Godsdienst als resultaat van evolutie

Een gastbijgrage van Toon van Kasdorp. Fundamentalistische gelovigen wijzen de evolutieleer af, meestal omdat die niet past in de scheppingsmythe van hun godsdienst. Maar biologie en biochemie zijn niet goed te begrijpen zonder evolutieleer en dat maakt die leer tot een toetssteen voor de gelovige wetenschapper: hij moet kiezen. De meesten van hen kiezen voor de wetenschap, maar op de manier van Descartes: ze houden wetenschap en geloof voor twee gescheiden categorieën, voor waarheden die elkaar niet beïnvloeden en zij vermijden een discussie. Dat kan maar tot op zekere hoogte want er zit voor de gelovige bioloog nog een probleem aan het bestaan van de evolutieleer: die brengt mee dat er ook voor zijn geloof een evolutionaire verklaring moet bestaan.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waar voor ons belastinggeld?

Waar zijn de hogere uitgaven voor zorg, onderwijs en politie terechtgekomen, en zijn de ingezette middelen wel doelmatig en doeltreffend ingezet? Het SCP-rapport over de besteding van extra belastinggelden in deze sectoren deed veel stof opwaaien. De auteurs gaan hieronder in op de uitkomsten en de kritiek. Een gastbijdrage van de auteurs van het rapport, Bob Kuhry, Ab van der Torre en Evert Pommer.

Op 12 januari bracht het SCP een publicatie uit over de ontwikkeling van de kosten, het personeel en de productie van een zestal publieke diensten: primair onderwijs, voortgezet onderwijs, ziekenhuiszorg, verpleging en verzorging, politie en rechtspraak. Het idee achter dit rapport is om de paradox uit te werken tussen enerzijds de stijging van de overheidsuitgaven en anderzijds de gelijkblijvende of teruglopende kwaliteit en tevredenheid. Waar zijn de hogere uitgaven terecht gekomen, en zijn de ingezette middelen wel doelmatig en doeltreffend ingezet? Om dit soort vragen te beantwoorden is de kostenontwikkeling in een aantal onderliggende componenten ontleed (zie de tabel). Met name bij het basisonderwijs, de politie en de rechtspraak bleken de reële (voor inflatie gecorrigeerde) kosten en de omvang van het personeel veel sneller toe te nemen dan de productie. In mindere mate gold dit ook voor voortgezet onderwijs en intramurale verpleging en verzorging.

Behalve naar de productie is ook gekeken naar de objectieve en naar de door gebruikers ervaren kwaliteit en de doeltreffendheid van de dienstverlening. In het algemeen is de objectieve kwaliteit gelijk gebleven of verbeterd, de ervaren kwaliteit gelijk gebleven of verslechterd, de doeltreffendheid verbeterd. Hieronder bespreken we per publieke dienst de belangrijkste uitkomsten en gaan we gelijk in op geleverde kritiek.

De man die niet begraven wilde worden

En nu zijn Nora en de meisjes weg. Ham is dood. Ik heb geen werk meer. En dat ik geen leven heb gehad met Awatif, ook dat is mijn schuld. Alles dreigt in vlammen op te gaan. Om toch nog iets te redden, lig ik hier plat op mijn buik onder een grote bureautafel.

De man die niet begraven wilde worden is de tweede roman van Rachida Lamrabet, winnares van de Vlaamse debuutprijs in 2008. De roman gaat over de immer besluiteloze Moncif, een Marokkaanse Belg van in de dertig wiens bedje is gespreid. Hij is getrouwd met Nora met wie hij twee dochtertjes gekregen heeft,  heeft carrière gemaakt in de vastgoedbranche waardoor hij zich twee auto’s, een appartement in de stad en tevens een rijtjeshuis kan veroorloven: zijn leven is op orde.

Van het ene op het andere moment raakt hij alles kwijt; zijn vrouw, zijn baan bij Later Estate Insurance en ook zijn twee dochtertjes Aya en Doha mag hij niet meer zien. Alsof dat nog niet erg genoeg is verliest hij zijn broer aan een fataal ongeluk en door al zijn mislukkingen uiteindelijk ook zijn eigenwaarde.

Iedereen confronteert hem keer op keer met zijn falen. Als hij voor het eerst sinds tijden zijn dochtertje Doha weer eens ziet, kwetst ze hem door te zeggen ‘Ze zeggen dat je een slechte man bent.’, zijn vader zegt hem: ‘Je hebt geen leven meer, je hebt alles kapot gemaakt.’ En zijn vriend Najib verwijt hem: ‘Echt kerel, je bent een echte Vlaming geworden, weet je dat? Gewoon verloren vent.’

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dierentuindieren

Na de racistische moord op twee Senegalezen in Florence werd de vraag gesteld of Italianen soms racisten zijn. De praatprogramma-experts vonden natuurlijk van niet, hoewel in dit land een voormalige regeringspartij zelfs landgenoten die ten zuiden van Toscane zijn geboren, botweg discrimineert. Dus ik denk er een beetje anders over.

In Italië draait alles om afkomst. Quizkandidaten worden voorgesteld met naam, woonplaats én plaats plus provincie waar ze geboren zijn, vaste prik. “En dus, Mariastella Di Natale uit Rome maar oorspronkelijk uit Montalto in de provincie Cosenza… is dat je definitieve antwoord?” Afkomst is hier een belangrijker persoonskenmerk  dan beroep: Italianen lijden nogal aan campanilismo – de campanile is de klokketoren van de dorpskerk dus de betekenis van campanilismo lijkt me duidelijk.

Maar allochtonen bestaan hier niet. Het woord is onvertaalbaar, kinderen van minstens één Italiaanse ouder zijn gewoon Italiaan en de constructie ‘niet-westerse allochtoon’ is al helemaal niet uit te leggen. Ebru Umar (geboren in Den Haag) zou hier geen ‘allochtoon’ zijn, maar een Italiaanse ‘van Turkse komaf’. En ik ben een Nederlander.

Dat klinkt prachtig maar de realiteit is dat ook Italianen zo hun woorden hebben om grote groepen mensen in het verdomhoekje te zetten. Wij hebben extracomunitari. Letterlijk betekent dat mensen van buiten de Europese Unie, maar Japanners of Amerikanen worden nooit als extracomunitari aangeduid. Het is voorbehouden aan de massa naamloze arme drommels die hier al dan niet illegaal proberen een broodmager bestaan op te bouwen, en aan hun kinderen. Senegalezen, Tunesiërs, Albanezen, Filipijnen. En zo lees je af en toe dat er twee extracomunitari zijn gearresteerd in een gestolen auto, of met gekloonde pinpassen, of op verdenking van moord. Je leest in ieder geval nooit dat twee extracomunitari een kind uit een brandend huis hebben gered. Het is hooguit een neutrale, statistische term maar nooit een positieve.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Pompoenpakketje uit de oven met sinaasappel en geitenkaas

copyright foto Andrei Tchernikov, recept & foodstyling Fiona Ivanov

De Flexitariër gelooft dat je met groenten, granen, kruiden, vruchten, bloemen, wieren, noten en zaden heel fijne maaltijden kunt samenstellen. Smaakt een gerecht echter beter met wat bouillon, vis of een eitje erbij dan doet de Flexitariër daar niet moeilijk over. De Flexitariër houdt niet van dogma’s in het eten.
De Flexitariër is een samenwerking tussen fotograaf Andrei Tchernikov en receptontwikkelaar Fiona Ivanov.

Pompoenpakketje uit de oven met sinaasappel en geitenkaas
vegetarisch bijgerecht, 4 personen

2 sinaasappels, schoongeboend en in plakken
400 g pompoen, in dunne plakken
100 g zachte geitenkaas, in dunne plakken
4 steranijs
4 stokjes kaneel
bakpapier

Verwarm de oven voor op 200 °C. Verdeel de sinaasappel over vier ruime stukken bakpapier en leg daarop afwisselend een plak pompoen en wat geitenkaas en herhaal dit. Leg de steranijs en de kaneel ertussen. Vouw het bakpapier dicht tot een pakketje en verwarm het 20-25 minuten in de oven. Lekker met aubergine en quinoa (kijk voor recepten op flexitarier.blogspot.com)

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Meer lesuren deeltijders, lost lerarentekort bijna op

Het Research Centre for Education and Labour Market (ROA) onderzoekt al 25 jaar de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In een rapport uit december 2011 kijken ze naar de arbeidsmarkt tot 2016. Er staan veel relevante gegevens in, met voorspellingen over de vervangings- en uitbreidingsvraag van specifieke beroepen en opgeleiden. In hoofdstuk 4 kijken ze ook naar een aantal scenario’s om tekorten op te heffen, door deeltijders langer te laten werken. Dat kan in sommige beroepsgroepen veel helpen, in andere minder: dat hangt o.a. ook samen met de huidige gemiddelde werktijd (dicht tegen de 40, dan is een opplusscenario niet realistisch).

Zo zal het opplussen van het aantal arbeidsuren van deeltijders niet leiden tot een significante vermindering van het personeelstekort voor VMBO bouw en VMBO metaal. Het hoogst haalbare voor deze opleidingstypen is een vermindering van het personeelstekort met ongeveer 10%. In dat geval zou iedereen minimaal 24 uur per week moeten werken. Ook het grote tekort aan personeel met een technische opleiding op MBO-, HBO- en WO-niveau is moeilijk weg te werken door het opplussen van deeltijdbanen. De verwachte tekorten aan arbeidskrachten worden bij deze opleidingen voor minder dan 30% opgelost.
Met uitzondering van de HBO lerarenopleiding natuur en techniek, is het tekort aan personeel voor de HBO lerarenopleidingen goed terug te dringen door het opplussen van deeltijdbanen. Het tekort aan personeel met een HBO lerarenopleiding basisonderwijs kan voor meer dan twee derde worden opgelost als iedereen met een dergelijke opleiding minimaal 24 uur per week gaat werken. Maar ook het verhogen van de werkweek van werkenden met een kleine of grote deeltijdbaan leidt tot een afname van het tekort met minimaal 30%.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De anti-anonimiteitswet

U mag straks niet meer anoniem over straat. Dit komt door wat men in de volksmond het boerkaverbod noemt, maar dat verhult de ware aard van het wetsvoorstel.

De regering stuurt het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer met de volgende motivatie:
“Het kabinet houdt vast aan een algemeen verbod op het dragen van gelaatsbedekkende kleding in het openbaar. Mensen moeten elkaar in het gezicht kunnen zien en elkaar herkenbaar tegemoet kunnen treden.
Open onderlinge communicatie vindt het kabinet van groot belang op plaatsen waar mensen elkaar tegenkomen en ontmoeten. Het dragen van gelaatsbedekkende bekleding past niet in de Nederlandse open samenleving, waarin deelname aan het maatschappelijk verkeer juist cruciaal is.
”

Eerst maar eens even over dat laatste zinnetje. Op straat doe ik 99% van de tijd niet mee aan het “maatschappelijk verkeer”. Daar is de straat al lang niet meer geschikt voor, tenzij je in een dorp met minder dan 1000 mensen woont. En mocht ik onverhoopt toch moeten deelnemen aan het “maatschappelijk verkeer” kan ik op dat moment alsnog beslissen of ik mijn gelaatsbedekking handhaaf of niet. Persoonlijk vind ik het al onbeleefd als je niet je zonnebril afzet als je met iemand praat.
En wie durft te beweren dat je zonder gelaatsbedekking meer “open” kan communiceren, lach ik keihard in het al dan niet bedekte gezicht uit. Ik heb geen gelaatsbedekking nodig om te kunnen liegen.

Een groot deel van het terechte publieke debat gaat over het opkomen voor de gelijkwaardigheid van vrouwen (Ga je dan nu ook de rokken verbieden die vrouwen “vrijwillig” dragen in de refo-dorpen? Gaan we straks ook de pruiken van orthodox-joodse vrouwen verbieden op straat?) en of het überhaupt realistisch is te verwachten dat dit verbod gaat helpen. Maar dat aspect laat ik even rechts liggen.

http://www.youtube.com/results?search_query=evlen+benimle&oq=evlen+b&aq=0&aqi=g4&aql=&gs_sm=e&gs_upl=282300l293325l0l295975l10l10l1l1l1l0l1040l2290l0.3.2.0.1.7-1l7l0

Trouw met mij

Vanaf heden nemen we geregeld artikelen over van Republiek Allochtonië. Vandaag een bijdrage van redactrice Dilan Yesilgöz.

Verhaal 1
Hij: “Ik wil best met je trouwen, we hebben immers twee keer thee gedronken en onze moeders kunnen het goed vinden, maar dan moet je wel naar Duitsland verhuizen”.
Zij: “Maar ik moet bij mijn moeder blijven, ik kan Turkije niet verlaten, kom jij maar hier naar toe. Je kan werken in mijn ooms winkel”.
Hij: “Ik verdien in Duitsland wel 1500 euro netto. En ik heb een auto, dus..”
Zij: “Mam? Wat vind jij?”
Esra abla, de presentatrice, danst richting de mama die in het publiek zit. “Wat zeg jij er van, tantetje? Jij wilt toch ook dat je dochter gelukkig wordt?”
De moeder barst in huilen uit en de band zet een lied van Tarkan in.
De kijker weet het al, dit wordt een deal. Het meisje is immers 31, ook niet meer de jongste, veel eisen zal ze niet stellen. De details zullen achter de schermen door de families afgetikt worden en de bruiloft komt er.

Het drie uur durende programma ‘Evlen benimle’ (Trouw met mij) wordt dagelijks live uitgezonden op een populaire Turks Europese zender. Zowel vanuit Turkije als uit andere Europese landen, veelal Duitsland, schrijven singles zich in, als een soort laatste poging om aan een partner te komen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende