Europese parlementsleden uit Litouwen, Estland, Tsjechie, Hongarije en Slowakije pleiten voor een verbod op communistische symbolen zoals de hamer en sikkel. Niet toevallig bespreken de EU-leden deze maand de mogelijkheid om Nazi symbolen te verbieden. Net als het hakenkruis verwijzen de hamer en sikkel naar een wreed regime, zo luidt de gedachtengang achter het voorstel. Uit de ophef over de Engelse prins Harry die een Nazi uniform naar een feestje had aangedaan, onstond eerder het voorstel om Nazi symbolen te verbieden. Duitse europarlementariers opperden dat het in Duitsland al bestaande verbod voor heel Europa zou moeten gelden.
Het is begrijpelijk dat de voormalige oostblokkers een gelijke behandeling voor de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis opeisen, maar hun wens versterkt de twijfel of er uberhaupt een verbod op bepaalde symbolen ingesteld moet worden. Namens welke symbolen zal er in de toekomst naar een verbod worden gesolliciteerd? Ik huiver bij de gedachte aan de ongepaste wedstrijden leedvergelijking waarmee de overheid zich zal moeten inlaten bij de beoordeling van symbolen met een dubieuze lading. Bovendien laat het starre instrument van een verbod op bepaalde symbolen amper ruimte om per geval afwegingen te maken. Ook zijn de nodige vraagtekens te plaatsen bij de handhaafbaarheid van zo’n verbod. Niet toevallig was een van de eerste zaken waarin de beperking van het nationale recht op internet zich in volle glorie openbaarde een zaak over Nazi memorabilia. De Franse rechter had Yahoo opgedragen om een veilingsite met SS zwaarden, hakenkruizen, propagandafilms, foto’s van slachtoffers uit een concentratiekamp en replica’s van Zyklon B houders.voor Franse bezoekers ontoegankelijk te maken. Maar de Amerikaanse rechtbank ging hier lijnrecht tegenin en beoordeelde de Franse uitspraak als een ontoelaatbare inperking op het ‘first amendment’ (Franse organisaties hebben tegen het Amerikaanse vonnis hoger beroep ingesteld).