Consumptietaks levert wél veel op
Vorige week betoogden Timor El-Dardiry en ik op de site van de Volkskrant dat we eigenlijk af zouden moeten van de belasting op arbeid, ten faveure van een progressieve belasting op consumptie. De redenering is simpel: arbeid zou je niet moeten willen belasten, en consumptie van statusgoederen – want die zou worden geraakt – kun je wél belasten, omdat dat uiteindelijk de sociale rangorde in tact laat. Daarbij zou zo’n consumptietaks goed zijn voor het milieu en de financiele armslag van huishoudens, zwartsparen tegengaan en – belangrijk – progressiever zijn dan de BTW.
Michiel Hennink, politicoloog (in spé), schreef gisteren op vk.nl dat hij het enthousiasme voor dit plan van ons, maar ook van The Economist, niet begreep. De taks zou namelijk moeilijk te innen zijn en sowieos weinig opleveren, maar het zou ook niet duurzaam zijn, slecht voor de economie en de statuszucht van de moderne mens niet veranderen. Toch even een reactie, en hopelijk een voortzetting van de discussie.
Hennink denkt dat, als we ons in ons plan slechts op de groep ‘exorbitant rijke consumenten’ willen richten, het niks oplevert en dat de taks dus noodgedwongen de ‘ gewone’ burger met een ordinaire lastenverzwaring opzadelt. Maar wij willen juist géén lastenverzwaring: de consumptietaks moet de belasting op arbeid vervangen, en zal in oplopende schijven worden geïnd.
