Er is een nieuw boek uit – ditmaal niet ván maar over – Thomas Friedman, het paradepaardje (drie Pulitzerprijzen) van The New York Times.
Het heet The Imperial Messenger (moeilijk vertaalbaar, de letterlijke vertaling is ‘Keizerlijke boodschapper’, maar het Engels bevat ook een woordspeling op ‘imperialistische boodschapper’) en de schrijfster is Belén Fernández. Ik heb het nog niet gelezen maar de site Jadaliyya geeft een voorproefje en een vraaggesprek met Fernández. En dat stemt blij.
Lees maar wat ze zegt:
“I was of course already familiar with the general characteristics of Friedman’s writing: hubris, clichéd jingoism, Orientalism, favoritism of Israel, self-contradiction, a severe handicap in the realm of metaphor construction, reduction of complex phenomena to simplistic and baseless theories. However, reviewing three decades of his work made it clear just how frightening, as opposed to simply laughable, it was that such a character had accrued three Pulitzer Prizes and risen to the position of journalistic icon at the US newspaper of record.”
Vertaling: »Ik was natuurlijk al bekend met de algemene kenmerken van Friedmans geschrijf – hoogmoed, chauvinistische clichés, Oriëntalisme, het voortrekken van Israël, zichzelf regelmatig tegensprekend, zwaar gehandicapt als het aankwam op vinden van metaforen, het reduceren van complexe zaken tot simplistische, ongefundeerde theorieën. Maar toen ik dertig jaar van zijn werk overzag werd duidelijk hoe eng het was, in plaats van simpelweg belachelijk, dat zo iemand drie Pulitzerprijzen heeft gekregen en tot een journalistiek icoon is geworden bij de meest prominente Amerikaanse krant.«