Wie bestuurt de digitale stad

In het publieke debat over digitalisering ligt de nadruk vaak op privacy, cybersecurity en innovatie. Minder aandacht is er voor een fundamenteler vraagstuk: wie heeft feitelijk de zeggenschap over de digitale infrastructuur waarop onze overheid en publieke dienstverlening draaien? Hoewel Nederland en Europa steeds meer digitale regels maken, zijn zij voor de uitvoering in hoge mate afhankelijk van private – vaak niet-Europese – technologiebedrijven. Een gastbijdrage van Bas Guldemond over digitale afhankelijkheid, democratische zeggenschap en publieke digitale voorzieningen. Ik schrijf dit artikel op een terras naast de oude beurs in Brussel, een gebouw dat ooit het kloppend hart vormde van de Europese handel. Mensen lopen voorbij, de stad ademt geschiedenis, maar mijn gedachten gaan naar Nederland. Naar de manier waarop een groot deel van onze digitale samenleving – van gemeentelijke dienstverlening tot vitale overheidsvoorzieningen – weliswaar in Brussel onderwerp is van politieke besluitvorming, maar elders wordt ontwikkeld en beheerd. De macht die onze digitale samenleving vormgeeft, bevindt zich namelijk niet uitsluitend op de plaatsen waar wetten en regels worden vastgesteld. In Brussel worden kaders gecreëerd die bepalen hoe technologie moet functioneren, maar de systemen waarop onze publieke dienstverlening steunt, worden veelal buiten het directe bereik van de Nederlandse en Europese overheid ontworpen, onderhouden en aangepast. De keuzes die ons dagelijks digitaal leven beïnvloeden, worden daardoor niet altijd gemaakt waar democratische verantwoording het sterkst is georganiseerd. In Nederland wordt die kwetsbaarheid meestal pas zichtbaar wanneer digitale voorzieningen uitvallen. Storingen bij cloudleveranciers, onverwachte software-updates of beveiligingsmaatregelen met onvoorziene gevolgen laten zien hoe beperkt de handelingsruimte van publieke organisaties soms is. Gemeenten kunnen tijdelijk geen digitale diensten aanbieden, zorginstellingen verliezen toegang tot cliëntgegevens en uitvoeringsorganisaties worden geconfronteerd met systemen waarvan de werking slechts gedeeltelijk inzichtelijk is. Zulke gebeurtenissen worden vaak beschouwd als technische incidenten, terwijl zij vooral een structureel probleem blootleggen: een belangrijk deel van onze publieke dienstverlening rust op technologie die niet volledig in publieke handen is en waarvan de werking niet altijd kan worden aangepast wanneer dat noodzakelijk is. Deze voorbeelden maken duidelijk dat macht in de digitale samenleving niet verdwijnt, maar van plaats verandert. Overheden werken met systemen waarvan zij de interne werking lang niet altijd volledig kunnen doorgronden. Broncode blijft eigendom van leveranciers, algoritmen zijn vaak gesloten en cloudplatforms vallen regelmatig onder buitenlandse wetgeving. Contracten verschaffen toegang tot functionaliteit, maar geven zelden doorslaggevende invloed op de technische inrichting. Gemeenten kunnen updates niet altijd uitstellen, ministeries hebben geen directe toegang tot de logica van een algoritme en toezichthouders beschikken niet altijd over de middelen om technische keuzes af te dwingen. De formele verantwoordelijkheid blijft onverminderd bij de overheid liggen, terwijl een deel van de feitelijke invloed verschuift naar de partijen die deze systemen ontwikkelen, hosten en onderhouden. Zo ontstaat een bestuurlijke verhouding waarin publieke organisaties wel verantwoordelijk zijn voor de uitkomsten, maar slechts beperkt kunnen sturen op de middelen waarmee die uitkomsten tot stand komen. Niet omdat overheden geen besluiten meer nemen, maar omdat de ruimte waarbinnen zij kunnen handelen mede wordt bepaald door technologie die zij niet volledig bezitten of beheersen. DigiD DigiD laat zien hoe groot het belang van deze ontwikkeling is. Miljoenen Nederlanders gebruiken het dagelijks om toegang te krijgen tot overheidsdiensten. Het systeem vormt daarmee een essentiële schakel tussen burger en overheid. Tegelijkertijd maakt DigiD deel uit van een bredere digitale keten waarin publieke en private partijen nauw met elkaar verweven zijn. Wanneer zo'n voorziening uitvalt of kwetsbaar blijkt, raakt dat niet alleen een technische dienst, maar ook de mogelijkheid van burgers om hun rechten uit te oefenen. Digitale systemen bepalen daarmee niet alleen hoe de overheid functioneert, maar ook hoe toegankelijk de overheid voor burgers is. Wie deze ontwikkeling wil begrijpen, moet onvermijdelijk ook naar Brussel kijken. Daar worden de regels vastgesteld voor onderwerpen als datadeling, cloudgebruik, algoritmische transparantie en digitale veiligheid. Europa oefent daarmee steeds meer invloed uit op de voorwaarden waaronder technologie wordt ingezet. Toch blijft er een wezenlijk verschil bestaan tussen regelgevende bevoegdheid en technologische slagkracht. Europese wetgeving kan eisen stellen aan veiligheid, privacy en transparantie, maar heeft veel minder invloed op de systemen waarop publieke dienstverlening daadwerkelijk draait. Nederlandse overheden moeten aan die Europese regels voldoen, terwijl zij voor de uitvoering veelal gebruikmaken van technologie die door private, vaak niet-Europese ondernemingen wordt ontwikkeld en beheerd. Gemeenten werken met software waarvan de technische keuzes buiten Europa worden gemaakt. Ministeries voeren Europese richtlijnen uit op platforms die vallen onder buitenlandse bedrijfsmodellen en juridische regimes. Zo ontstaat een dubbele spanning: Nederland en Europa bepalen in toenemende mate de spelregels, terwijl de technologische basis waarop die regels worden uitgevoerd grotendeels elders ligt. Digitale autonomie Een veelgehoord bezwaar is dat volledige digitale autonomie een illusie is. Nederland is een relatief klein land en kan onmogelijk alle software, cloudvoorzieningen en hardware zelf ontwikkelen. De vraag is daarom niet hoe Nederland iedere digitale toepassing zelf kan ontwikkelen. De wezenlijke vraag is onder welke voorwaarden vitale publieke diensten mogen steunen op technologie die buiten onze directe invloed wordt ontworpen en beheerd. Digitale autonomie is daarmee geen pleidooi voor isolatie, maar voor publieke regie. Niet zelf alles bouwen, maar ervoor zorgen dat essentiële systemen begrijpelijk, beïnvloedbaar en uiteindelijk ook corrigeerbaar blijven. Terwijl ik mijn laptop dichtklap, kijk ik nog één keer naar de gevel van het Beurspaleis. De stenen vertellen een geschiedenis van handel, macht en politieke keuzes. Eeuwenlang waren dat de plaatsen waar economische invloed zichtbaar was. Vandaag bevindt een belangrijk deel van die macht zich in datacenters, softwareplatforms en cloudomgevingen die zich grotendeels aan het zicht van burgers onttrekken. Brussel belichaamt daarmee een opmerkelijke paradox. Het is de politieke hoofdstad waar de regels voor de digitale samenleving worden vastgesteld, terwijl de technologische fundamenten waarop die samenleving draait veelal elders worden ontworpen en beheerd. Dat maakt de vraag urgenter dan ooit: niet alleen hoe Europa technologisch weerbaarder wordt, maar vooral hoe democratische zeggenschap opnieuw verbonden kan worden met de systemen waarop onze publieke dienstverlening steunt. Want uiteindelijk gaat dit debat niet alleen over technologie. Het gaat over de inrichting van de democratische rechtsstaat in een digitale samenleving. Wie bepaalt de voorwaarden waaronder burgers toegang hebben tot publieke voorzieningen? Wie kan ingrijpen wanneer vitale systemen niet langer aansluiten bij publieke waarden? En wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid wanneer die systemen falen? Zolang op die vragen geen overtuigend democratisch antwoord bestaat, blijft digitale autonomie een onvoltooide opdracht. Pas wanneer publieke verantwoordelijkheid en technologische macht weer dichter bij elkaar worden gebracht, kunnen we werkelijk zeggen dat de digitale staat van ons allemaal is.

Foto: Greenland in the late 19th-early 20th century. View over the Tasiusaq-bay. The photographer in the foreground. Photo: Th. N. Krabbe 1889-1909.

Hoe krijgen we de EU onafhankelijker van de VS?

ACHTERGROND - Dat is de vraag die steeds meer rondzingt op sociale media. Bernard van Welten, lid van de Wetenschappelijke Adviesraad Politie en oud-hoofdcommissaris van Amsterdam-Amstelland, stelt op LinkedIn:

Wanneer zwijgen medeplichtigheid wordt.

Donald Trump heeft in zijn eerste jaar niet zomaar een andere politieke koers gekozen. Hij heeft systematisch pijlers onder de rechtsstaat, democratische instituties, wetenschap en de internationale orde ondermijnd.
Dat zijn geen frames, maar feiten.

Na een jaar Trump blijkt appeasement niet te werken. Na Venezuela heeft Trump z’n zinnen op Groenland gezet. Vanuit de EU klinken ondertussen stevigere tegengeluiden dan vorig jaar bij het onderhandelen over nieuwe handelstarieven. Er zijn een aantal gebieden waarop de EU de VS relatief snel en hard kan raken in sectoren, waar Trump aanhangers de overhand lijken te hebben: ICT, olie&gas en de financiële sector. Tegelijkertijd heeft de EU zwakheden door strategische afhankelijkheid van de VS als het gaat om betaalsystemen (alle betaalkaarten zijn van Amerikaanse bedrijven, ook digitaal maken Amerikaanse bedrijven, zoals Apple & Google Pay de dienst uit), cloud computing en office software. Een completer beeld van vitale diensten die afhankelijk zijn van de VS vind je bij Bert Hubert.

Overnameverbod Solvinity

Een logische eerste stap voor Nederland is om de overname van Solvinity aan het Amerikaanse techbedrijf Kyndryl te verbieden. Het Bureau Toetsing Investering (BTI) van het ministerie van Economische Zaken onderzoekt of de overname door mag gaan. Solvinity is verantwoordelijk voor DigiD (onderdeel van de vitale infrastructuur) en een groot deel van de software van de justitiële keten (staatsgeheim).

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Pixy.org Gdpr business data privacy people ccO Public Domain

Doe iets aan dat kwetsbare BSN

COLUMN - In 2006 besloot de overheid het sofinummer, bedoeld voor sociale verzekeringen en de belastingdienst, op te waarderen tot een burgerservicenummer. Dat BSN zou je voortaan ‘overheidsbreed’ kunnen gebruiken, ‘met het oog op een meer klantgerichte, geïntegreerde dienstverlening’. Zo geschiedde. Dus tegenwoordig vraagt Jan en alleman je om je BSN, en is dat het snoer geworden waarmee je persoonlijke informatie overal aan elkaar wordt geregen.

Het lastige van die gekoppelde persoonsinformatie is dat die zich ongebreideld voortplant en soms losgekoppeld doorleeft, als een afgehouwen staart waaraan een nieuwe salamander groeit. Dat merken de slachtoffers van de toeslagenaffaire keer op keer: het label ‘fraudeur’ dat de Belastingdienst ooit ten onrechte aan hun BSN heeft gekoppeld, heeft zich over tal van datanetwerken verspreid en leeft daar ongebreideld verder. Steeds stuiten ze op nieuwe instanties bij wie ze als fraudeur te boek staan. Dat label heeft zich overal ingevreten.

Vandaar dat een aantal toeslagenslachtoffers nu een nieuw BSN eist. Ze willen met een schone lei kunnen beginnen, en eindelijk van die administratieve laster verlost zijn. Vandaar dat ze in een rechtszaak tegen de staat wijziging van hun BSN eisen.

Inmiddels kunnen circa 5 miljoen Nederlanders zich in deze zaak als belanghebbende voegen. Hun BSN is gecompromitteerd, doordat de GGD inzake corona met brakke software werkte om testafspraken en de resultaten van bron- en contactonderzoek te documenteren. RTL Nieuws ontdekte dat er grootschalig is gehandeld in miljoenen adresgegevens, telefoonnummers en BSN’s. Zeker in die combinatie zijn dat hoogst aantrekkelijke gegevens voor criminelen: het maakt identiteitsfraude – toch al flink in opkomst – een stuk eenvoudiger.

Foto: Blogtrepreneur (cc)

Garandeer privacy van burgers bij opvolger DigiD

OPINIE - Inloggen met je Google-account om informatie rondom je werkstraf te melden bij de reclassering? Om met datzelfde account vervolgens inkopen te doen bij Bol.com? In het wetsvoorstel Digitale Overheid dat eind januari (gepland in week 4) in de Tweede Kamer wordt besproken, lijkt dit de nieuwe werkelijkheid. Wordt het voorstel aangenomen, dan komen er meerdere opvolgers van het huidige identificatiemiddel DigiD, dat niet langer toereikend is. Ook private partijen mogen dan online identificatiemiddelen aanbieden om in te loggen bij overheidsinstellingen, zoals de Belastingdienst of DUO. Die partijen krijgen daarmee inzicht in de instellingen waarmee burgers zakendoen. Het wetsvoorstel stelt nog onvoldoende voorwaarden aan het gebruik van dergelijke informatie. De privacy van burgers komt daarmee in het geding.

In de fysieke wereld zorgt de overheid ervoor dat we ons kunnen identificeren met middelen als een paspoort of rijbewijs. Online zijn we aangewezen op DigiD om in te loggen bij overheidsdiensten. Nu kan dat nog met een wachtwoord of sms-code, maar dit blijkt niet voldoende betrouwbaar. De overheid gaat daarom werken met een nieuwe elektronische identiteit (eID). Het wetsvoorstel Digitale Overheid bevat regels voor die nieuwe eID. Ook bestaande wetgeving is van toepassing, zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Ondanks die combinatie van regels blijkt de privacy van burgers op één punt onvoldoende te worden beschermd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

In maart 3,5 keer meer DigiD’s aangevraagd

DATA - Ruim 286.000 mensen hebben in maart een nieuwe DigiD aangevraagd. In die maand worden elk jaar 3,5 keer zo veel digitale identificatiecodes aangevraagd als in de maanden later in het jaar. Ook in januari en februari is vanwege de belastingaangifte al een lichte stijging te zien. Dit blijkt uit cijfers die het ministerie van Binnenlandse Zaken aan het ANP en Sargasso.nl verstrekte. De DigiD is nodig om digitaal met de overheid te communiceren.

De sterke toename in maart heeft te maken met het digitaal doen van de belastingaangifte. ,,Voor veel mensen is dat een van de weinige momenten waarop zij hun DigiD nodig hebben”, zegt een woordvoerder namens het ministerie van Binnenlandse Zaken. ,,Als je bedenkt dat er ruim 7,5 miljoen belastingaangiftes zijn verstuurd is het aantal heraanvragen in de eerste drie maanden van het jaar niet enorm hoog”, aldus de zegsman.

In 2011 werden in totaal ruim 1,4 miljoen nieuwe DigiD’s aangevraagd, dat is ruim 16 procent van het aantal geldige accounts in dat jaar. Het aantal heraanvragen ligt elk jaar rond de 16 procent. ,,Kwijtraken van inlogcodes, het verlopen ervan of het verhogen van het beveiligingsniveau zijn redenen om een nieuw account aan te vragen.”

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Natte maand

Webwereld brengt deze maand iedere dag een datalek naar buiten. Uit vrees voor ‘maatschappelijke ophef’ hebben de gemeentes zich al schrap gezet voor de resultaten van deze lekmaand. Eindelijk!, juicht Karin Spaink. Het artikel is ook in Parool verschenen.

Datalekken vinden is inmiddels een gewilde sport geworden. Helaas is het geen topsport: terwijl instanties instellingen en bedrijven steeds meer gegevens van ons willen, zijn diezelfde dataverzamelaars vaak laks met de beveiliging ervan – wat raar is.

Juist wanneer onze gegevens zo onmisbaar zijn voor hun bedrijfsvoering, voor onze identificatie en voor het correct uitvoeren en verwerken van onze transacties, verdienen die een hoge graad van bescherming. Desondanks gaan veel websites en applicaties gebukt onder elementaire fouten. Derden kunnen daardoor makkelijk met onze gegevens aan de haal gaan. Privacyschendingen, fraude, identiteitsdiefstal en valse verdenkingen zijn het gevolg.

Zo bleek vorige maand dat je bij de Belastingdienst met een willekeurig DigiD op andermans naam een toeslag voor huur-, zorg- of kinderbijslag kon aanvragen, diens rekeningnummer in het jouwe kon veranderen en die toeslag kon wegsluizen. De Belastingdienst is zo naar schatting voor ruim een miljoen opgelicht; honderden – mogelijk duizenden – mensen zijn ofwel hun toeslag misgelopen, ofwel valselijk als fraudeurs aangemerkt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

KSTn | Europese aandacht

Logo kamerstukken van de dagDe Tweede Kamer krijgt regelmatig voorstellen uit Europa voorgeschoteld waar ze zich over moeten uitspreken. Vorige week kwam daar weer een reeks van vijf van voorbij. En daarbij viel het me op hoe verschillend van aard de voorstellen zijn waar alle landen van Europa zich over moeten uitspreken.
De eerste uit het rijtje was het goedkeuren van het op de markt brengen van een anjer met de kleur licht-paars/violet uit Australië. Voordat u nu in woede over dit soort prietpraat uw Europarlementariër belt, moet u wel weten dat het hier gaat om een genetisch gemodificeerd exemplaar. En daar zijn aparte regelingen voor. Dus moet voor dat ene bloempje in alle 27 landen het parlement een uitspraak doen of het wel of niet mag.
Een variant in mijn ogen waar Europa doorschiet in de details.

Maar in het zelfde rijtje staat op de vierde plaats een voorstel voor het EU-breed regelen van het gebruik van elektronische handtekeningen en elektronische identificatie. Net zoveel tekst, maar veel meer impact in mijn ogen. En dan juist weer een voorstel dat heel erg thuis hoort op Europees niveau. En eigenlijk ook een voorstel dat wel aparte aandacht verdient van de Tweede Kamer. Als je het dan toch hebt over economisch stimulans in deze tijd, is dit een mooie om vast te pakken. Kan een hoop papieren rompslomp besparen en daarmee dingen versnellen.
Begrijp dat we in NL daarvoor trouwens een soort Digid 2.0 voor bedrijven aan het opzetten zijn. Snel overleg op Europees niveau lijkt me geboden voor er 27 verschillende standaarden zijn.
 
 
En ik ga weer over tot de orde van de dag.
Mocht u uw ei kwijt willen bij de politiek naar aanleiding van bovenstaand stuk, gebruik dan de site van Mail de politiek.
KSTn = Selectie uit recente KamerSTukken.