Schoolverschillen
De Staat van het Onderwijs verscheen dit jaar voor de 200ste keer. Wie kan bogen op 200 jaar rapporten? Het gehele archief van alle edities is overigens online te bekijken, nog zo’n teken van beschaving.
Eerder heb ik al eens uitgezocht wanneer de Inspectie voor het eerst grafieken ging gebruiken: dat was in 1966 voor zover ik kon nagaan (zie hier). De laatste jaren zijn de infographics steeds mooier en functioneler geworden. En het leuke is dat men niet vast blijft zitten in één format – dus het blijft een verrassing. Deze keer is de kers op de taart een interactieve presentatie over schoolverschillen – een teken dat deze statische blog binnen afzienbare tijd ouderwets zal blijken.
De meest schrikbarende grafiek vond ik de grafiek met de TIMMS-trend voor rekenen, waaruit blijkt dat in alle vergelijkbare landen de scores stijgen, terwijl ze in Nederland blijven dalen (p.16). Maar de boodschap die echt overkwam, was de constatering dat in Nederland de verschillen tussen scholen erg groot zijn. Nu werd dat enkele jaren geleden nog als iets positiefs gezien. Hoge autonomie van de school en een schooldirecteur die veel te zeggen heeft, werden gerelateerd aan hoge prestaties van ons stelsel, o.a. in publicaties van de OESO. In de biologie schijnt variatie de overlevingskansen op langere termijn te vergroten. Het is de vraag of scholen nog wel die hoge mate van autonomie hebben – ik vermoed dat de schaalvergroting ze juist minder zeggenschap heeft gegeven.