Leve de streepjes-Nederlander

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag een stuk van Frans Verhagen, publicist en hoofdredacteur van www.amerika.nl. Hij publiceerde onder meer het boek The American Way waarin aan de orde komt wat Nederland kan leren van het meest succesvolle immigratieland.

Deze week heeft minister Hirsch Ballin weer een oude discussie opgerakeld: moeten we niet af van het woord allochtoon? De reacties waren voorspelbaar: hebben we al eens geprobeerd, overdreven politieke correctheid, laten we het beestje bij de naam noemen, of, wanhopiger, wat dan? Mevrouw Vogelaar vindt het geen fijn begrip maar heeft geen alternatief en waaiert in haar integratienota qua terminologie alle kanten op. Paul Scheffer komt in zijn veelgeprezen Het land van aankomst met de onwerkbare term ?migranten?. En menig politicus in Den Haag stelt zijn onbegrip ten toon door te praten over Nieuwkomers of Nieuwe Nederlanders.

In 2006 kwam de fractie van de PvdA in de gemeenteraad van Amsterdam al eens met een voorstel om het woord in de ban te doen. Jammer en typerend dat ze onmiddellijk weer terugkrabbelden en het voorstel introkken, want zij én Hirsch Ballin hadden en hebben het bij het juiste eind: het woord allochtoon moet uit ons spraakgebruik verdwijnen. Niet uit politieke correctheid maar omdat het een begrip is geworden dat niets duidt maar alles zegt. Uit gemakzucht en intellectuele luiheid blijven we een woord gebruiken dat inmiddels louter negatieve connotaties heeft gekregen. Het is een woord dat een hele groep mensen apart zet.
Dat doet het, maar tegelijkertijd is het woord ?allochtoon? van een onthutsende leegheid. ?Allochtoon? is zo ongedefinieerd dat de koningin, de kroonprins, en ex-premier Lubbers eronder vallen. Mijn kinderen trouwens ook met hun Chinees Amerikaanse moeder. Een allochtoon ben je immers als één van je ouders in het buitenland is geboren. Dat is de officiële definitie. Omdat het CBS zich heel goed realiseert dat je aan die term daarom niets hebt, onderscheidt het officieel ?westerse? en ?niet-westerse? allochtonen. Tot de categorie ?niet-westers? behoren allochtonen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië, al zijn Indonesië en Japan weer uitgezonderd van deze laatste groep. ?Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden allochtonen uit deze twee landen tot de westerse allochtonen gerekend?, zegt het CBS behulpzaam.

Nu mag het opstellen van deze definities voor statistici een aardig gezelschapspel zijn, we moeten elkaar niet voor de gek houden: als we in Nederland het woord allochtonen gebruiken, dan is het voor Turkse, Marokkaanse en andere etnische groepen uit Afrika en Azië. Honderdduizenden in Amsterdam geboren jongens en meisjes, Nederlandse mannen en vrouwen, Nederlands sprekend en Nederlands opgeleid, vallen onder dit begrip. In de volksmond worden derde generatie etnische Nederlanders ? kinderen van Nederlanders met een etnische achtergrond – nog als allochtoon aangeduid. Hoe absurd dit begrip is, merken we pas als we erover praten met Amerikanen, de enige echte ervaringsdeskundigen als het om het integreren van grote groepen immigranten gaat. Leg maar eens uit dat Barack Obama, presidentskandidaat, in Nederland zou worden gelabeled als ?niet westerse allochtoon?. Hij heeft immers een Keniaanse vader.

Kortom, met het begrip allochtoon kun je helemaal niets. Niets verstandigs, tenminste. Ook de overheid heeft dat onderkend. Vandaar dat zij werkt met doelgroepen, gebaseerd op etnische afkomst. Helaas heeft diezelfde overheid de consequentie ervan, namelijk het afschaffen van het heilloze begrip ?allochtonen?, niet getrokken.

Het woord ?allochtoon? duidt dus helemaal niets. Waarom zegt het toch alles? ?Allochtoon? is een begrip geworden dat in al zijn ongedefinieerdheid duidelijke taal spreekt. Mensen die het woord gebruiken, hebben namelijk maar één groep voor ogen en dat zijn bewoners van Nederland die geen Nederlandse etnische afkomst hebben ? en dan denken ze echt niet aan Beatrix, Maxima of Lubbers. Allochtoon is een negatief containerbegrip. Het is één van die woorden die onmiddellijk een complementair woord oproepen, namelijk ?autochtoon?, en zo direct een beeld neerzetten. Er is ?wij? en er is ?zij?. Het is een term die gemakkelijk is te gebruiken en nog gemakkelijker is te misbruiken. Mensen die nadenken over taalgebruik noemen dit ?framing?. We gebruiken termen waarmee we de discussie vergiftigen omdat ze een impliciet waardeoordeel bevatten.

Om een vergelijking te maken met een term die in Amerika in de ban is gedaan: geen Amerikaan zal het in zijn hoofd halen om nog over ?negroes? te praten (hoewel Nederlanders niet zo fijngevoelig zijn en daardoor in de VS vaak een enorme flater slaan). ?Negroes? is een term die onmiddellijk wordt geassocieerd met slavernij, met tweede rangs burgers, met onderdrukking en segregatie. We hebben het tegenwoordig over African-Americans of blacks, termen die correcter zijn en niet kwalificerend.

Zo?n woord is allochtoon dus ook. We kunnen geen behoorlijke discussie voeren in Nederland over etnische diversiteit, over immigratie en integratie, over tweede en derde generatie etnische Nederlanders, als we een term blijven hanteren die mensen negatief neerzet. Wie een derde generatie Turks-Nederlands kind allochtoon noemt, suggereert dat deze in Nederland geboren, in Nederland opgegroeid en in Nederland wonende kinderen er niet bij horen. We moeten ons taalgebruik aanpassen. Niet uit politieke correctheid maar simpelweg om te kunnen communiceren. Een meer inclusief taalgebruik is noodzakelijk. Het past ons niet om categorieën Nederlanders te scheppen of in stand te houden die impliciet groepen buiten sluiten of apart zetten. Er zijn geen categorieën Nederlanders, al zijn Nederlanders een behoorlijk gevarieerd volkje. Wat ons bindt in die gevarieerdheid, dat is een interessante vraag, maar die kunnen we niet beantwoorden voeren als we al bij voorbaat gaan indelen.

Wat dan wel? Er is een terminologie die inclusief en niet-discrimerend is en die ook nog eens een positief element toevoegt. Om te beginnen is iedereen die langere tijd in Nederland woont en zeker iedereen die in Nederland is geboren Nederlander. Punt uit. Over wat het betekent om Nederlander te zijn, kunnen en moeten we maar eens serieus praten, maar laten we beginnen met vast te stellen dat voor iedereen die Nederlander is en voor iedereen die in Nederland woont, dezelfde rechten en dezelfde plichten gelden. Er is geen onderscheid tussen Nederlanders met Turkse, Indonesische, Japanse, Surinaamse, Brabantse, Friese of Belgische ouders of grootouders. Er is geen onderscheid tussen katholieke, protestantse, moslim of niks Nederlanders.

Een nieuwe terminologie moet dus uitgaan van het Nederlander zijn en moet dat ook uitstralen. Dat wil niet zeggen dat je binnen die groep Nederlanders niet cultureel heel anders kunt zijn. Wie in de jaren veertig en vijftig katholiek of protestants is opgegroeid, zal altijd cultureel katholiek of protestant blijven, ook al gelooft hij of zij helemaal nergens meer in. Het maakt hem of haar niet minder Nederlander dan de nog steeds katholieke of nog steeds protestantse personen, niet minder dan socialisten of liberalen en ook niet minder dan een Nederlandse moslim, een Nederlandse Turk of Marokkaan. Iedere Nederlander draagt een persoonlijke culturele bagage mee.

Waarom zou dit anders zijn voor etnische afkomst? Er zijn Nederlanders met wortels in de Indische, Surinaamse, Molukse, Turkse, Marokkaanse of welke cultuur dan ook. Ze zijn niet minder Nederlander dan die Nederlanders die het verzuilde bloed in hun aderen hebben stromen. Boeken van Jan Siebelink zijn net zo Nederlands als die van Abdelkader Benali en Stephen Sanders, om over Harry Mulish maar niet te spreken. Boris van der Ham is niet meer of minder Nederlander dan collega-kamerleden Fatma Koser Kaya of John van Leerdam.

Het is verstandig om, waar dat relevant is, verschillende vormen van culturele bagage te erkennen. Daarvoor heb woorden nodig die inclusief zijn. De oplossing is dan ook simpel als elegant en hij wordt gebruikt door vrijwel alle grote immigratielanden: de streepjes Nederlander moet zijn intrede doen. Voortaan praten we over etnische minderheden als we het over de gezamenlijkheid van alle etnische Nederlanders hebben. En als we te groepen van diverse etnische afkomst willen aanduiden, dan hebben we het voortaan over Turkse-Nederlanders, Marokkaanse-Nederlanders en Indische-Nederlanders. Ik zou er zelfs niet op tegen zijn om het over Turken, Marokkanen, Indiërs en Surinamers te hebben, als die groepsaanduiding enkel hun etnische achtergrond schetst (we doen dat al heel lang me Molukkers).

Door termen te gebruiken die inclusief zijn en culturele achtergronden onderkennen, krijgen etnische groepen zelfs wat extra ? als ze daar al behoefte aan zouden hebben. Een Turkse-Nederlander is zoveel interessanter dan een niks-Nederlander. Een Marokkaan uit Amsterdam misschien veel trotser dan een Nederlander uit Enschede (hoewel die zijn culturele identiteit misschien kan vinden in het Tukker zijn).

Kortom, er zijn alleen maar voordelen te behalen met het gebruik van deze inclusieve termen. Het woord ?allochtoon? is niet duidelijk, niet positief, niet inclusief en moet daarom in de ban gedaan worden, samen met zijn complement, het mogelijk nog vreselijker woord ?autochtoon?.

Is dit moeilijk te veranderen? Helemaal niet. Gewoon andere woorden gaan gebruiken, en consequent. Dan verandert het vanzelf.

  1. 1

    Waarom noem je niet iedereen met een nederlands paspoort gewoon nederlander? Dan wil ik eventueel zelfs mijn weerbarstigheid nog wel inslikken.

  2. 2

    @1: Dan heb je hetzelfde probleem als met “allochtoon”: je kunt de probleemgroepen niet meer benoemen, omdat het woord “Nederlander” te algemeen is. Nog algemener dan allochtoon zelfs, alleen wat minder negatief.

  3. 3

    @2: je zou de probleemgroep natuurlijk gewoon ´probleemgroep´ of ´randgroep´ kunnen noemen. Zo doen we dat bij blanke probleemgroepen altijd al.

  4. 4

    @3: Daarvoor is het inmiddels te laat. Bij die woorden denken al te veel mensen automatisch aan enkele nederlanders met roots uit noord-afrikaanse landen.
    Maar we dwalen af. Het stuk gaat niet over het benoemen van probleemgevallen, maar over de naamgeving van groepen burgers.
    Zolang onze polder een monarchie is, valt te overwegen iedereen gewoon ‘onderdanen’ te noemen. Een bescheiden en nederige titel.