Een zwarte hoogleraar faalt nooit alleen

Jason Arday is dood. De Britse socioloog, die in 2023 op 37-jarige leeftijd de jongste zwarte hoogleraar in de geschiedenis van Cambridge werd, werd donderdag dood aangetroffen in zijn woning in Londen. De politie beschouwt zijn overlijden niet als verdacht. In de weken ervoor raakte Arday verwikkeld in een steeds breder onderzoek naar zijn academische werk en levensverhaal. Wat begon met beschuldigingen van plagiaat in zijn proefschrift, groeide uit tot vragen over publicaties, functies, fondsenwerving, sportprestaties en zelfs zijn jeugd. De Volkskrant kopte: ‘In opspraak geraakte ex-hoogleraar aan Cambridge Jason Arday dood gevonden’. Feitelijk klopt dat. Arday was in opspraak geraakt, en het artikel zet 'neutraal' neer waarvan hij beschuldigt werd. Maar de volkskrant zegt ook een hoop niet. Want wat in deze zaak niet genegeerd kan worden, is dat die opspraak zich ontwikkelde in een context waarin raciale aannames en raciale verdenking een steeds grotere rol gingen spelen. En dat begon al met de persoon die dit alles aan het licht bracht. Wie begon te graven? Een belangrijk deel van de recente beschuldigingen kwam van Nathan Cofnas, een filosoof die zelf aan Cambridge verbonden was en zich nadrukkelijk keert tegen diversiteitsbeleid. Cofnas noemt zichzelf een ‘rassenrealist’ en raakte eerder in opspraak met publicaties over ras en intelligentie. Hij haalde Ardays proefschrift door plagiaatsoftware en publiceerde zijn bevindingen onder de veelzeggende titel DEI Fraud and Cover-Up at Cambridge. Daarmee werd de verdenking vanaf het begin gekoppeld aan een politieke these: Arday was voor Cofnas niet alleen een wetenschapper die mogelijk plagiaat had gepleegd, maar een voorbeeld van wat er volgens hem misgaat wanneer universiteiten diversiteit nastreven. Wetenschappelijke integriteit interesseerde hem minder dan de zwarte persoon die daar niet had mogen zijn. Hij zocht gewoon een stok om hem mee te slaan, en vond deze. Vervolgens pakten onder meer Britse media de beschuldigingen op en werd ook naar andere onderdelen van Ardays cv en levensverhaal gegraven. Dat maakt de herkomst relevant: eventuele fraude moet op haar eigen merites worden beoordeeld, terwijl de campagne eromheen vanaf het begin onderdeel was van een veel bredere ideologische strijd over ras, meritocratie en DEI. Van werk naar persoon Opvallend is dat de beschuldigingen niet nieuw waren. Eerder was zijn werk al beoordeeld door de Liverpool John Moores Universiteit en werd Arday vrijgesproken van wetenschappelijk wangedrag en werd geoordeeld dat de overeenkomsten het gevolg waren van ‘eerlijke en begrijpelijke fouten’, veroorzaakt door een gebrek aan academische begeleiding in de beginfase. Maar dit keer bleef niet bij zijn werk. Zijn cv, zijn liefdadigheidsactiviteiten, zijn sportprestaties en uiteindelijk zijn persoonlijke levensverhaal werden opnieuw doorgelicht. Op een gegeven moment ging het niet meer alleen over wat hij had gedaan, maar over wie hij was en daarbij speelde racisme een steeds zichtbaardere rol in hoe dat “wie” werd geïnterpreteerd. Het recht op individueel falen In een interessant essay over deze zaak wijst Indie George op een ongemakkelijke realiteit: niet iedereen beschikt over het recht op individueel falen. In het geval van Jason Arday werd zijn falen niet neutraal benaderd. Omdat hij een zwarte hoogleraar was die volgens sommigen symbool stond voor diversiteitsbeleid, werd zijn mogelijke fout al snel gelezen in een raciaal kader. Zijn werk werd niet alleen beoordeeld op academische integriteit, maar ook op de vraag of een zwarte man wel “terecht” op deze positie was gekomen, of zelfs maar kon komen. Dat is een klassieke vorm van institutioneel en cultureel racisme: niet alleen openlijke discriminatie, maar het structureel anders interpreteren van dezelfde feiten afhankelijk van iemands huidskleur. Een witte academicus die plagiaat pleegt, blijft in de regel een individu die een fout heeft gemaakt. Zijn falen wordt niet automatisch een bewijs dat “witte mensen niet thuishoren in de academie” of dat “meritocratie faalt door witte benoemingen”. Bij Arday gebeurde precies dat wel. Zijn mogelijke fouten werden al snel gebruikt als bewijs tegen diversiteitsbeleid zelf. Zijn zwarte identiteit werd zo een lens waardoor zijn werk niet alleen werd onderzocht, maar ook verdacht werd gemaakt. Dat is geen neutrale analyse meer, maar een raciaal geladen verschuiving: van individuele verantwoordelijkheid naar collectieve verdenking. Wanneer racisme bepaalt wat “verdacht” is Zodra iemand niet meer alleen als individu wordt gezien, maar als representant van een raciale groep, verandert de betekenis van fouten fundamenteel. In Ardays geval werd zijn academische integriteit niet alleen getoetst, maar ook gebruikt om impliciete raciale aannames te bevestigen: dat zwarte academici “extra controle” nodig hebben, dat hun succes uitzonderlijk moet worden verklaard, en dat hun fouten systemisch betekenisvol zijn. Dat is precies hoe racisme in moderne contexten vaak werkt: niet via expliciete uitsluiting, maar via een asymmetrische last van bewijs en wantrouwen. Een onregelmatigheid wordt een patroon. Een twijfel wordt een bevestiging van een vooraf bestaand vermoeden. En dat vermoeden is in dit geval niet neutraal, maar raciaal gekleurd. En dat maakt zijn zaak groter dan alleen hemzelf: het laat zien hoe racisme niet alleen bepaalt wie ergens binnenkomt, maar ook hoe iemands fouten worden gelezen zodra die persoon er eenmaal is.

Door: Foto: AnveshPandra (cc)
Foto: Alexander Grey on Unsplash

Razendsnel terug naar aandeelhoudersmoraal

Jarenlang presenteerden bedrijven zich als morele voortrekkers. Duurzaam, inclusief, klimaatbewust, maatschappelijk betrokken. Elk jaar een dik ESG-rapport. Elke kwartaalpresentatie een slide over ‘purpose’. Het leek soms wel alsof het kapitalisme eindelijk therapie had gevolgd en tot zelfinzicht was gekomen. Maar bij al deze grote en veelbelovende woorden moesten we natuurlijk wel geduld hebben. Want verandering kost tijd.

Die fase blijkt ‘verrassend’ kwetsbaar voor politieke windrichtingen. Zodra overheden naar rechts schuiven, regels afzwakken en toezicht relativeren, verdampt het morele vocabulaire. Per direct. Wat gisteren nog kernwaarde heette, heet vandaag overbodige ballast. Verantwoord ondernemen blijkt vooral afhankelijk van de vraag hoeveel tegenmacht er bestaat.

Daar komt bij dat vrijwel al deze maatregelen geld kosten. Schonere productie, betere arbeidsomstandigheden, uitgebreide moderatie, diversiteitsprogramma’s: ze drukken op marges. Of internaliseren kosten die anders zouden worden afgewenteld op de samenleving. In een systeem waarin aandeelhoudersrendement maatgevend blijft, geldt moreel gedrag al snel als concurrentienadeel zodra de politieke bescherming wegvalt.

Klimaat zonder tegenwind

Op klimaatgebied is de terugtocht zichtbaar. Oliebedrijven schuiven investeringen in hernieuwbaar naar de achtergrond. Luchtvaartmaatschappijen relativeren hun net-zero-doelen. Autofabrikanten herontdekken de verbrandingsmotor.

Niet omdat het technisch niet kan, maar omdat het politiek weer mag. Subsidies verdwijnen. Normen worden afgezwakt. Klimaatbeleid wordt geframed als ‘linkse hobby’. In dat vacuüm hervindt de fossiele industrie haar zelfvertrouwen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Quote du Jour | Diversiteitsdenken als statussymbool

De linkse partijen voeren een verliezersstrategie met die aandacht voor diversiteit. Maar dat hebben ze zelf niet door. Deels is dat diversiteitsdenken oprechte zorg, maar het is ook een middel om jezelf te onderscheiden. Met het aanhangen van bepaalde ideeën over diversiteit, laat je zien tot welke groep je behoort, dat je de taal spreekt van de bovenlaag. Het is status. Vroeger onderscheidde je je met een duur horloge, nu laat je met deze discussie zien dat je bij de culturele bovenlaag behoort.

Foto: Vrouwe Justitia. Bron: pixabay.com

Politiekledingvoorschrift geeft voeding aan debat

OPINIE - Met het kledingvoorschrift voor de politie én haar politieke dictaat heeft minister Yeşilgöz de discussie over het al dan niet mogen of kunnen dragen van religieuze symbolen bij geüniformeerde beroepen onbedoeld juist een nieuwe impuls gegeven. Diversiteit, inclusie, antidiscriminatie en representatie maken daar onlosmakelijk onderdeel vanuit. Vrouwen als Sarah Izat, Esma Kendir, Saida Derrazi en vele anderen maken ons dat dagelijks duidelijk. Het gaat hier om mensenrechten en keuzevrijheid.

Op 20 juni organiseerde ik in opdracht van het bureau van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) in Haarlem een sessie over Neutraliteit & Inclusie, die toespitste op het al dan niet kunnen of mogen dragen van religieuze symbolen bij geüniformeerde beroepen. Een week later lag er een kledingvoorschrift voor de politie. “Ik hoop dat de discussie klaar is en dat er niet langer over de ruggen van agenten een politieke discussie wordt gevoerd over dit onderwerp”, liet verantwoordelijk minister Dilan Yeşilgöz (VVD) weten.

Sessie in Haarlem

In zijn inleiding liet godsdienstwetenschapper en moraalfilosoof Patrick Loobuyck van de Universiteit van Antwerpen nog eens – en zo bleek niet overbodig – zien dat neutraliteit vele soorten en maten kent en maakte hij ook korte metten met het misbruik van het beginsel scheiding van Kerk en Staat.

Foto: Bron: eigen foto Karin van der Stoop

Nog eens een marktdag (deel 5)

COLUMN - –wat hieraan vooraf ging–

Amsterdam, 20 juni 2023

Vandaag ga ik naar de markt – alweer ja, in dit gebied is het 6 dagen per week markt. Maandag, donderdag, en vrijdag bij de Amsterdamse Poort, dinsdag bij Kraaiennest, woensdag in Reigersbos en zaterdag bij Ganzenhoef. Kraaiennest is het dichtstbij – een halte met de metro – dus daar ben ik het vaakst te vinden.

Ik herinner me bezoekjes aan de markt toen ik opgroeide in Alkmaar. Die had destijds alleen op zaterdag markt, in de binnenstad. Dat waren gezellig uitjes toen ik klein was, met mijn vader en moeder – toen nog bij elkaar, en (een van)  mijn broers, zullen er ongetwijfeld ook wel eens (of altijd) bij zijn geweest, maar daar herinner ik me niets van. Wel dat ik steevast op een verse stroopwafel werd getrakteerd, het hoogtepunt van het bezoek. Die waren pas gebakken, soms nog gloeiend heet, zodat de stroop eruit liep, de koekjes waren dun en het water loopt me nog in de mond als ik eraan denk. Ik heb ze nooit meer ergens kunnen vinden helaas, en die taaie dingen uit de supermarkt zijn bepaald niet te vergelijken.

Markt-kraaiennest-ingang-thaise snacks

Bron: eigen foto

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Alledaagse attentheid in superdiverse wijk

Zorgzaam sociaal verkeer vindt vooral plaats in de hal van een portiekflat, in buurtwinkels, op straat. Even helpen een boodschappentas naar boven te sjouwen, even navragen hoe het met iemand is als die niet op de gebruikelijke tijd in de winkel komt, op straat aan de buur vragen hoe het met de kinderen gaat.

Uit een onderzoek in de Amsterdamse wijk Overtoomse Veld blijkt dat bewoners niet bij elkaar in huis op bezoek komen (de voordeur is de grens), maar desalniettemin uitstekend ‘sociaal attent’ naar elkaar zijn.  In het rapport wordt ook gesteld dat er meer informele ontmoetingsplekken in een wijk zouden moeten zijn (o.a. bankjes langs een looproute, genoeg winkeltjes).

Foto: De Universiteit Leiden heropende op 17 september 1945 - foto publiek domein copyright ok. Gecheckt 30-10-2022

‘Woke’? Het is juist belangrijk dat universiteiten diverser en inclusiever worden

Waarom wordt streven naar diversiteit en inclusie toch steeds met zoveel nadruk in het controversiële getrokken? Ik las het stuk over ‘wokeness’ op de universiteiten in het NRC met stijgende verbazing en irritatie. Dat wil zeggen: wat de studenten te berde brachten klonk allemaal heel vooruitstrevend, en deels herkenbaar. De verbazing trof de manier waarop sommige van mijn collega’s ergens nog steeds vast lijken te zitten in een soort intuïtieve koudwatervrees; de irritatie betrof de frequentie waarmee de woordelijke erkenning van de noodzaak van diversiteit en inclusie bij sommigen steeds maar weer gepaard moet gaan met angstige verwijzingen naar een mythisch ‘klein groepje’ dat mogelijk wel heel erg ver gaat in hun streven naar diversiteit en inclusie. De vrees voor een paar studenten aan de radicalere kant van het spectrum lijkt het zo soms te winnen van de urgentie om daadwerkelijk te veranderen. Dat is onterecht. Niet de splinter, maar de balk is het probleem.

De laatste jaren zag ik die balk, met name op het punt van etnische diversiteit, bij herhaling van nabij. Zo sprak ik eens met iemand over uitingen van academici op de sociale media, en pas achteraf realiseerde ik mij hoe iedereen wiens uitingen in dat gesprek omschreven waren als ‘provocatief’ of uitgesproken een kleurrijke migratieachtergrond had. Ik zag biculturele studenten zoeken naar onderwerpen die aansloten bij hun belevingswereld in een intellectuele traditie die hen steeds weer terug naar Europa duwt. Ik zag het ontstaan van een zeer ongemakkelijk gesprek toen een wetenschapper van kleur iets opmerkte over het gebruik van bepaalde etnische parameters in een onderzoek.

Foto: copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Elke journalist zou een divibase moeten hebben

Rechts Nederland stond weer eens op z’n achterste poten. De NOS bleek een diversiteitsdatabase te hebben, met een heuse maandelijkse bokaal. Het reverse racism vloog weer rijkelijk in het rond.

Deels terecht. Niet het reverse racism, dat sloeg nog nooit ergens op, maar laten we het er in ieder geval over eens zijn dat een bokaal uitreiken aan de meest ‘diverse productie’ ook nergens op slaat. Het is vooral vrij pijnlijk dat je iets uitreikt voor wat een kernwaarde zou moeten zijn in de journalistiek, namelijk je eigen vooroordelen zoveel mogelijk onderkennen en uitsluiten. Diversiteit mag in de journalistiek alleen een middel zijn, geen doel en de prijs onderstreept het probleem daarmee meer dan dat het bijdraagt aan een oplossing.

Maar makkelijk is het niet, ‘diverse’ journalistiek. Mensen zijn slecht in het zien van eigen vooroordelen, ook omdat ze onderdeel zijn van een systeem waarin uitsluiting en racisme zijn geïnstitutionaliseerd. Dat inzien en je realiseren dat je er zelf ook niet immuun voor bent – hoeveel goede bedoelingen je ook hebt – is een belangrijke eerste stap.

En juist daarom is een diversiteitsdatabase een goed idee. Een plek waar je als journalist bijhoudt wie je waarover spreekt. Steeds maar weer het gezichtspunt van de witte man laten zien kán niet goed zijn voor de kwaliteit van je verhalen, zelfs als de witte man bij uitzondering wel verstand heeft van het onderwerp.

PVV gedeputeerde krijgt portefeuille “diversiteitsdrammer”

Een PVV-er die “diversiteitsdrammer” wordt in Limburg. Moeilijk te geloven, maar het staat er echt:

We beschermen de beginselen van onze rechtsstaat en de mensenrechten. Iedereen in Limburg, van elke levens- of geloofsovertuiging, politieke gezindheid, geaardheid, afkomst, sekse en genderoriëntatie, heeft het recht om te zijn wie hij of zij is en om te geloven wat hij of zij gelooft. Verschillen tussen mensen mogen geen belemmering zijn voor deelname aan de samenleving, maar kunnen een meerwaarde hebben. Waar mogelijk leveren we een bijdrage om de emancipatie en participatie van kwetsbare groepen en senioren en om de integratie van nieuwkomers te bevorderen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nieuw rapport Meld Islamofobie: Alledaagse islamofobie in Nederland

ACHTERGROND - door Ewoud Butter.

Impressie van het rapport en de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger, waar Philomena Essed, Martijn de Koning, Zoë Papaikonomou en Tofik Dibi op de belangrijkste bevindingen reageerden .

Alledaagse ervaringen met islamofobie hebben een ingrijpende impact op het dagelijks leven en welzijn van Nederlandse moslims. Zo zijn veel moslims zich de afgelopen vijf jaren minder veilig gaan voelen. In die ervaringen is een wisselwerking te zien tussen stigmatiserende discoursen in media en politiek, enerzijds, en persoonlijke ervaringen met discriminatie en uitsluiting, anderzijds. Desondanks ligt de meldingsbereidheid heel laag. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek onder 337 Nederlandse moslims dat Meld Islamofobie 20 september presenteerde in Pakhuis de Zwijger en dat nu online staat.

Het rapport

Het onderzoek dat Meld Islamofobie presenteerde,  “Alledaagse islamofobie in Nederland”, is een verkennend onderzoek, waaruit duidelijk wordt dat islamofobie of moslimhaat uit verschillende dimensies bestaat en dat er een wisselwerking is tussen deze dimensies.

Ze staan niet los van elkaar. Hieronder de samenvatting zoals Meld Islamofobie die op de website presenteerde. Het onderzoek is uitgevoerd door Ibtissam Abaâziz.

“Als ik alles moet melden wat ik meemaak, ben ik elke dag bezig.”

Wisselwerking tussen directe en indirecte islamofobie

Foto: Markus Reinhardt (cc)

Afrikaanse roots maken jongeren niet ‘minder Nederlands’

ACHTERGROND - Je ziet het op social media, in het uitgaansleven, op festivals, in mode en lifestyle: Afrikaans is cool. Dat was lange tijd bepaald niet het geval: als Nederlandse jongere legde je liever niet te veel nadruk op je Afrikaanse afkomst.

Maar de laatste jaren raken jonge mensen van Surinaamse, Antilliaanse, Ghanese, Somalische en andere Afrikaanse achtergronden steeds meer geïnteresseerd in hun Afrikaanse roots en willen die ook laten zien, bijvoorbeeld met kleding in kleurrijke prints en afrobeats muziek. Kinderen van Chinese en Koreaanse ouders vinden op Asian parties aansluiting bij een pan-etnische Aziatische identiteit (Kartosen, 2016). En ben je trots op je Indonesische erfgoed, dan is dit I.N.D.O. T-shirt – ‘In Nederland Door Omstandigheden’ – voor jou. Zijn dit oppervlakkige modetrends of is er meer aan de hand?

Er ontstaan nieuwe, gemixte identiteiten

Als het gaat over etnische minderheden denken we vaak over culturele identiteit als een bagage die mensen gewoonweg met zich meedragen vanuit het verleden, en in het geval van een migratieverleden van elders, van buiten Nederland. En vooral ook als iets dat integratie in de weg zou staan.

Ik zie culturele identiteit liever als een project van self-making, in het hier en nu, van het actief vormgeven van het zelf en de groepen waartoe je wilt behoren. Zo ontstaan allerlei nieuwe, gemixte identiteiten, die etnische grenzen overstijgen en gedragen worden door nieuwe cultuuruitingen. Nieuwe vormen van integratie ook. De Afro-Nederlandse identiteit is er een van, net als de Nederlands-islamitische jongerencultuur en de pan-Aziatische identiteit.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Alan Parkinson (cc)

Hoe kunnen we de Amazone beschermen als we haar niet begrijpen?

ACHTERGROND - Van ontbossing tot bedreigde soorten. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Reden voor blinde paniek of moeten we eerst eens goed kijken hoe het zit? In de serie lezingen ´Met het doel voor ogen´ stelt  bioloog en Amazone-expert dr. Edwin Pos dat we moeten weten hoe biodoversiteit werkt, om de juiste maatregelen te kunnen nemen.

Blauwdruk

Pos vergelijkt de afnemende biodiversiteit met een kapotte auto. “Als je auto kapot is, breng je ‘m naar de garage,” vertelt hij. “Je gaat ervan uit dat ze ‘m daar kunnen maken, omdat monteurs weten hoe de auto in elkaar zit en ze niet lukraak onderdelen gaan vervangen. Ze hebben er een blauwdruk van.” Volgens Pos zou je kunnen stellen dat door onder andere de achteruitgang van diversiteit, onderdelen van de natuur ‘kapot’ zijn. Door in te stemmen met doel 15 van de Sustainable Development Goals, dat gaat over het beschermen, herstellen en bevorderen van het leven op het land, hebben de VN-lidstaten besloten dat we het verlies aan biodiversiteit een halt toe moeten roepen. De vraag is alleen of we genoeg weten van de natuur en biodiversiteit om dit doel te behalen. Gaan we lukraak of gericht onderdelen vervangen? Hebben we een blauwdruk van de natuur?

Volgende