Yay! Het nieuwe kabinet gaat ‘aan de slag’!

Je hebt kabinetsmotto's en kabinetsmotto's. Van de weidse ambitie van “Samen werken, samen leven” tot de technocratische mildheid van “Bruggen slaan”, de taal van kabinetten probeerde altijd iets groots te suggereren. Besturen als morele missie. Politiek als verheven project. En toen kwam: “Aan de slag”. Yay. Geen belofte. Geen toekomstvisie. Geen samen. Geen vertrouwen. Geen verantwoordelijkheid. Alleen dit. Een zin die ook op een bouwbord langs de A7 had kunnen staan. Of op een vergeeld A4’tje in een buurtcentrum. Of op een koffiemok van een middelmatig consultancybureau. “Aan de slag”. Alsof Nederland een half afgemonteerde Billy-kast is en iemand eindelijk heeft besloten de inbussleutel te pakken. Met frisse tegenzin uiteraard. Managementtaal op zijn kaalst Eerdere kabinetten probeerden het nog. “Samen werken, samen leven” wilde harmonie uitstralen. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” probeerde ideologie te verkopen als morele noodzaak. “Vertrouwen in de toekomst” was waarschijnlijk een collectief verzoek om vooral niet te kritisch te kijken naar wat er in het nu misging. “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” was bestuurlijke multitasking in één zin. Allemaal vaag. Allemaal leeg. Allemaal marketing. Natuurlijk. Maar ze deden tenminste nog alsof er een idee achter zat. “Aan de slag” doet dat niet eens meer. Dit is managementtaal in zijn meest uitgeklede vorm. Geen verhaal, geen kader, geen richting. Alleen activiteit. Beweging. Drukte. Iets doen. Maakt niet uit wat. Het is het soort zin dat je hoort op een teamdag waar niemand zin in heeft. “Oké mensen, genoeg geluld, aan de slag.” Politiek als Ikea-project Het motto klinkt niet als een regeringsvisie, maar als een montage-instructie. Stap 1: haal onderdelen uit de doos. Stap 2: raak schroeven kwijt. Stap 3: twijfel of je het goed doet. Stap 4: zet het toch maar neer. Wil je iets doen aan Groningen? Aan de slag. Wil je de woningmarkt vlot trekken? Aan de slag. Wil je de asielopvang hervormen? Aan de slag. Wil je de stikstofcrisis oplossen? Aan de slag. Het motto is universeel toepasbaar en tegelijk totaal betekenisloos. Het vertelt niets over prioriteiten, keuzes of offers. Het zegt alleen: er wordt bewogen. Er wordt gewerkt. Er wordt gedaan alsof. Alsof politiek vooral een kwestie is van voldoende uren maken. De angst om iets te beloven Misschien is dat geen toeval. “Aan de slag” is een slogan zonder risico. Wie kan er tegen zijn? Niemand is tegen werken. Niemand is tegen aanpakken. Niemand wil dat een kabinet op de bank blijft liggen terwijl het doomscrollt op Insta. Maar een motto met inhoud verplicht. Wie “vertrouwen” belooft, moet vertrouwen leveren. Wie “samen” zegt, moet laten zien wie erbij hoort. Wie “vrijheid” roept, moet uitleggen voor wie. “Aan de slag” verplicht tot niets. Je kunt falen, vertragen, uitstellen, heronderhandelen en alsnog zeggen: we waren bezig. We waren aan de slag. Het is het perfecte alibi voor bestuurlijke niksigheid. Van visie naar bezigheidstherapie Waar kabinetten vroeger nog deden alsof ze een richting hadden, is nu alleen nog bezigheid over. Politiek als voortgangsrapport. Bestuur als takenlijst. De slogan past bij een tijd waarin ideologische scherpte wordt gezien als gevaarlijk, en duidelijke keuzes als polariserend. Alles moet beheersbaar blijven. Alles moet kunnen worden bijgesteld. Alles moet in principe teruggedraaid kunnen worden. Dus krijg je geen visie, maar activiteit. Niet: hier willen we heen. Maar: we zijn bezig. Pretentieloos tot het pijn doet “Aan de slag” is geen motto. Het is een gebruiksaanwijzing zonder doel. Een slogan die vooral verraadt hoe weinig er nog durft te worden gezegd. Geen droom. Geen project. Geen verhaal. Alleen maar: we gaan wat doen. Nederland als Ikea-pakket. Regeren als montageklus. En als het straks wiebelt of in elkaar stort, kunnen we altijd zeggen dat we ons best hebben gedaan. We waren tenslotte aan de slag.

Door: Foto: gokhan polat on Unsplash

De formatie: titel kabinet gezocht!

Rob Jetten, de komende premier namens D66, erkent dat de formatie van het nieuwe kabinet met VVD en CDA (nog) niet rond is, vooral omdat de financiële knopen nog niet zijn doorgehakt. Maar de titel van het kabinets- en regeerakkoord staat al wel vast zei Jetten, zonder die titel te onthullen.

Voor de lezers van Sargasso een uitnodiging: denk mee over wat die titel zou kunnen zijn. Wat vangt zo’n toekomstig minderheidskabinet eigenlijk? Hoe vat je, in een paar woorden, de politieke smurrie samen waar Jetten, Yesilgöz en Bontenbal zich door worstelen? Suggesties zijn welkom, meerdere per persoon, prijs: eeuwige roem (of iets wat erop lijkt).

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: De interruptie microfoon in de plenaire zaal van de Tweede Kamer Credit: www.tweedekamer.nl

66 zetels en geen richting: het kabinet dat niemand echt wil

Het wordt dus een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA met samen 66 zetels. Een typisch symptoom van politieke uitputting. Dat het als serieuze optie wordt gepresenteerd, zegt minder over bestuurlijke moed dan over de mate waarin de Nederlandse politiek vastgelopen is in haar eigen uitsluitingslogica. Dit kabinet ontstaat niet omdat het inhoudelijk klopt, maar omdat bijna alles wat wél zou kunnen, vooraf al onbespreekbaar is verklaard, vooral door de VVD, die het formatieproces gijzelde.

Formeel is een minderheidskabinet volkomen legitiem. In de praktijk betekent het dat het kabinet structureel afhankelijk wordt van partijen die het zelf niet wil omarmen, maar wel nodig heeft om te overleven. Dat vergt openheid, onderhandelingsbereidheid en een zekere ideologische bescheidenheid. Precies die eigenschappen ontbreken bij de drie partijen die hier samen optrekken. De VVD wil regisseren zonder toe te geven. D66 wil hervormen maar weet niet waar voldoende medestanders te vinden zijn. Het CDA wil relevant blijven maar weigert te kiezen. Samen leveren ze geen experimentele bestuursvorm op, maar een permanente formatiefase.

Wat hier verkocht wordt als pragmatisme, is in werkelijkheid het ontlopen van politieke verantwoordelijkheid. Dit kabinet heeft geen gezamenlijk verhaal over de richting van het land. Er is geen gedeelde analyse van de crises die spelen, alleen een gedeelde wens om niet opnieuw te hoeven onderhandelen met partijen die inhoudelijk of electorale risico’s opleveren. Dat leidt tot beleid dat per dossier moet worden bijeengeschraapt, met wisselende meerderheden en steeds weer nieuwe concessies. Besturen wordt zo een tactisch spel, geen politieke keuze.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Het is toch een act dit

Afgelopen weekend speelde Sam Bettens van K’s Choice een ietwat, eh, geactualiseerde versie van hun megahit ‘Not an addict‘, in ‘Even tot Hier’. Hij vraagt zich af hoe het nou verder moet de formatie, en noemt het gesteggel ’typisch Nederlands’, een subtiel grapje van de Belg, neem ik aan.

Foto: Bas Bogers (cc)

Minder Minder PVV

COLUMN, OPINIE - “Ik zal niets nalaten om te voorkomen dat Wilders aan de macht komt”. Aldus Timmermans op zijn partijcongres afgelopen zaterdag.

Dat Wilders die uitspraak interpreteert als een oproep tot geweld, zegt vooral iets over zijn eigen verrotte manier van denken. Zoals de waard is vertrouwt-ie zijn gasten.

Een normaal mens  begrijpt dat binnen de context waarin de uitspraak gedaan is, namelijk een politieke, democratische bijeenkomst en dat Timmermans bedoelt dat hij alle politíeke middelen zal gebruiken om te voorkomen dat Wilders aan de macht komt. Hij heeft zich tot voor kort zelfs redelijk afzijdig gehouden van die hele formatie – totdat hij een deadline stelde waarbinnen de formerende partijen eruit moeten komen. Wat heel logisch is, gezien het eindeloze ge-emmer van die vier, die ondertussen zeiken dat het demissionaire kabinet doorregeert. Ja wat wil je dan, dat we het hele land platleggen terwijl jullie elkaar de tent uitvechten?

Wat me ook ergert, is de reactie van het Wilders-voetvolk op zijn belachelijke oproep om aangifte tegen Timmermans te doen. Koekje van eigen deeg – een antwoord op een soortgelijke oproep van Timmermans na de “minder-minder Marokkanen”-uitspraak van Wilders. Want dát kun je niet anders interpreteren dan dat hij de Marokkanenpopulatie wil decimeren, al zegt-ie er niet bij hoe – dat mag je zelf bedenken.

Foto: Roel Wijnants (cc)

‘Loser’ zijn of ‘loser’ spelen?

Het begon met een vroom gestelde tweet, waarin Geert Wilders zei dat hij het premierschap prijs gegeven had omdat hij daarvoor onvoldoende steun had gevonden bij zijn gesprekspartners in de kabinetsformatie van VVD, NSC en BBB. Maar de totstandkoming van een rechts kabinet was belangrijker dan zijn persoonlijke ambities, zo schreef hij. Zo wisten wij allemaal dat Geert Wilders, lijsttrekker van de grootste partij in de Tweede Kamer, geen minister-president zou worden.

Lang duurde deze sereniteit echter niet. Toen hij voor de tv werd geïnterviewd, meldde hij dat hij het gebrek aan steun voor zijn premierschap ‘unfair’ vond, ‘ondemocratisch’ en ‘staatsrechtelijk onjuist’. De leider van de grootste partij bij verkiezingen werd immers premier? Daarbij liet hij en passant weten (zonder namen te noemen) dat BBB zijn premierschap wel had willen aanvaarden, de VVD dat liever niet wilde maar er ook niet ‘dwars voor had willen gaan liggen’, maar dat NSC dat niet acceptabel had gevonden.

Allereerst maar even de onjuistheden in Wilders opmerkingen.

De grootste partij bij verkiezingen krijgt in Nederland lang niet steeds het premierschap. Zoals in 1977 kan een partij de grootste zijn maar toch in de oppositie terecht komen, zoals de PvdA met Joop den Uyl in dat jaar overkwam en in 1982 opnieuw. Voorts kan een partij de grootste zijn en ook het premierschap verwerven, maar dat hoeft niet de partijleider te zijn. Zo werd in 1959 de KVP de grootste, maar werd niet partijleider Carl Romme maar de van buiten komende Jan de Quay de premier.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Schermafbeelding video @ Tweede Kamer staande ovatie voor Renske Leijten

Het einde van het coalitiesysteem

Open brief aan de informateur en leden van de Tweede Kamer:
Stop de coalitieonderhandelingen! Het zou veel beter zijn het kabinet direct te kiezen, zonder coalitieakkoord.

Geachte heer Ronald Plasterk,
beste leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal,

Wat te gebeuren stond gebeurde ook: de formatie is vastgelopen, tot chagrijn van ongetwijfeld u zelf, maar vooral de kiezer. Wekenlang is er in het geheim onderhandeld, en het resultaat? Niets. Partijen die elkaar de schuld proberen te geven en een snel dalende sfeer. Iedereen begrijpt dat de vorming van een kabinet zeker nog enkele maanden op zich zal laten wachten. Een kabinet installeren voor de zomer lijkt alweer geen haalbare kaart meer.

Maar u weet ook: een zogenaamd positief resultaat van de besprekingen zou ook bij veel mensen tot onvrede geleid hebben, en niet alleen bij de niet-formerende partijen. Coalitieakkoorden zijn namelijk de facto compromissen, waarbij de partijen die deelnemen altijd concessies moeten doen, en daarmee voor de kiezer een deel van hun gezicht en betrouwbaarheid verliezen. Het is precies daarom dat het voor u zo moeilijk is om een coalitie te vormen.

Hoe nu verder? Uw collega Pieter Omtzigt pleit voor een extraparlementair kabinet, maar is onduidelijk over hoe een en ander vorm te geven. Wellicht heeft hij daar ook nog geen duidelijke ideeën over. In dat geval zou ik u er graag één aan de hand doen. Want het kan zo helder en simpel zijn, en zoveel beter. Het vergt een beetje omdenken, maar het is er wel de tijd voor. Naar mijn idee heeft het coalitiesysteem namelijk zijn langste tijd gehad, en kan het beter vervangen worden door een volkomen ander systeem.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Nieuw: ministers zonder tijd

COLUMN - van Prof.Dr. Bert van den Braak

Zijn aanstelling als informateur was voor Wouter Koolmees reden om zijn werkzaamheden als minister neer te leggen. Inmiddels is er een scala aan soorten ministers: echte, ministers zonder portefeuille, projectministers, tijdelijk waarnemende ministers, ministers zonder taken en ministers die geheel of deels op non-actief zijn. Je kunt je afvragen of dat wenselijk is.

Omstandigheden maakten vervanging van ministers geregeld nodig, waarbij problemen met de gezondheid het vaakst voor kwam. Lange tijd werd dan een andere minister tijdelijk waarnemer. In 1906 liet minister Kraus van Waterstaat zich overigens enige maanden vervangen vanwege een opdracht als ingenieur in Chili, waartoe hij zich eerder contractueel verplicht had.

Er zijn talrijke voorbeelden van tijdelijke vervangingen. Marga Klompé verving bijvoorbeeld enkele keren de door ziekte uitgeschakelde minister van Onderwijs Jo Cals. Zij loodste toen zelfs belangrijke wetsvoorstellen door het parlement.

In 1987 vond voor het eerst een tijdelijke wisseling plaats, waarbij zelfs een staatssecretaris tot minister werd gepromoveerd. Minister Kees van Dijk werd vanwege een operatie vervangen door zijn collega Jan de Koning en diens portefeuille werd overgenomen door staatssecretaris Louw de Graaf. Van Dijk bleef echter wel minister. Erik Jurgens wijdde daar een kritische beschouwing aan.

Het voorbeeld uit 1987 kreeg onder Rutte III navolging toen minister Kajsa Ollongren vanwege gezondheidsproblemen was uitgeschakeld. Staatssecretaris Raymond Knops werd tijdelijk minister. Ollongren bleef wel minister, zoals dat eerder ook het geval was met Ronald Plasterk, die in Rutte II eveneens tijdelijk werd vervangen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Roel Wijnants (cc)

De ChristenUnie heeft wèl een sleutel tot de formatie in handen

COLUMN - De formatie lijkt een patstelling, ook nadat Kaag dit weekend met haar ogen knipperde. Maar is het niet. Vijf middenpartijen kunnen alleen bewegen door hun verlies te nemen en weigeren dat allemaal. Maar de zesde partij heeft de oplossing in handen. Door een stap te zetten waarbij ze zelf wint, kan ze de formatie vlot trekken. Het probleem is dat ze niet bij machte lijkt haar macht ook echt te gebruiken.

Vijf partijen hebben zichzelf in een positie gemanoeuvreerd, waar ze niet zonder gezichtsverlies uitkomen. Dat geldt voor VVD en CDA als ze alsnog met GroenLinks en de PvdA gaan onderhandelen. Dat geldt voor de PvdA en GroenLinks als ze elkaar loslaten. En dat geldt voor D66 als ze alsnog met de ChristenUnie om tafel gaat.

Diezelfde posities zetten zich voort in het alternatief dat Kaag dit weekend nogmaals aanhaalde. Een zespartijenkabinet met ChristenUnie, maar dus ook met de PvdA en GroenLinks. Een optie waarvan Rutte eerder heeft aangegeven daar niets in te zien. Meer partijen dan nodig voor een meerderheid en niet stabiel (waarmee hij niet op het CDA doelt). Maar waarmee hij vooral zegt niet met links te willen. En dat is precies wat Kaag wel blijft willen.

Volgende