‘Woke’? Het is juist belangrijk dat universiteiten diverser en inclusiever worden

Waarom wordt streven naar diversiteit en inclusie toch steeds met zoveel nadruk in het controversiële getrokken? Ik las het stuk over ‘wokeness’ op de universiteiten in het NRC met stijgende verbazing en irritatie. Dat wil zeggen: wat de studenten te berde brachten klonk allemaal heel vooruitstrevend, en deels herkenbaar. De verbazing trof de manier waarop sommige van mijn collega’s ergens nog steeds vast lijken te zitten in een soort intuïtieve koudwatervrees; de irritatie betrof de frequentie waarmee de woordelijke erkenning van de noodzaak van diversiteit en inclusie bij sommigen steeds maar weer gepaard moet gaan met angstige verwijzingen naar een mythisch ‘klein groepje’ dat mogelijk wel heel erg ver gaat in hun streven naar diversiteit en inclusie. De vrees voor een paar studenten aan de radicalere kant van het spectrum lijkt het zo soms te winnen van de urgentie om daadwerkelijk te veranderen. Dat is onterecht. Niet de splinter, maar de balk is het probleem. De laatste jaren zag ik die balk, met name op het punt van etnische diversiteit, bij herhaling van nabij. Zo sprak ik eens met iemand over uitingen van academici op de sociale media, en pas achteraf realiseerde ik mij hoe iedereen wiens uitingen in dat gesprek omschreven waren als ‘provocatief’ of uitgesproken een kleurrijke migratieachtergrond had. Ik zag biculturele studenten zoeken naar onderwerpen die aansloten bij hun belevingswereld in een intellectuele traditie die hen steeds weer terug naar Europa duwt. Ik zag het ontstaan van een zeer ongemakkelijk gesprek toen een wetenschapper van kleur iets opmerkte over het gebruik van bepaalde etnische parameters in een onderzoek. Ik hoorde, in verschillende contexten, het idee dat universiteiten de laatste jaren echt best heel divers waren geworden, want er werken toch immers tegenwoordig zoveel vrouwen. Ik zag hoe etnische diversiteit in academische beleidsstukken niet gekoppeld werd aan de Nederlandse multiculturele samenleving, maar aan wetenschappers met een internationale carrière. Ik hoorde, bovendien, hoe andere wetenschappers van kleur zich sterk herkenden in de blogs die ik had geschreven over de uitdagingen die ik tegenkwam in mijn eerste jaren aan de universiteit, en over wat mij tijdens een recente sollicitatieprocedure overkwam. Blijkbaar stond mijn ervaring niet op zichzelf. De rode draad: diversiteit en het gesprek daarover zijn voortdurend omgeven door ongemak. Wat gaat hier toch steeds zo mis? Ervaringen van ‘anders zijn’ Het is belangrijk om het beestje zonder terughoudendheid bij de naam te noemen: Nederlandse universiteiten zijn een flink stuk witter dan de samenleving waarin zij opereren. Dat is niet alleen een meetbare realiteit – vergelijk het station of de winkelstraat maar met de universiteitsbibliotheek of de gemiddelde collegezaal een stukje verderop – het is ook een realiteit die volgens mij vrijwel iedere student of medewerker van kleur ervaart – en hoe dieper je doordringt in de academie, hoe groter de discrepantie wordt: onder studenten is meer etnische diversiteit dan onder medewerkers, en onder hoogleraren is de multiculturaliteit veel sterker ondervertegenwoordigd dan onder docenten en promovendi. Deze discrepantie leidt voor velen tot ervaringen van ‘anders zijn’, al ontwikkelt op individueel niveau ieder verhaal zich weer anders. Sommigen zoeken vooral tevergeefs naar een intellectueel perspectief dat ze kunnen koppelen aan wie ze zijn; anderen ervaren primair een gemis aan duidelijke rolmodellen – binnen hun vak, of überhaupt. Weer anderen worstelen vooral met het feit dat ze in hun academische (sociale) omgeving weinig kwijt kunnen (of willen) van hun persoonlijke achtergrond. Menigeen botst ergens tegen de grenzen van bestaande academische of disciplinaire raamwerken, of stuit op onbegrip van de academische omgeving; velen krijgen vroeger of later te maken met stereotyperingen of onhandigheden die impliciet of expliciet teruggaan op hun uiterlijk of naam – niet altijd vervelend, lang niet altijd racistisch (doch soms zeker wel), maar wel altijd resulterend in dat stempeltje – ‘anders’. Institutionele onwetendheid Dat ‘anders zijn’ is niet gratis. Het kost tijd en energie. Het komt voor velen, neer op een nadrukkelijke afwezigheid van gebaande paden en een zeurende aanwezigheid van kleinere en grotere vragen – in combinatie met een diepgewortelde institutionele onervarenheid en onwetendheid die ieder gesprek nodeloos compliceert. Wat je tegenkomt aan vraagstukken, doolhoven en netelige situaties – dat is nog maar de ene helft. De andere helft is dat de multiculturele ervaring voor anderen vrijwel volledig onzichtbaar blijft, en geen logisch gespreksonderwerp is. Waarom zou je het op tafel leggen? Zeker in de academie is er een voortdurende druk om het wel een beetje gezellig te houden: persoonlijke ervaringen zijn voor eigen rekening; ze toch onder woorden brengen is voor eigen risico. Dat veel Nederlanders, ook de progressieve, oprecht denken te leven in een samenleving waarin iedereen even vanzelfsprekend is en totaal verkrampen zodra iemand begint over etniciteit en kleur – het helpt de conversatie niet. Juist om die reden vind ik het uitermate gezond dat er steeds meer studenten en academici opstaan om de gevestigde vanzelfsprekendheden van onze academische cultuur hardop te bevragen. Het is inmiddels toch 2022? Waarom nog steeds zoveel Europa? Waarom nog steeds zo weinig kleur? Waarom nog steeds zo weinig ideologisch bewustzijn? Waarom nog steeds zoveel demografische en intellectuele replicatie? Waarom nog steeds zo exclusief? En ja, op een status quo van gewapend beton mag je best in scherpe bewoordingen schieten: het hoeft niet gezellig te blijven – gezelligheid dient soms ook replicatie en exclusie. Diversiteit en hiërarchie Kleur is slechts één as van diversiteit, maar er is geen reden om aan te nemen dat het op andere vlakken veel beter is: onze academische cultuur laat simpelweg weinig ruimte voor diversiteit en inclusie. Deels komt dat door de steile en verstokte academische hiërarchie, waarbij je pas volledig telt als academisch burger als je een hoogleraarstoga aan mag – bij iedere triomfantelijke foto van een Leids cortège op het Rapenburg realiseer ik mij nadrukkelijker hoe weinig mensen daar lopen met wie ik per ongeluk verward zou kunnen worden, en hoezeer ik, terecht of onterecht, een soort glazen plafond geïnternaliseerd heb. Ik ben niet de enige. Verre van. Natuurlijk moeten we hier zo snel mogelijk wat aan doen: onnodige hiërarchie stimuleert exclusie en exclusie voedt eenvormigheid en replicatie. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat naast vrouwen ook Nederlanders van kleur doorstromen naar hoogleraarsposities – het is nog veel belangrijker dat die hoogleraarsbenoemingen – en alle spreekwoordelijke machtsspelletjes die daarbij voortdurend komen kijken – er wat minder toe doen. Het cortège – en veel andere zaken – zou in toga toegankelijk moeten zijn voor iedere academische burger. Hetzelfde geldt voor promotierecht, en voor de toegang tot lees- en oppositiecommissies. Als je een cultuur van diversiteit en inclusie wil voeden – als je dat echt wil – begin dan zeker ook bij de symboliek aan de top. Dit is extra belangrijk omdat veel vormen van diversiteit niet zo mooi statistisch meetbaar zijn als de verhoudingen tussen mannen en vrouwen – precies het probleem dat veel universiteiten verschrikt constateren nu de roep om etnische diversiteit luider klinkt: er zijn helemaal geen betrouwbare cijfers en – haast ik erbij te zeggen: die gaan er waarschijnlijk ook nooit komen. Minder hiërarchie is de enige manier om de belemmeringen op het terrein van diversiteit en inclusie voor etnische en sociale (klasse) buitenstaanders weg te nemen Intellectuele nederigheid Maar die structuuromslag alleen is onvoldoende. Het belangrijkste, en tegelijk moeilijkste om te veranderen is, volgens mij, de paradox in dit hele verhaal: de mensen die de beslissingen nemen – die vast moeten stellen in hoeverre en op welke manier we curricula daadwerkelijk gaan ‘dekoloniseren’, en die het beleid over diversiteit en inclusie moeten paraferen en bestuurlijk aan de mens (sic) moeten brengen – die mensen behoren nou net vaak tot de groep die het minst van alles aan den lijve ondervonden hebben wat er überhaupt speelt. Tegelijkertijd zijn zij groot geworden in een academische cultuur die het innemen van expertposities wél beloont, maar geen grote meerwaarde ziet in het publiekelijk ventileren van twijfel en het omarmen van andere perspectieven. Bot gezegd: degenen die op dit punt de beslissingen moeten nemen weten er nog te vaak zelf nauwelijks wat van, en zijn niet getraind op het herkennen of publiekelijk erkennen van hun onwetendheid. En toch is juist dat belangrijk. Het grootste pijnpunt rondom diversiteit is de onbalans tussen enerzijds groepen en individuen die jarenlang denken, twijfelen en praten over de manier waarop hun achtergrond doorwerkt in wat ze tegenkomen in de academie – terwijl wat ze zeggen of voorstellen in luttele minuten gewogen wordt door mensen voor wie deze materie soms helemaal nieuw is. Diversiteit en inclusie vragen – van iedereen – een cultuur van oprechte intellectuele nederigheid, en een diep begrip van wat anderen mogelijk tegen kunnen komen als ze rondlopen in onze academische wereld. Dit staat in schril contrast met dat idee van wetenschap als topsport zoals die impliciet en soms ook expliciet door academische instellingen wordt gepropageerd. Een kennisachterstand die zijn weerga niet kent Het is belangrijk perspectief te hebben: verandering is niet onmogelijk, en er zijn de laatste jaren bewegingen in gang gezet die zouden kunnen leiden tot een voorzichtig optimisme dat er in ieder geval een toenemend bewustzijn is over deze problematiek. Maar echte, duurzame verandering begint bij verdieping en begrip. Om die reden stel ik voor dat iedere collega die de aandrang voelt om te waarschuwen voor ‘woke’ of voor een kleine groep mensen die ‘alleen maar bezig is de eigen opvattingen te etaleren’ zich eerst grondig, en gedurende een langere tijd, verdiept in wat studenten en medewerkers op de diverse assen van diversiteit zoal tegenkomen – niet een kwartier, niet een middag, niet een weekje, maar op structurele basis – door te lezen, en door te praten – vanuit de wetenschap dat hun enorme machtsvoorsprong is gekoppeld aan een kennisachterstand die zijn weerga niet kent. Laten we ook afspreken dat deze collega’s tot ze het gevoel hebben dat ze die complexiteit ten volle doorgronden, werken vanuit de aanname dat er potentieel een grote kern van waarheid zit in wat door academische buitenstaanders naar voren gebracht wordt – ook al schuurt en prikt het soms. Want besef goed dat voor sommige van die buitenstaanders universiteiten inderdaad een ontstellend witte plek kunnen zijn – een plek die je klein kan maken, die – ja – permanent schuurt en prikt; een plek, bovendien, waar één dominante groep al eeuwenlang bezig is ‘de eigen opvattingen te etaleren’ – terwijl ze ondertussen zonder noemenswaardige tegenspraak, en net iets te vaak zonder kritische reflectie, hoogwaardige alternatieve intellectuele perspectieven verzwijgen en marginaliseren. Dat is de balk waar het om gaat – wat sommigen ‘woke’ noemen is echt slechts de splinter.

Door: Foto: De Universiteit Leiden heropende op 17 september 1945 - foto publiek domein

Quote du Jour | Diversiteitsdenken als statussymbool

De linkse partijen voeren een verliezersstrategie met die aandacht voor diversiteit. Maar dat hebben ze zelf niet door. Deels is dat diversiteitsdenken oprechte zorg, maar het is ook een middel om jezelf te onderscheiden. Met het aanhangen van bepaalde ideeën over diversiteit, laat je zien tot welke groep je behoort, dat je de taal spreekt van de bovenlaag. Het is status. Vroeger onderscheidde je je met een duur horloge, nu laat je met deze discussie zien dat je bij de culturele bovenlaag behoort.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Elke journalist zou een divibase moeten hebben

Rechts Nederland stond weer eens op z’n achterste poten. De NOS bleek een diversiteitsdatabase te hebben, met een heuse maandelijkse bokaal. Het reverse racism vloog weer rijkelijk in het rond.

Deels terecht. Niet het reverse racism, dat sloeg nog nooit ergens op, maar laten we het er in ieder geval over eens zijn dat een bokaal uitreiken aan de meest ‘diverse productie’ ook nergens op slaat. Het is vooral vrij pijnlijk dat je iets uitreikt voor wat een kernwaarde zou moeten zijn in de journalistiek, namelijk je eigen vooroordelen zoveel mogelijk onderkennen en uitsluiten. Diversiteit mag in de journalistiek alleen een middel zijn, geen doel en de prijs onderstreept het probleem daarmee meer dan dat het bijdraagt aan een oplossing.

Maar makkelijk is het niet, ‘diverse’ journalistiek. Mensen zijn slecht in het zien van eigen vooroordelen, ook omdat ze onderdeel zijn van een systeem waarin uitsluiting en racisme zijn geïnstitutionaliseerd. Dat inzien en je realiseren dat je er zelf ook niet immuun voor bent – hoeveel goede bedoelingen je ook hebt – is een belangrijke eerste stap.

En juist daarom is een diversiteitsdatabase een goed idee. Een plek waar je als journalist bijhoudt wie je waarover spreekt. Steeds maar weer het gezichtspunt van de witte man laten zien kán niet goed zijn voor de kwaliteit van je verhalen, zelfs als de witte man bij uitzondering wel verstand heeft van het onderwerp.

Foto: © Pakhuis De Zwijger, Republiek Allochtonië, poster Meldislamofobie Alledaagse isalofobie

Nieuw rapport Meld Islamofobie: Alledaagse islamofobie in Nederland

ACHTERGROND - door Ewoud Butter.

Impressie van het rapport en de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger, waar Philomena Essed, Martijn de Koning, Zoë Papaikonomou en Tofik Dibi op de belangrijkste bevindingen reageerden .

Alledaagse ervaringen met islamofobie hebben een ingrijpende impact op het dagelijks leven en welzijn van Nederlandse moslims. Zo zijn veel moslims zich de afgelopen vijf jaren minder veilig gaan voelen. In die ervaringen is een wisselwerking te zien tussen stigmatiserende discoursen in media en politiek, enerzijds, en persoonlijke ervaringen met discriminatie en uitsluiting, anderzijds. Desondanks ligt de meldingsbereidheid heel laag. Dat blijkt uit een verkennend onderzoek onder 337 Nederlandse moslims dat Meld Islamofobie 20 september presenteerde in Pakhuis de Zwijger en dat nu online staat.

Het rapport

Het onderzoek dat Meld Islamofobie presenteerde,  “Alledaagse islamofobie in Nederland”, is een verkennend onderzoek, waaruit duidelijk wordt dat islamofobie of moslimhaat uit verschillende dimensies bestaat en dat er een wisselwerking is tussen deze dimensies.

Ze staan niet los van elkaar. Hieronder de samenvatting zoals Meld Islamofobie die op de website presenteerde. Het onderzoek is uitgevoerd door Ibtissam Abaâziz.

“Als ik alles moet melden wat ik meemaak, ben ik elke dag bezig.”

Wisselwerking tussen directe en indirecte islamofobie

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Alledaagse attentheid in superdiverse wijk

Zorgzaam sociaal verkeer vindt vooral plaats in de hal van een portiekflat, in buurtwinkels, op straat. Even helpen een boodschappentas naar boven te sjouwen, even navragen hoe het met iemand is als die niet op de gebruikelijke tijd in de winkel komt, op straat aan de buur vragen hoe het met de kinderen gaat.

Uit een onderzoek in de Amsterdamse wijk Overtoomse Veld blijkt dat bewoners niet bij elkaar in huis op bezoek komen (de voordeur is de grens), maar desalniettemin uitstekend ‘sociaal attent’ naar elkaar zijn.  In het rapport wordt ook gesteld dat er meer informele ontmoetingsplekken in een wijk zouden moeten zijn (o.a. bankjes langs een looproute, genoeg winkeltjes).

Foto: Markus Reinhardt (cc)

Afrikaanse roots maken jongeren niet ‘minder Nederlands’

ACHTERGROND - Je ziet het op social media, in het uitgaansleven, op festivals, in mode en lifestyle: Afrikaans is cool. Dat was lange tijd bepaald niet het geval: als Nederlandse jongere legde je liever niet te veel nadruk op je Afrikaanse afkomst.

Maar de laatste jaren raken jonge mensen van Surinaamse, Antilliaanse, Ghanese, Somalische en andere Afrikaanse achtergronden steeds meer geïnteresseerd in hun Afrikaanse roots en willen die ook laten zien, bijvoorbeeld met kleding in kleurrijke prints en afrobeats muziek. Kinderen van Chinese en Koreaanse ouders vinden op Asian parties aansluiting bij een pan-etnische Aziatische identiteit (Kartosen, 2016). En ben je trots op je Indonesische erfgoed, dan is dit I.N.D.O. T-shirt – ‘In Nederland Door Omstandigheden’ – voor jou. Zijn dit oppervlakkige modetrends of is er meer aan de hand?

Er ontstaan nieuwe, gemixte identiteiten

Als het gaat over etnische minderheden denken we vaak over culturele identiteit als een bagage die mensen gewoonweg met zich meedragen vanuit het verleden, en in het geval van een migratieverleden van elders, van buiten Nederland. En vooral ook als iets dat integratie in de weg zou staan.

Ik zie culturele identiteit liever als een project van self-making, in het hier en nu, van het actief vormgeven van het zelf en de groepen waartoe je wilt behoren. Zo ontstaan allerlei nieuwe, gemixte identiteiten, die etnische grenzen overstijgen en gedragen worden door nieuwe cultuuruitingen. Nieuwe vormen van integratie ook. De Afro-Nederlandse identiteit is er een van, net als de Nederlands-islamitische jongerencultuur en de pan-Aziatische identiteit.

Foto: Alan Parkinson (cc)

Hoe kunnen we de Amazone beschermen als we haar niet begrijpen?

ACHTERGROND - Van ontbossing tot bedreigde soorten. De biodiversiteit neemt wereldwijd af. Reden voor blinde paniek of moeten we eerst eens goed kijken hoe het zit? In de serie lezingen ´Met het doel voor ogen´ stelt  bioloog en Amazone-expert dr. Edwin Pos dat we moeten weten hoe biodoversiteit werkt, om de juiste maatregelen te kunnen nemen.

Blauwdruk

Pos vergelijkt de afnemende biodiversiteit met een kapotte auto. “Als je auto kapot is, breng je ‘m naar de garage,” vertelt hij. “Je gaat ervan uit dat ze ‘m daar kunnen maken, omdat monteurs weten hoe de auto in elkaar zit en ze niet lukraak onderdelen gaan vervangen. Ze hebben er een blauwdruk van.” Volgens Pos zou je kunnen stellen dat door onder andere de achteruitgang van diversiteit, onderdelen van de natuur ‘kapot’ zijn. Door in te stemmen met doel 15 van de Sustainable Development Goals, dat gaat over het beschermen, herstellen en bevorderen van het leven op het land, hebben de VN-lidstaten besloten dat we het verlies aan biodiversiteit een halt toe moeten roepen. De vraag is alleen of we genoeg weten van de natuur en biodiversiteit om dit doel te behalen. Gaan we lukraak of gericht onderdelen vervangen? Hebben we een blauwdruk van de natuur?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

PVV gedeputeerde krijgt portefeuille “diversiteitsdrammer”

Een PVV-er die “diversiteitsdrammer” wordt in Limburg. Moeilijk te geloven, maar het staat er echt:

We beschermen de beginselen van onze rechtsstaat en de mensenrechten. Iedereen in Limburg, van elke levens- of geloofsovertuiging, politieke gezindheid, geaardheid, afkomst, sekse en genderoriëntatie, heeft het recht om te zijn wie hij of zij is en om te geloven wat hij of zij gelooft. Verschillen tussen mensen mogen geen belemmering zijn voor deelname aan de samenleving, maar kunnen een meerwaarde hebben. Waar mogelijk leveren we een bijdrage om de emancipatie en participatie van kwetsbare groepen en senioren en om de integratie van nieuwkomers te bevorderen.

Foto: Jeroen Kransen (cc)

Sociale menging blijft onmisbaar voor grote steden

ACHTERGROND - Door Matthijs Uyterlinde en Radboud Engbersen.

Met de stille dood van het grotestedenbeleid leek ook de stads- en wijkvernieuwing dood en begraven. Om het leefklimaat in kwetsbare wijken weer op peil te brengen, kunnen gemeenten niet anders dan zelf het initiatief nemen. Verschillende steden doen dat ook. Rotterdam toont zich ambitieus.

In Rotterdam bestaat al sinds de Wederopbouw een sterk geloof in planning, sturing en ordening van het woningbeleid. Veertig jaar lang koos de havenstad vooral voor de bouw van sociale huurwoningen. Inmiddels heeft de havenstad haar focus verlegd en sloopt ze omwille van de ‘balans’ sociale huurwoningen ten behoeve van duurdere huur- en koopwoningen.

Om inhoud te geven aan het beleidsideaal van een evenwichtige stad zonder te grote contrasten tussen (kans)arm en (kans)rijk, zochten beleidsmakers altijd naar manieren om invloed uit te oefenen op de sociale samenstelling van wijken.

In het grotestedenbeleid (1995-2015) was sociale menging het leidende principe achter de fysieke herstructurering van naoorlogse wijken. Anders zou een gedeelde stad te ontstaan, met wijken voor winnaars en wijken voor verliezers.

Sinds de beëindiging van het wijkenbeleid van het Rijk (2015), is het streven naar sociale menging stilzwijgend ingeruild voor het beleidsideaal van de ‘inclusieve wijk’.

Quote du Jour | Happy diversity

Ook in welvarende, hippe wijken waarin er sprake is van ‘happy diversity’ zet de grote internationale verscheidenheid de verhoudingen in de buurt soms fors onder druk.

De WRR concludeert in een nieuw rapport dat er een negatief verband is tussen de diversiteit in buurten en de ervaren sociale cohesie van bewoners. ‘Deze ongemakkelijke inzichten dwingen tot een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid: hoe moeten we omgaan met de nieuwe verscheidenheid?’, zo duidde Paul Scheffer de conclusies in het NRC.

Enigszins verrassend te noemen is dat het negatieve diversiteitseffect onafhankelijk is van de sociaaleconomische status van een buurt. Diversiteit en matige sociale cohesie gaan niet alleen samen in de typische ‘achterstandswijken’ maar ook in rijke buurten zoals in de Amsterdamse grachtengordel of het Haagse Zeeheldenkwartier. Ik weet eerlijk gezegd niet of dat nu een ongemakkelijk inzicht is, of een welkome bijstelling van het beeld dat het in arme buurten slecht samenleven is.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende