Onze democratie heeft een uitvoerende, een wetgevend en een rechterlijke macht. Is er nog een vierde macht, de bureaucratie, die ‘eigenlijk’ de baas is? Die vraag kwam bij me boven, door mijn verbazing over het verkoopplan van huurwoningen aan hun huurders. Voor het oog wanordelijk, wordt er veel geroepen over de normen voor hypotheekverstrekking (DNB, AFM, NHG) en nog meer over de HRA. Mijn beeld: het “systeem” is verhuld bezig de sociale woningbouw te verkleinen, zo niet geheel op te heffen. Dat is geen klein besluit, na ruim een eeuw woningwet.
Maar de vraag is: waarom? Geld levert het niet op voor de schatkist. De banken willen liever geen hypotheken verstrekken aan kleine verdieners en kwetsbaren. De vraag naar koopwoningen is klein tot niet bestaand. De woningmarkt is niet vlot te krijgen, door een maatregel op een deelterrein. Dus, wie wordt hier nu blij van?
In de programma’s van VVD en CDA stond het niet. Maar in het regeerakkoord staat het ineens wel. Hebben de ondersteunende ambtenaren bij de formatie een trucje uitgehaald? Bepaalt de politiek de richting of de bureaucratie?
Verhoudingen
De politieke leiding bepaalt de doelen, de ambtelijke ondersteuning levert de middelen. De doelen worden dus door de politiek gekozen, de middelen om die doelen te bereiken door ambtelijke deskundigen. Dat lijkt helderder dan het is. Doelen en middelen vormen een soort hiërarchische reeks: wat voor de één een doel is, vormt voor de ander een middel tot een hoger doel. Het doet er dus veel toe waar de aandacht precies op wordt gericht. Politiek en bureaucratie hebben hierom een soort overeenkomst over hun gedrag: de ambtenaar is in laatste instantie loyaal aan de politieke top, maar gedraagt zich ook als professioneel adviseur van die politieke top.