ANALYSE - In het vorige artikel heb ik uitgelegd dat gedurende de periode 1495-1945 vier versnellende cycli kunnen worden herkend in de oorlogsdynamiek van het International Systeem. Elke cyclus bestaat uit een relatief stabiele periode (internationale orde), waarin ‘slechts’ kleine oorlogen plaatsvinden, gevolgd door een systeemoorlog waarin een nieuwe internationale orde wordt geïmplementeerd.
Ge-upgrade internationale ordes zijn een betere afspiegeling van de veranderde machtsverhoudingen en invloedsferen in het Systeem. Een anarchistisch systeem – dat laat de periode 1495-1945 zien – is niet in staat op een andere wijze dan door middel van een systeemoorlog haar organisatie aan te passen aan veranderde omstandigheden.
Turbine
In het vorige artikel heb ik ook opgemerkt, dat er wat betreft de vier cycli in twee opzichten sprake was van een versnelling: de levensduur van opeenvolgende cycli werd met een bepaalde versnellingsfactor korter, terwijl de ernst van de vier systeemoorlogen (in aantallen militaire slachtoffers) met dezelfde factor toenam. Met andere woorden: frequentie en amplitude van cycli waren gesynchroniseerd.
Deze dynamiek – die kan worden uitgebeeld als een ‘turbine’ – was niet zonder functie: het Systeem stuwde zichzelf door middel van de vier versnellende cycli naar een nieuw niveau van organisatie. Oorlog was (en is nog steeds) instrumenteel in een proces van sociale integratie en expansie. Door middel van de vierde systeemoorlog (de Tweede Wereldoorlog, 1939-1945) kwam (na een vertraging tot 1989) zowel de integratie van een niet-anarchistisch Europa tot stand, als de feitelijke globalisering van het Internationale Systeem (die werd ‘verankerd’ in de Verenigd Naties).