Closing Time | Sixteen Tons

https://www.youtube.com/watch?v=pLVtJkpl_ug NRC had dit weekend weer een artikel over huisvesting en uitbuiting van Oost-Europese arbeidsmigranten. De foto bij het artikel laat een situatie zien die je misschien in Siberië of Oekraïne, maar niet in Linne, Limburg zou verwachten. Ik moest denken aan Sixteen Tons van Tennessee Ernie Ford: I Owe My Soul To The Company Store. Zijn wat gladde verschijning in pak met stropdas en Errol Flynn-snorretje is nogal in contrast met de bittere tekst van het lied. De afhankelijkheid van arbeiders van hun werkgevers is helaas niet een verhaal uit de jaren ’40 of ’50.  Of het nu gaat om steenkolen of om asperges. Dat uitbuiting en slechte woon- en werkomstandigheden nog steeds schering en inslag zijn, constateerde ook Emiel Roemer in zijn rapport Geen tweederangs burgers uit oktober 2020. En Sargasso’s Gwen van Eijk stipte deze problematiek kort aan in een breder artikel over de wooncrisis. Hoe dan ook: het blijft een sterk nummer dat oorspronkelijk van Merle Travis was.

Door: Foto: Ted (cc)

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Closing Time | Blues Run The Game

Als zowel Nick Drake en Sandy Denny liedjes van jou hebben gecoverd, dan zegt dat wel wat. Dan heb je goeie liedjes gemaakt. Dan laat je, zoals in het geval van Jackson C. Frank, een paar goede liedjes na. Want de man leeft niet meer. Hij had, samengevat, een erg slechte lichamelijke en geestelijke gezondheid. En ook zowel maatschappelijk als sociaal ging het niet goed met hem. Tragisch. Hij stierf blut en bleef als artiest obscuur. Ik zit, terwijl ik dit typ, naar de hoesfoto van de cd van hem te kijken. Een netjes gekamde jongeman, glad geschoren, blouse met trui en met een verlegen oogopslag. Hij weet nog niet welk lot hem te wachten staat. De depressies, de schizofrenie, de ziektes, het ongeluk. Hij ging eerst liedjes schrijven, en zelf zingen. En met andere artiesten bevriend zijn die wereldberoemd zouden worden. De tekst staat trouwens als een huis. When I’m not drinking baby, you are on my mind. Hij wist de blues pijnlijk treffend te verwoorden.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Closing Time | Animal

Waarom heeft dit liedje zo’n vat op mij? Normaal val ik niet zo voor die piep, piep, knor, dreutel muziek. En het is ook wel erg smooth gebracht allemaal. En dan heb ik het alleen over de muziek en zang. En niet over de clip, waarin alles smetteloos is. Maar de zinnetjes, de songlines, die Laura Marling zo netjes neerlegt, zijn steeds vier of vijf lettergrepen, dat luistert wel lekker:

Closing Time | Waiting Around To Die

Townes Van Zandt ken ik eigenlijk helemaal niet zo goed. Ik heb zijn muziek nooit zo gevolgd. Ik  weet eigenlijk ook niet precies wat zijn status is in het country/blues/folk-wereldje, en ik weet ook niet of hij er nog toe doet tegenwoordig. ‘Townes Van wie? Ik heb geen verstand van wielrennen’. Ik ben dus vast niet de meest aangewezen persoon om iets over deze singersongwriter te schrijven. Want ik ken maar één plaat van hem, een live-opname. Maar die is heerlijk om naar te luisteren. Voor de muziek? Ja ook, maar ik beleef het meeste plezier aan het geklets van Townes om zijn songs heen. Zijn inleidingen, zijn perfect getimed vertelde anekdotes. Onderkoeld gebracht, met een grap aan het eind en dan zet hij de bewuste song in, als het publiek nog lacht. En het stomme is, ik ken die plaat nu inmiddels wel natuurlijk. En ik weet wat er gaat komen als hij begint te kletsen. Ik ken de clou van de verhaaltjes. Sterker nog, ik denk dat als Townes even niet zou weten hoe het verhaal verder ging, dat ik het wel verder af kon maken, met dezelfde intonatie ook nog. En elke keer moet ik er nog om grinniken.

Closing Time | Who Knows Where The Time Goes?

Wie weet waar de tijd naartoe gaat? Waar bevindt zich vroeger? Waar is dat? Mij kun je opvegen na de eerste noten, hoe ze dat doet, ik weet het niet, maar, tsjak, daar brandt dat mes van de weemoedigheid al in mijn hart. En komt het door die tekst, of die stem? Sandy Denny brengt dit lied zo casual, zo achteloos haast, alsof het geen moeite kost, en tegelijk alsof het de enige manier is waarop dit lied gebracht kon worden. Een monumentje. In 2007 koos het Engelse BBC-publiek de song Who Knows Where The Time Goes, als beste folksong aller tijden.

Closing Time | Seelinnikoi

Finland, wanneer hoor je eigenlijk iets over Finland? Ik kom alleen maar, als atletiekliefhebber, uit op Lasse Virén, winnaar van Olympisch goud op de 5000 en de 10.000 meter. En op de sprinter bij het schaatsen, Pekka Koskela. En als ik verder terug nadenk, de architect van het stationsgebouw in Helsinki: Eliel Saarinen. En vroeger had bijna iedereen een mobiele telefoon uit Finland: de Nokia.

Folkmuziek uit Finland, dat kom je niet dagelijks tegen. Ik ben het maar één keer tegengekomen in mijn leven. En dat was in de verschijning van de band Värttinä. Eigenlijk was die band een soort novelty act. Ze waren toen heel even hip. Värttinä deed 30 jaar geleden ook gewoon een tour langs de bekende poppodia in Nederland, iedereen wilde die drie blonde zangeressen wel ‘ns zien. En horen, ook al verstond je er niks van, wat zongen ze toch, wat zeiden ze tegen ons?

Closing Time | The Reno Poem

Hoe kom ik aan dit liedje? Heeft iemand mij dit linkje ooit toegezonden, heb ik het zelf een keer opgepikt van de radio? Stond het een keer op een van mijn gebookmarkte sites, dat ik het daar zag? Ik weet het niet meer en het geheugen van mijn computer zwijgt. Bigott, nooit eerder van gehoord. Maar wat vind ik het een mooi liedje en een wonder van (Bruce Springsteen, lees je even mee?) subtiliteit. Twee gitaren en een drum gedempt door een handdoek. En dan die Nick Drake achtige laidback sfeer die The Reno Poem heeft, dat getik op dat bekken, dat charmante Spaanse Engels van Bigott.  En de tekst van het liedje? Die plakken we gewoon op de keukentrap.

Closing Time | Kiss

Het moet zo rond 1993 zijn geweest dat ik kennismaakte met de muziek van Will Oldham. Ook al heette hij op de plaat eerst nog Palace Brothers en daarna Palace Songs en Palace om weer later als Bonnie Prince Billy verder te gaan. Het maakte het zoeken in de platenzaken er niet makkelijk op. Maar ik besloot obsessief fan te worden van iemand die niet kon zingen en dat toch deed. Want dat trof me. Je moet maar durven.

Closing Time | Brays

Lang geleden speelde de begin dit jaar overleden David Olney in het Patronaat in Haarlem. Hij speelde daar het nummer Brays dat ik nog niet kende. Ik weet nog het aha-moment toen ik doorkreeg waar het nummer over ging.

Closing Time | Ticket Taker

Popliedjes bestaan meestal uit twee elementen: muziek en tekst. En het kan dus gebeuren dat je een plaat al tien jaar in huis hebt, dat je meezingt met de gedeeltes die je kent en dat je op een gegeven moment denkt, maar waar gaat dit eigenlijk over? Dat had ik dus bij het fragiele liedje Ticket Taker. Je ging ‘ns even aan close reading doen….

Er is dus een kaartjesverkoper bij een Ark die kaartjes verkoopt aan degenen die het zich kunnen veroorloven. Maar zelf gaat hij niet aan boord. Vast een metafoor voor het een of ander, maar dan komen we al bij de interpretatie. De situatie lijkt een beetje op een Eindtijd, een naderende Apocalyps: het water wast en de lucht staat op het punt om naar beneden te komen. Geen gezellig popliedje tot dusver. Maar er is nog sprake van een Mary Anne, zijn geliefde? Ook al omschrijft de kaartverkoper zichzelf als niet de beste vangst voor haar. Maar hij zal een plekje voor haar vrijhouden, of is het slechts hoop of een droom, een wens: And I will be your arc, we will float above the storm. Toch wat romantiek in deze niet alledaagse poptekst van The Low Anthem.

Vorige Volgende