Gaat door het leven als Stephan Okhuijsen.
Studeerde ooit wiskunde/informatica en later ook nog even filosofie. Maar zonder resultaat. Lang werkzaam in de ICT als project/programma/interim manager. En doet nu ook nog wat datadingen via Datagraver.
Bestuurlijk actief geweest in een sportvereniging, een jongerenvereniging, een journalistenvereniging, in alle lagen van de organisatie van de SP, een school en bij SG zelf.
Bloggend opgevallen met zijn serie over de Europese Grondwet. Daar nooit meer van hersteld.
Houdt zich bezig met alternatieven voor het huidige politieke en maatschappelijke systeem, klimaat en privacy.
Nieuwsjunk, datamartelaar en informatieverslinder. Online sinds 1993.
Was ook even columnist bij RTLZ.
Voorstellen Nationale Conventie – 11
Hierbij het elfde deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).
Dit keer een zware. Het gaat om een samenstelling van een aantal voorstellen. Levert dan ook wat meer toelichting op dan gebruikelijk.
11. Richt de formatieprocedure als volgt in:
– de Tweede Kamer doet na de verkiezingen een voordracht aan de Koning voor benoeming van een formateur. Deze voordracht gaat zo nodig vooraf door een voordracht aan de Koning voor benoeming van een informateur.
– de formateur krijgt van de Koning de opdracht een kabinet te vormen. Na overleg met de fractievoorzitters van de beoogde coalitiepartijen stelt hij een aantal richtlijnen voor het nieuwe kabinet vast met betrekking tot een beperkt aantal politiek omstreden kwesties.
– de formateur schrijft met de beoogde ministers een beknopt regeerprogram.
– de Tweede Kamer hoort de kandidaat-bewindslieden.
– de Tweede Kamer spreekt bij aanvang van de zittingsperiode van het kabinet haar vertrouwen in het kabinet uit.
Toelichting Nationale Conventie:
In de inleidende paragraaf is al geconstateerd dat kabinet en parlement met elkaar zijn vervlochten. Eén van de oorzaken daarvan is de formatieprocedure. In die procedure zijn Tweede Kamerfracties en fractievoorzitters van de beoogde coalitiepartijen, steeds belangrijker geworden. Zowel op de samenstelling van het kabinet als op de hoofdlijnen van het regeringsbeleid oefenen zij een overwegende invloed uit. Dat heeft geleid tot een grote verbondenheid tussen het kabinet en de meerderheid van de Tweede Kamer. Op de achtergronden hiervan zijn onder andere de commissies Biesheuvel en De Koning uitvoerig ingegaan. De binding aan het regeerakkoord is belemmerend voor het onafhankelijk opereren van Kamer en kabinet. Voorgesteld wordt daarom de formatieprocedure zo in te richten dat vooral de beoogde bewindslieden afspraken voor de komende regeerperiode maken. De Conventie stelt de volgende gang van zaken voor.
Zo snel mogelijk na de verkiezingen komt de Tweede Kamer in nieuwe samenstelling bijeen en wijdt een debat aan de uitslag van de verkiezingen. De Kamer kan vervolgens bij motie uitspreken welke regeringscoalitie de voorkeur heeft. Afhankelijk van de uitkomst van dat debat doet de Kamer een voordracht voor benoeming van een formateur of een informateur aan de Koning. Als een informateur wordt benoemd doet de Kamer na afronding van de informatie een voordracht voor benoeming van een formateur. De formateur wordt belast met de vorming van een door hem te leiden kabinet. Deze procedure doet recht aan het gegeven dat de formateur, als beoogd Minister-president, zijn positie feitelijk ontleent aan de Tweede Kamer en dus indirect aan de verkiezingsuitslag. Het debat kan niet eerder plaatsvinden dan op de achtste dag na de stemming omdat de Kieswet regelt dat op die dag de nieuw gekozen Kamer aantreedt. Het lijkt gezien adviezen van de Kiesraad hierover uit 2001 en 2002 mogelijk de termijn tussen stemming en eerste samenkomst van de Tweede Kamer te bekorten.
Weekendquotes – Siliconenzusters
Ik zag, kortom, het emancipatoire nut van hoerige lingerie in.
Stine Jensen komt in het NRC Handelsblad van vandaag tot de conclusie dat lingerie niet een teken is van bevrijding van feministen maar juist een nieuwe onderdrukking. En dat levert de nodige quote-bare teksten op.
Waarom draagt economische onafhankelijkheid een lingeriesetje?
Ook Nederland kent zijn bimbo- en pornoficatie. Jonge vrouwen hebben het huidige playboyideaal overgenomen
Feministische zusters bestaan niet meer, er zijn alleen nog maar siliconenzusters.
Wat ooit bevrijdend en grappig was, is nu door en door commercieel, en zelfs gevaarlijk.
Wie te berde brengt dat, anders dan in Afrika, de vrouwen in het Westen de besnijdenis uit ‘vrije wil’ doen, vergeet dat de ‘vrije wil’ nogal zwak kan zijn. Hoe ‘vrij’ is de wil van een onzekere tiener dat ergraag bij wil horen (in dit geval: door op een pornoster te lijken)
Maar wie normen en waarden aan de commercie overlaat, belandt in bimboland.
Cryptoblog 4
Een actualiteit van de afgelopen week cryptisch omschreven:
Een ongezonde ruimte tussen bed en canapé.
Als u de oplossing weet, graag deze even met “[ color=#EBE6E4]” voor en “[ /color]” achter de tekst verborgen houden (maar dan zonder de spaties na het openingshaakje). Dan ziet bijna niemand het, maar kan ik nog wel aangeven of het goed of fout is.
Voorstellen Nationale Conventie – 10
Hierbij het tiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).
10. Leg in de aanwijzingen inzake externe contacten voor rijksambtenaren vast, dat verzoeken van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal tot schriftelijke of mondelinge contacten met ambtenaren en om ambtenaren te horen, in principe worden ingewilligd.
Toelichting Nationale Conventie:
Alle leden van de Conventie zijn van opvatting dat de verantwoordelijkheid van de minister voor het handelen van zijn ambtenaren in praktijk ook een schaduwzijde heeft.
Het leidt soms tot verkrampte verhoudingen tussen ministers en ambtenaren en tussen ambtenaren en Tweede Kamer.
Omdat de minister verantwoordelijk is, zo meent men vaak, kan alleen hij de contacten met de Kamer onderhouden en zijn ambtenaren er vooral om de minister uit de wind te houden.
Deze houding wordt mede ingegeven door de verwarring van verantwoordelijkheid met verwijtbaarheid en met vertrouwen tussen minister en parlement. In de slotparagraaf van dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de ministeriële verantwoordelijkheid.
Wil de verantwoordelijkheid voor ambtelijk handelen tot zijn recht komen, dan vergt dat in de eerste plaats erkenning en bevordering van de inhoudelijke rol van de ambtenaar. De ambtenaar moet ruimte hebben voor zijn rol als inhoudelijk adviseur en de minister kritisch kunnen bejegenen. Herwaardering van die rol van de ambtenaar kan hem ook ruimte geven voor informatieverstrekking op verzoek van de Tweede Kamer. Daaraan heeft de Kamer soms terecht behoefte bij de uitoefening van haar controlerende taken.
In de huidige verhoudingen blijft de minister verantwoordelijk tegenover het parlement en zijn niet de ambtenaren verantwoordelijk. Daarbij past dat de minister het contact tussen Kamer en ambtenaren vooraf goedkeurt. Maar die goedkeuring zou hij ruimhartig moeten geven. De regels voor externe contacten kunnen die meer open houding weerspiegelen door daarin vast te leggen dat een minister verzoeken van een van beide kamers der Staten-Generaal tot schriftelijke of mondelinge contacten met ambtenaren of deelname van ambtenaren aan een hoorzitting inwilligt, tenzij hij daartegen zwaarwegende bezwaren heeft. Natuurlijk kan de minister aanwezig zijn bij contacten en beperkingen aan de informatieverstrekking stellen. Bijvoorbeeld door alleen toestemming te geven inlichtingen van feitelijke aard te verstrekken.
Vrijdag Vraag – Oorlog

Wat is uw oordeel over oorlog als middel om (inter)nationale problemen (breedste zin des woords) op te lossen?
911: The secondary explosions