Vanochtend stond er in de Pers [url=http://depers.republisher.modernmedia.nl/7602/default.aspx]een artikel[/url] van vier (?!) pagina?s van de nieuwe Den Haag-verslaggever van die krant dat zou gaan over Ferry Mingelen. Al in de aanhef stond dat Ferry er niet best vanaf zou komen ? waar op zich wel wat voor te zeggen is, mits juist beargumenteerd. Maar de schrijver Peter Middendorp begaat een aantal grove fouten.
Ten eerste gaat het stuk helemaal niet over Ferry Mingelen, maar is het een soort jongensboek over hoe een frisse, naïeve nieuweling het wel even gaat maken in Den Haag, inclusief het aftandse appartement ? maar wel tegenover het Binnenhof! Ferry Mingelen komt pas halverwege echt aan bod. Ten tweede benadert hij Mingelen op een valse manier. Diens eerste reactie is: ?ik voel niks voor een rol in jouw dagboekaantekeningen of zoiets.? Daaruit blijkt zijn mensenkennis, want dat wordt het namelijk precies wél! En ten derde gebruikt hij zijn kritiek op Mingelen om zijn kritiek op de hele Haagse journalistiek te uiten. Dat is ergens natuurlijk gerechtvaardigd omdat Mingelen duidelijk een boegbeeld van dat wereldje is, maar wel flauw om dat dan te presenteren als een portret van die persoon.
Wil ik Mingelen dan rehabiliteren? Nee. Middendorp heeft namelijk wel een punt, vooral wat betreft het gebrek aan zelfreflectie en dat je als journalist er niet vanaf komt met hoor-en-wederhoor. Je moet dieper graven en niet [i]alles[/i] is een tegenstelling, zo stelt hij volgens mij terecht. Maar zoals hij zelf al aangeeft: dat van dat gebrek aan zelfreflectie is niet zijn idee, maar dat van Luyendijk. Bovendien is zijn publicatie niet een bevlogen aanval op de [i]incrowd[/i] sfeer, maar een verslag van vier pagina?s over hoe hij het op een wat smerige manier één iemand onder de neus wrijft. Daarnaast vergeet hij dat parlementair journalisten sinds een paar jaar als de dood zijn om als partijdig gebrandmerkt te worden en dus maar proberen om met iedereen vriendjes te blijven. Rutger van Santen is iemand die dat niet doet, maar die krijgt er dan ook vaak van langs. Kortom: Volgens mij moet het stuk vooral gelezen worden als een vuile manier om Middendorp op de kaart te zetten, maar ergens blijft er wel een naar gevoel knagen dat hij gelijk heeft.