Wie heeft de formatie gewonnen en verloren?

van Simon Otjes, eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees (1 februari 2026): de CPB-doorrekeningen naast de begrotingstabellen gelegd maken duidelijk wie winnaars en verliezers zijn in het coalitieakkoord tussen D66, VVD en CDA dat op 30 januari 2026 gepresenteerd. Als er een coalitieakkoord gepresenteerd wordt, bladeren de echte nerds naar de bijlagen met de begrotingstabellen. Papier is geduldig: fractievoorzitters kunnen pijnlijke maatregelen verbloemen in prachtig proza. Extra belasting voor burgers en bedrijven wordt een vrijheidsbijdrage. Maar in de begrotingstabellen worden de echte keuzes gemaakt. Hier kunnen we ook zien wie de echte winnaars en verliezers zijn. D66 verliezer van de formatie; CDA en VVD winnaars Samen met David Willumsen ontwikkelde ik een methode om onderhandelingen te analyseren. We leggen de CPB-doorrekeningen van de programma’s naast de begrotingstabellen. Immers deze maken gebruik van heel vergelijkbare items. Zo kan je zien wie zijn beloften in het akkoord gekregen heeft en wie daar minder goed in geslaagd is: als een voorstel van een partij in het akkoord is gekomen krijgt de partij een score “1” voor dat voorstel zo niet krijgen ze de score “0”. D66 diende bij het CPB in totaal 196 voorstellen in, gevolgd door het CDA met 130 en de VVD met 87. De bijbehorende begrotingstabellen telden 72 afzonderlijke posten. Van de voorstellen van D66 vonden er uiteindelijk 46 hun weg naar het akkoord. Dat komt neer op nét meer dan een kwart van het verkiezingsprogramma. Zo werd op initiatief van D66 het terugdraaien van de bezuinigingen op brede brugklassen opgenomen. Ook het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget tot één uniforme regeling kwam uit de koker van D66. Het CDA zag 41 van zijn voorstellen terug in het akkoord, goed voor 33 procent van het programma. Enkele maatregelen, zoals het herstel van de waterkwaliteit en de invoering van een suikerbelasting, kwamen op voorstel van het CDA in het akkoord. De VVD wist 29 voorstellen binnen te halen, wat overeenkomt met 34 procent van haar plannen. Daaronder vielen onder meer bezuinigingen op de zorg voor gehandicapten en ouderen. Ook stelden zij het koppelen van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting voor. In absolute aantal voorstellen scoort D66 misschien beter dan CDA en VVD, maar in het aandeel voorstellen niet. Dat lage percentage komt omdat D66 veel meer beloofde dan CDA (anderhalf keer zoveel) en VVD (twee keer zoveel). Nu zou je kunnen zeggen: de logica van de onderhandelingstafel is toch niet dat als je als partij meer beloofd hebt, je dan ook meer moet krijgen? Maar volgens mij is de logica van de representatieve democratie dat partijen beloften maken aan de kiezer en dat ze proberen om die beloften te realiseren. Een partij die meer beloofd heeft, verplicht zelf ook om meer punten te realiseren. Tien voorstellen uit het regeerakkoord zijn niet terug te vinden in de doorrekeningen. Dat geldt voor kleine voorstellen, die niet in de doorrekening worden opgenomen zoals “Commissie sociaal minimum BES”. Maar ook grotere voorstellen vinden we niet terug. Zo zit in het akkoord een “tabelcorrectiefactor die beperkt toegepast wordt in de inkomstenbelasting” van 3.4 miljard. Dat is ambtenarentaal voor hogere inkomstbelastingen. Dit kwam in het akkoord ondanks het feit dat het CDA 3,3 miljard aan lagere lasten op arbeid en inkomen beloofd had. De VVD stelde 7,7 miljard aan lagere lasten op deze post en D66 zelfs 30,9 miljard. Als je een plan in de bijlage van het akkoord krijgt, betekent dat nog niet dat je het gehele bedrag dat je wilde in het akkoord krijgt. We kunnen dus ook voor ieder voorstel berekenen welk aandeel in het akkoord kwam. Het laagste percentage zien we voor de plannen van het CDA voor duurzame energie. Het wilde 800 miljoen extra aan duurzame-energiesubsidies. Dat werd 8 miljoen (1%). Het hoogste percentage zien we voor de bezuinigingen op het openbaar bestuur. De VVD en het CDA wilden 200 miljoen bezuinigen op het openbaar bestuur. In het regeerakkoord staat een bezuiniging van 1,4 miljard onder de bezwerende woorden “slagvaardige overheid”. Bijna de helft van ieder CDA-voorstel kwam in het akkoord. De VVD krijgt een derde van ieder voorstel in het akkoord. D66 krijgt van ieder voorstel slechts minder dan een kwart in het akkoord. Hoe we ook kijken, D66 is de grote verliezer van de onderhandelingen over financiën deze formatie. Ze is misschien de grootste partij, maar hoe je er ook naar kijkt krijgen ze een kwart of minder van het programma in het akkoord. VVD en CDA doen het beter, afhankelijk van hoe je kijkt iets of veel beter. Het feit dat D66 de grootste partij was, lijkt hun onderhandelingspositie niet versterkt te hebben. [caption id="attachment_367799" align="aligncenter" width="300"] Figuur 1: Steun in de Coalitie en de kans om in het akkoord te komen[/caption] Willumsen en ik zagen bij eerdere onderhandelingen dat hoe meer partijen aan tafel een voorstel steunden, des te groter de kans was dat het in het akkoord kwam. Dat zien we nu ook. Zoals Figuur 1 toont, van de voorstellen die één partij steunde, kwam slechts 16% in het akkoord. Als twee partijen een voorstel steunden kwam 40% in het akkoord. Als alle drie de partijen het voorstel steunden kwam 61% in het akkoord. Dat is relatief weinig in vergelijking met eerdere formaties. Zo kwamen plannen voor belastingen op e-sigaretten en een flexibele AOW-leeftijd kwamen niet het akkoord. Minderheidskabinet Eén van de andere patronen die Willumsen en ik eerder zagen was dat naarmate er meer steun was voor een voorstel in de Tweede Kamer als geheel de kans groter is dat het voorstel in het akkoord komt. Dat lijkt raar, maar is dat niet. Zeker omdat Nederland kabinetten heeft gehad zonder meerderheid in de Eerste Kamer in de periode die wij onderzochten (2006-2021) is dat niet onlogisch: de plannen van de partijen moeten brede steun hebben. [caption id="attachment_367800" align="aligncenter" width="300"] Figuur 2: Steun in de Tweede Kamer en de kans om in het akkoord te komen[/caption] Je zou eenzelfde patroon verwachten voor dit kabinet. Maar dat is niet het geval. Anders dan eerdere jaren hangt plenaire steun negatief samen met de kans dat een voorstel in het regeerakkoord komt. Figuur 2 toont het patroon als we de kans dat een voorstel in het regeerakkoord komt voorstellen met de steun in de coalitie en plenaire steun: een neergaande lijn. Als we dit uitdelen naar de mogelijke partijen waar deze coalitie naar zal kijken, is er een heel opvallend patroon: een plan van één de onderhandelende partijen waar ook GroenLinks-PvdA voor was in hun doorrekening, heeft een kans van 26% om het regeerakkoord te komen. Een plan dat JA21 steunde, heeft 41% kans om in het regeerakkoord te komen. Dat komt deels omdat GL-PvdA met name plannen van D66 gesteund heeft en zij van de drie onderhandelende partijen het kleinste deel van hun programma in het akkoord gekregen hebben. JA21 steunt met name plannen van CDA en VVD die een groter deel van hun plannen in het akkoord krijgen. Maar zelfs als we rekening houden met de steun van de coalitiepartijen zelf voor plannen dan zien we een opvallend patroon: de steun van D66, CDA of VVD verhoogt de kans dat een plan in een akkoord komt, maar de steun van GroenLinks-PvdA zorgt ervoor dat een plan een ongeveer 50% lagere kans heeft om in het akkoord te komen. Je kan dit resultaat op twee manieren lezen: het kabinet sorteert erop voor om over rechts te gaan onderhandelen met JA21, BBB, SGP en CU. Plannen die zij steunen hebben een groter kans om in het akkoord te komen. Maar je zou ook kunnen zeggen: het kabinet verwacht te gaan onderhandelen met GroenLinks-PvdA en willen hun huid duur verkopen en hebben niet alvast cadeautjes voor Jesse Klaver in het akkoord gestopt. Als het kabinet onderhandelt met GroenLinks-PvdA zal D66 daar goed uitkomen.

Door: Foto: "250710RobJetten323 (cropped)" by Jeroen Mooijman is licensed under CC BY 4.0
Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: presentatie coalitieakkoord ©Beeld - Tweede Kamer.

Coalitieakkoord is geen akkoord of toch wel akkoord?

Het op 15 december 2021 gepresenteerde coalitieakkoord van Rutte IV mocht beslist geen regeerakkoord heten. Want

Het kabinet wil zo duidelijk maken dat het coalitieakkoord in eerste instantie een afspraak is tussen vier fracties uit de Tweede Kamer

Afspraak is afspraak. Maar sommige coalitiepartners kunnen zich daar blijkbaar niet aan te houden. Vijf cases.

De ‘niemand slaapt op straat’ afspraak

In de volksmond bekend als BBB, de ‘bed-bad-brood’-regeling. Heden ten dage officieel de ‘Landelijke Vreemdelingen Voorziening’ (LVV). Een langslepend en pijnlijk dossier.

Staatssecretaris Van der Burg kondigde aan dat er vanaf volgend jaar geen geld meer zou zijn voor de LVV. Dat zou zo maar kunnen, want officieel is de pilotfase van de LVV  ten einde. Vorig jaar november verscheen de eindevaluatie.

Maar Van der Burg moet nog met een beleidsreactie op die evaluatie komen. In zijn brief bij de presentatie van de eindevaluatie kondigde hij wel aan dat “de uitkomsten van de eindevaluatie betrokken zullen worden  bij de ontwikkeling van de werkwijze en het gesprek over het vervolg van de LVV”.

Eind december besprak het kabinet deze kwestie en kwam tot de deze afspraak (Uit het coalitieakkoord, pag. 43 en 44)

Foto: Smythe Richbourg (cc)

Rutte IV graait in gemeentekas

ANALYSE - Een gastbijdrage van David Rietveld.

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten, onder andere omdat gemeenten zelf nauwelijks belasting mogen heffen. En de startnota is de financiële vertaling van het regeerakkoord. Daar zitten namelijk toch wel wat opvallende dingen in, zeker als het over het gemeentefonds gaat.

Startnota kabinet Rutte IV tabel 19 gemeentefonds

Allereerst valt de reeks voor het gemeentefonds zelf op. Die loopt niet op, maar af. In 2026 krijgen de gemeenten veel minder dan nu. Dat is gek, want de afgelopen jaren hebben we vooral gehoord over financiële problemen bij gemeenten. Medio vorig jaar stuurde Minister Ollongren nog het rapport ‘Gemeenten in de knel’ naar de Kamer. Conclusie uit dat rapport was dat gemeenten investeringen uitstellen en voorzieningen sluiten door tekorten. Dit leidt volgens het rapport ’tot een sluipende uitholling van het gemeentelijke voorzieningenniveau’.

Belangrijke boosdoeners voor het feit dat gemeenten in de knel zitten zijn de opschalingskorting en de tekorten jeugdzorg, maar eerst iets over het ‘accres’. Dit zegt de startnota erover:

De jaarlijkse indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds heet het accres. Dit accres is bij het coalitieakkoord tot en met 2025 grotendeels berekend op basis van de bestaande afspraken. Dit wil zeggen dat de stijging van de rijksuitgaven ook leidt tot een hogere algemene uitkering aan gemeenten en provincies. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij miljoenennota 2022.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Gedoe in de coalitie hoeft geen probleem te zijn

ANALYSE - De coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben gedurende Rutte III meermaals en over diverse onderwerpen in de clinch gelegen. Menig keer werd dan gesproken over een potentiële kabinetscrisis. Terwijl deze incidenten juist ook bij kunnen dragen aan behoud van het electoraat van deze partijen, een analyse van bestuurskundige Aron van Balveren.

Na maanden van onderhandelen presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december het nieuwe regeerakkoord: ‘omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Sceptici stelden nog tijdens de formatie dat de kans groot is dat de regeringsperiode van kabinet Rutte IV niet zo lang gaat duren. Want zijn de tegenstellingen tussen de politieke partijen niet enorm groot, en scheerde het kabinet Rutte III niet al een aantal keer langs de rand van de afgrond voordat het uiteindelijk ten val kwam?

Discussie, onenigheid en perikelen rondom (het oplossen van) het stikstofprobleem, het kinderpardon en het klimaatakkoord. Een drietal voorbeelden van onderwerpen waarbij sprake was van een botsing tussen de coalitiepartijen in Rutte III. Deze voorbeelden zijn in de afgelopen jaren breed uitgemeten in de media. Gesuggereerd werd dat deze gebeurtenissen zo maar eens zouden kunnen leiden tot een kabinetscrisis. De termen ‘bijna-crisis’ en ‘de rand van de afgrond’ vielen. De vraag is of deze botsingen daadwerkelijk de potentie hadden om een val van het kabinet te kunnen veroorzaken, of dat dit juist onderdeel is van een gezamenlijke politieke strategie om electoraal te kunnen overleven als regeringspartijen?

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Wie was het meest succesvol aan de onderhandelingstafel?

ANALYSE - door Simon Otjes (eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees)

Het regeerakkoord ligt er. Na een formatie van negen maanden zijn VVD, D66, CDA en ChristenUnie eruit. We hebben het eindresultaat van de onderhandelingen. Een cruciale vraag voor politicologen is wie daar de meeste invloed op heeft kunnen uitoefenen. Journalisten stellen al de vraag: heeft de VVD niet te veel weggegeven? Volgens de Telegraaf ademt het akkoord D66. Kunnen we een beeld krijgen van welke partij aan het langste eind getrokken heeft? En kunnen we een beeld krijgen van onder welke voorwaarden een partij succes boekt?

Het meten van onderhandelingssucces

Papier is geduldig. Vage formuleringen kunnen veel conflicten afdekken. Ook dit akkoord blinkt daarin uit: “We bezinnen ons op de positie van het lokale bestuur en de positie van de burgemeester daarbinnen om het toekomstbestendig te maken.” Tussen de partijen die de burgemeester in huidige vorm willen behouden en de partijen die een directer democratisch mandaat willen, is hier een wazig compromis gesloten. Bovendien worden sommige beslissingen uitgesteld in verband met de nieuwe bestuurscultuur.

De financiële paragraaf van het regeerakkoord is een stuk preciezer. De coalitiepartijen committeren zich aan bepaalde bedragen. Bovendien: partijen hebben ook bij de doorrekening hun programma in eenzelfde mal aangeboden. Die twee, de programma’s en het regeerakkoord, zijn zo direct te vergelijken. Deze financiële paragraaf bevat het overgrote deel van het akkoord: klimaat, economie, zorg, onderwijs veel van deze voornemens hebben financiële implicaties, maar zelfs de rol van de Tweede Kamer staat in de budgettaire bijlage.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Cyril Wermers (cc)

Dit coalitieakkoord gaat geen wooncrisis oplossen

ACHTERGROND - Er is een nieuw coalitieakkoord en daar verwacht je iets te vinden over de wooncrisis. Een analyse over wat de problemen zijn en ideeën, een visie zo u wilt, over hoe je die dan oplost. En misschien enkele maatregelen, al was het natuurlijk de bedoeling de uitwerking aan het nieuwe kabinet en de kamer te laten.

Al rondkijkend in het document vond ik een paar woorden, op de plek waar ik die ideeën en die visie zou verwachten. Dit: “Wonen in een goed, duurzaam en betaalbaar huis in een leefbare wijk is een eerste levensbehoefte. Veel Nederlanders kunnen op dit moment echter geen passende woning vinden. Het is onze prioriteit te zorgen voor een woning voor iedereen, of je nu huurt of koopt.”

Drie zinnen

Drie zinnen om precies te zijn. En dat was het.

Tienduizenden mensen hebben meegelopen bij de woonprotesten en woonopstanden dit afgelopen najaar, omdat er honderdduizenden mensen in de knel zitten. Er wordt veel over geschreven, gedebatteerd, geopinieerd, getwitterd. En na negen maanden formatie en acht weken onderhandelen: drie zinnen!

Wat zeggen die zinnen? Zin 1: wonen is een eerste levensbehoefte. Open deur. Zin 2: er is een probleem, want veel mensen vinden geen passende woning. Echt waar!? Ook dit gerecyclede kabinet erkent dat er een probleem is. Dat hebben al die demonstranten dan toch maar mooi voor elkaar gekregen! En is zin 3 dat dan die doorwrochte analyse van het probleem, inclusief visie over hoe we dat moeten oplossen? Nou nee. “Het is onze prioriteit…”

Foto: copyright ok. Gecheckt 11-03-2022

Een oplossing voor de democratische crisis

COLUMN - Over wat er mis gaat met onze democratie, en wat daaraan te doen

Onze democratie

Bij de algemene beschouwingen van afgelopen jaar oogstte Baudet vooral hoon bij zijn collega’s, toen hij beweerde dat de debatten in de tweede kamer eigenlijk alleen maar een inhoudsloos spel voor de bühne zijn. Helaas heeft hij daar echter wel gelijk in. De huidige politieke situatie is eigenlijk de naam democratie nauwelijks waard.

Want wat is de praktijk? Direct na de verkiezingen duiken in ons land de winnende partijen een achterafkamer in, om in het diepste geheim een coalitieakkoord te smeden. Daarmee zetten ze effectief gezien vervolgens vier jaar lang de tweede kamer buitenspel.

In de tweede kamer speelt zich rond dit akkoord vervolgens een ritueel af. De coalitie verdedigt het coalitieakkoord, de oppositie valt dat aan (en vangt bij de meeste debatten bot), terwijl van bijna ieder debat de uitkomst eigenlijk van tevoren al vastligt.  Coalitiepartijen stemmen doorgaans anders dan wanneer ze niet aan een akkoord gebonden zouden zijn, en anders dan hun partijprogramma vertelt. Door coalitietrouw gebeurt het regelmatig dat minderheidsstandpunten wetten worden, en dat kleine minderheden belangrijke veranderingen blokkeren.

In een democratie regeert het volk in open debat en bij gratie van meerderheden. Onze praktijk is daar sterk van verwijderd. En het levert niet zoveel goeds op. Deze manier van werken heeft vooral nadelen. Kabinetsvorming is soms zeer moeilijk, en de uitkomst is voor veel partijen onbevredigend: niet alleen voor de oppositie, maar het is ook vaak pijnlijk voor coalitiepartners. Het volk krijgt ondertussen maar al te vaak de indruk dat politici volkomen onbetrouwbaar zijn. Kabinetten zijn vaak instabiel, slecht presterende ministers wordt vanwege coalitietrouw de hand boven het hoofd gehouden, en de politiek draait meer om macht dan om rationele argumentatie.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ruttes Droom: Paars+, dualisme en 76 rechtse zetels

De verkiezingsuitslag heeft mooie ironische kanten. Er wordt nu onderhandeld over een paars+ kabinet. Achter gesloten deuren, langszaam en gestaag en grotendeels op initiatief van Hare Majesteit. De partijen die het hardst beloofden dat er een snelle formatie zou komen (VVD), dat de formatie transparant zou zijn (GroenLinks) en dat de Koningin een kleinere rol moest hebben tijdens de formatie (D66) moeten snel terug komen op hun afspraken over het politieke proces.

Ook een uitermate ironisch aspect van de verkiezingsuitslag kunnen we zien als we kijken naar de brief van de informateur Herman Tjeenk-Willink en in het bijzonder de bijlage. De (voormalige) informateur pleit net als Halsema eerder voor een kort coalitieakkoord, met name gericht op financiële kwesties. Buiten dat coalitieakkoord zijn zaken dan vrij voor de Kamer om zelf te beslissen, zonder dat dat de coalitie in gevaar mag brengen.

Dat lijkt me in principe een goed verhaal: het monisme ondermijnt het politieke vertrouwen, omdat partijen worden gedwongen hun beloften te breken, en zorgt ervoor dat beleidskeuzes het resultaat zijn van politieke uitruilen en niet van inhoudelijke overwegingen. Een dualistischer bestuur zorgt ervoor dat beleid dichterbij de voorkeuren van kiezers zullen liggen.

Dat is een mooie roze bril, maar politiek gaat om uitkomsten. En een kort financieel regeerakkoord gecombineerd met een rechtse meerderheid betekent dat GroenLinks en de PvdA zich moeten committeren aan relatief rechts bezuinigingsprogramma in het coalitieakkoord. Daarin zal weinig ruimte zijn voor onderwerpen als milieu. En juist op die onderwerpen die buiten het coalitieakkoord vallen bestaat een meerderheid van 76 zetels van VVD, PVV en CDA.