Voorstellen Nationale Conventie – 10

Logo Nationale ConventieHierbij het tiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

10. Leg in de aanwijzingen inzake externe contacten voor rijksambtenaren vast, dat verzoeken van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal tot schriftelijke of mondelinge contacten met ambtenaren en om ambtenaren te horen, in principe worden ingewilligd.

Toelichting Nationale Conventie:
Alle leden van de Conventie zijn van opvatting dat de verantwoordelijkheid van de minister voor het handelen van zijn ambtenaren in praktijk ook een schaduwzijde heeft.
Het leidt soms tot verkrampte verhoudingen tussen ministers en ambtenaren en tussen ambtenaren en Tweede Kamer.
Omdat de minister verantwoordelijk is, zo meent men vaak, kan alleen hij de contacten met de Kamer onderhouden en zijn ambtenaren er vooral om de minister uit de wind te houden.
Deze houding wordt mede ingegeven door de verwarring van verantwoordelijkheid met verwijtbaarheid en met vertrouwen tussen minister en parlement. In de slotparagraaf van dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de ministeriële verantwoordelijkheid.
Wil de verantwoordelijkheid voor ambtelijk handelen tot zijn recht komen, dan vergt dat in de eerste plaats erkenning en bevordering van de inhoudelijke rol van de ambtenaar. De ambtenaar moet ruimte hebben voor zijn rol als inhoudelijk adviseur en de minister kritisch kunnen bejegenen. Herwaardering van die rol van de ambtenaar kan hem ook ruimte geven voor informatieverstrekking op verzoek van de Tweede Kamer. Daaraan heeft de Kamer soms terecht behoefte bij de uitoefening van haar controlerende taken.
In de huidige verhoudingen blijft de minister verantwoordelijk tegenover het parlement en zijn niet de ambtenaren verantwoordelijk. Daarbij past dat de minister het contact tussen Kamer en ambtenaren vooraf goedkeurt. Maar die goedkeuring zou hij ruimhartig moeten geven. De regels voor externe contacten kunnen die meer open houding weerspiegelen door daarin vast te leggen dat een minister verzoeken van een van beide kamers der Staten-Generaal tot schriftelijke of mondelinge contacten met ambtenaren of deelname van ambtenaren aan een hoorzitting inwilligt, tenzij hij daartegen zwaarwegende bezwaren heeft. Natuurlijk kan de minister aanwezig zijn bij contacten en beperkingen aan de informatieverstrekking stellen. Bijvoorbeeld door alleen toestemming te geven inlichtingen van feitelijke aard te verstrekken.

Uitvoering:
Kan zonder (grond)wetwijziging.

Dit heb ik toch altijd zo’n bijzonder vreemd punt gevonden. Het parlement heeft de controlerende taak. Maar de regering (ministers) bepalen het contact met de ambtenaren. Hoe kan je dan fatsoenlijk controleren?
Onmiddelijk veranderen dit punt.

[poll=29]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9

  1. 1

    Ik geloof hier niet zo in. De minister blijft toch de baas en dus zijn ambtenaren in principe loyaal aan hun minister. En als zo’n gesprek eerst aangevraagd moet worden dan is er natuurlijk altijd tijd genoeg om het verhaal van de ambtenaar voor te bereiden. Gerommel in de marge dus, dit voorstel.
    Weet je hoe je de controlerende taak van het parlement kan versterken? Liegen in het parlement strafbaar stellen. Bewindslieden (én kamerleden) die bewust onwaarheden vertellen kunnen dan vervolgd worden, maar ook ambtenaren die hun minister van valse informatie voorzien. Dát is pas bestuurlijke vernieuwing. Maar het zal er nooit van komen.

  2. 2

    Soms zitten ambtenaren ook te snakken om gehoord te worden. Maar ik denk dat het parlement niet het ideale forum is, want ook battle ground van politieke spelletjes. Spreekrecht van ambtenaren en interne & externe communicatie zijn voor het overige wel cruciaal goéd te regelen, en misschien enig herdenken van de staatsorganisatie vanuit het begrip “scheiding der machten” (bv. aspect “wat is een ambtenaar, wat is zijn rol”).

    Verder blijf ik bij m’n standpunt : soms moet je de dingen niet te snel te drastisch omgooien. De bestaande processen zijn vaak ook langdurig & grondiglijk doordacht, maar haperen vaak bij gebrek aan goede invulling of andere kwaliteitszorg. Of zijn onvoldoende intern of extern bekend. Al te vaak zie je politici of anderen een nieuwe nood of nieuw idee lanceren, terwijl die al “covered” is door procedures die doordacht zijn, maar daarom niet voldoende bekend of in gebruik. Kwestie van bedrijfscultuur en van voldoende communicatie-inspanningen, ben ik geneigd te zeggen.

    Ceterum : kan er in deze reeks geen link worden gezet naar de eerdere voorstellen (cf. de links naar eerdere episodes bij “Onder de dolenden”) ? Anderzijds, de zoekfunctie blijkt goed te werken…

  3. 4

    Ik vind het eigelijk wel een goed idee!!

    Bij het horen van een minister, spelen doorgaans politieke motieven een hele sterke rol.

    Een ambtenaar doet iets, besluit iets, de kamer ondervraagd de minister. Als het gevoelig ligt probeert de oppositie aan de stoelpoten van de minister te zagen en de coalitie hem te beschermen. Het wordt een spelletje van wat wist de minister wel? Wat niet? Is die hiervoor verantwoordelijk? etc. etc. etc.

    Bij minder gevoelige kwesties, die meer specialistisch zijn praat de minister gewoon na wat de ambtenaren hem influisteren en weet die soms zelfs ook niet alles. Waar vaak dan weer een even ongespecialiseerde kamerlid, op gaat zitten schieten met een amateuristische discussie tot gevolg. De jurisdische discussie over het paspoort van Hirsi Ali was daar wel het trieste voorbeeld van!!!

    De inhoud is in beide gevallen ZERO!!

    Een ambtenaar is vaak specialist, die prima uit kan leggen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, waarom ze de afgelopen 20 jaar zo zijn gemaakt en vooral ook waarom ‘de ophef van de afgelopen week’ (meestal aanleiding tot het (spoed)kamerdebat) een storm in het spreekwoordelijke glas water is.

    S’z zegt dat het parlement niet het goede forum is, want dat is immers een battle ground voor politieke spelletjes. Ik ben van mening dat politieke spelletje onzin zijn en dat we moeten streven naar een zo constructief mogelijke bestuursvorm, zonder spelletje voor de buhne. Als het horen van ambtenaren het spelen van politieke spelletjes moeilijker maakt, moeten we het juist daarom overwegen.

  4. 5

    @S’z: Er staan linkjes onder naar de eerdere voorstellen. In kleine lettertjes onderaan het artikel.

    @Meester: Het scheelt in ieder geval weer een filter. Dus grotere kans dat iets beter boven tafel komt.
    Eigenlijk een voorstel waar je niet tegen kunt zijn. Ook al denk je misschien dat het niet helemaal gaat werken, het is altijd beter dan dat het nu is.

  5. 6

    [quote=””]Wil de verantwoordelijkheid voor ambtelijk handelen tot zijn recht komen, dan vergt dat in de eerste plaats erkenning en bevordering van de inhoudelijke rol van de ambtenaar. De ambtenaar moet ruimte hebben voor zijn rol als inhoudelijk adviseur en de minister kritisch kunnen bejegenen.[/quote]

    Ik mag toch hopen dat die ministeries niet vol zitten met het type ‘inhoudelijk adviseur’. Dat zou betekenen dat er op onze ministeries allemaal individuen zitten met een eigen mening en met die mening ook nog eens wat willen doen.. Lijkt me niet dat dat een goed werkend ministerie oplevert. Van beleid dat door de meerderheid van het parlement is goedgekeurd mag je hopen dat het wordt uitgevoerd en niet door ‘inhoudelijke ambtenaren’ in de weg wordt gezeten.

    [quote=””]Natuurlijk kan de minister aanwezig zijn bij contacten en beperkingen aan de informatieverstrekking stellen. Bijvoorbeeld door alleen toestemming te geven inlichtingen van feitelijke aard te verstrekken.[/quote]

    In dit laatste zit wat mij betreft de crux van het voorstel. Ambtenaren zouden gehoord moeten kunnen worden, over informatie van feitelijke aard.

  6. 7

    @Apparadsjik:

    Van beleid dat door de meerderheid van het parlement is goedgekeurd mag je hopen dat het wordt uitgevoerd en niet door ‘inhoudelijke ambtenaren’ in de weg wordt gezeten.

    Uh, maar als je gelooft dat alles wat je vraagt ook goed uitgevoerd wordt, hoef je geen controle orgaan te hebben, toch?

  7. 8

    @Steeph: ik geloof niet dat alles uitgevoerd wordt, maar je hoeft de tegenwerking binnen de ‘uitvoeringsmachine’ van de minster niet te kweken. Dat is zand tussen de tandwielen strooien zodat uiteindelijk elk beleid – goed of slecht – strandt…