De islamitische Reve
Weet u het nog? De islamitische wereld kan geen Gerard Reve opleveren, zo verkondigde Geert Wilders afgelopen februari, met de stelligheid van iemand die de geschiedenis heeft bestudeerd.
Nu was al duidelijk dat Wilders’ beweringen over de intrinsieke achterlijkheid van de islamitische cultuur nonsens waren, maar zoals de Reve-special van het literaire tijdschrift Tirade uit 1983 duidelijk maakt, heeft de Nederlandse dichter zijn meest godslasterlijke uitspraken regelrecht overgenomen van een islamitische mysticus.
Abû al-Hasan al-Shustarî (1212-1269) werd in Andalusië geboren. Hij maakte aanvankelijk carrière als zoon van een welgestelde ambtenaar, maar bekeerde zich echter tot het soefisme, de mystieke tak van de islam. Shustarî gaf zijn rijkdom op en maakte vele omzwervingen, waaronder enkele bedevaarten naar Mekka. Hij zou uiteindelijk in Egypte komen te overlijden.
Zijn bekendheid dankt hij echter aan zijn gedichten, waarvan dit er één is:
-
- Ik ben geenszins gebouwd voor het werk van een ezel
-
- die men beukt op zijn rug, ook al kan hij niet meer.
-
- Maar ik heb geen geliefde die zoet en meegaand is.
-
- Ik had gezegd: ‘Kom bij mij, je krijgt ruimschoots je deel’
- ‘Wat gaan wij dan doen?’, vroeg hij lief en zachtaardig.
