 en de overige 17,9 procent op een lager niveau.[3] Dat zijn cijfers waarvan Nederland alleen kan dromen. Inburgering in Duitsland is verplicht voor vluchtelingen en asielzoekers uit kansrijke landen, en optioneel voor eenieder die de Duitse taal onvoldoende beheerst om zich in alledaagse situaties te kunnen redden. De meeste niet-EU-burgers hebben automatisch recht op inburgeringscursussen, terwijl EU-migranten mogen deelnemen met een Berechtigungsschein als er plaatsen beschikbaar zijn. Meestal zal dit een Duitse taalschool of een Volkshochschule zijn. De leerkrachten zijn door de Duitse migratiedienst gemachtigd om inburgeringscursussen te geven. Geen slaagplicht en meer geslaagde cursisten Een groot verschil tussen Nederland en Duitsland is dat er bij onze oosterbuur geen slaagplicht is voor inburgering. De taaleis (B1-niveau) geldt op z’n vroegst na vijf jaar, als voorwaarde voor een permanente verblijfsvergunning. Het ontbreken van verplichtingen verklaart wellicht waarom meer dan de helft van de cursisten in Duitsland het B1-niveau haalt, terwijl dit aantal in Nederland niet meer dan enkele procenten bedraagt. Kortom: Duitsland bereikt meer met minder verplichtingen. Voor de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) reden om de regering te adviseren vrijwillige inburgering van EU-migranten, Turkse en andere nieuwkomers naar Duits model in te richten.[4] Dat advies is niet opgevolgd. Sterker nog, Nederland verplicht nieuwkomers vanaf 2022 om binnen drie jaar het B1-niveau te halen. In tegenstelling tot het Nederlandse model is het Duitse stelsel vooral gebaseerd op positieve prikkels. Uitstekende integratieprestaties van vluchtelingen (C1-niveau) worden beloond met een permanente verblijfsvergunning, na drie jaar in plaats van vijf jaar. Ook kennismigranten worden beloond met eerder permanent verblijf en iedereen met het inburgeringscertificaat komt versneld in aanmerking voor naturalisatie, na zeven jaar in plaats van standaard acht jaar. De Duitse overheid betaalt Om de inburgering te bevorderen, investeert Duitsland in snelle toetreding tot de arbeidsmarkt. Vanwege dat beleid hebben de meeste vluchtelingen een plek om te wonen, beschikken ze over basiskennis van de Duitse taal en hebben ze enkele lokale contacten. Het Duitse beleid dankt zijn succes mede aan de vrijheid van de lokale autoriteiten om federaal beleid te interpreteren en uit te voeren. Niet alleen gemeenten, ook arbeidsbureaus en maatschappelijke organisaties kunnen hun beleid daardoor afstemmen op de lokale behoeften. Wat de inburgering ook ten goede komt, is dat buitenlandse kwalificaties snel worden erkend. Een elders verkregen zorgdiploma wordt in krap vier maanden erkend. In Nederland is dat een complex en prijzig traject dat tot wel vier jaar kan duren.[5] In Duitsland betaalt de overheid het gros van de kosten van de inburgering. Een standaard inburgeringscursus met 700 lesuren kost € 1.540. De eigen bijdrage voor een les is meestal € 2,20. De rest betaalt de overheid. Ontvangers van bijstand of een werkloosheidsuitkering zijn vrijgesteld van betaling. Ook de kosten van de afsluitende toets komen voor rekening van de overheid.[6] Nederland is de enige EU-lidstaat die de kosten voor inburgering volledig voor rekening van gezinsmigranten laat komen. Uitgaande van de gemiddelde kostprijs van een lesuur van € 13,50 betaalt een gezinsmigrant voor 700 lesuren € 9.450, exclusief examenkosten. Statushouders krijgen hun inburgeringsaanbod vergoed, waardoor de sanctie van terugbetaling van hun lening bij niet tijdig slagen, komt te vervallen. Modelleer de inburgeringswet naar Duits voorbeeld In het Duitse model worden zelden sancties toegepast.[7] Wel kunnen mensen worden gekort op hun bijstandsuitkering als ze niet serieus deelnemen aan een cursus of een toets. De huidige Nederlandse inburgeringswet is ronduit bars, deze confronteert mensen met onterechte boetes en schulden. Tweede Kamerleden en organisaties die de verantwoordelijke minister, Wouter Koolmees, oproepen tot een fatsoenlijke overgangsregeling worden steevast afgewimpeld. Het argument van de minister is dat het voor zijn departement moeilijk is om vast te stellen of en wanneer inburgeraars de dupe zijn geworden van slecht functionerende taalscholen. Het bestaande stelsel is naar zijn zeggen ‘helaas’ niet toegerust op maatwerk. Een sterker staaltje van afschuiven van verantwoordelijkheid door bewindslieden zul je niet snel aantreffen. Stichting Civic, die zich beijvert voor een beter inburgeringsbeleid, laat aan de hand van een serie portretten zien wat dat voor inburgeraars betekent.[8] De vraag is waarom minister Koolmees de misschien wel belangrijkste les uit de sociale zekerheid, dat overreden beter werkt dan straffen, niet ter harte wil nemen.[9] Inburgeraars zijn intrinsiek gemotiveerd om de taal te leren en mee te doen. En toch telt de nieuwe inburgeringswet maar liefst negen sanctiemomenten, met boetes die kunnen oplopen tot € 2.400. We doen hierbij een oproep aan de bewindsman om de inburgeringswet naar Duits voorbeeld te modelleren. Minister: keer op uw schreden terug voordat het te laat is. Nu kan het nog. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Huub Verbaten is senior adviseur bij de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ). Dit is een licht ingekorte versie van het artikel dat onlangs verscheen in het zomernummer van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, dat een dossier bevat over inburgering. Noten [1] Sociale Vraagstukken Nieuwe inburgeringswet beter maar niet goed genoeg. [2] DUO, www.duo.nl/data/Totaal%20Nederland.pdf (website bezocht op 13 mei 2021) [3] Bundesamt für Migration und Flüchtlinge (BAMF), Bericht zur Integrationsgeschäftsstatistik für das Jahr 2019 [4] ACVZ, advies Wet inburgering (2019) en advies Ontwerpbesluit en -regeling inburgering(2020) [5] ACVZ, Van asielzoeker naar zorgverlener. Verkenning, 2021. [6] OECD, Finding their way. Labour Market Integration of Refugees in Germany, p. 29, 2017 [7] Groenendijk, K., Nederlandse strengheid en wetgevend perfectionisme werken contraproductief, Asiel- & Migrantenrecht 2019-6/7. [8] Stichting Civic, project Humans of Inburgering2013-2022, [9] Winter, P. de, Tussen de regels. Een rechtssociologische studie naar handhaving in de sociale zekerheid. Proefschrift, juli 2019

Foto: © DeGoedeZaak Campagne Ze zijn al thuis

PVV’ers voor ruimer kinderpardon

Nu in Den Haag de coalitiepartijen een akkoord hebben gesloten over een nieuwe regeling voor een kinderpardon, lijkt de ergste spanning weg en hoopt de coalitie het debat van vandaag zonder verdere kleerscheuren door te komen.

De inhoud van het akkoord is, voor zover bekend, niet in overeenstemming met wat alle voorstanders van een ruimer kinderpardon beoogden. Het akkoord behelst o.a. dat er voor nieuwe gevallen géén kinderpardon komt.  De discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris wordt overgeheveld naar de IND, die 13 miljoen extra krijgt om de procedures te versnellen. Dat zal niet op het vertrouwen van alle Kamerleden kunnen rekenen. De Tweede Kamer heeft dus genoeg te vragen en kan het akkoord natuurlijk onvoldoende vinden. Wat er dan gaat gebeuren zullen we in de loop van de dag wellicht te weten komen.

De meeste partijen in de Tweede Kamer zullen ongetwijfeld op de hoogte zijn van hoe hun lokale collega’s er over denken. In ons onderzoek naar de ‘motie kinderpardon’ in gemeenteraden vonden we verdeelde fracties van VVD, CDA, D66 en CU. In een enkel geval zagen we ook verdeeldheid bij SP en 50PLUS.

Wat we niet verwachten was ook maar enige verdeeldheid bij lokale PVV-fracties. De PVV wist na de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 in 30 gemeenten zetels te bemachtigen. Hoe is de PVV in die gemeenten met de ‘motie kinderpardon’ omgesprongen?

Hoe CDA, VVD, PVV en PvdA de inburgering vermarktten en vernachelden

Arjen Lubach fileert het inburgeringsbeleid ‘nieuwe stijl’.

Als je als immigrant in Nederland wilt blijven, moet je een inburgeringscursus doen. In vier jaar tijd is het aantal geslaagden voor de toets maar liefst vijf keer zo klein geworden. Hoe kan dat? En hoe ziet zo’n inburgeringstoets er eigenlijk uit?

Conclusie: het door de VVD, CDA en PVV geïnitieerde en door de VVD en PvdA uitgevoerde beleid belemmert de integratie en creëert zo een voedingsbodem voor toekomstige problemen.

Foto: © DeGoedeZaak Campagne Ze zijn al thuis

Veel gemeenten willen versoepeling van het kinderpardon

ONDERZOEK - In meer dan de helft van alle Nederlandse gemeenten is verruiming van het kinderpardon recent besproken. Bijna driekwart van deze gemeenten stemden vóór verruiming.

In de loop van 2018 kwamen in steeds meer gemeenten moties over het kinderpardon aan de orde. Die moties droegen de colleges van B&W op bij staatssecretaris Harbers aan te dringen op versoepeling van de regels voor het kinderpardon en zodoende te voorkomen dat zo’n 400 hier gewortelde kinderen het land kunnen worden uitgezet. In aanloop naar het Kamerdebat hierover op 30 januari 2019 hebben CDA, D66 en ChristenUnie het onderwerp hoog op de crisisagenda van de coalitiepartners gezet.

Wij hebben gekeken hoe de lokale politiek over versoepeling van het kinderpardon denkt. Daarvoor hebben we de raadsinformatie van alle 380 gemeenten onderzocht. Vanaf januari 2018 tot nu blijkt in 59% (223) van alle gemeenteraden het kinderpardon besproken te zijn geweest of op de agenda te staan. In bijna driekwart (164) van die gemeenten is de motie aangenomen.

© Sargasso 2019 Motie kinderpardon in Nederlandse gemeenten

Staatssecretaris Harbers heeft dus – als het goed is – sinds 1 januari 2018 van 164 colleges van B&W te horen gekregen dat zij willen dat het kinderpardon wordt versoepeld.

Foto: James Burke (cc)

Hoe bepaal je het effect van immigratie?

OPINIE - Seksisme. migratie, basisinkomen, democratie en referenda. In de serie “Tegen de stroom in” spreken wetenschappers, experts en opiniemakers over oude zorgen en nieuwe oplossingen. Wanneer zijn die succesvol? Welke rol speelt geld en neoliberaal denken daarin? En verliest elke stroming uiteindelijk aan kracht en relevantie? Vandaag: Twee uiteenlopende visies op het migratie- en inburgeringsbeleid.

Het migratie- en inburgeringsbeleid moeten anders. Daar zijn wiskundige en antropoloog dr. Jan van de Beek en politiek filosoof dr. Tamar de Waal het over eens. Maar hoe? Die visies lopen ver uiteen.

Het hoge aantal uitkeringsgerechtigden onder migranten maakt de verzorgingsstaat onbetaalbaar, volgens antropoloog en wiskundige dr. Jan van de Beek. Hij pleit daarom voor het inperken van de immigratie in Nederland. Politiek filosoof dr. Tamar de Waal vindt zijn economische perspectief te smal, de opname van migranten vindt zij in de eerste plaats een moreel vraagstuk. Bovendien hoeft de opname van migranten helemaal niet te betekenen dat de Nederlandse verzorgingsstaat in het gedrang komt. De bijdrage die migranten kunnen leveren aan de Nederlandse maatschappij hangt af van de mogelijkheden die we ze geven. “Je kan niet op basis van slecht inburgeringsbeleid stellen dat immigratie moet worden beperkt,” zegt de Waal stellig. “Sinds 2013 is inburgeringsbeleid feitelijk afgeschaft, we hebben alleen de boetes nog.” Kan je de effecten van immigratie berekenen? En zo ja, wat telt daarin dan mee?

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Het beleid, niet de vluchtelingen

Meer mensen in de bijstand, ondanks bloeiende economie”, kopte de NOS eergisteren. Dat klopt, en eigenlijk is dat helemaal geen nieuws, want de bijstand stijgt al jarenlang langzaam maar gestaag. Daar zijn een heleboel redenen voor. Het is jammer dat de NOS er vooral uitlicht dat de groei komt door de statushouders:

“De groei komt vooral door het aantal vluchtelingen dat een verblijfsstatus heeft gekregen. De grootste groep zijn Syriërs, gevolgd door Eritreeërs. Velen van hen hebben onvoldoende vaardigheden of kennis om snel aan de slag te komen en doen daarom een beroep op de bijstand.”

Maar, eerlijk is eerlijk, dat kun je de NOS niet kwalijk nemen, want die gaan af op de berichtgeving van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). En dan blijkt dat de NOS eigenlijk nog best aardige journalistiek bedrijft, want in de laatste alinea noemen zij tenminste nog één andere oorzaak voor de stijging. Het CBS beperkt zich volledig tot de stijging te duiden via ‘herkomst’.

En dat is heel raar. Want ja, het aantal bijstandsgerechtigden stijgt de laatste jaren, onder andere door de instroom van vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Er zijn echter nog veel meer redenen dat de bijstand stijgt. En die liggen voor een belangrijk deel bij het regeringsbeleid. Zo is de AOW-leeftijd verhoogd. Dat betekent dat mensen langer in de bijstand blijven, voordat ze uitstromen naar de AOW. Ook zijn de regels rondom de Wajong-uitkering sterk aangescherpt. Je komt tegenwoordig alleen nog maar in de Wajong als je volledig arbeidsongeschikt bent. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kom je in de bijstand. Hier komt nog bij dat deze mensen weinig kans op werk hebben en dus  langer in de bijstand blijven. De sociale werkplaatsen worden afgebouwd, wat ook leidt tot meer mensen in de bijstand. En de WW-duur tegenwoordig korter dan vroeger, met als gevolg: een snellere instroom in de bijstand.

Foto: passer-by (cc)

Nederlandse cultuur zou worden bedreigd; een tendentieuze en gevaarlijke stelling

OPINIE - Dat de Nederlandse cultuur zou worden bedreigd is een tendentieuze en gevaarlijke stelling. Dat vrijwel elke politicus deze onderschrijft is misleidend. Onderzoeken laten telkens weer zien dat cultuurverschillen er nauwelijks toe doen en worden aangezwengeld door politici en media, schrijft Hans Siebers op Sociale Vraagstukken.

‘De ‘Nederlandse identiteit’ wordt bedreigd.’ Dat was een terugkerende stelling tijdens de verkiezingsdebatten. De burgers zouden zich grote zorgen maken over het verval van ‘Nederlandse normen en waarden’. Die zouden bedreigd worden door het mislukken van de ‘multiculturele samenleving’ en van de ‘integratie’ van migranten. Politici haasten zich om te benadrukken dat ze de zorgen van de kiezers serieus nemen. Gezien deze nationalistische insteek van het debat is hun enig mogelijke remedie: het verdedigen van de nationale identiteit.

Tendentieus en gevaarlijk

Deze insteek is tendentieus en gevaarlijk om een aantal redenen. Allereerst is er niets ‘Nederlands’ aan de waarden en normen die als voorbeelden genoemd worden, zoals gelijkheid voor mannen en vrouwen of voor heteroseksuele en homoseksuele mensen. Het gaat hier om universele waarden die zijn vastgelegd in universele verklaringen van mensenrechten. Elke poging om vast te stellen wat die Nederlandse waarden en normen dan wel zouden zijn, leidt onvermijdelijk tot vaak hilarische vragen die migranten moeten beantwoorden bij hun inburgeringsexamen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Kennisland (cc)

Naturalisatie

COLUMN - Op een maand na tien jaar geleden ontmoette ik een jonge vrouw die drie jaar eerder naar Nederland was gevlucht en asiel had aangevraagd (en ook zou krijgen). Ik zal haar hier aanduiden als H, omdat nog altijd een buitenlandse inlichtingendienst in haar is geïnteresseerd, zelfs al onthoudt ze zich hier van politieke activiteiten.

Gisteren kreeg ze de Nederlandse nationaliteit en daarom reisde ik naar het provinciestadje waar de naturalisatieplechtigheid plaatsvond. U zult zich misschien herinneren dat deze jaarlijkse ceremonie een erfenis is van minister Verdonk en ik beken dat ik me er alleen al om die (slechte) reden wat ongemakkelijk bij voelde. Ik heb niet het idee dat allochtonen zich meer aangesloten voelen bij onze samenleving doordat ze in het openbaar een eed afleggen tegenover onze driekleur.

De raadszaal zat vol met mensen uit alle werelddelen en het Nederlands werd gesproken met meer accenten dan ik ooit in één vertrek bij elkaar hoorde. Vanachter de tafel waar normaliter het college van B&W zit, keek  onze nieuwe koning zijn nieuwe onderdanen welwillend aan.

De burgemeester legde uit wat de plechtigheid inhield, droeg een gedicht voor en las de “verklaring van verbondenheid” voor: de korte tekst waarmee iemand toezegt ‘de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten te respecteren’ en ‘de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.’ Geen proza waarover ik enthousiast kon worden. Over het bijbehorende stuk drukwerk ook al niet, met een molen op de omslag.

Een voor een kwamen de mensen naar voren om hun eed af te leggen, waarna ze een verklaring, een bos bloemen (oranje) en een kookboekje met Hollandse gerechten kregen. Na afloop zongen we – zie de bijgevoegde foto – het Wilhelmus, net zo slapjes als tijdens een internationale voetbalwedstrijd. Het was goed dat het maar één couplet duurde, want ik zou deze belediging van het beste volkslied ter wereld anders niet hebben verdragen. Daarna werden Nederlandse vlaggen tevoorschijn gehaald voor een groepsfoto. De hele ceremonie straalde Rita Verdonk uit.

Desondanks was ik geboeid en ontroerd. Voor een formele bijeenkomst was het prettig informeel. Het colbertje dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken, had beslist niet gehoeven. Er waren kinderen in de zaal, die er enthousiast doorheen kletsten. De mensen die met hun bos bloemen (oranje) terugkeerden, werden door hun vrienden en familie vrolijk gefeliciteerd en gezoend. Als een kind de belofte had afgelegd, klonk er applaus. Het ging er zo gemoedelijk aan toe dat de burgemeester de aanwezigen moest verzoeken iets rustiger te zijn.

De mensen die de eed aflegden, hebben allemaal een bijzonder verhaal te vertellen. Ze hebben zonder uitzondering een keuze gemaakt die autochtone Nederlanders nooit zullen begrijpen. H heeft om politieke redenen moeten vluchten. Ik heb geen idee wat dat inhoudt, zoals ik ook niet kan navoelen wat twee homoseksuele mannen, die gelijktijdig hun belofte deden, in hun vaderland moeten hebben doorstaan. De mensen die met een Nederlander zijn getrouwd, hadden natuurlijk een veel leuker motief, maar ook hun ervaring is voor mij een onbegrijpelijke.

Ze hebben ook behoorlijk veel moeten doen voor ze hun Nederlanderschap kregen. Een inburgeringsexamen behaal je niet zomaar en Nederlands is bepaald niet gemakkelijk. (Ik zal een gemakkelijke grap over Ann Goldstein achterwege laten.) Gaandeweg realiseerde ik me dat het voornaamste deel van de ceremonie niet de eedaflegging was, maar het praatje van de burgemeester, die namens de gemeente en de gemeenschap uitlegde aan de nieuwkomers dat hun inspanningen zijn gewaardeerd.

Na afloop streken we neer op een terrasje bij het raadhuis. Het zonnetje scheen heerlijk, we dronken wat koffie en spraken over het nieuwe huis dat H en haar echtgenoot hadden gekocht, over de hypotheek die ze toevallig net die middag rond hadden gekregen, over de tuin, over kinderen krijgen, over H’s ouders, over de reis naar Amerika die H – voorzien van een paspoort – en haar man willen gaan maken en over de plechtigheid die we net hadden meegemaakt.

Ik vertelde dat ik het wat goedkoop vond dat de gemeente de mensen een bosje bloemen (oranje) en een Hollands kookboek gaf om aan te geven hoezeer hun inzet gewaardeerd was geweest.

‘In ceremonies als deze zijn we in Nederland gewoon niet goed,’ zei ik.

‘Inderdaad,’ beaamde H werktuigelijk, ‘hierin zijn we niet goed.’

We.

Minister Spies liegt

Op het moment dat mijn vrouw 10 jaar geleden naar Nederland kwam, is zij haar inburgering begonnen. Niet verplicht, maar gewoon omdat we het leuk vonden. Met de fiets bezochten we ieder weekend steden, dorpen en gehuchten in de regio. Er is geen molen die we niet hebben gezien, geen museum dat we niet hebben bewonderd. Na de provincie gingen we met de auto en per trein de rest van ons mooie land verkennen. De grotten van Valkenburg, de Deltawerken, de Waddeneilanden: ze heeft het allemaal gezien. En wij spraken onderling zeker Engels? Neen. De voertaal was Nederlands, want je leert mensen pas echt kennen als je de taal spreekt.

Kan de Staat bepalen wat je voelt?

Mijn vrouw wil naast haar Spaanse paspoort de Nederlandse nationaliteit, omdat ze dezelfde nationaliteit wil hebben als onze zoon. Van de minister mag dat niet, want als zij geen afstand doet van haar Spaanse nationaliteit is zij niet loyaal genoeg naar haar nieuwe Vaderland. Merkwaardig. Of iemand zich Nederlander, Spanjaard of Chinees voelt, kun je niet afdwingen met een papiertje. Wie is minister Spies om te bepalen dat zij afstand moet doen van haar Spaanse nationaliteit? Haar hele familie is Spaans. Zij houdt van stamppot, maar ook van paella. Het is schandalig dat minister Spies denkt dat de Staat moet bepalen wat je voelt. Het verbieden van het dubbele paspoort zorgt er niet voor dat mensen zich meer ‘Nederlander’ voelen. Je leert er de taal niet door, je leert er de mensen niet door kennen en je krijgt er al helemaal geen warme gevoelens voor de Nederlandse regering voor.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Nederlander bestaat!

Er is wel eens discussie over geweest, maar nu is het zeker: dé Nederlander bestaat. De beste locatie om ons te spotten is niet in onze natuurlijke habitat, maar buiten de eigen landsgrenzen. Plek: een willekeurige costa aan de Méditerranée. Ontkennen is zinloos: wij zijn anders dan alle anderen. Heus. Maxima had op de buitenlandse costa´s moeten inburgeren, dan had ze het ook gezien: we zijn van mijlenver te herkennen. Goed, we zijn wellicht niet het meest sexy of stijlvolle volk, maar we hebben tenminste een volksaard.

1. Een Nederlander doet altijd iets.
Twee jongens die urenlang fanatiek een balletje overtikken? Dat zijn landgenoten. Buitenlanders tikken een balletje ter afleiding, of nog vaker, om de aandacht van het andere geslacht te trekken. Nederlanders niet. Nederlanders moeten iets doen. In plaats van dat ze het balletje ´per ongeluk´ naar een mooie dame slaan, proberen ze het balletje eindeloos in de lucht te houden. Tien keer. Honderd keer. Tienduizend keer. Record! En weer opnieuw. Tot ontzetting, onbegrip en afschuw van de overige badgasten, maar dit geheel terzijde.

2. De Nederlander is motorisch niet in orde.
De Nederlander beweegt zich op het strand als een houten klaas. Een robot. Als een pinguin in de tropen. Denk aan een dansende Nick en Simon. Visualiseer een voetballende Dirk Kuijt. Zo zijn we nu eenmaal. Aardig, gezellig, maar motorisch is er iets gruwelijk mis met ons.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Volgende