Het Saillant | Zeggen wat je wil

Akkoord. Een politicus moet kunnen zeggen wat hij wil. Maar dan mag Geert Wilders ook worden doodgewenst op internet.
Eigenlijk had ik er deze week ook moeten staan, tussen de rechtse mafketels voor de rechtbank waar Geert Wilders zich moest verdedigen. Een burger of volksvertegenwoordiger mag zeggen wat hij wil, zonder dat een gedachtenpolitie hem voor de rechter daagt. Maar met Wilders heb ik geen medelijden.
Toen een aantal webloggers eind 2003 een geslaagde poging deed om de zoekterm “raar kapsel” in Google naar de biografie van Balkenende te laten verwijzen, was er geen enkele reaguurder die de naam Wilders noemde. Niemand kende hem toen namelijk nog. Wilders was, ondanks zijn ongewone uiterlijk, een relatief anonieme backbencher bij de VVD. Die bekendheid kwam een jaar later. Niet, zoals zijn wikipedia-pagina meldt, omdat hij een afwijkend standpunt over Turkije innam, maar omdat hij tegenover iedere vertegenwoordiger van de pers op hoge toon gilde dat hij op een of ander internetforum werd bedreigd.
Het tekende de verdere modus operandi van Wilders. Voortdurende escalatie met “de waarheid zeggen”, waarbij hij regelmatig aangifte deed en mensen liet veroordelen voor het uiten van bedreigingen en soms zelfs een wens dat Wilders onder de trein kwam, of in een mes viel, of met een kettingzaag werd bewerkt. Daarbij zadelde hij de belastingbetaler ook nog op met de kosten van een busje met kleerkasten en een bomveilige woning.


