Britse regering viert de Balfour declaration
ELDERS - Honderd jaar geleden legde de Britse regering de basis voor een conflict dat nog steeds, en op dit moment meer dan ooit, muurvast zit. Spijt is nog ver te zoeken.
De Britse premier Theresa May* en haar Israëlische ambtgenoot Netanyahu kregen gisteren een galadiner aangeboden bij Baron Rothschild. Het diner was onderdeel van de herdenking van het feit dat honderd jaar geleden, op 2 november 1917, de Britse minister van Buitenlandse Zaken Arthur Balfour een brief schreef aan Lord Walter Rothschild, oudoom van de Baron, en toenmalig leider van de Britse zionistenbeweging. Zonder het eigenbelang van het Britse koloniale wereldrijk in het Midden-Oosten te vergeten zegde Balfour daarin zijn steun toe voor de oprichting van ‘een nationaal tehuis’ voor Joden in Palestina. Voor de zionisten was deze Balfour declaration het startsein voor emigratie naar het beloofde land.
Palestijnen waren niet uitgenodigd voor het diner. Ondanks dat Balfour in zijn brief ook respect eiste voor ’the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine’ . De Palestijnen hebben daar tot op heden nog weinig van gemerkt. Sterker nog, schreef de Palestijnse president Mahmoud Abbas woensdag in The Guardian: ‘de Balfour declaration heeft verwoestende en verreikende gevolgen gehad voor mijn volk; de Nakba was de grootste catastrofe die ons ooit heeft getroffen.’ Abbas protesteerde dan ook tegen de viering van honderd jaar Balfour in aanwezigheid van Netanyahu. Hij noemde het een klap in het gezicht van de staatloze Palestijnen en al degenen die leven in bezet gebied. ‘Celebrations must wait for the day when everyone in this land has freedom, dignity and equality,’ meent Abbas, die vorig jaar nog een rechtszaak heeft overwogen tegen de Britse regering vanwege de Balfour declaration.