‘Niet in de hand houden’
OPINIE - We stonden op de Heuvel, want mijn vader ging nooit vooraan staan bij dat soort dingen. Anders was het veel erger geweest. Ik weet niet meer precies wat er gebeurde maar ineens kwamen er matrozen aan die ons op de schouder namen. We moesten weg. Jaren later zag ik in het ziekenhuis een verminkte jongen die op bezoek kwam bij zijn moeder, die naast mijn moeder op zaal lag. “Je moet maar niet te veel kijken”, zei mijn moeder, “maar dat is van die vuurwerkramp aan de Parkkade”.
Aan het woord is mijn moeder, die een jaar of acht was toen in 1945 het Britse marineschip HMS Onslow in de Rotterdamse haven lag, aan de Parkkade. Het schip gaf voor de Vlootdagen een vuurwerkshow in de stad, waarbij volgens de Britse geschiedschrijving ‘per ongeluk’ vuurwerk was afgegaan en ‘enige burgerslachtoffers’ zijn gevallen. Veel ruchtbaarheid werd er destijds in Rotterdam ook niet aan gegeven. De stad was zwaar getroffen in de oorlog en een handvol slachtoffers – vijf doden en zo’n honderd gewonden – zullen zo vlak na de bevrijding weinig indruk hebben gemaakt.
Ik zie ze naar het Park lopen: opa en oma met hun oudste zoon en hun tweeling – mijn moeder en mijn oom Bob. Ik vraag me af wat de lol is aan vuurwerk als je net vijf jaar oorlog hebt gehad, maar aan de andere kant begrijp ik dat de Vlootdagen met Onze Bevrijders in de zo zwaar getroffen stad extra populair moeten zijn geweest. Hoe dan ook, sinds die tijd is voor mijn moeder de lol van vuurwerk volledig weg. Ze is er, zoals ze zelf zegt met haar licht Rotterdamse tongval, as de dood van.

Ja, eindelijk is het zover. Als een explosieven afstekende Nigeriaan al tot zoveel onrust leidt, dan moet al dat vuurwerk het land natuurlijk wel in de hoogste staat van paraatheid brengen.
