Closing Time | Everything I Have

https://www.youtube.com/watch?v=5kXL4rzi4U8 Waar ken ik die band Siskiyou ook alweer van? In een vpro-radio boekenprogramma van een aantal jaren terug, was er af en toe een break, tussen de voorlezende schrijvers en dichters door, of tussen de interviews. Dan werd er weer een liedje van een obscuur bandje aangekondigd waar ik nog nooit van gehoord had. Daar ken ik dus Sikiyou van. Een Canadese band met een eigenzinnig geluid. Met een eigen kijk op hoe percussie moet klinken. En hoe blazers moeten klinken. Iets tussen folk, country en pop in. Geen rockband in ieder geval. Je vraagt je wel af hoe zoiets live zou klinken: zouden ze al die lui in de zaal die, met een drankje in de hand, met elkaar luidkeels de week doornemen, kunnen overstemmen?

Door: Foto: Ted (cc)

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Complainte Pour Ste. Catherine

Je vraagt je toch af hoe er destijds (1976) over ‘beeld’ werd gedacht, je programma heet tenslotte toch TOPPOP, nietwaar? Daar krijg je toch de associatie van de bovenste beste van, lijkt mij, in beeld en geluid. Maar wat ik zie zijn twee wat stijve, niet echt vrolijke zangeressen (de zussen McGarrigle, er kan geen glimlachje af) en een voor de rest statisch decor waarin alleen een bloemstukje op de piano met daarin een paar zieltogende tulpen.

Closing Time | Nantes

Jij was toch die Beirut-fan van het eerste uur? Jij had toch gelijk die eerste cd’s van  die Amerikaan Zach Condon?
-Ja, ik hield er gelijk van, was toen gelijk verkocht.
Waarom, weet je dat nog?
-Het geluid dat die band maakte, riep altijd gelijk zo’n gevoel van nostalgie op.
Dat was het?
-En die blazers natuurlijk, dat koperwerk, dat exotische geluid waardoor je je de ene keer in de Balkan waande, en dan weer in New Orleans en dan weer ergens in Oost-Europa. Er zat ook een accordeon bij, alsof je tussen de Roma of de Sinti zat. Beetje Klezmer heeft het ook wel. En soms ook wel wat polka.
Heb je een favoriet nummer van hem?
-Oei, nou vraag je wel iets heel specifieks, want ik heb bij Beirut toch altijd het idee dat het meer om het totaalgeluid gaat, om het concept, en niet om de individuele nummers. Je dompelt je onder in de sfeer van die band.
Maar je hebt gekozen voor Nantes?
-In de song Nantes is zo’n leuke, letterlijke, break te horen: dan hoor je glas sneuvelen. En wat Frans geklets uit een film. En dat geeft net dat rare extra aan dat nummer. En ik heb ooit op een camping gestaan bij Nantes. Mijn buurman daar was  een Fransoos, een straatartiest, die elke dag met zijn draaiorgeltje de hort op ging om zijn geld voor die dag te verdienen. Ik zag hem elke ochtend gebogen over de kaart van de streek; welk dorp had hij nog niet gehad?

Closing Time | The Man Who Loved Beer

Lambchop, zouden ze nog bestaan? Met die zanger met die omineuze naam: Kurt Wagner, die toch hele ingetogen, intieme en kwetsbare liedjes kon maken. Zoals dit nummer, dat me om redenen van de titel al aansprak: de man die van bier hield. Niets meer aan doen, houden zo. Dat dacht David Byrne van The Talking Heads ook, en heeft de song nog op zijn eigen manier gecoverd. Maar ik heb toch liever het origineel van Lambchop uit 1996.

Closing Time | Sixteen Tons

NRC had dit weekend weer een artikel over huisvesting en uitbuiting van Oost-Europese arbeidsmigranten. De foto bij het artikel laat een situatie zien die je misschien in Siberië of Oekraïne, maar niet in Linne, Limburg zou verwachten. Ik moest denken aan Sixteen Tons van Tennessee Ernie Ford: I Owe My Soul To The Company Store. Zijn wat gladde verschijning in pak met stropdas en Errol Flynn-snorretje is nogal in contrast met de bittere tekst van het lied.
De afhankelijkheid van arbeiders van hun werkgevers is helaas niet een verhaal uit de jaren ’40 of ’50.  Of het nu gaat om steenkolen of om asperges. Dat uitbuiting en slechte woon- en werkomstandigheden nog steeds schering en inslag zijn, constateerde ook Emiel Roemer in zijn rapport Geen tweederangs burgers uit oktober 2020. En Sargasso’s Gwen van Eijk stipte deze problematiek kort aan in een breder artikel over de wooncrisis.
Hoe dan ook: het blijft een sterk nummer dat oorspronkelijk van Merle Travis was.

Closing Time | Blues Run The Game

Als zowel Nick Drake en Sandy Denny liedjes van jou hebben gecoverd, dan zegt dat wel wat. Dan heb je goeie liedjes gemaakt. Dan laat je, zoals in het geval van Jackson C. Frank, een paar goede liedjes na. Want de man leeft niet meer. Hij had, samengevat, een erg slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid. En ook zowel maatschappelijk als sociaal ging het niet goed met hem. Tragisch. Hij stierf blut en bleef als artiest obscuur. Ik zit, terwijl ik dit typ, naar de hoesfoto van de cd van hem te kijken. Een netjes gekamde jongeman, glad geschoren, blouse met trui en met een verlegen oogopslag. Hij weet nog niet welk lot hem te wachten staat. De depressies, de schizofrenie, de ziektes, het ongeluk. Hij ging eerst liedjes schrijven, en zelf zingen. En met andere artiesten bevriend zijn die wereldberoemd zouden worden. De tekst staat trouwens als een huis. When I’m not drinking baby, you are on my mind. Hij wist de blues pijnlijk treffend te verwoorden.

Closing Time | Animal

Waarom heeft dit liedje zo’n vat op mij? Normaal val ik niet zo voor die piep, piep, knor, dreutel muziek. En het is ook wel erg smooth gebracht allemaal. En dan heb ik het alleen over de muziek en zang. En niet over de clip, waarin alles smetteloos is. Maar de zinnetjes, de songlines, die Laura Marling zo netjes neerlegt, zijn steeds vier of vijf lettergrepen, dat luistert wel lekker:

Closing Time | Waiting Around To Die

Townes Van Zandt ken ik eigenlijk helemaal niet zo goed. Ik heb zijn muziek nooit zo gevolgd. Ik  weet eigenlijk ook niet precies wat zijn status is in het country/blues/folk-wereldje, en ik weet ook niet of hij er nog toe doet tegenwoordig. ‘Townes Van wie? Ik heb geen verstand van wielrennen’. Ik ben dus vast niet de meest aangewezen persoon om iets over deze singersongwriter te schrijven. Want ik ken maar één plaat van hem, een live-opname. Maar die is heerlijk om naar te luisteren. Voor de muziek? Ja ook, maar ik beleef het meeste plezier aan het geklets van Townes om zijn songs heen. Zijn inleidingen, zijn perfect getimed vertelde anekdotes. Onderkoeld gebracht, met een grap aan het eind en dan zet hij de bewuste song in, als het publiek nog lacht. En het stomme is, ik ken die plaat nu inmiddels wel natuurlijk. En ik weet wat er gaat komen als hij begint te kletsen. Ik ken de clou van de verhaaltjes. Sterker nog, ik denk dat als Townes even niet zou weten hoe het verhaal verder ging, dat ik het wel verder af kon maken, met dezelfde intonatie ook nog. En elke keer moet ik er nog om grinniken.

Vorige Volgende