Oorlog in Zuid-Amerika?
De spanning loopt op tussen Colombia enerzijds, en Venezuela en Ecuador anderzijds. Het begon allemaal op 1 maart, toen Colombia een belangrijke FARC-rebellenleider doodde op het grondgebied van Ecuador. President Chávez van Venezuela, die recent nog bemiddelde tussen de Colombiaanse overheid en de rebellen, noemde de gedode leider een ‘goede revolutionair’ en de Colombiaanse president een crimineel. Vervolgens stuurde hij troepen naar het grensgebied en maakte hij Colombia duidelijk dat een actie van hun leger op Venezolaans grondgebied niet zal worden getolereerd.
Maar ook Colombia liet zich verder niet onbetuigd. Het land beschuldigde president Correa van Ecuador ervan banden te onderhouden met FARC, iets wat het buurland met klem ontkent. Gisteren deed Colombia er nog een schepje bovenop door naar buiten te brengen dat Chávez 300 miljoen dollar zou hebben geschonken aan de rebellen.
De huidige situatie lijkt in grote mate veroorzaakt door Chávez. Sinds jaar en dag staat hij de rebellen, die hij duidelijk symphatiek vindt, toe om te terug te vallen op Venezolaans grondgebied als de grond hen te heet onder de voeten wordt. Het lijkt er daarbij steeds meer op dat de rebellen het land niet alleen meer als zodanig gebruiken, maar nu ook in standaard in Venezuela opereren. De bevolking van Venezuela is daarvan de dupe, maar vooralsnog onderneemt Chávez geen actie. Er wordt zelfs gezegd dat Venezuela en de rebellen een ‘non-agressie’-pact hebben gesloten.

We hebben de multiculti samenleving in de schoot geworpen gekregen. Niemand heeft er bewust om gevraagd en de lusten en lasten worden onevenredig verdeeld. Het is sluimerend gegaan, eerst de Chinezen die van hun schepen drosten, daarna ‘spijtoptanten’ uit het voormalige Nederlands Indië, Hongaren, leden van het koninkrijk uit ‘de West’ en een steeds groeiend aantal gastarbeiders waarvan met name de islamieten zich om één of andere reden in ons land zo thuis voelden, dat ze hun familie, kennissen en dorpsgenoten massaal lieten overkomen. We stonden erbij en keken ernaar.
Het plan voor
In het debat over integratie hoor ik voortdurend mensen roepen dat er minder gepolariseerd moet worden. Ongelooflijk. Mijn stelling is: ophouden met dat gezeur over de toon van het debat! Geen emancipatie zonder polarisatie. De emancipatie van de arbeider, de vrouw en de homoseksueel is alleen gelukt door strijd, door de confrontatie. Het is klassiek marxistisch: these-antithese-synthese.(…)
Als liberaal zal ik iedereens recht op vrije meningsuiting verdedigen. Ook als die meningen dom zijn. Maar ik mag die meningen wel kwalificeren. En wat Geert Wilders doet door bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten is niet minder dan een morele misdaad: samenlevingsverraad. In een volwassen democratie zou dit zichzelf straffen en zou een politicus die alleen maar kan schelden en verdelen, zichzelf geleidelijk aan buiten de morele orde plaatsen. Zo ongeveer als Joe McCarthy, de Amerikaanse samenlevingsverrader in de koude oorlog, uiteindelijk de woorden kreeg toegevoegd: ?heeft u dan helemaal geen schaamte over, mijnheer?? Wilders is de schaamte al voorbij.
Calimero Wilders schreeuwt weer moord en brand: hij heeft een gesprek gehad met de ministers Verhagen en Hirsch Ballin en
Arme Guusje ter Horst. De minister van Binnenlandse Zaken kan het niet gemakkelijk hebben de laatste maanden. Gedoe over de Antillen.
Deze week heeft minister Hirsch Ballin weer een oude discussie opgerakeld: moeten we niet af van het woord allochtoon? De reacties waren voorspelbaar: hebben we al eens geprobeerd, overdreven politieke correctheid, laten we het beestje bij de naam noemen, of, wanhopiger, wat dan? Mevrouw Vogelaar vindt het geen fijn begrip maar heeft geen alternatief en waaiert in haar integratienota qua terminologie alle kanten op. Paul Scheffer komt in zijn veelgeprezen Het land van aankomst met de onwerkbare term ?migranten?. En menig politicus in Den Haag stelt zijn onbegrip ten toon door te praten over Nieuwkomers of Nieuwe Nederlanders. 
Onze grote leider heeft ?antwoord? gegeven op de ‘Hour of Power’-kamervragen van zowel Dijsselbloem, Pechtold als Verdonk. En natuurlijk gaat JP daarin niet toegeven dat zijn uitspraken op zijn zachtst gezegd niet zo erg handig waren. In een efficiënt geformuleerd antwoord