Hulspas weet het | Virussen helpen elkaar
COLUMN - Wanneer ergens een nieuwe ziekte opduikt, willen onderzoekers dat uiteraard zo snel mogelijk weten. In het verleden (denk aan de ‘Mexicaanse griep’) zijn wat dat betreft pijnlijke lessen geleerd. Toen duurde het maanden voordat het duidelijk was dat het écht om een nieuwe griepvariant ging – maanden van verwarring en stijgende zorgen. De WHO heeft toen een nuttige les geleerd en sindsdien zijn er uitgebreide waarschuwingssystemen opgezet om emerging diseases snel te detecteren en het onderzoek naar tegenmaatregelen zo snel mogelijk op te starten.
De bestrijding van de ebola-uitbraak van vorig jaar is wat dat betreft een mooi voorbeeld. Men was er vroeg bij, en afgelopen jaar is er ook een vaccin ontwikkeld. Maar het gaat niet altijd zoals het hoort.
Dat leerde de uitbraak van zika, een vorm van koorts veroorzaakt door een virus dat verspreid wordt door muggen. De ziekte komt oorspronkelijk uit Afrika en dook vier jaar geleden op in Frans-Polynesië. Twee jaar geleden dook ze op in Zuid-Amerika. Op dat moment (zeg maar, toen de ziekte de VS naderde) sprongen vele lichten op rood. Zika stond bekend als een betrekkelijk onschuldige ziekte, maar in noordwest Brazilië ging de komst van de ziekte gepaard met een sterke toename van het aantal meldingen van microcephalie (een te klein hoofd) bij pasgeborenen.

Zo opent Kleinherenbrink zijn boek Alles is een machine. Hij wil het over ‘dingen’ hebben in de meest brede zin van het woord. (Om ons daaraan te herinneren, keren dergelijke lijstjes regelmatig terug in het boek). Bouwend op het denkwerk van mensen als Michel Serres en Gilles Deleuze poneert hij dat elk ding (van een baksteen tot het christendom) een viervoudige structuur heeft.
Toch was Homo sapiens een bestseller. Eerst in Israël, daarna in het Westen. Het succes in Israël deed uitgevers elders gretig toehappen, en zorgde ervoor dat ze flink investeerden in reclame. Succes schept succes, kortom.
De negentiende-eeuwse visie, die in Nederland nog wordt aangehangen door de welbekende
Een mens, of nog nét een mens, aangetroffen in 1724 in de buurt van Hamelen. Peter kon niet spreken en liep op handen en voeten. Hij ving en verslond levende vogels. Peter sloeg zichzelf op de borst als een aap, gromde (en sliep) als een hond. Kortom, Peter was een wonder.