Is online manipulatie oké als het niet effectief is?

door Fleur Jongepier (Universitair Docent Radboud Universiteit Nijmegen). De concepten “individu” en “vrijheid” hebben in het digitale tijdperk geen betekenis meer (Yuval Noah Harari). Omdat algoritmes “ons beter begrijpen dan wij onszelf begrijpen, kunnen ze ons manipuleren op manieren die we niet kunnen begrijpen” (Jamie Bartlett). We worden door big tech bedrijven behandeld als een massa “gebruikers” die als een kudde “samengedreven” kan worden (Shoshana Zuboff). Poeh, poeh, nou, nou, zo kan die wel weer. Wordt de soep werkelijk zo heet gegeten als die wordt opgediend? Jesse Frederik en Maurits Martijn (hierna: team FrederikMartijn) plaatsen in een stuk in de Correspondent terecht de nodige vraagtekens. Online advertenties (dat is waar het de meesten die alarm slaan om te doen is) zijn, stellen zij, de “nieuwe internetbubbel”.

Foto: Crash Symbols (cc)

Een nieuwe mentaliteit

OPINIE - door Sophia van Tol, Masterstudent Filosofie en Maatschappij aan de Universiteit Groningen met een interesse in sociale en politieke filosofie.

Op 12 januari schreef Marjan Slob in de Volkskrant over de ‘paradox’ tussen de enorme welvaart waarin we leven en de groeiende golf van depressies, burn-out klachten en gevoelens van leegte die ervaren worden. De drie sprekers op een bijeenkomst van The School of Life die zij modereerde wezen beschuldigend naar de samenleving maar benoemden ook de verantwoordelijkheid van de beroepsgroep van psychische hulpverleners en die van de gedupeerden zelf. Maar hoe zit het eigenlijk met die verantwoordelijkheid?

Staatssecretaris Tamara van Ark stelde vlak voor het nieuwe jaar dat de verantwoordelijkheid voor het beschermen van de werknemer tegen burn-out klachten in eerste instantie bij de werkgever ligt. Werkgevers wijzen op de verantwoordelijkheid van hun werknemers zelf en zo heeft iedereen zijn vinger op iemand anders gericht en wordt er weinig veranderd. Maar wat als de problemen nou juist het gevolg zijn van deze mentaliteit?

De mentaliteit waarin het ieder voor zich is, niemand verantwoordelijkheid neemt en het gemeenschappelijk belang als een zwaar en vertragend blok aan het been wordt gezien van het individu als ondernemer van zijn eigen geluk? Wie hard werkt kan in principe alles bereiken, succes ligt voor iedereen binnen handbereik door te optimaliseren en concurreren, te ondernemen en ontwikkelen en door te beheersen, disciplineren en te observeren. Maar is dit realistisch?

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Vrijheid anno nu: keuzestress of slavernij?

Vrijheid betekent tegenwoordig dat ieder individu zijn eigen leven kiest. Maar zij wij nu eigenlijk wel zo vrij als we denken? Is onze huidige vrijheid niet een illusie? Gastredacteur Klokwerk gaat in op deze filosofische vrijheidsvragen.

Op 18, 19 en 20 april 2012 werd de VARA-documentaire “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap” uitgezonden. In die documentaire werd kortweg gesteld dat ons denken over vrijheid doorgeschoten is ten opzichte van de andere twee waarden.

In het eerste deel van de documentaire wordt een beeld geschetst van onze samenleving waarin vrijheid niet meer zomaar het zich vrijvechten van onderdrukkers is. Eerder wordt vrijheid nu opgevat als de absolute vrijheid van anderen: het individu kiest voor zichzelf het meest perfecte leven.

Dit heeft, zo beweert de documentaire, zeer nadelige gevolgen. Vrijheid is hier namelijk een examen mee geworden, en de veelheid van keuzes leidt tot keuzestress. Het gemiddelde bereiken is voor ons vrije individuen niet bevredigend genoeg: de gemiddelde burger voelt zich daarom een verliezer. Ook blijven de maatschappelijke gevolgen niet uit. Een cultuur van hoge doelstellingen en hoge beloningen aan de bovenkant van de samenleving wakkert de hebzucht aan en nodigt uit tot fraude, waardoor aan de top ruimte komt voor een gewetenloze graaicultuur: ziehier de crisis.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waarom Links?

Wouter Leenders stelde mij op twitter een vrij simpele vraag: Of ik wel eens wat had geschreven over liberalisme en economie. En dan specifiek over de vraag waarom de overheid wel mag interveniëren in de economische sfeer en niet in de culturele sfeer.

De vraag is of mijn epistemische liberalisme, dat uitgaat van de centrale stelling dat we niet weten wat het beste individuele levensplan is te verenigen is met linkse sociaal-economische politiek. De overheid kan mensen misschien niet opleggen hoe ze moeten leven, de overheid moet wel interveniëren om de vrijheid van mensen te beschermen: we rechtvaardigen de interventie van de politie door te stellen dat we zo inbreuken op individuele vrijheid kunnen voorkomen. Maar kunnen we ook economische interventie zo rechtvaardigen?

Er zijn denk ik drie lijnen van argumentatie waardoor we individuele vrijheid en economische interventie kunnen verenigen. Ik laat me uiteindelijk inspireren door drie filosofen: de ideeen van John Rawls, over gerechtvaardigde ongelijkheid,de ideeen van Dworkin, over gelijke uitgangsposities en verdiende en onverdiende ongelijkheden, en die ideeen van Van Parijs over ‘echte’ vrijheid:

Ten eerste om individuele negatieve vrijheid te beschermen. Er is een grote machtsongelijkheid tussen werkgevers en werknemer (en tussen producenten en consumenten): in een ‘vrije markt’ kunnen werkgevers werknemers uitbuiten. Omdat bedrijven veel machtiger zijn dan individuele werknemers en omdat werknemers voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van die bedrijven kunnen bedrijven in een ‘vrije markt’ werknemers dwingen om vrijheden in te leveren, te werken onder gevaarlijke omstandigheden of lonen te accepteren die lager zijn dan het bestaansminimum. De overheid moet ingrijpen om ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers en consumenten, – de zwakkere partijen – worden beschermd. Denk aan het minimumloon, het recht op collectieve onderhandeling door werknemers, wetten over arbeidsomstandigheden.