Vandaag plaatsen we op Sargasso een gastbijdrage van Esther Vreeland zij beschrijft haar bezoek aan de tentoonstelling met Amsterdamse politiefoto’s in het fotografie museum FOAM.
Foto’s uit het politiearchief 1965-1985
Toen ik klein was hadden wij thuis een boek met de intrigerende titel: “criminal investigations 1930-1960”. Daarin werden verschillende manieren van moord en doodslag uit de doeken gedaan. Met plaatjes. De engelse woorden begreep ik natuurlijk nog niet, maar ik kon urenlang gefascineerd staren naar de oude zwart wit foto’s van rommelige kamers en donkere stegen met in een hoek een ongemakkelijk gedrapeerd menselijk lichaam.
Diezelfde macabere fascinatie maakte zich van mij meester tijdens het bekijken van de foto’s op de tentoonstelling “Plaats delict Amsterdam” in fotografie museum FOAM. Met dien verstande dat het hier, in tegenstelling tot het boek uit mijn herinnering, beelden betreft met een grote artistieke waarde. In het persbericht van FOAM omschrijft men het zo: “Alle geselecteerde beelden zijn verontrustend of onaangenaam, maar ze bezitten tegelijkertijd een onheilspellende, mysterieuze schoonheid”. Inderdaad, fascinerend.
Oorspronkelijk werden de foto’s gemaakt voor een select professioneel publiek. Ze dienden als bewijslast voor criminele feiten, als situatieschets en ter verduidelijking van het Plaats Delict in de rechtbank. Vóór 1970 was de fotografie voor het Amsterdams politiekorps bijzaak, uitgevoerd door rechercheurs zonder professionele opleiding. Na 1970 kwamen er voor het eerst burgers, professionele fotografen, bij het korps. Dit verklaart de opvallende, vaak haarscherpe, heldere foto’s en sterke fotografische composities uit die tijd.