Stikstof: Boer zoekt eeuwigheid

Er zit een gek element in het Nederlandse landbouwdebat. Boeren worden daarin vaak behandeld alsof zij behalve eigenaar van een bedrijf ook houder zijn van een soort maatschappelijk verworven recht: het recht om boer te zijn, boer te blijven en dat bedrijf bovendien min of meer voort te zetten onder de voorwaarden waaronder het ooit is opgebouwd. Dat recht bestaat nergens anders. Een koetsenbouwer kon zich aan het begin van de twintigste eeuw ongetwijfeld beroepen op vakmanschap, familietraditie, gedane investeringen en het feit dat mensen altijd vervoer nodig zouden hebben. Het hielp hem weinig toen de auto doorbrak. Fabrikanten van typemachines konden even overtuigend uitleggen dat schrijven nooit zou verdwijnen. Daar hadden ze zelfs volkomen gelijk in (hoewel). Alleen volgde daar geen recht uit om tot in lengte van dagen typemachines te mogen produceren die dan moesten worden afgenomen. Economische activiteiten bestaan bij de gratie van de omstandigheden waarin ze rendabel en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Technologie verandert, consumenten veranderen, grondstoffen veranderen, concurrentie verandert en ook onze kennis over schade aan de omgeving verandert. Soms betekent dat dat een bedrijf zich moet aanpassen. Soms verdwijnt een sector grotendeels. Dat kan voor de betrokken ondernemers buitengewoon pijnlijk zijn zonder dat daarmee een aanspraak ontstaat op het stilzetten van de samenleving. Maar bij boeren ligt dat blijkbaar anders. Een verandering die al decennia onderweg is De huidige problemen rond mest, ammoniak en stikstof kwamen bovendien bepaald niet uit de lucht vallen. Nederland voert al sinds ongeveer 1990 beleid om de enorme milieudruk van mest en ammoniak terug te dringen. Het PBL spreekt zelfs expliciet over 'dertig jaar mestbeleid' en beschrijft hoe mestwetgeving en ammoniakregels sinds die periode zijn ingezet tegen de milieuproblemen van het Nederlandse boerenbedrijf. Dat beleid heeft ook effect gehad. Tussen 1990 en 2022 daalde de ammoniakuitstoot uit de land- en tuinbouw volgens het PBL met 67 procent. Tegelijk vlakte die verbetering sterk af en veranderde de uitstoot tussen 2013 en 2021 nauwelijks. Het onderliggende probleem is al evenmin nieuw: Nederland gebruikt door zijn intensieve veeteelt veel stikstof via kunstmest, dierlijke mest en geïmporteerd veevoer, met grote uitstoot als ammoniak en gevolgen voor stikstofgevoelige natuur. Wie vandaag doet alsof een boer plotseling wordt geconfronteerd met een volstrekt nieuwe maatschappelijke eis, moet dus een indrukwekkend deel van de recente Nederlandse boerengeschiedenis overslaan. Sterker nog, het bijzondere aan de sector is eerder hoeveel tijd er is geweest om die verandering uit te stellen. Decennialang is geprobeerd de bestaande productie zoveel mogelijk overeind te houden via technische maatregelen, mestregels, uitzonderingen, subsidies en steeds nieuwe beleidsconstructies, onder druk van een intensieve lobby. Ook het huidige beleid kiest nog steeds voor een route waarbij bedrijven veel ruimte krijgen om zelf te bepalen hoe zij hun uitstoot verminderen en waarbij de overheid financieel ondersteunt bij aanpassingen. Dat is een mate van begeleiding waarvan de gemiddelde ondernemer in een verdwijnende bedrijfstak alleen kan dromen. Boer zijn is een beroep, geen erfelijk recht De verwarring ontstaat deels doordat boeren blijkbaar meer is dan alleen een economische activiteit. Mensen worden als kind voorgelezen uit boekjes over idyllische boerderijen die in werkelijkheid al lang niet meer bestaan, Boerenbedrijven zijn vaak familiebedrijven. Een boerderij kan generaties in dezelfde familie blijven. Het werk hangt samen met grond, landschap, identiteit en levenswijze. Dat maakt verandering ingrijpender dan wanneer een fabrikant besluit voortaan een ander product te maken. Alleen verandert daarmee de maatschappelijke verhouding niet. Iemand kan een diepe persoonlijke band hebben met zijn beroep zonder daarmee het recht te verkrijgen dat de rest van de samenleving de voorwaarden voor dat beroep intact houdt. Een visser heeft geen recht op een zee waarin hij onbeperkt kan blijven vissen. Een mijnwerker heeft geen recht op een eeuwigdurende kolenmijn. Een taxichauffeur heeft geen garantie dat technologie, regelgeving of vervoerspatronen nooit veranderen. En een boer heeft geen afdwingbaar maatschappelijk recht op een bepaalde veestapel, een bepaalde hoeveelheid uitstoot, een bepaalde grondprijs of een bedrijfsmodel dat alleen rendabel blijft wanneer de externe kosten ervan elders terechtkomen. Toch wordt het debat regelmatig precies zo gevoerd. Een maatregel wordt beoordeeld vanuit de vraag of boeren hun huidige bedrijfsvoering kunnen voortzetten. Wanneer het antwoord nee luidt, geldt dat op zichzelf al als bewijs dat de maatregel onredelijk zou zijn. Daarmee wordt de volgorde omgedraaid. De relevante vraag is welke veeteelt binnen ecologische, juridische en maatschappelijke grenzen mogelijk is. Vervolgens kun je bekijken hoe boeren bij de overgang daarnaartoe geholpen kunnen worden. Het uitgangspunt kan onmogelijk zijn dat de grenzen zich moeten aanpassen aan ieder bestaand bedrijf. Zonder boeren geen eten Een van de meest effectieve slogans in dit debat is: zonder boeren geen eten. Dat klopt natuurlijk. Zonder landbouw geen voedselproductie. Alleen wordt met die constatering vervolgens vaak een veel sterkere conclusie meegesmokkeld: dat Nederland daarom ongeveer evenveel boeren, bedrijven, dieren en productie moet behouden als nu. Maar er zit een enorme ruimte tussen geen boeren en minder boeren. Nederland hoeft geen land zonder landbouw of veeteelt te worden om het aantal bedrijven, de veestapel of de totale milieudruk fors te verminderen. De relevante vraag is niet of we boeren nodig hebben, maar hoeveel productie we nodig hebben, voor welke markt en onder welke voorwaarden. Dat onderscheid is extra belangrijk omdat de Nederlandse landbouw en veeteelt veel meer produceert dan nodig is om alleen Nederland te voeden. Een aanzienlijk deel van de productie is onderdeel van internationale handelsstromen. De gedachte dat iedere vermindering van de sector automatisch betekent dat Nederlandse supermarkten leeg raken, is daarom vooral retoriek. Zelfs bij een kleiner aantal boeren kan Nederland ruim voldoende voedsel produceren voor de eigen bevolking, zeker wanneer het boerenbedrijf sterker wordt ingericht op voedselproductie voor menselijke consumptie in plaats van op maximale dierlijke productie en export, waarvoor enorme hoeveelheden plantaardig voer moet worden ingevoerd. “Zonder boeren geen eten” is dus waar op ongeveer dezelfde manier waarop “zonder bouwvakkers geen huizen” waar is. Het zegt niets over hoeveel bouwvakkers er precies moeten zijn, hoeveel huizen er jaarlijks gebouwd moeten worden of welke bouwmethoden maatschappelijk acceptabel zijn. De slogan verdedigt het bestaan van de sector. Vrijwel niemand betwist dat. In het politieke debat wordt hij alleen vaak ingezet ter verdediging van de huidige omvang en structuur. Dat is iets heel anders. De eeuwige boerderij Misschien is juist het romantische beeld van de boer hier een probleem. Niemand organiseert trekkerdemonstraties om de laatste Nederlandse fabrikant van faxapparaten te redden. Een boerenbedrijf wordt sneller gezien als iets wat er altijd was en er daarom altijd moet blijven. Landbouw zal er uiteraard blijven. Mensen moeten eten. Daaruit volgt alleen weinig over de vorm waarin landbouw wordt georganiseerd, hoeveel dieren Nederland houdt, hoeveel grond daarvoor nodig is of hoeveel milieuschade een individueel bedrijf mag veroorzaken. Mensen zullen over vijftig jaar nog steeds eten. Dat betekent evenmin dat iedere boer die vandaag bestaat het recht heeft om in 2076 op dezelfde manier hetzelfde product met dezelfde hoeveelheid grondstoffen en dezelfde milieudruk te produceren. Wie van boeren werkelijk ondernemers wil maken, zal dus ook de minder romantische helft van ondernemerschap moeten accepteren: soms verandert de wereld en moet je mee veranderen. Na ruim dertig jaar waarschuwingen, regelgeving, subsidies, uitzonderingen, innovatierondes en uitstel kan moeilijk worden volgehouden dat die wereld boeren onverwacht heeft overvallen. De vraag is inmiddels vooral hoeveel langer de rest van Nederland geacht wordt te wachten tot iedereen vrijwillig besluit dat de twintigste eeuw voorbij is.

Door: Foto: Suvrajit 💭 S on Unsplash
Foto: no one cares on Unsplash

Landbouwinnovaties overlaten aan de markt, moet en kan het anders?

We innoveren erop los om efficiënter voedsel te produceren. Maar vernieuwende technologieën zoals de genetische modificatie van gewassen hebben een keerzijde: grote commerciële boerenbedrijven profiteren en kleinere, arme boeren blijven achter. Hoe creëren we een voedselsysteem dat niet alleen duurzamer is maar óók eerlijker is?

Ontbossing, verlies van biodiversiteit door monocultuur, chemische vervuiling door pesticiden en klimaatverandering. De lijst met uitdagingen voor ons voedselsysteem lijkt oneindig. Tegelijkertijd heeft de wereld steeds meer monden te voeden. Hoe lossen we dat op? “Vrijwel iedereen is het erover eens dat innovatie een belangrijke bron is om deze uitdagingen aan te gaan,” benadrukt innovatiewetenschapper dr. Koen Beumer.

Zo zorgen robotisering en automatisering van de landbouw ervoor dat ons land inmiddels 24 uur per dag bewerkt kan worden. Genetische modificatie verbetert onze landbouwgewassen door ze bijvoorbeeld ziekteresistent te maken, en met vleesvervangers proberen we de vleesindustrie drastisch te verminderen. Maar deze voedselinnovaties hebben een keerzijde, vertelt Beumer. Ze worden voornamelijk ontwikkeld via het marktsysteem gericht op het Westen. “En dat werkt ongelijkheid in de hand.”

Een tekortschietende markt

Hoe werkt dat precies? Voor het ontwikkelen en verspreiden van deze landbouwinnovaties is het marktsysteem erg effectief gebleken. “De markt is een specifiek soort economie waarbij goederen en diensten worden uitgewisseld met het gebruik van geld”, legt Beumer uit. Voor het ontwikkelen van nieuwe landbouwinnovaties, is winstmaximalisatie hierdoor de belangrijkste drijfveer. Nieuwe technologieën moeten dus geld opleveren en dat zijn ze vooral als ze op grote schaal ingezet kunnen worden.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Voedsel: schaalvergroting of ketenverkorting?

In een paar dagen kocht Unilever de Bulgaarse ijsfabrikant Darko, Plukon Royale het Duitse pluimveebedrijf Stolle en Heineken twee niet met name genoemde bierbrouwerijen in Ethiopië. In snel tempo komt steeds meer voedsel in steeds minder handen.

Dat is enigszins zorgwekkend, want over de voedselsituatie in de wereld op termijn bestaan gerede twijfels. Regelmatig hoor je filosofen al de overtuiging uitspreken dat de volgende grote oorlog een voedseloorlog zal blijken. Ik weet niet of het zo ver komt, maar ik moet eerlijk toegeven dat een dergelijk scenario ook mijn voorstellingsvermogen niet te boven gaat.

Tijdens de beurscrisis van de afgelopen weken viel al op dat voedselgiganten wereldwijd in alle chaos behoorlijk overeind bleven en regelmatig zelfs winst boekten. Dat is niet voor niets. Wie het voedsel heeft, heeft de toekomst. En in die omstandigheden is het ontstaan van steeds grotere machtsconcentraties een ontwikkeling om goed in de gaten te houden.

Toch is het niet de enige trend. Aan de andere kant van het spectrum werken de kleinschalige bedrijven onverminderd aan die andere manier om efficiënter om te springen met voedseldistributie: ketenverkorting. Steeds meer tussenhandel wordt uitgeschakeld, steeds meer voedsel gaat van producent via een minimum aan tussenstations naar de consument. Was het vijf jaar geleden voor een groot deel van de Nederlandse bevolking praktisch nog ondoenlijk om buiten een handjevol supermarkten om in een groot deel van zijn behoefte aan voedsel te voorzien, dan wordt dat vandaag de dag steeds makkelijker.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Conclusies FAO studie voedselprijzen niet eenvoudig

China en India consumeerden de laatste jaren minder graan, het is de vraag naar (graan voor) biobrandstof in het Westen die juist enorm toenam. Dit is één van de observaties die een high-level expertpanel van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) deed in haar onderzoek naar voedselprijzen. De wereldwijde voedselcrises in 2008 die volgden op een scherpe stijging van de voedselprijzen gaven aanleiding voor onderzoek naar de oorzaak van prijsvolatiliteit op de voedselmarkt. Deze prijsvolatiliteit, oftewel beweegelijkheid van de prijs, wordt bepaald door uiteenlopende factoren waaronder: handelsregels, voorraden, speculatie, vraag, productie en investeringen. Dit complexe systeem laat zich lastig vatten in one-liners. Daarom zijn de conclusies in het rapport (.pdf) van dit FAO expertpanel – waar ook de Nederlandse hoogleraar Rudy Rabbinge aan deelnam – op voorhand niet eenvoudig. De Britse kwaliteitskrant de Guardian koos ervoor om in het kader van dit FAO rapport de conflictueuze verhouding tussen voedsel- en energiegewassen te belichten. De constatering dat de opkomende economieën China en India, tegen de algemene perceptie in, juist minder graan consumeerden is opvallend.

De verwachting is juist dat er steeds meer welvarende consumenten in die landen bijkomen die meer vlees gaan eten en voor vleesproductie is immers (veel) graan nodig. Dat de sterk groeiende vraag naar biobrandstoffen in Europa en de Verenigde Staten in toenemende mate beslag legt op voedselgewassen als maïs en soja was al langer bekend. Maar wie het rapport leest ziet dat dit aspect slechts een deel van de problematiek verklaart.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Je eet 3496 liter water per dag.

Als je uitrekent hoeveel water er gebruikt wordt bij de productie van het voedsel dat wij eten, schrik je je een hoedje. Scroll je suf en ontdek hoe Angela Morelli tot het getal 3496 liter komt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gevolgen klimaatverandering op voedselproductie nu al merkbaar

CO2 is een meststof en dus goed voor plantengroei. Meer CO2 in de atmosfeer leidt dus tot meer groei. Dat is een veelgehoord argument onder klimaatsceptici. Een argument dat op zich correct is, maar volledig voorbijgaat aan (simpel gezegd) de capaciteit van CO2 om warmte vast te houden in de atmosfeer. Meer CO2 zou inderdaad moeten leiden tot meer groei, doch de (door sceptici betwiste) neveneffecten hiervan remmen de groei juist af. Een recente studie in Science heeft dit aangetoond.

Dat de planeet geleidelijk opwarmt (volgens menselijke maatstaven althans, volgens geologische standaarden uitzonderlijk snel) staat in feite buiten kijf. Dat klimaatveranderingen uiteindelijk gevolgen gaat hebben voor de voedselproductie is dan ook geen verrassing. Enerzijds kan door opwarming het groeiseizoen worden verlengd en zullen landen in een gematigd klimaat hiervan voordelen kunnen hebben. Anderzijds zullen er veel gebieden zijn, met name in ontwikkelingslanden, die meer te lijden krijgen van extreme droogte en ziektes. Droogtes leiden daarnaast tot een verhoogd verbruik van (drink)water, welke ook weer gevolgen heeft voor de dan toch al fragielere waterhuishouding in die gebieden. Ook kan in andere regio’s van de wereld extremere neerslag leiden tot misoogsten. Dat deze veranderingen nu al meetbaar blijken te zijn is echter wel een verrassing.

Allereerst, de voedselproductie neemt wel degelijk toe. Dit komt onder andere door verbeterde agrarische kennis die meer en meer wordt toegepast: slimmer grondgebruik, betere bemesting, schaalvergroting, intensivering van de landbouw, etc. Doch, zo blijkt uit de studie, die productie van maïs had theoretisch 3,8% groter moeten zijn dan nu het geval is en graan 5,5%. Aan de andere kant, rijst en soja blijken het nu juist iets beter te doen (respectievelijk 2,9% en 1,3% meer dan zonder klimaatverandering het geval zou zijn). Daarnaast schatten de onderzoekers dat klimaatverandering tot nu toe verantwoordelijk is voor 6,4% stijging van de voedselprijzen in de afgelopen 3 decennia.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Laagterecord Russische wintertarwe

Dat de Russische graanoogst dit jaar is verpieterd danwel verschroeid door een extreem droge zomer dat weet u onderhand wel. Premier Poetin stelde een exportban in, de graanmarkt paniekte en in Mozambique braken voedselrellen uit. Alhoewel er volgens sommigen geen direct verband zat tussen de rellen en de graanprijzen zit de schrik er goed in. Het laatste nieuws uit Rusland is weinig geruststellend: de akkers zijn nog steeds te droog en de ingezaaide wintertarwe wil niet ontkiemen. Met 5,8 miljoen hectare ingezaaide wintergewassen in medio september wordt een laagterecord gevestigd. Doorgaans staat er rond deze tijd gemiddeld 8,9 miljoen hectare aan wintergewassen op de Russische akkers. Het tekort heeft de oppervlakte van iets meer dan Nederland. Nu hoeft de situatie in Rusland niet de mondiale productie trend te zetten. In de Verenigde Staten willen boeren bijvoorbeeld profiteren van de gestegen prijzen en wordt er extra veel wintertarwe ingezaaid. Zo veel zelfs dat er in de US Corn Belt een zaadtekort dreigt. Een wereldregering had dus nu Russisch zaad naar Amerikaanse akkers gebracht voor een succesvolle wereldgraanproductie. Die (verantwoordelijke) wereldregering zal er wel nooit komen en dus moeten arme graan importerende landen maar hopen dat er straks dankzij onfeilbare marktwerking voldoende betaalbaar graan beschikbaar is.

Quote du Jour | Muffinman

‘Zelfs al haalde hij er geen persoonlijk voordeel uit, toch maakt hij zich schuldig aan diefstal’ [bron]

Steven De Geynst is veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel. Hij is wat men noemt een dumpster diver – hij die afval uit containers haalt om te eten of laten eten. In de wereld gaat er ongeveer de helft van alle voedsel, ‘tussen ploegschaar en afvalbak‘, verloren. In België 660.000 TON. Jaarlijks.
Nu probeer ik mij verre te houden van vergelijkingen tussen strafmaat, maar 6 maanden geven voor iets wat bijzonder discutabel als bezit kan genoemd worden lijkt me bizar. En dat brengt de vraag natuurlijk bij de rechterlijke instanties en hun 18de eeuwse opvatting over recht en onrecht. Is wat jij weggooit in een afvalcontainer nog van jou? En specifiek in het geval van supermarkten, die voor hetzelfde geld hun afval wegschenken, of zoals ik vorige week nog zag: aan de achterkant in een zakje overhandigen aan de Dakloze Met De Caddy?
Alle beursgenoteerde warenhuisketens één in de strijd: ‘Wij Gooien Weg Wat Wij Willen En Toch Blijft Het Dan Nog Van Ons!’

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Russische zaadbank cruciaal voor landbouw bedreigd met voortbestaan

Diversiteit in landbouwzaden is van levensbelang voor de voedselvoorziening. In de jaren zeventig decimeerde het grassy stunt virus de Indiase rijstoogst. Genetische weerstand tegen deze ziekte werd gevonden in maar één van de 6200 rijstsoorten (check die bizarre namen van rijstziekten). Tegelijkertijd vernietigde bacterievuur 15% van de Amerikaanse maïsoogst, resistentie werd uiteindelijk gevonden in een wilde maïssoort die alleen voorkwam in een bedreigd natuurgebied in Mexico (farmingfutures).


Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschermde de wetenschappers van het Pavlovsk onderzoeksstation hun waardevolle collectie landbouwzaden tegen de aanstormende nazi’s. De tuin viel in handen van de nazi’s, maar de onderzoekers waren daarvoor al met de zadencollectie gevlucht naar de stad. Negenhonderd dagen zaten ze in een kelder in het belegerde Leningrad. Twaalf van hen stierven de hongerdood, naast zakken rijst en aardappelen die ze niet wilde aanspreken (Croptrust). Want ze wisten dat deze collectie later van vitaal belang was voor de wederopbouw van de landbouw in de Sovjet-Unie. Tegenwoordig beheert het Pavlovsk onderzoeksstation meer dan 5000 soorten zaden en bessen waarvan 90% in geen enkele andere zaadbank te vinden is.

Maar het Pavlovsk onderzoeksstation wordt wederom bedreigd, deze keer niet door Duitse laarzen maar door de lakschoenen van projectontwikkelaars.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Klimaatverandering risico voedselzekerheid


Maplecroft brengt mondiale trends in kaart waaronder corruptie, grondstoffen, klimaatverandering en natuurrampen. Deze week publiceerde het de Food Security Risk Index 2010. Hieruit blijkt dat Afghanistan en Sub-Sahara Afrika het grootste risico lopen op voedseltekorten. Maar ook landen als Haïti en Pakistan zijn kwetsbaar door hun grote afhankelijkheid van voedselimporten. Klimaatverandering zal op het Noordelijk Halfrond gebieden in Canada, Skandinavië en Siberië geschikt(er) maken voor landbouw. Maar Maplecroft benadrukt ook de negatieve effecten van klimaatverandering op de voedselzekerheid die nu al plaatsvinden: “Climate change is having a profound effect on global food security. The heat wave in Russia (115 and medium risk) has come at the same time as devastating floods in Pakistan, which will have long term effects on the country’s food security situation. Russian brakes on exports, plus a reduction in Canada’s harvest by almost a quarter due to flooding in June, are provoking fluctuations in the commodity markets. This will further affect the food security of the most vulnerable countries”.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Volgende