De grote koloniale oorlog

Chris Kaspar de Ploeg herschrijft in zijn trilogie ‘De Grote koloniale oorlog’ vijfhonderd jaar geschiedenis vanuit het gezichtspunt van kolonialisme, racisme en het verzet van onderworpen volken, arbeiders en vrouwen. Deel 1 gaat tot en met de Tweede Wereldoorlog. Het is een indrukwekkend werkstuk gebaseerd op een enorm aantal bronnen. Die leveren verrassende feiten en gezichtspunten op die de westerse beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog en alles wat er aan voorafging op scherpzinnige wijze corrigeren en vooral ook aanvullen. De oorlog is in de meeste populaire verhalen een conflict tussen staten met een hoofdrol voor de leiders. Onze vijand was Duitsland, de kwade genius was Adolf Hitler. Vorig jaar, bij de 80e herdenking van de bevrijding, fietste ik door een Drents dorp waar aan elke boom vlaggen van bevrijders hingen: Canadese, Amerikaanse, Franse en Britse. Ik miste de vlaggen van de Sovjets die met hun Rode Leger de nazi’s de genadeklap hebben gegeven, ook al kwamen ze uiteindelijk niet zo ver als Drenthe. Grote verbazing. De rol van Sovjet-Rusland is na de oorlog snel ondergesneeuwd onder de Koude Oorlogspropaganda. Zoals ook het in de westerse landen virulente antisemitisme. Na de bevrijding was er voor de verschrikkingen van de holocaust lange tijd slechts beperkte aandacht. De bezetting van ons land door een vreemde mogendheid stond centraal en niet het fascisme. Dat was voor velen, zeker in de jaren dertig, niet het grootste probleem. De Ploeg citeert in zijn boek diverse Amerikaanse en Britse autoriteiten die zich positief hebben uitgelaten over het fascisme als tegenwicht tegen socialisme en communisme. En die ook niet vies waren van antisemitisme en racisme. Zo toonde Churchill zich in de jaren twintig enthousiast over het verbod van linkse partijen door Mussolini. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk steunden met een geheim pact de bezetting van Ethiopië door de Italiaanse fascisten. 'Untermenschen' De analyse van De Ploeg levert kritische vragen op over de intenties van de westerse geallieerden. Waarom hebben ze voorafgaand aan de oorlog niet de kans gegrepen om tegen het fascisme een pact te sluiten met de Sovjet-Unie? Hadden ze het westfront niet eerder moeten openen nadat de nazi’s begonnen waren met de uitvoering van de holocaust? Het zijn vragen die eerder zijn opgeworpen door communistisch georiënteerde historici. De Ploeg neemt hun visie over maar verbreedt het verhaal met de geschiedenis van het kolonialisme. Daar ligt wat mij betreft de belangrijkste waarde van dit boek. Gewelddadige veroveringsoorlogen hebben door de eeuwen heen volken uitgeroeid of onderworpen voor het bezit van land, grondstoffen of producten. Amitav Gosh heeft daar een indrukwekkend boek over geschreven: De vloek van de nootmuskaat. Terwijl Gosh nadrukkelijk ook de vernietiging van de natuur in zijn verhaal betrekt gaat het boek van De Ploeg vooral over de ontzagwekkende grote aantallen menselijke slachtoffers van vijfhonderd jaar imperialisme. Met als rode draad het racisme, gebaseerd op de superioriteitsgevoelens van de witte veroveraars die het grootste deel van de wereldbevolking behandelden als ‘Untermenschen’. De ideologie en de praktijk van de nazi’s zijn bepaald niet uniek. De Ploeg betoogt in zijn boek dat het in feite om een voortzetting gaat van eeuwenlang kolonialisme. Zo hadden de nazi’s zoals bekend ervaring opgedaan met concentratiekampen in Namibië. De antikoloniale auteur en politicus Aimé Césaire, geboren in de Franse Caraïbisch kolonie Martinique, heeft opgemerkt dat Hitler ‘de koloniale methoden in Europa toepaste die tot dan toe uitsluitend waren voorbehouden aan de Arabieren van Algerije, de contractarbeiders van India en de zwarten van Afrika’. En die methoden zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s bij uitstek toegepast op de Joden, Sinti en Roma en op de Slavische volken in Oost-Europa waar het Derde Rijk ‘Lebensraum’ zocht. De aantallen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in de Sovjet-Unie en omliggende landen zijn, zowel bij militairen als burgers en ook als percentage van de totale bevolking, vele malen hoger dan in West-Europa. Azië en Afrika Groot waren ook de aantallen slachtoffers van de Japanse veroveringsoorlog in China en andere Aziatische landen. Japan komt in de Nederlandse beeldvorming van de oorlog vooral aan bod als bezetter van ‘ons Indië’. Eerder al bezette Japan de Chinese provincie Mantsjoerije en voerde daar ‘totale vernietigingscampagnes’ onder het motto ‘vermoord alles, verbrand alles, plunder alles’, zo citeert De Ploeg Japanse bronnen. Net als in Duitsland en Italië was er in Japan onder keizer Hirohito sprake van een fatale combinatie van fascisme en kolonialisme. Het is niet toevallig dat deze drie ambitieuze landen bij de verdeling van de wereld in invloedssferen tot dan toe achter het net hadden gevist of, in het geval van Duitsland, hun bezittingen hadden moeten inleveren bij de overwinnaars van de Eerste Wereldoorlog. Die overwinnaars waren overigens in de Tweede Wereldoorlog in de strijd tegen de nazi’s in belangrijke mate afhankelijk van hun koloniën. Niet alleen voor grondstoffen, maar ook voor militair personeel, dat door de Britten in India werd geronseld en door de Fransen in hun Afrikaanse kolonies. Velen van hen zijn omgekomen en dat is heel lang verzwegen. ‘De grote koloniale oorlog’ laat een wereldomspannende oorlog zien en legt grootschalige verbanden die niet alle historici van deze geschiedenis zullen onderschrijven. De Ploeg neemt afscheid van een eurocentrische, nationalistische geschiedschrijving waarin de angelsaksische wereld en bondgenoten centraal staan. Dat maakt zijn benadering nuttig en ook nodig om tot een volledig begrip te komen van wat er is gebeurd. En wat er verzwegen is. Of nooit onderzocht. Zoals Nederland ontwaakte door verschillende recente boeken met getuigenissen van het lange tijd onbekende koloniale geweld in Indonesië, Suriname en de Caraïben, zo levert het onthullende, degelijk onderbouwde verhaal van De Ploeg ons nieuwe inzichten op de bredere achtergronden van de recente geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en alles wat er mee samenhing. Chris Kaspar De Ploeg, De grote koloniale oorlog, deel 1. Starfish Books, 360 p. €27,50. [inmiddels is onlangs deel 2 gepubliceerd over de Koude Oorlog en de bevrijdingsbewegingen in de vorige eeuw]

Foto: mark6mauno (cc)

Wie houdt de VS in bedwang?

Met alle ontwikkelingen op het politieke wereldprobleem vraag je je onwillekeurig af wie de ‘nieuwe geallieerden’ zullen zijn die de VS in bedwang gaan houden als het allemaal echt fout gaat. Maar wie daar vandaag naar zoekt, vertrekt eigenlijk al vanuit een historisch beeld dat misleidend is. De geallieerden van de Tweede Wereldoorlog bestonden voor die oorlog ook al niet als vanzelfsprekend ‘moreel’ blok. Ze ontstonden pas toen neutraliteit onhoudbaar werd en de kosten van afzijdigheid hoger lagen dan die van handelen. Daarvoor waren het losse staten met overlappende belangen, geen hecht front. Dat gegeven maakt de vergelijking met nu ongemakkelijk actueel.

Maar in de jaren dertig waren er in elk geval staten die Duitsland op papier de baas konden. Groot-Brittannië en Frankrijk beschikten samen over legers, industrie en imperiale middelen die Duitsland hadden kunnen afremmen of vroegtijdig hadden kunnen verslaan, mits ze bereid waren die macht in te zetten. De Verenigde Staten stonden erbuiten, maar vormden een potentiële overmacht die iedereen kende. Het probleem lag niet in een gebrek aan capaciteit, maar in terughoudendheid, verdeeldheid en uitstel.

Dat onderscheidt die periode fundamenteel van het heden. Vandaag ontbreekt een vergelijkbare constellatie. Er is geen groep staten die, zelfs theoretisch, de Verenigde Staten kan corrigeren of indammen. Europa wordt vaak genoemd, en tegelijk is duidelijk waarom dat niet werkt. Militair blijft het afhankelijk. Politiek opereert het gefragmenteerd. Economisch weegt voorzichtigheid zwaar. Op papier bestaat er geen Europese macht die de VS aankan, zelfs niet collectief.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Quote du Jour | Makkelijk zoeken op foute familie?

Anderen tonen juichend hun screenshots van de achternamen van de mensen door wie ze geobsedeerd zijn. Duk! Niemöller! Blommestijn! Zie je wel! Het zal wel familie wezen! NSB-genen!

Het Nationaal Archief, NIOD en aanverwante organisaties zijn bezig het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) digitaal openbaar te maken.

Oorlogsarchief over collaboratie

Volgens eigen zeggen is dit het grootste en meest geraadpleegde archief over de Tweede Wereldoorlog in Nederland, “met 30 miljoen pagina’s over personen die verdacht werden van samenwerking (collaboratie) met de Duitse bezetter. Naast juridische documenten bevat het CABR getuigenverklaringen, persoonlijke brieven en verhalen van slachtoffers.”

Foto: Charles Roffey (cc)

De bevrijding die dat niet was

Net als André van Duin ga ik voor Dodenherdenking liever naar het Homomonument dan naar het monument op de Dam. Toen Van Duin afgelopen dinsdag wel op de Dam aanwezig was, en daar een ontroerende speech hield, sprak hij met liefde over het Homomonument. ‘Dat wij in Nederland sinds 1987, als eerste in de wereld, zo’n monument hebben, tekent onze vrijheid: de vrijheid dat iedereen hier zichzelf mag zijn, zonder dat iemand anders daar wat van zegt.’

De geschiedenis was wranger dan dat. Het Homomonument kwam tot stand omdat homo-organisaties jarenlang bij de officiële Dodenherdenking werden geweerd. Meelopen in het formele defilé mochten ze niet, laat staan een krans leggen. Hun aanwezigheid werd gezien als provocatie jegens andere oorlogsslachtoffers en -getroffenen.

Ook in boeken over de Tweede Wereldoorlog was amper aandacht voor de homovervolging. Erger: nog lang werd gedacht dat homoseksuelen – en zij die daarvoor versleten werden – eigenlijk een plaats in een Duits kamp verdienden. De geallieerden zouden in 1948 nog bevestigd hebben dat criminelen, moordenaars en homoseksuelen in hun ogen met recht in het kamp hebben gezeten; in 1953 herhaalde de Duitse overheid dat rijtje (en voegde daar de zigeuners nog aan toe).

Toen de homobeweging opkwam, vanaf eind jaren zestig, waren de meer activistisch ingestelde homo’s het zat: ze vroegen niet braaf toestemming om mee te mogen doen, ze deden het gewoon. Twee van hen speldden zichzelf roze driehoekjes op, die voor de homo’s waren wat de gele ster voor de Joden was, en togen naar de Dam. Maar toen zij hun krans met roze linten wilden neerleggen, werden ze gearresteerd. De krans werd vernield. Dat was op 4 mei 1970.

Foto: Deutsche Fotothek‎, CC BY-SA 3.0 DE creativecommons.org licenses by-sa 3.0 de, via Wikimedia Commons

Wolfstijd

RECENSIE - ‘Zonder wrok of haat aan de dag te leggen, moet het gedrag van de Amerikanen kille vijandigheid en afkeuring uitdrukken. De Duitsers moet duidelijk worden gemaakt dat zij verantwoordelijk zijn voor de Tweede Wereldoorlog, en dat het hen niet vergeven dat ze andere volkeren onder hun heerschappij afschuwelijk hebben onderdrukt.’

Aldus een richtlijn voor Amerikaans militair personeel, even voor het einde van de oorlog. Verbroedering tussen de overwinnaars en de verslagen Duitsers moest te allen tijde voorkomen worden. Dat was de gulden regel. Een hand geven, snoep uitdelen, gezamenlijk feest vieren – het was allemaal verboden. Want álle Duitsers waren in principe schuldig aan de oorlog. Ze waren militaristisch en autoritair; ze hadden allemaal achter de Führer aangelopen en waren allemaal door het nazisysteem gehersenspoeld.

Ze hadden geen vriendelijk contact verdiend – en dat was misschien nog gevaarlijk ook. Wat dat betreft mochten de Russische soldaten veel meer. De Russische visie op Duitsers was gebaseerd op marxistische theorie. Die stelde dat het Duitse volk van arbeiders en boeren misleid was door de kapitalistische elite. Ze waren onderdrukt – en werden nu door de Russen bevrijd. Reden voor een gezamenlijk feestje!

Het geallieerde beeld van de Duitsers, gebaseerd op de pop psychology die ontstaan was rond de figuren van Hitler en ‘de Duitser’, hield zoals bekend niet lang stand. De Amerikaanse soldaten, die net hun strenge instructies hadden gehad, stonden stomverbaasd over de hartelijke ontvangst die hen overal ten deel viel (en dat terwijl men voor de Russische ‘bevrijders’ op de vlucht sloeg). Overal werden de Amerikanen als helden binnengehaald, en de samenwerking met ambtenaren en ondernemers liep van een leien dakje. Iedereen schakelde probleemloos over van hard werken voor de Führer naar hard werken voor de bezetter. Het Duitse volk had, zo leek het, een wonderbaarlijke transformatie ondergaan.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Erfgoed in Beeld (cc)

De Quay “persona gratissima” in het Koninklijk Huis

ACHTERGROND - Nederland viert dit jaar 75 jaar bevrijding. Nog altijd komt er nieuwe informatie vrij over hoe het er in die tijd in Nederland toeging. Onlangs is het tweede deel van het oorlogsdagboek van dr. Jan de Quay door het Brabants Historisch Informatie Centrum online gezet.

Direct na de bevrijding van het zuiden in september 1944 ging dr. Jan De Quay voortvarend aan de slag om het naoorlogse bestuur op het spoor te zetten van de politieke vernieuwing zoals hij dat voor zich ziet. De oude verzuilde structuren moeten plaats maken voor een nieuwe volksbeweging. In het eerste deel van zijn dagboek zie je hem netwerken in kringen van de katholieke elite, de geestelijkheid en de ondernemers. Ook meldt hij zich bij de bevelhebbers van het Militair Gezag, de representant van de Regering in Londen die het vacuüm na het vertrek van de Duitse bezetter moest opvullen. Daarbij ook Prins Bernhard, die op gezag van zijn schoonmoeder Wilhelmina zijn eigen rol opeiste ter versterking van de band van het Nederlandse volk met het Huis van Oranje .

De Quay, hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Tilburg, wordt al snel door het Militair Gezag benoemd tot voorzitter van het College voor Economische Aangelegenheden (overigens tegen de wens van de regering in Londen volgens L. de Jong in zijn Geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog, deel 10a tweede helft, p. 590-591). Hij is geen econoom, maar psycholoog. Kennelijk is dat geen probleem. Ook zijn rol in de Nederlandse Unie blijkt geen drempel op te werpen voor een rol in het bevrijde Nederland. De Unie kwam in de eerste oorlogsjaren de bezetters vergaand tegemoet. De Quay toont daarover nergens enige spijt. Hij brengt zijn ideeën over politieke vernieuwing in bij het initiatief voor een Nederlandse Volksbeweging van de groep van zeventien gegijzelden politici en wetenschappers in het gijzelaarskamp St Michielsgestel. En na de bevrijding maakt hij propaganda voor de NVB onder zijn katholieke kennissen. Met beperkt succes, de bisschoppen voelen toch meer voor een katholieke zuil en dan vooral voor de katholieke arbeiders die behoed moeten worden voor invloed van atheïstische socialisten en communisten. In het tweede deel van zijn dagboek, dat de periode van januari tot mei 1945 bestrijkt, lezen we minder over de volksbeweging. Des te meer over de contacten van De Quay met een in crisis verkerende Londense regering en een koningin die een geheel eigen koers vaart.

Foto: Alan Wilson (cc)

De B-25 Mitchell: vliegend erfgoed

COLUMN - Ook als we geen coronacrisis hadden, zou ik een flink deel van mijn tijd thuis werken. Dat gaat echter niet altijd even gemakkelijk. Als een vliegtuig overkomt, verlies ik concentratie. Dat geldt ook voor bouwvakkers of andere kabaal. Of, als ik zit te werken in de trein, voor geklets in de stiltecoupé.

Petities om de vliegbewegingen van Schiphol terug te brengen tot een aanvaardbaarder niveau, of om rolkoffers uit de Amsterdamse straten te weren, of om de stiltecoupés te voorzien van automatische schietstoelen voor mensen die blijven kletsen, zal ik ongezien tekenen. Geluidsoverlast veroorzaakt hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat we door onvoldoende bestreden geluidsoverlast elk jaar ruim tachtig extra doden hebben.

Ik sympathiseer dan ook ten diepste met de mensen in Gilze, die deze zomer klaagden over een B-25 Mitchell-bommenwerper. Die vloog nogal laag over en bleef laag overvliegen. “Je kunt buiten geen gesprek meer voeren als het gevaarte overkomt.” Heel herkenbaar. Ik zou een grap over luchtdoelgeschut maken als die grap niet al duizend keer gemaakt was.

Er is aan deze zaak een andere kant. De B-25 Mitchell is niet zomaar een bommenwerper. De Britse luchtmacht heeft deze Amerikaanse vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt om Duitse stellingen in Europa te bombarderen. Ook het 320 Dutch Squadron van de RAF vloog met dit type. De Militaire Luchtvaart van het KNIL heeft B25s gebruikt in Nederlands Indië en bij de bevoorrading van geïsoleerde dorpen na de Zeeuwse Watersnoodramp vloog de Marine Luchtvaartdienst met dit toestel. Dit is vliegend erfgoed.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Abhi Sharma (cc)

In dienst van de nazi’s

RECENSIE - © Uitgeverij Omniboek. Boekomslag In dienst van de nazis, door Paul van de WaterHet was een soort spelletje, in het beruchte Groningse Scholtenhuis. De arrestant werd omringd door vier beulen, die hem om de beurt een klap gaven met een gummiknuppel. Na elke klap liet de beul de knuppel op de grond vallen, waarna de arrestant deze moest oprapen om hem aan de volgende beul te geven. En weer een klap te krijgen.

Op een dag was het de beurt aan de opgepakte verzetsstrijder Louis Swaagman om deze behandeling te ondergaan. Swaagman zag dat één van de beulen de gehate Sleijffer was, en op het moment dat hij had opgepakt en aan hem moest geven, haalde Swaagman keihard uit en raakte Sleijffer met de knuppel vol in het gezicht.

‘De reactie van Sleijffer, ‘zo schrijft Paul van de Water, ‘was dodelijk voor zijn positie. Hij begon namelijk te huilen.’ Sleijffer herpakte zich snel, en begon hij Swaagman in blinde razernij te slaan en te schoppen maar voor zijn reputatie onder zijn collega’s was het te laat. Die vonden hem al gestoord, een sadist en een lafaard (Sleijffer ging klussen in executiepelotons en doodseskaders steevast uit de weg) maar dit incident liet zien dat hij ook een zwakkeling was. Hij had zich laten slaan én hij had gehuild.
Louis Swaagman werd door de SD afgevoerd naar het concentratiekamp Neustadt en overleed daar op 11 mei 1945.

Foto: copyright ok. Gecheckt 05-10-2022

Whisky, wapens en weelde

RECENSIE - Whisky, wapens en weelde van Herman Langeveld en Bram Bouwens is de biografie van de Nederlandse zakenman Daniël Wolf. Dat was, om eerlijk te zijn, geen naam die ik op mijn radar had. Gelukkig stapte ik onlangs in Haarlem in de trein met een heer die ik, hoewel er nogal wat jaren waren verstreken sinds ik hem voor het laatst had gezien, meteen herkende: mijn oud-docent Herman Langeveld, die me tijdens de rit naar Sloterdijk vertelde over zijn laatste boek.

Ik heb in 1985 of 1986 bij Langeveld een werkcollege gevolgd over partijpolitieke vernieuwing in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse Volksbeweging, het personalistisch socialisme, de rol van koningin Wilhelmina, de Doorbraak, het ontstaan van de PvdA en de VVD – dat soort onderwerpen. Ik vond dat destijds een ontzettend leuk college omdat het je met de neus op de archivistische feiten drukte, een genoegen dat je als oudhistoricus maar zelden kunt smaken. Later heb ik Langevelds biografie van Colijn gelezen, opnieuw met veel plezier.

En nu dus een biografie van Daniël Wolf. Iemand die zich, zoals dat heet, van krantenjongen tot miljonair opwerkte. Hij had een beetje geluk toen hij trouwde met René Gokkes (die door een schrijffout bij de burgerlijke stand geen Renée heette). Zij had een groot familienetwerk van handelscontacten, maar het was Wolf zelf die er tijdens de crisisjaren in slaagde een enorm handelsimperium op te bouwen: eerst de handel in sterke drank (zie het eerste woord in de titel), vervolgens de handel in spoorbielzen waarmee hij rijk werd, daarna het transport van wapens uit Polen en de Baltische staten naar de republikeinen in Spanje (zie het tweede woord in de titel) en als gevolg daarvan een kapitaal van rond de twintig miljoen gulden (zie het laatste woord van de titel). Dat was 1937.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De honger die ons vormde

RECENSIE - © Prometheus uitgeverij boekomslag, De hongerwinter, Ingrid de Zwarte‘Nooit in zijn geschiedenis heeft Holland zo erg als in de laatste maanden voor mei 1945 rekening moeten houden met de ondergang van zijn bevolking en de verwoesting van zijn beschaving.’

Aldus de historicus Ernst Kossmann in zijn De Lage Landen 1780-1980. Ingrid de Zwarte citeert zijn woorden in de conclusie van haar boek De Hongerwinter, als voorbeeld van de ‘krachtige mythes’ die rond de Hongerwinter zijn ontstaan.

De Hongerwinter is het verhaal van de wrede Duitse bezetter die al ons voedsel naar de Heimat versleepte. Van gaarkeukens, tulpenbollen en hongertochten naar het oosten, van uitgemergelde kinderen – maar toen waren daar ineens de Geallieerde bommenwerpers die het ‘Zweeds wittenbrood’ deden regenen. En daarmee was het leed geleden. Een verhaal van goed versus fout. Van haat versus dankbaarheid. Dat verhaal werd een van de stichtingsmythes van het nieuwe Nederland. Een mooi verhaal én een mythe, zo maakt het boek van De Zwarte duidelijk.

Onverwacht kwam de hongerwinter niet. Dat wil zeggen, al ruim vóór het uitbreken van de oorlog waren ambtenaren betrokken bij de landbouw en veeteelt doordrongen van het besef dat een eventuele oorlog het voedselproductiesysteem en de bijbehorende ketens zwaar onder druk zou zetten. Het toenmalige schrikbeeld was het ‘aardappeloproer’ in 1917; dat lag nog vers in het geheugen. Toen de Duitsers in mei 1940 onze grenzen overschreden, troffen ze dan ook een goed functionerend ambtelijk apparaat aan, centraal geleid vanuit Den Haag, met als grootste uitvoerder het Centraal Distributiekantoor in Zwolle. Dit systeem heeft tot in de herfst van 1944 goed gefunctioneerd. Bezet Nederland kreeg prima te eten. Maar vanaf september liep alles in het honderd.

Volgende