Steeph

6.108 Artikelen
1.081 Waanlinks
9.773 Reacties
Blogt sinds 2005 voor Sargasso en stuurt op de achtergrond nog een beetje mee, zover dat überhaupt mogelijk is.
Gaat door het leven als Stephan Okhuijsen.
Studeerde ooit wiskunde/informatica en later ook nog even filosofie. Maar zonder resultaat. Lang werkzaam in de ICT als project/programma/interim manager. En doet nu ook nog wat datadingen via Datagraver.
Bestuurlijk actief geweest in een sportvereniging, een jongerenvereniging, een journalistenvereniging, in alle lagen van de organisatie van de SP en nu weer op een school.
Bloggend opgevallen met zijn serie over de Europese Grondwet. Daar nooit meer van hersteld.
Houdt zich bezig met alternatieven voor het huidige politieke en maatschappelijke systeem, klimaat en privacy.
Nieuwsjunk, datamartelaar en informatieverslinder. Online sinds 1993.
Was ook even columnist bij RTLZ.
Mastodon: https://mastodon.green/@Steeph
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voorstellen Nationale Conventie – 14

Logo Nationale ConventieHierbij het veertiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

14. Regel de bevoegdheid van de Minister-president om ministers en staatssecretarissen voor te dragen voor benoeming en ontslag.

Toelichting Nationale Conventie:
De positie van de Minister-president brengt met zich dat hij de eindverantwoordelijkheid moet dragen voor de samenstelling van het kabinet en de taakverdeling tussen de leden van het kabinet. Dit zou in de Grondwet tot uitdrukking moeten worden gebracht door vast te leggen dat benoeming en ontslag van ministers en staats secretarissen geschiedt op voordracht van de Minister-president.
Deze bevoegdheid, die als vanzelfsprekend gepaard gaat met een beslissingsbevoegdheid over de taakverdeling, bepaalt in niet onbelangrijke mate de leidinggevende positie van de Minister-president. Een wijziging van de Grondwet in deze zin versterkt de formele positie van de Minister-president. Het past bovendien in de lijn van de voorstellen voor wijziging van de formatieprocedure.

Of de Minister-president in de praktijk in staat is daadwerkelijk te beslissen over de samenstelling en de taakverdeling van het kabinet, zal moeten blijken. Het is onwaarschijnlijk dat coalitiefracties hun zeggenschap over de samenstelling van de regering helemaal zullen willen prijsgeven. Maar het is zeker denkbaar dat bij de besluitvorming over de samenstelling van een kabinet een nieuw evenwicht wordt bereikt, waarin het oordeel van de Minister-president een zwaarder gewicht heeft dan nu het geval is.
Het past bovendien in de voorstellen voor wijziging van de formatieprocedure dat de formateur meer invloed heeft op de samenstelling van het kabinet.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Tweede Kamerleden zijn watjes

watjesHet begrip watjes is gekozen omdat de titel anders veel te lang zou worden. De echte titel zou moeten zijn:
Tweede Kamerleden zijn slachtoffer van de media die ze zelf vervolgens ook weer krampachtig gebruiken. Ze zijn slachtoffer van de fractiediscipline omdat ze bang zijn voor hun baantje in de toekomst. Ze zijn nauwelijks in staat in de breedte onafhankelijk hun controlerende taak uit te voeren, ondanks de instrumenten en de tijd die ze daarvoor hebben. Ze zien dat burgers niet begrijpen wat ze doen, maar nemen vervolgens geen actie om deze situatie te veranderen. Ze zijn nauwelijks bereid tot veranderen. En last but not least ligt de schuld voor dit alles elders, vooral niet bij zichzelf.

Kortom, het zijn watjes.

Dat is mijn conclusie na het lezen van het rapport “Binnenhof van binnenuit” van de Raad voor Openbaar Bestuur.
De media berichten vorige week, binnen 24 uur na de persconferentie, over het rapport van 120 bladzijden in twee tot vijf alinea’s. Met koppen als “Kamerleden: pers is oorzaak van kloof met burger”, “Politici wantrouwen burger” en “Kamer: kloof tussen politiek en samenleving schuld van de kiezer” word je toch nieuwsgierig.
Daarom het rapport zelf maar gelezen. Hieronder mijn belangrijkste constateringen in iets meer dan vijf alinea’s en een oproep.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Tweede aflevering “Plaats des oordeels”

In de tweede aflevering van de Tegenlichtserie Plaats Des Oordeels gaat het dit maal over de vertekende berichtgeving vanuit het Midden Oosten.

Luyendijk: “Wat we ons goed moeten realiseren is dat de beeldvorming over het Midden-Oosten ook grote invloed heeft hier in Nederland. Wij zitten in Uruzgan, mede vanwege de beeldvorming die wij en onze politici hierover hebben. En als je vaststelt dat die beeldvorming misschien wel zwaar vertekend is, dan moet je je afvragen of niet ook de besluitvorming daarover niet zwaar vertekend is.

Hans Laroes, hoofdredacteur van het NOS Nieuws zegt in een reactie hierop, in een speciaal interview met de Tegenlicht Internetredactie, het niet met Joris eens te zijn in deze vergaande conclusie.

Twee previewclips:

Vanavond in Tegenlicht, Plaats des Oordeels (20.55 uur ned 2): Het Midden-Oosten gedecodeerd. Joris Luyendijk analyseert de mechanismen van de berichtgeving op televisie over het Midden-Oosten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voorstellen Nationale Conventie – 13

Logo Nationale ConventieHierbij het dertiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

13. Geef de Minister-president de bevoegdheid algemene aanwijzingen te geven aan de andere ministers.

Toelichting Nationale Conventie:
De Minister-president zal ook in de toekomst over voldoende bevoegdheden moeten beschikken zijn coördinerende taken ten behoeve van een slagvaardig regeringsbeleid te kunnen uitvoeren.
Dan hebben we het over de algemene aanwijzingsbevoegdheid. Die dient verder te gaan dan zijn huidige bevoegdheden onderwerpen te agenderen of in te grijpen bij een concreet competentiegeschil. Een algemene aanwijzingsbevoegdheid biedt hem ook de mogelijkheid bindende aanwijzingen te geven over algemene beleidsaspecten. Het mes snijdt aan twee kanten: de Minister-president kan daadwerkelijk leiding geven en zijn bevoegdheden worden meer in overeenstemming gebracht met zijn feitelijke positie.
Een algemene aanwijzingsbevoegdheid is niet wezensvreemd aan het parlementaire stelsel. De Duitse kanselier bijvoorbeeld, beschikt daarover. Deze bevoegdheid verdraagt zich bovendien met de individuele verantwoordelijkheid van ministers en het uitgangspunt van collegiale besluitvorming. De vakminister blijft verantwoordelijk voor zijn beleidsterrein, ook als hij (mede) handelt op basis van een aanwijzing van de Minister-president. Dat is niet anders dan wanneer hij nu door de ministerraad als collectief, wordt gedwongen een bepaalde koers te varen. De verantwoordelijkheid van de Minister-president ten opzichte van het parlement neemt wel toe. De Kamers kunnen hem immers aanspreken op het al dan niet geven van een aanwijzing.
Aan de collegiale besluitvorming hoeft echter niet noemenswaardig afbreuk te worden gedaan. In de eerste plaats omdat het in de Nederlandse verhoudingen niet goed voorstelbaar is dat de Minister-president in volledige vrijheid kan besluiten een aanwijzing te geven. Hij zal altijd rekening moeten houden met de wensen van de coalitiepartners. In de tweede plaats kan de ministerraad een doorslaggevende stem krijgen in geval van een conflict.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voorstellen Nationale Conventie – 12

Logo Nationale ConventieHierbij het twaalfde deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

12. Ken de Eerste Kamer het recht toe wetsvoorstellen één keer terug te sturen naar de Tweede Kamer, waarbij het eindoordeel over het teruggezonden wetsvoorstel blijft liggen bij de Eerste Kamer. Combineer dit met een kiesstelsel voor de Eerste Kamer waarin provinciale staten elke drie jaar de helft van de leden van de Eerste Kamer kiezen.

Toelichting Nationale Conventie:
Een terugzendingsrecht voor de Eerste Kamer in combinatie met een aanpassing van het kiesstelsel
Aan de totstandkoming van wetgeving levert de Eerste Kamer een waardevolle bijdrage. Zij verdiept zich in de rechtstatelijke aspecten. Zij signaleert onjuistheden, lacunes en slordigheden.
De schriftelijke en mondelinge behandeling in de Eerste Kamer leidt niet zelden tot verduidelijking van de wet, in het bijzonder van door amendementen ingebrachte artikelen.

De Eerste Kamer heeft geen recht van amendement. Zij staat theoretisch voor de keuze een wetsvoorstel te verwerpen of in zijn geheel te accepteren. Praktisch hebben de betrokkenen in het wetgevingsproces hier een mouw aangepast door middel van de novelleprocedure. Indien de Eerste Kamer bezwaren heeft tegen een wetsvoorstel, dient de regering een nieuw voorstel in dat de bezwaren in het omstreden wetsvoorstel wegneemt. De Eerste Kamer gaat hiermee terughoudend om.
Hetzelfde geldt voor haar bevoegdheid een wetsvoorstel te verwerpen. Die terughoudendheid is op zijn plaats vanwege het politieke primaat van de Tweede Kamer.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voorstellen Nationale Conventie – 11

Logo Nationale ConventieHierbij het elfde deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).
Dit keer een zware. Het gaat om een samenstelling van een aantal voorstellen. Levert dan ook wat meer toelichting op dan gebruikelijk.

11. Richt de formatieprocedure als volgt in:
– de Tweede Kamer doet na de verkiezingen een voordracht aan de Koning voor benoeming van een formateur. Deze voordracht gaat zo nodig vooraf door een voordracht aan de Koning voor benoeming van een informateur.
– de formateur krijgt van de Koning de opdracht een kabinet te vormen. Na overleg met de fractievoorzitters van de beoogde coalitiepartijen stelt hij een aantal richtlijnen voor het nieuwe kabinet vast met betrekking tot een beperkt aantal politiek omstreden kwesties.
– de formateur schrijft met de beoogde ministers een beknopt regeerprogram.
– de Tweede Kamer hoort de kandidaat-bewindslieden.
– de Tweede Kamer spreekt bij aanvang van de zittingsperiode van het kabinet haar vertrouwen in het kabinet uit.

Toelichting Nationale Conventie:
In de inleidende paragraaf is al geconstateerd dat kabinet en parlement met elkaar zijn vervlochten. Eén van de oorzaken daarvan is de formatieprocedure. In die procedure zijn Tweede Kamerfracties en fractievoorzitters van de beoogde coalitiepartijen, steeds belangrijker geworden. Zowel op de samenstelling van het kabinet als op de hoofdlijnen van het regeringsbeleid oefenen zij een overwegende invloed uit. Dat heeft geleid tot een grote verbondenheid tussen het kabinet en de meerderheid van de Tweede Kamer. Op de achtergronden hiervan zijn onder andere de commissies Biesheuvel en De Koning uitvoerig ingegaan. De binding aan het regeerakkoord is belemmerend voor het onafhankelijk opereren van Kamer en kabinet. Voorgesteld wordt daarom de formatieprocedure zo in te richten dat vooral de beoogde bewindslieden afspraken voor de komende regeerperiode maken. De Conventie stelt de volgende gang van zaken voor.
Zo snel mogelijk na de verkiezingen komt de Tweede Kamer in nieuwe samenstelling bijeen en wijdt een debat aan de uitslag van de verkiezingen. De Kamer kan vervolgens bij motie uitspreken welke regeringscoalitie de voorkeur heeft. Afhankelijk van de uitkomst van dat debat doet de Kamer een voordracht voor benoeming van een formateur of een informateur aan de Koning. Als een informateur wordt benoemd doet de Kamer na afronding van de informatie een voordracht voor benoeming van een formateur. De formateur wordt belast met de vorming van een door hem te leiden kabinet. Deze procedure doet recht aan het gegeven dat de formateur, als beoogd Minister-president, zijn positie feitelijk ontleent aan de Tweede Kamer en dus indirect aan de verkiezingsuitslag. Het debat kan niet eerder plaatsvinden dan op de achtste dag na de stemming omdat de Kieswet regelt dat op die dag de nieuw gekozen Kamer aantreedt. Het lijkt gezien adviezen van de Kiesraad hierover uit 2001 en 2002 mogelijk de termijn tussen stemming en eerste samenkomst van de Tweede Kamer te bekorten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weekendquotes – Siliconenzusters

Ik zag, kortom, het emancipatoire nut van hoerige lingerie in.

Stine Jensen komt in het NRC Handelsblad van vandaag tot de conclusie dat lingerie niet een teken is van bevrijding van feministen maar juist een nieuwe onderdrukking. En dat levert de nodige quote-bare teksten op.

Waarom draagt economische onafhankelijkheid een lingeriesetje?

Ook Nederland kent zijn bimbo- en pornoficatie. Jonge vrouwen hebben het huidige playboyideaal overgenomen

Feministische zusters bestaan niet meer, er zijn alleen nog maar siliconenzusters.

Wat ooit bevrijdend en grappig was, is nu door en door commercieel, en zelfs gevaarlijk.

Wie te berde brengt dat, anders dan in Afrika, de vrouwen in het Westen de besnijdenis uit ‘vrije wil’ doen, vergeet dat de ‘vrije wil’ nogal zwak kan zijn. Hoe ‘vrij’ is de wil van een onzekere tiener dat ergraag bij wil horen (in dit geval: door op een pornoster te lijken)

Maar wie normen en waarden aan de commercie overlaat, belandt in bimboland.

Vorige Volgende