Geen bal op tv | Trump, politieke correctheid en de Braboneger

COLUMN - Donald Trump zit straks in het Witte Huis dankzij de politieke correctheid. Meent de Marxistische filosoof Slavoj Žižek. Of beter gezegd: dat meent de titel van dit filmpje waarin Žižek vertelt dat politieke correctheid niet het juiste wapen is om Trump mee te bestrijden. Hij erkent dat politieke correctheid helpt bij de emancipatie van minderheden die in de verdrukking zitten, maar hamert erop dat het geen universeel recht is om niet genoemd te willen worden op een manier die jou pijn doet. Want straks wordt het andersom gebruikt: is het de white supremacist die geen racist genoemd mag worden omdat je hem daarmee op z’n blanke zieltje trapt.

Het is inderdaad één van de redenen van Trumps succes: zijn weigering om zich voorzichtig uit te drukken. Hij maakte een einde aan de politieke correctheid in het politieke debat, trok zich niets aan van de mores. Precies zoals Wilders dat hier heeft gedaan. Zijn kiezers vinden het verfrissend. Eindelijk iemand die zich niets aantrekt van de tere gevoelens van een zeikende minderheid die nooit ook maar iets heeft gedaan voor de opbouw van dit land. De politieke correctheid schiet inmiddels, waar Žižek voor waarschuwt, de andere kant op: je mag een racist geen racist noemen en een antisemiet geen antisemiet. 

Zelf ben ik steeds politiek correcter geworden de afgelopen jaren. Dat heeft vooral te maken met de geenstilisering van media en samenleving. Mijn afkeer van de roze inktvlek is zo groot dat ik van lieverlee gestopt ben het woord neger te gebruiken, vind dat Zwarte Piet moet verdwijnen, mijn kind verbied het woord poepchinees te zeggen en elke dag een islamiet knuffel. En hoewel ik ze altijd wat raar vind ruiken, zeg ik dan: “Wat ruikt u heerlijk meneer!” (Het is uiteraard altijd een mannelijk islamiet die ik knuffel, vrouwelijke islamieten knuffelen durf ik niet, want voor je het weet heb je de hele familie achter je aan en moet je onderduiken omdat je hun eer hebt geschonden.)

Om mijn geest te kietelen, heb ik afgelopen dinsdag De Braboneger Verkaast bekeken. Dat zal wel van Powned! zijn, dacht ik toen ik het aankondiging zag. Maar het was van de AVRO slash KRO. Ik stemde met de nodige reserves op NPO3 af. Ik kende de Braboneger als de excuuskleurling van Geenstijl. Iemand die je lekker foute dingen kon laten zeggen omdat ie zwart is. Hij mag zeggen dat negers lui zijn want hij is zelf zwart. En dan had ie ook nog eens een zachte g, enerzijds voor het komisch effect, anderzijds om te laten zien: zie je, het kán wel, een ingeburgerde neger.

De Braboneger viel me mee. Echt leuk werd het niet, maar ik kreeg wel sympathie voor hem. Ik moest denken aan een interview dat Leonard Cohen deze zomer gaf aan David Remnick van The New Yorker.

Maar laat ik eerst even iets vertellen over afgelopen zaterdag. Die goeie ouwe Sint kwam in ons wijkje. De Pieten waren zwart. Pikzwart. Zo zwart als de tokus van een zwarte stier op een maanloze prairienacht, om met die cowboy uit The Big Lebowski te spreken. We hadden hier een gesprek over met de ouders van een vriendje van onze zoon. Zij wisten nog niet zo goed hoe ze hun standpunt moesten bepalen. Begrepen niet echt wat er tegen zwarte pieten was, begrepen ook niet wat er tegen gekleurde pieten was. Het was hen om het even. Ze vergeleken het met een cadeautje: als iemand jou een cadeautje geeft en je wil dat cadeautje niet aannemen, dan blijft die ander met dat cadeautje zitten. Zijn probleem. Hetzelfde werkte het met beledigingen. Is het probleem van de belediger, niet van de beledigde. “Dan heb je wel sterke mensen nodig”, zei mijn vrouw.

Terug naar Leonard Cohen. David Remnick vroeg hem naar zijn boeddhisme. Cohen wist er niet zoveel van. Hij kende alleen de visie van Roshi, zijn leermeester. Roshi leerde hem wat je eigenlijk met een bootcamp leert: stop klagen. In de basis kwam het erop neer dat klagen het minst passende antwoord is op lijden.

Aan die twee dingen, aan het lijden van Leonard Cohen en aan het cadeautje, moest ik denken toen ik de Braboneger zag zitten in een bejaardentehuis. Hardop lachend tussen de oudjes die zeiden dat de meeste Surinamers niets dan ellende veroorzaakten. Een paar goede uitgezonderd natuurlijk. Door die oudjes moest ik weer denken aan mijn eigen oma, reeds een kleine twaalf jaar ter ziele. Die sprak altijd over zwartjes als ze het over Afrikanen had. Net als Martin Šimek. En daarmee zijn we bij Sylvana Simons aanbeland. Die zat die avond bij Pauw. Om te praten over de racistische bagger die ze over zich uitgestort had gekregen.

Maar ik had geen zin in Sylvana Simons. En al helemaal niet in Pauw. Ik bleef liever nog even bij de Braboneger die samen met drie vrienden (ook Surinamers) in Frankrijk aan het kamperen was en nu op het punt stond de Mont Ventoux te beklimmen.

Ze haalden het niet.

  1. 1

    Klopt, Wilders en zijn volgelingen, gedragen zich graag aan slachtoffers. Want alles en iedereen is de vijand van het volk – de islam, de linkse elite, EU, enz. Allemaal heel zielig, en daar heb ik oprecht medelijden mee. Ik zelf leef vrolijk verder, en kan altijd goed lachen om al die domheid.

    Zoals gisteren dat stukje n.a.v. het boek van Erich Fromm over vrijheid. Daar kunnen mensen niet tegen. Ze willen autoriteit. Alleen is het in deze tijd ietwat anders. Ze willen discipline, en zoals een Franse filosoof al aangaf: traditie is de beste vorm van macht die disciplineert.

  2. 2

    “Want straks wordt het andersom gebruikt: is het de white supremacist die geen racist genoemd mag worden omdat je hem daarmee op z’n blanke zieltje trapt.”
    Nee. Supremacisten worden niet op hun zieltje getrapt omdat ze blank zijn, maar omdat ze supremacist zijn. Heeft dus niets met hun ras (zwarte supremacisten bestaan immers ook) en alles met hun discriminerende denkbeelden te maken. Om dezelfde reden kunnen seksisten of homofoben net zo min beroep doen op politieke correctheid om onder hun benaming uit te komen.

  3. 4

    Nou ja, het is *of* politieke correctheid, *of* gewoon keihard de wet uitvoeren door de uitvoerende macht. Dat laatste vinden we te moeilijk, dus vertrouwen we op een soort schaamte-cultuur die via de media en het schoolplein moeten worden verspreid. Een soort fatsoen++.

    Maar er *is* een alternatief voor politieke correctheid.