Ondermijning
COLUMN - Niemand hoeft medelijden met Facebook te hebben: het bedrijf wist precies wat er gaande was – erger: het had zijn software erop ingericht – maar deed tegenover de buitenwereld of zijn neus bloedde. In 2015 bleek al dat via apps die derden op Facebook konden laten circuleren, niet alleen gegevens van de gebruikers van die apps konden worden geoogst, maar ook die van al hun contacten.
Facebook waarschuwde gedupeerden niet, noch stelde het toezichthouders op de hoogte van dit datalek – nee, Facebook ontkende. Het veranderde stilletjes iets aan zijn software, en dat was dat.
Dat maakte Zuckerbergs excuses van afgelopen week uiterst goedkoop: ‘vertrouwen beschaamd… fouten gemaakt … ervan geleerd … nooit meer doen’, zo’n soort riedel.
Inmiddels had Cambridge Analytica al een paar jaar vrijelijk kunnen stunten met de hoogst gevoelige gegevens die ze aan 50 miljoen Amerikanen hadden ontfutseld, en had het die benut voor gerichte online campagnes ten bate van presidentskandidaat Donald Trump.
Vorig jaar moest Facebook ook al bakzeil halen. Het was onbestaanbaar dat hun netwerk was gebruikt voor de massale verspreiding van nepnieuws, betoogde het bedrijf nog in september: het ging hooguit om 3000 valse berichten. In november 2017 gaf het toe dat er inderdaad op grote schaal neppagina’s en nepberichten op Facebook waren rondgepompt, meestal door Russische bronnen. In totaal zijn die berichten door circa 126 miljoen Amerikanen gezien, moest het bedrijf bekennen. En weer waren de excuses goedkoop: ze zouden een tooltje bouwen dat mensen zou waarschuwen – anderhalf jaar na dato – als zij nepnieuws hadden geliked. (Dat tooltje is er overigens nooit gekomen.)
