Thomas van Aalten

175 Artikelen
4 Waanlinks
34 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: FaceMePLS (cc)

Mevrouw Ezzeroili, ik ben niet de Nederlander maar uw buurman

Thomas van Aalten voelt zich aangesproken door de klacht van een Marokkaanse vrouw.

Laila Ezzeroili publiceerde vandaag op de site van de Volkskrant een felle opinie naar aanleiding van het gewraakte ‘Marokkanendebat’ in de Tweede Kamer. ‘Ik erger me,’ schrijft ze. ‘Steeds meer. Aan de Nederlanders. En aan de Marokkanen. Inderdaad, aan de Marokkanen.’ Haar ergernis is tot op zekere hoogte begrijpelijk, maar in haar recente stuk vliegt zij juist uit de bocht als ze kritiek uit op de werkwijze van scholen en voorscholen in Amsterdam.

Ezzeroili begint haar stuk al mopperend met: ‘Mijn jongste dochter zit op een voorschool in een Amsterdamse probleemwijk. Ik vermijd het loze ‘krachtwijk’. Amsterdam Zuid, dat is een krachtwijk. Amsterdam Nieuw West is krachteloos. Niet door een gebrek aan integratie, maar door een teveel aan betuttelende instituties die de bewoners inprenten dat ze ‘onaf’ zijn en nog veel moeten leren om volwaardig burger te kunnen zijn.’

Ten eerste juich ik, toevallig ook bewoner van dat stadsdeel met schoolgaande kinderen, het aandachtige oog van een school juist toe; een ouderavond waar een ander familielid bij aanwezig moet zijn omdat moeder of vader de taal niet kent, vind ik eerlijk gezegd inderdaad ‘onaf’. Ik heb het zien gebeuren dat een kind moest tolken. Mij lijkt dat als ouder zeer onprettig.

De Zomer van Hans van Duijn – Deel 10 (slot)

Het zit erop. Het leven van Hans van Duijn is opgetekend. Wie was Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, had hij de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Vandaag het slot.

Het volgende weekend rijden Hans en Donald in de Audi over de A2 naar CenterParcs. Het begint te miezeren. ‘Jij bent een rare, Hans van Duijn,’ mompelt Donald. ‘Voor de politiek zou ik je niet geschikt achten. Helaas. Ik zal je niet voordragen bij de gemeenteraadsverkiezingen als tweede lijsttrekker van Forza Leiden.’ Hans kijkt naar zichzelf in de rechterbuitenspiegel. De laatste keer dat hij zichzelf in de spiegel bekeek, sloeg hij de spiegel kapot. Maar nu heeft hij de energie niet om het raam te openen, zijn rechterbeen uit het raam te steken om dan met volle kracht de spiegel kapot te slaan.

Ze pauzeren bij een wegrestaurant. De caissière neemt alle tijd om de toetsen te vinden, dan de bestellingen aan te slaan, mis te slaan, ze vergeet een bonnetje te printen en het rolletje van de printer te vervangen. De klanten zien het aan en wachten gedwee tot hun amper ontdooide appelgebak voor 4,50 afgerekend wordt. Donald heeft op zijn dienblad een Cajun Triangel met veel oranje vlees en Hans heeft een flesje felgele sportdrank. Een bediende komt langs om de plavuizen schoon te boenen; een man van middelbare leeftijd heeft zojuist zijn softijsje laten vallen. Door de speakers aan het plafond klinkt zachtjes ‘Just say hello’ van René Froger. Op de A2 begint zich nu een file te vormen. Alle mensen in de rij van de kassa – maar de caissière zelf niet – draaien synchroon hun hoofd naar rechts om te kijken hoe de vluchtstrook wordt vrijgemaakt voor een colonne zwarte auto’s met geblindeerde ramen en blauwe zwaailichten.

‘Ik ga even naar het toilet, wil jij even mijn sportdrankje afrekenen, zo…?’ Hans overhandigt zijn dienblad aan Donald zonder het antwoord af te wachten en snelt naar de toiletten, waar René Froger net wat harder klinkt dan in het restaurant. Twee van de drie herentoiletten zijn bezet. In het derde hangt een zware strontlucht. Hans gooit de deur open, draait hem op slot en duwt zijn rug dan tegen de deur. Adem in, adem uit. Ze komen me dan nu toch halen, denkt Hans. Sin-Wong heeft vast iets doorgeluld aan de politie, uit wraak. En mijn moeder heeft vast zijn laptop aan de politie gegeven. En natuurlijk heeft de halve wereld mijn tweets gelezen. Nu moet ik, vrijheidsstrijder, alsnog in het harnas sterven.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn: Deel 9

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 9.

‘Ja?!’ gilt Donald en scheert vervaarlijk met de honkbalknuppel langs Hans’ gezicht. Als hij ziet dat het slechts zijn overbuurman is, laat Donald de knuppel weer zakken. ‘Sorry man, ik ben opgefokt. Kom erin, kom binnen.’ Hij steekt zijn hoofd naar buiten en kijkt de achtertuin rond. In de verte blaft een hond. Uit een openstaand raam klinkt de bumper van RTL Boulevard.
Donald loopt naar de stereoinstallatie en zet de trancemuziek zachter. Hij trapt met zijn blote voet – hij draagt niets, behalve een slip – tegen de pot van de ficus in de vensterbank. ‘Kut, kut, kut,’ briest hij. ‘Ik ben niet door mijn proeftijd heen. En Bilal wel. Bilal wel! Wat heeft Bilal dat ik niet heb?’ vraagt Donald met een wanhopige blik aan Hans.
‘Rot van je proeftijd,’ zegt Hans beduusd.
In een rechte lijn snelt Donald naar zijn keuken en rukt het snoer uit de Princess frituurpan. Hij omzwachtelt zijn hand met het snoer en trekt het gevaarte van het aanrecht. De plastic frituurpan valt in stukken uiteen. Donald graait naar het gestolde brok frituurvet en knijpt in de vette emulsie. Hij smeert zijn gezicht in met het gele vet. Op handen en voeten kruipt hij weer naar de woonkamer. ‘Het is menens,’ tiert hij. ‘Het is de jungle, Hans! We leven in een jungle!’

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn, deel 8

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 8.

‘En nu ben ik dus in cluster 5 ingedeeld, dat is toch vreselijk onrechtvaardig?’ Het fletse licht van de zalmroze lamp boven de tafel schijnt over Hans’ opgewarmde Mexicaanse groenteschotel. zijn moeder kijkt Lingo in haar sierlederen relaxfauteuil. Ze houdt haar blik geconcentreerd op het scherm terwijl ze Hans troostende, maar relativerende woorden toewerpt: ‘Hard werken loont,’ en: ‘Je vader zou het precies zo doen.’ Als Hans de maaltijd heeft gebruikt, brengt hij het vuile bord naar de keuken. Als hij met de Dubro en de schuurspons het bord heeft gereinigd, steekt hij zijn hoofd om de hoek.
‘Ik ben vanavond wat later. Ik ga vanavond even langs Donald. Ik heb wat met hem te bespreken.’
Hans’ moeder reageert niet. De kandidaat bij Lingo zegt: ‘Woede. W. O. E. D. E.’ piep piep piep piep piep. Applaus. Felicitatie van Lucille Werner.

Hans gaat naar zijn kamer en wacht net zo lang tot Donald met zijn Audi terugkeert van zijn werk. Hij gaat op bed liggen en kijkt naar de schrootjes van het zolderdak. Hij heeft ze al die jaren al talloze malen geteld, maar toch blijft hij het doen. Vijftien op een rij, dan onderbroken door een balk, dan weer vijftien, dan een kunststof buis van de elektriciteitstoevoer van de lamp aan het plafond, dan nog vijf schroten.
Er hangt ook een poster van een sportvisser met een snor. De man zit met een lange hengel voor een tent in camouflagekleuren. Hij heeft een blik alsof hij moet kakken. Hans had de poster ooit gekregen omdat zijn vader sponsor was geweest van een regionaal sportvistoernooi in 1987. Op de voormalige plek van de speciaalzaak van zijn vader zit nu een Turkse groenteboer in het winkelcentrum.

Foto: Eric Heupel (cc)

De Zomer van Hans van Duijn, deel 7

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 7.

Hans haalt het pasje met de magneetstrip uit zijn binnenzak en schuift deze langs de scanner naast de schuifdeur van het postsorteerbedrijf. In de hal van het bedrijf staat een uit karton gesneden cartoonhaas met een postzak op zijn rug. De oranje haas steekt zijn duim op. ‘Wij kiezen niet het hazenpad!’ bulderen de Comic Sans letters onder de haas. Naast de haas staat een leaseplant met een hydrometer. Elke week komt er een werknemer van een speciaal hydrocultuurbedrijf om de vochthuishouding van de plant te controleren en te rapporteren in een blauwe multomap. Ooit fantaseerde Hans erover om ook zo’n baan te nemen. Gewoon met een busje het halve land doorkruisen, een beetje radio luisteren en dan bij bedrijven de hydrokorrels en het water van de planten bijvullen. Maar dan zou Hans geen tijd meer over hebben om te bloggen of te twitteren, en dat viel voor een voorvechter van het vrije woord lastig te verteren.

Als datatypist bij het postsorteerbedrijf heeft Hans altijd wel een kwartiertje rust om iets subversief te tikken over het klimaat, PvdA’ers, Tofik Dibi of Joop.nl. Of hij neemt het op voor Geert Wilders en zijn sympathisanten. “Vroeger stemde deze mensen op linkse partijen toen werden ze niet belachelijk gemaakt , dat geeft te denken #PVV” of: “Wedden dat de pensioenfondsbeheerders rustig aanzien hoe jullie pensioenen aan het verdampen zijn #pvv #cda #dnb #pvda #euro” Zeker nu de ramadan weer is begonnen, loopt Hans graag leeg.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn: Deel 6

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 6.

‘Een inschrijfformulier van de schietvereniging geldt niet als geldig legitimatiebewijs,’ zegt de blonde agent. De Turkse collega schudt zijn hoofd. ‘Hebt u niets waar een foto van uw hoofd op staat?’
‘Die zit toch in de portemonnee,’ zegt Hans. Er vormt zich een frons in zijn voorhoofd. ‘Kijk dan, hoe wist u anders dat dat ding van mij was?’
‘Jaja, meneertje,’ probeert de blonde semi-autoritair, ‘dat zijn zo onze regels.’
De Turk, resoluut: ‘We doen het op onze manier of we doen het niet.’
‘Kijk dan in de portemonnee,’ zegt Hans nu vinnig en wijst naar zijn gezicht. ‘Je ziet toch deze kop, of niet dan?’

‘Gut Hans,’ roept Hans’ moeder nu uit. ‘Zo’n toon! Zo’n toon tegen de dienders, is dat nu nodig? En welke schietvereniging heb jij je ingeschreven? Ik dacht dat jij alleen schaakte. Het zal wel weer, het zal wel weer, ik volg het niet meer. Deze moderne wereld. Wij gingen vroeger naar de dancing en kochten een fles gazeuse na een dag op het land werken, en de jeugd gaat naar een schietvereniging.’
‘Jeugd, jeugd, mevrouw, hij is…’ De blonde kijkt op een pasje uit de portemonnee. ‘… maar liefst 34 jaar.’
‘Ik heb een kennismakingsles gehad bij schietvereniging Dorsman op de Vlietepolderlaan.’ Hans vouwt zijn armen stoer over elkaar.
De Turk verruilt zijn strenge blik nu voor een vrolijke. ‘Wat toevallig! Daar is hij ook begonnen. Goeie schietvereniging hoor,’ Hij tikt zijn blonde collega aan.
‘Dus, heren, koffie dan maar?’
‘Nee hoor, dank voor het aanbod. Goed, zullen we dan maar even over ons hart strijken, collega?’ zegt de Turk en kijkt zijn collega aan. ‘Nu doen we zo…’ De Turk spreidt zijn vingers voor zijn gezicht. ‘…Maar de volgende keer mag u zelf naar het bureau komen om uw waardevolle spullen op te halen.’
Inmiddels hebben buurtkinderen zich rond het tuinhek geschaard.
‘Kankerjuten!’ roept een jongetje met een vuil gezicht. Zijn vriendjes lachen. De agenten negeren hen. Een ander jongetje steekt zijn middelvinger op naar het geüniformeerde tweetal. De Turk duwt zijn gezicht in de richting van één van de kinderen. ‘En nou wegwezen!’ Hij zwaait om zich heen, alsof een zwerm steekvliegen hem in een weiland overmeesteren. ‘Ga weg! Naar huis! Ik zie je nog steeds!’ De kinderen rennen weg.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn: Deel 5

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 5.

Politie voor de deur, nu al? Vanwege die ene tweet over het neerknallen van Tofik Dibi van een paar uur geleden? Hans eerste reactie is er een van angst en schrik, maar al snel voelt hij iets anders. Trots. Hij is immers een pleitbezorger van het vrije woord. Ja, hij mag toch die wens uitspreken. Hij zegt niet dat hij Tofik Dibi gaat neerschieten. Dat wordt een pittige semantische discussie. Hans verlaat Donalds achtertuin gestaag en checkt, terwijl hij naar de overkant loopt, zijn mobiel. Zijn inbox stroomt inmiddels vol met hatemail. Zijn twitteraccount is mikpunt van een massale horde linkse schreeuwers die de hoofdprijs op zijn hoofd zetten. Als ik nu het nieuws haal, zit ik misschien later bij Knevel en van Den Brink, redeneert Hans. Kan ik de aandacht vestigen op waar het werkelijk om gaat; dat we eens moeten kunnen zeggen waar het op staat.

Hans ziet twee agenten staan. Zijn moeder is met hen aan het praten in de deuropening. Hij duikt nog even weg achter een gemeentestruik om zijn verhaal te ordenen. Adem in, adem uit. Vrijheid van meningsuiting, woorden zetten niet aan tot geweld, als iemand dit had gedaan bij Wilders was er niks gebeurd, enzovoort. Hans gebruikt zijn vingers erbij om de argumenten in zijn hoofd te categoriseren, zoals een jong kind nog tot tien telt. Nog één keer ademt hij diep in en uit en loopt dan met ferme stappen richting de dienders in de voortuin.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn, deel 4

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 4.

Hans blijft in de deurpost staan en vraagt vertwijfeld aan Donald: ‘Imperiaal? Auto?’
‘Ja, man. Ik krijg ‘m er niet op geklemd. Ik heb gewoon hulp nodig.’ Het valt Hans op dat de stekels van Donald wel gefixeerd lijken door een stevige lak, als talloze naalden op de hoofdhuid. Hans excuseert zich en verdwijnt even naar de woonkamer. Hij zet de loper weer terug op het marmeren schaakbord.

Onder de carport van Donald speelt zich nu een onhandige dans af met het grote imperiaal. ‘Nee, een stuk naar achteren, ja zo, dat hij klikt. Hij moet klik zeggen,’ instrueert Donald de onhandige Hans. Maar de kunststof dakdrager zegt helemaal geen klik. Donald verliest zijn geduld. ‘Nee, nu naar voren schuiven. Nog een klein stukje. Nee, kijk dan… daar… Nee, daar in dat palletje!’ Hans laat het kunststof rek met de metalen strips nu langs de auto bungelen. ‘Kijk uit voor de lak!’ roept Donald. Geërgerd loopt Donald om de auto heen en klikt het imperiaal nu vast. ‘Kijk, zo!’ verduidelijkt hij. ‘Aha,’ zegt Hans zachtjes en kijkt naar de grond.

‘Moet je wat drinken?’ vraagt Donald. Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd. ‘Koud pilsje?’
‘Ik heb net geluncht.’
‘Dus?’
‘Ik moet ook nog werken.’
‘Nou en. Boeien.’

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn, deel 3

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 3.

Met een door Page keukenpapier omzwachtelde rechterhand tikt Hans op laag tempo een kwade blogtekst over linkse schuinsmarcheerders, multicultifanaten en klimaatalarmisten. De bezigheid kost ruim een uur. Met zijn vrije linkerhand kneedt hij in de jeansstof ter hoogte van zijn kruis. De opwinding van opstand tegen de politieke correctheid, benoemt Hans het af en toe liederlijk. Een rechtse revolte als libidoversterkend middel. Provocerend geil.

Hans’ moeder heeft het huis verlaten voor een bezoek aan de Keurslager in het winkelcentrum. Over een kleine drie uur wordt Hans weer verwacht in de unit van datatypisten op het industrieterrein, twee kilometer verderop. Één viaduct over, langs de busbaan, stukje over een klinkerweg en dan ben je er al. Zijn leidinggevende heet Anwar en is een Marokkaanse jongen in een aftershavewalm. Hij gebruikt termen als ‘vriend’ en ‘ouwe’, iets dat Hans voortdurend tegen de borst stuit. Anwar werkt er nog maar een paar weken. Hij schept steeds op dat hij in september begint bij een ‘voorraadhoudend groothandelsbedrijf met maar liefst 15.000 non-food artikelen’. Stakker. Lepelt de vacaturetekst op tegen iedereen die het wel of niet horen wilt.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn, deel 2

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 2.

Hans eet de broodjes met gebraden gehakt zittend op het bed in zijn verhitte zolderkamer. De kruimels zoemt hij weg met een kruimeldief. Door de lamellen heen ziet hij donkere wolken samenpakken boven de Zuidhollandse woonwijk. Linkse clown Tofik Dibi gaat aan de haal met zijn tweet. GeenStijl en HP/De Tijd hebben zijn bericht over het ‘afknallen’ geplaatst. Hmm, iets meer dan 40 ‘followers’, dat moet toch beter kunnen. Hij zet het bord met kruimels op het bureau en tikt nog wat reacties op zure en verontwaardigde twitteraars.

In de spiegel bekijkt Hans zijn gezicht. De spiegel had jarenlang in zijn vaders speciaalzaak voor sportvisserij gehangen. Het is een spiegel van de Heineken Brouwerij, zo een met authentieke tekeningen van het aloude brouwproces, vol houten tonnen en ferme mannen met spierballen en snorren. Hans’ eigen gezicht is met de jaren getekend door de littekens van de acne. Zijn gebit vertoont een zachtgele gloed van vele kopjes koffie van het postsorteerbedrijf. De stofzuiger van zijn moeder blijft op de achtergrond maar door het huis jengelen. Hoe lang was ze nu al niet bezig? Hans kijkt nog eens in de spiegel. Nu iets dichterbij. Ik ben dan misschien niet knap, redeneert hij, maar ik ben niet gek.

Foto: Eric Heupel (cc)

De zomer van Hans van Duijn, deel 1

Met dank aan GeenStijl wordt 2011 de zomer van Hans van Duijn. Wie is Hans van Duijn? Die vraag fascineerde me. De man noemt zichzelf ‘Twitterextremist’ en is boos. Zoals het een ware patriot betaamt, heeft hij inmiddels de hoop uitgesproken dat Tofik Dibi met zijn ‘linkse vriendjes’ wordt afgeknald. Wat beweegt zo’n figuur om zoiets op te schrijven? En waar eindigt zijn haatretoriek en ontstaat een blinde woede, met gevaarlijke gevolgen van dien?

Tot en met 15 augustus zal ik hier elke dag een (fictief) relaas tikken over het leven van Hans van Duijn. Vandaag deel 1.

Ontmoet Hans van Duijn, parttime datatypist bij een postsorteerbedrijf in Zuid-Holland. Hans begon ooit aan een academische studie, maar werd door zijn studiegenoten helaas buitenspel gezet als de freak, de outcast, de hulpeloze dwaler. Hoe hard Hans zijn best ook deed in de collegebanken, de studenten snapten zijn zenuwachtig lachje, bril met lichtblauwe glazen en vlassig baardje al niet, laat staan zijn uitspraken die grensden aan het psychotische.

Wanneer Hans niet werkt, mag hij graag achter zijn laptop zoeken op Marktplaats naar auto-onderdelen, materiaal voor hengelsport of een polyester zeil voor nautische doeleinden. Al vijf keer deed hij een bod op een unit van vijf katrollen. Waar hij ze voor nodig zou hebben, wist hij nog niet. Het ging erom dat het een voordeeltje was. Zijn vader joeg ook op voordelen. De beste man was al in 2003 overleden. Hij runde een speciaalzaak voor de sportvisserij. Op jonge leeftijd mocht Hans in de winkel helpen. Gefascineerd was hij vooral door vishaken. Scherpe haken door een vissenlip steken, daar ging een bijna erotiserende werking van uit.

Foto: Eric Heupel (cc)

Laat het bloed maar vloeien, mijn jonge kunstbroeders

Op zondag 26 juni en maandag 27 juni as. organiseren enkele getormenteerde kunstminners ‘een massale nachtelijke tocht van Rotterdam naar Den Haag. Met de Mars der Beschaving willen zij hun ongenoegen tonen over het ondoordachte kabinetsbeleid.’ Dat is in beginsel sympathiek. Maar Halbe Zijlstra komt niet achter mijn artistieke voordeur, als u het niet erg vindt. Subsidie faciliteert, zorgt voor ontplooiing en professionalisering van talent en inspiratie, maar ook mét subsidie herken ik benauwde keurslijven. Waar blijft die jeugdige oerschreeuw om kunst te moeten maken?

Als wij als kunstminners met z’n allen vinden dat onze culturele bloeiende tuin vaak besproeid moet worden ter meerdere glorie van de kunst, waarom zie ik dan altijd dezelfde vlezige hoofden in literaire katernen, toebehorend aan paljassen die in morsige colberts eveneens paraderen op het jaarlijkse Boekenbal? (Ik kan ondanks mijn recente publicatie overigens een uitnodiging vergeten en moet doorgaans aan de bedelstaf bij de schoonmaker van de Stadsschouwburg, maar een rits BN’ers met boeken over melaatsen en dode echtgenoten wordt van harte welkom geheten). Waarom zie ik altijd dezelfde huilebalken op de Parade, dezelfde fijnbesnaarde acteurs bij talkshows, hoor ik altijd dezelfde hese stemmen, opborrelend uit alcoholkelen bij kunstprogramma’s op de radio, en waarom lees ik bijna altijd dezelfde recensies van popmuziek? Hoe divers maken wij de culturele sector nu werkelijk zelf?

Volgende