Het conservatisme van de SP en delen van de PvdA
Nederland is een rechts land, althans als je kijkt naar de stemverhouding in de Tweede Kamer. Door de keuze van het CDA voor een rechtse regering en de gebleken onwil/onvermogen om met de PvdA samen te werken, is er een tweedeling ontstaan in de Nederlandse politiek. Aan de andere kant van het politieke spectrum bevinden zich zes min of meer linkse partijen: D66, GL, PvdA, SP, en de twee buitenbeentjes CU en PvdD en op rechts vinden we het CDA, VVD, SGP en PVV.
De verschillen tussen vooral D66, GL, PvdA en SP zijn volgens velen, waaronder PvdA voorzitter Ploumen niet groot en het ligt dan ook voor de hand dat deze partijen gaan samenwerken om een effectieve oppositie te voeren. Dat kan door samen te werken in de Tweede Kamer en door lijstverbinding bij verkiezingen. Er wordt zelfs al over fusie gesproken. Samenwerking op links lijkt dus voor de hand te liggen maar zal het wat worden? Of het lukt moet nog blijken – ondanks de kleine verschillen – want hoe moeizaam de discussie gaat bleek in de uitzending van Nieuwsuur van 18 december als Jolande Sap, de nieuwe leider van GroenLinks wordt geïnterviewd door Mariëlle Tweebeeke.


En dat is meteen het grote probleem voor premier Rutte, want qua opkomst is hierdoor veel onzeker. Hij wil dat zijn VVD, coalitiepartner CDA en gedoogpartner PVV met elkaar een meerderheid behalen in de Eerste Kamer. Zo belangrijk is dat voor de stabiliteit van zijn minderheidskabinet dat Rutte in een interview in een tijdschrift de kiezer opriep om op één van de coalitiepartijen te stemmen. (De PVV wordt op dit blog gewoon als een stille coalitiepartij omschreven, zoals een stille vennoot.) Maar hij heeft een probleem: de VVD, het CDA en de PVV zijn concurrenten van elkaar. Net als op links, is op rechts het waterbed-syndroom van toepassing: als je op het midden van een waterbed met je vinger drukt, vloeit het water alle kanten uit.

Europarlementariër 