Het is nooit liefde geweest tussen Peter Breedveld van Frontaal Naakt en Sargasso. Maar het zijn rare tijden en zo is een conformistisch zelfgenoegzaam blogje ineens als die Sumatraanse berggorilla. Een gastbijdrage van Peter Breedveld.
Ik zal nooit meer vergeten dat ik in 1997 zat te lunchen met wat collega’s van De Haagsche Courant, toen de chef van de stadsredactie zich tot mij richtte en vroeg: “Maar zeg dan eens, Peter, wat voegt dat Internet nou daadwerkelijk toe? Wat kon je niet wat je nu wel kunt, dankzij het Internet?”
Ik stak een betoog af over de beschikbaarheid van allerlei informatie, waarvoor je vroeger was aangewezen op de knipselmappen in de Openbare Bibliotheek, en op de volledigheid van de samenstellers daarvan. En van informatie waarvan je helemaal niet wist dat je die nodig had. Ook stelde ik dat dankzij het Internet een enorme groep mensen, die tot voor kort onzichtbaar was, een stem had gekregen, en een gezicht.
Ik werd niet uitgelachen. Dat zou betekenen dat er naar me was geluisterd. Mijn eerste zin was al weggehumpft door mijn tafelgenoten. De vraag aan mij was natuurlijk retorisch. Dat Internet een eendagsvlieg was, een kortstondige rage, dat leek de heren zo klaar als een klontje. Pikkies als ik moesten niet denken dat mijn generatie nog iets toe te voegen had aan de vooruitgang die was ingezet, – en voltooid – door hun babyboomgeneratie.