Klimaatdoelen haal je nooit met kerncentrales

Gastbijdrage Jan Willem van de Groep Over de non-lineariteit van zowel CO2-emissie doelen als CO2-budgetten Het einddoel kennen we allemaal, nul CO2-emissie per 2050. Voor veel politici lijkt dat een doel welke lineair behaald moet gaan worden met 2030 slechts als tussendoel. Sterker nog. Velen denken dat we nog volop tijd hebben om te oefenen, kleine stappen te zetten en aan het einde te versnellen. De discussie over het al dan niet toepassen van kerncentrales is er zo één. Lineaire verlaging van de CO2-emissie is echter niet de manier waarop we antwoord kunnen geven op deel 2 van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Daar is namelijk ook afgesproken dat we opwarming van de aarde beperken op een waarde tussen 1,5 en 2,0 graden met een streven zo dicht mogelijk bij de 1,5 graden te eindigen in 2050 (tekst klimaatakkoord: “ruim onder de 2 graden”). Laten we daar eens op inzoomen. CO2-budgetten  wereldwijd Het CO2-budget is de hoeveelheid CO2 die nog uitgestoten kan worden tot 2050 om binnen de doelstelling van 1,5 tot 2,0 graden te blijven. Een flink aantal wetenschappers hebben daar met verschillende modellen aan gerekend. Het IPCC heeft uit al die publicaties een gemene deler gehaald (link) en met allerhande voorzichtigheden de zekerheid bepaald wat het meest aannemelijke getal is voor een 1,5 en 2,0 graden budget. This assessment suggests a remaining budget of about 420 GtCO2 for a two-thirds chance of limiting warming to 1.5°C, and of about 580 GtCO2 for an even chance (medium confidence). The remaining carbon budget is defined here as cumulative CO2 emissions from the start of 2018 until the time of net zero global emissions for global warming defined as a change in global near-surface air temperatures. Met dat budget kun je rekenen. Het getal van 420 GtCO2 dateert al weer van 2018 en daalt uiteraard jaarlijks omdat we er fors boven zitten. Het is nu al weer 2021 maar omdat het getal 420 herkenbaar is en de getallen nooit exact zijn hanteer ik in onderstaande berekening nog maar even die 420 GtCO2. Vertaling naar Nederland Voor de vertaling naar Nederland heeft PBL in 2016 een artikel gepubliceerd (link) waarmee het budget met een percentage is te vertalen naar de Nederlandse situatie. PBL neemt in die publicatie het 2 graden doel. Ik reken in dit artikel met het 1,5 graden doel. De afspraak is immers dat we dichter bij 1,5 willen eindigen dan bij 2,0. PBL rekent met een percentage van 0,21 van het globale carbon budget met daaroverheen nog een correctiefactor voor de huidige uitstoot positie ten opzichte van andere landen van ca. 1,5. Dat betekent een carbonbudget van 1.323 Mt de komende 29 jaar. Niets daalt lineair Het beschikbare budget kan in principe lineair uitgezet worden in de tijd (de groene lijn in onderstaande figuur). Voorwaarde is wel dat we dan ieder jaar de beoogde doelen halen om binnen dat budget te blijven. Lukt dat niet dan moet het niet gerealiseerde doel afgetrokken worden van het budget. Dat betekent dus het budget niet lineair daalt en we dus steeds verder weglopen van de doelen. Uiteindelijk zijn de doelen dan domweg niet meer te halen en moet het jaar 2050 domweg schuiven met hogere temperatuurstijgingen tot gevolg. Dat wil zeggen dat 2030 maar niet zomaar een tussendoel is. De daadwerkelijke uitstoot is nu ongeveer het dubbele van het budget dat we dit jaar zouden mogen uitstoten (het beginpunt van de oranje lijn in het plaatje hieronder). Welnu, om in 2050 op nul uit te komen en binnen het beschikbare CO2-budget te blijven kan er geen lineaire lijn getrokken worden van 2021 naar 2050. We zullen eerst een tijdje onder het beschikbare budget moeten duiken om alle uitstoot die we nog jaarlijks boven budget uitstoten te compenseren. Dat betekent heel concreet dat we in 2040 al praktisch op nul moeten zitten en dat we in 2030 al 75% reductie moeten hebben behaald. Uiteraard zijn deze getallen onderhevig aan allerhande discussies inclusief de vraag of je nou uit moet gaan van 1,5 of 2,0 graden. Het doet echter weinig af aan de essentie van de discussie. Neem je het dubbele budget (2,0 graden) dan wordt het punt van 75% emissiebesparing bereikt in 2037. [caption id="attachment_327300" align="aligncenter" width="491"] Fig 2 – Ruimte om nog even door te gaan op oude voet bij 2 graden doelstelling[/caption] Waar de discussie dus over zou moeten gaan De discussie over de energietransitie spitst zich in politieke debatten en daarbuiten erg toe op de transitie van de elektriciteitsvoorziening. Die vormt op dit moment ‘slechts’ 23% van de CO2-emissie en daalt met de huidige plannen (die allemaal in gang zijn gezet en goed op planning liggen) naar 11% met een daling van 70% in 2030 ten opzichte van 2019. De cijfers van PBL zijn wat optimistisch doordat elektrificatie van mobiliteit en warmte sneller zou kunnen gaan dan verwacht maar al met al ligt elektriciteit op koers. Alle andere sectoren zijn problematischer. De doelen van de gebouwde omgeving lijken zeker niet gehaald te gaan worden binnen de huidige aanpak, de landbouw draagt nauwelijks bij en de industrie stribbelt lekker mee maar toont weinig initiatief om echt grote stappen te zetten. Zeker niet de stappen die hierboven worden geschetst. Ik vermoed dat mobiliteit zal verassen binnen nu en 9 jaar maar CO2-emissie maatregelen zijn in die sector wel het makkelijkst te realiseren. Kortom de discussie over kerncentrales zijn goed voor de polemieken maar voegen niks toe aan de stappen die echt gezet moeten worden om binnen klimaatbudgetten te blijven. Die dingen staan er nou eenmaal niet eerder dan 2035 (als we geluk hebben) en zullen dan vooral dienen om de status quo te dienen doordat oude zonneparken en windmolens weer langzaam het veld gaan ruimen en we graag willen stoppen met CCS (CO2 in de grond pompen). De grote vragen Wat gaan we doen in de gebouwde omgeving om de doelen alsnog te halen? Hoe versnellen we het verlagen van de CO2-emissie in de industrie (Europees)? Kunnen er maatregelen bedacht worden om meer te doen binnen mobiliteit? Wat gaat de landbouw nou eigenlijk doen en kunnen de maatregelen tegen stikstof gecombineerd worden met een forse CO2-reductie? Weten hoe politieke partijen dit denken te gaan doen? Kijk bij de nieuwe duurzame stemwijzers of een van de vele andere stemwijzers die we verzameld hebben. Dit is een gastbijdrage van Jan Willem van de Groep, met toestemming overgenomen van zijn weblog. Jan Willem van de Groep schrijft over innovatie, bouwindustrie, future technology, duurzaamheid, transitie en aanverwante maatschappelijke thema’s. Hij was onder andere Founder van Factory Zero, Bedenker en initiator van Stroomversnelling, Grondlegger van Energiesprong, Manager bij woningcorporaties, Werkzaam bij een bouwer.

Foto: Nuon (cc)

Tien ontwerpprincipes voor een warmtenet

COLUMN - van Jan Willem van de Groep, alias Greenspirator

De discussie over centrale hoog-temperatuur warmtenetten n.a.v. mijn columns en blogs maakt nogal wat los in warmteland heb ik gemerkt. Nou ben ik geen radicale tegenstander van warmtenetten. Ik zie ze alleen, vanuit transitieperspectief, weinig toevoegen aan de opgave waar we voor staan. Er zijn wel een paar plekken waar het zou kunnen. Het gebied waar de warmterotonde Zuid-Holland is gepland zou zo’n plek kunnen zijn. Het lijkt mij goed dat we daar dan wel een aantal ontwerp principes voor meegeven waardoor warmtenetten kansrijke decentrale ontwikkelingen niet in de weg gaat zitten.

Ik heb er een aantal bedacht. Heeft u aanvullende principes of bent u het niet eens met één van deze principes dan nodig ik u van harte uit om te reageren. Wellicht komen we er samen uit.

ONTWERPPRINCIPES WARMTENET

  • De gebouwde omgeving krijgt een besparingsdoel van 70% gerealiseerd in 2035.
    Daarmee krijgt het debat over de energievoorziening een heel ander karakter.
  • Nieuwe warmtenetten worden niet gevoed door fossiele bronnen (kolen, gas , afval). Oude netten die gevoed worden door kolen of AVI’s faseren we binnen 15 jaar uit.
  • Aftapwarmte is geen restwarmte, het aftappen van warmte mag niet ten koste gaan van het rendement van een installatie.
  • Doneer!

    Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

    In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

    Quote du Jour | Bouw aan het subsidie-infuus

    QUOTE -

    Wil je doorstroming op de woningmarkt? Dan moet je weer minstens 50 miljoen euro in die pot storten. Zo’n dertienduizend jonge huishoudens konden hierdoor toch een woning kopen. Dat draagt uiteindelijk ook weer bij aan de werkgelegenheid

    Aldus Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland.
    Net als banken vindt de bouwsector dat ze voor het overleven subsidie nodig hebben. BTW op arbeid in bouw zit op 6% (regeling verlengd) en schenkingen tot een ton zijn nog tot eind dit jaar heffingsvrij. Gewoon indirecte subsidie, alleen mag het niet zo heten.
    En waarom wel keihard de culturele sector snoeien en niet de bouw, die meegeholpen heeft aan de huizenprijszeepbel?

    Warmte dumpen… meer verlies dan winst

     

    COLUMN - Minister Kamp bracht begin april zijn visie op warmte uit. Ik vraag me af waarom de minister vasthoudt aan een fossiel regime. Er zijn alternatieven, bijvoorbeeld een ambitieus besparingsdoel.

    De minister en zijn ambtenaren lijken niet los te komen van het heersende (fossiele) paradigma dat energie centraal gedistribueerd moet worden, de energievraag statisch is en ‘restwarmte’ een duurzaam alternatief is voor gas. Het nieuwe paradigma, forse energie-reductie met daaraan gekoppeld decentrale opwekking van elektriciteit en warmte, wordt als een nichemarkt weggezet. Warmtebedrijven zullen blij zijn met een visie waarbij kolencentrales, afvalverbrandingsinstallaties en de industrie hun zogenaamde restwarmte ongestraft kunnen dumpen in de gebouwde omgeving. Ze krijgen er nog voor betaald ook.

    Het verbaast mij dat Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, daar niet luidkeels een alternatief tegenover zet. Laat Bouwend Nederland nou domweg toe dat er elk jaar 20 miljard euro verdwijnt vanuit de gebouwde omgeving naar het energiedomein? Geld dat ook ingezet kan worden voor forse energiereductie en opwekking van decentrale energie. Geld waarmee wijken kunnen worden getransformeerd en het woonplezier vergroot.

    Echte restwarmte bestaat op hooguit vier plekken in Nederland waar de energie-intensieve industrie sterk is geconcentreerd. Volgens Tjeerd Jongsma, directeur van het Institute for Sustainable Process Technology, is het voor de industrie ook in die gebieden veel kosteneffectiever om elkaars restwarmte te gebruiken. Het is volgens hem zonde om daarvoor dure fijnmazige warmtenetten in de gebouwde omgeving aan te leggen.

    Foto: Tõnu Mauring (cc)

    Verschillende wegen naar nul op de meter

    ACHTERGROND - Vanuit verschillende hoeken werken energie- en bouwbedrijven de laatste jaren aan het realiseren van energiebesparing in de bebouwde omgeving. De initiatieven en nieuwe bedrijven vliegen je om de oren.

    In grote lijnen vallen deze initiatieven uiteen in drie categorieën: de eerste categorie focust op het traditionele idee dat inzicht in het energielabel van de woning en het verbruik aanzet tot gedrags- of bouwkundige veranderingen en zodoende tot energiebesparing leidt.

    De tweede groep initiatieven focust op directere lijnen met de bronnen die hun duurzame energie opwekken. De derde categorie concentreert zich op de energierekening als financieringsbron voor het realiseren van verdere, structurele energiebesparing.

    Groep 1: Energielabel leidt tot energiebesparing

    Tot deze groep reken ik het programma Meer Met Minder en voorlichtingsorganisatie MilieuCentraal. Op basis van inzicht in het energielabel of berekeningen op basis van kengetallen rekenen ze je voor wat je kunt besparen door een maatregel te treffen. Wanneer ik de testjes of vragenlijsten van dit soort sites invul, word ik meestal wat droef. Op basis van onze woning en gezinssituatie overschatten ze ons energieverbruik schromelijk en de berekeningen van mogelijke besparingen kloppen dus ook zelden. Met als dieptepunt de site die me aanraadde een zonneboiler te installeren, terwijl ik bij woningkenmerken in had gevuld dat we een zonneboiler hebben…

    Groep 2: Directere lijnen met energiebronnen

    Bestel je boeken bij Bazarow

    Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

    Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    Bange mensen op een eiland

    Als u straks komt aanrijden, laat u de wereld achter u. U voelt zich meteen veilig in dit paradijselijke park geborgen tussen water en natuur. Want uw veiligheid is in goede handen bij een alarmsysteem dat al eeuwenlang perfect werkt: het wakende oog van een betrouwbare portier.

    Tekst bij de dubbelpagina-advertentie in het NRC van vandaag. Bekijkt u gerust de online brochure van het eiland voor bange mensen. In modern Nederlands heet dat een Gated Community. Welkom in de 21ste eeuw.

    Foto: Elliott Brown (cc)

    Wie heeft de groenste?

    ANALYSE - Het jaarlijkse onderzoek naar duurzaamheid van de Nederlandse energiesector negeert de trend naar het zelf opwekken van duurzame energie.

    Een paar weken geleden werd de uitkomst gepubliceerd van het jaarlijkse onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

    Bij het lezen van de uitkomsten miste ik echter wat. Ik kon er niet meteen de vinger opleggen, maar deze week viel het kwartje: ik mis de bouw- en installatiebedrijven die u volledig van uw energierekening afhelpen. Dit doen ze door volgens de trias energetica 2.0 in te zetten op energiebesparing, hergebruik van energie uit reststromen en door het resterende energieverbruik volledig duurzaam op te wekken bij u thuis.

    Het onderzoek

    Maar nu eerst terug naar het onderzoek.

    Het onderzoek naar de duurzaamheid van Nederlandse energieleveranciers is uitgevoerd door CE Delft in opdracht van WISE, de Consumentenbond, Greenpeace, Hivos, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis en Wereld Natuur Fonds. De zeven maatschappelijke organisaties verenigen zich om samen vanuit verschillende invalshoeken een eenduidig beeld te geven over de duurzaamheid van Nederlandse elektriciteitsleveranciers.

    De ambities van de opdrachtgevers zijn goed: ze willen de verwarring rond groene stroom verminderen, afnemers inzicht geven in de duurzaamheid van hun stroomleverancier, de transparantie in de elektriciteitsmarkt vergroten en Nederlandse stroomleveranciers stimuleren om duurzame keuzes te maken en een grotere bijdrage te leveren aan de transitie naar een schone en veilige energievoorziening.

    Veroordeling raadslid is slecht voor de democratie

    Raadslid Louis van der Kallen uit Bergen op Zoom werd maandag door de rechtbank in Breda schuldig bevonden aan het lekken van geheime gegevens over een groot bouwproject. Met deze uitspraak wordt het nog moeilijker voor burgers en de pers om te controleren of gemeenten veel risico’s nemen met bouwprojecten. Want aan gemeenteraden kan je zoiets niet overlaten.

    Op het moment dat het in een gemeenteraad om bouwprojecten gaat, schieten veel gemeenten in een kramp. Op verzoek of zelfs voorwaarde van de wethouder wordt een vergadering besloten verklaard en wordt pers en publiek verzocht het pand te verlaten. Ik ben in mijn rol als verslaggever heel wat keren, in verschillende gemeenten, de raadszaal uitgestuurd zonder dat een raadslid bezwaar maakte.

    Want dat is het grote probleem bij bouwprojecten: het gebrek aan democratische controle. Formeel is het er wel, omdat onze gekozen vertegenwoordigers toch op de hoogte gesteld worden over grondexploitaties, verkoop en contracten met ontwikkelaars en bouwers. Maar door gebrek aan kennis bij de raadsleden – tenslotte geen professionals – heeft een wethouder die gesteund wordt door een apparaat aan ambtenaren, altijd de bovenhand. Gesteund door kloeke rapporten, ingewikkelde doorrekeningen, mooie plaatjes en ambitieuze marketingonderzoeken is het een fluitje van een cent om goedbedoelende, maar veelal weinig kritische raadsleden over de streep te trekken. En maar al te vaak worden de luizen in de pels, de raadsleden die kritisch zijn over bepaalde bouwontwikkelingen, op besloten vergaderingen door de meerderheid als “lastig” of “populistisch” beschouwd, of wordt hen verweten “de integriteit van het gemeentebestuur in twijfel te trekken”.

    Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

    Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

    Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

    Foto: Eric Heupel (cc)

    KSTn | Crisis en herstelwet nogmaals

    Logo kamerstukken van de dagHet is crisistijd en snel optreden is gewenst om de economie op gang te houden. Dat is de redenering achter de Crisis- en herstelwet die binnen twee maanden door de Tweede Kamer is goedgekeurd, ongekend snel. Iedereen blij dus, want we gaan immers de economie redden. Maar zoals vaker bij zaken die onder druk besloten worden, is ook nu de kans groot dat je niet krijgt wat je had verwacht. Haastige spoed is zelden goed.

    Vorige week besteedde ik ook al even aandacht aan deze wet, maar dat was meer per ongeluk vanwege de complexiteit van de stemming. Maar nadien ben ik dieper in de stukken gedoken en werd het me koud om het hart. Er is echter een probleem. Ik heb noch de tijd noch de juiste kennis om het volledig op waarde te kunnen schatten. Daarom zal ik eerst mijn indruk geven en hoop ik anderen dan mee gaan onderzoeken om te bepalen hoe ernstig het werkelijk is.

    Mijn korte samenvatting: De komende acht jaar zijn een aantal wetten m.b.t. zorgvuldige procedures rondom onteigening en natuur- en milieuregelgeving uitgeschakeld voor een hele reeks bouwprojecten en heeft het kabinet de vrije hand om nieuwe projecten toe te voegen. En dit zonder de garantie dat het helpt tegen de crisis.

    Ter onderbouwing eerst even een rijtje met wetten en besluiten die aangepast (versoepeld) worden door deze Crisis- en herstelwet:
    – Algemene wet bestuursrecht
    – Elektriciteitswet 1998
    – Gaswet
    – Interimwet stad-en-milieubenadering
    – Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening
    – Natuurbeschermingswet 1998
    – Onteigeningswet
    – Spoedwet wegverbreding
    – Telecommunicatiewet
    – Tracéwet
    – Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken
    – Waterwet
    – Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
    – Wet beheer rijkswaterstaatwerken
    – Wet geluidhinder
    – Wet luchtvaart
    – Wet milieubeheer
    – Wet op economische delicten
    – Wet op de waterkering (vervalt helemaal)
    – Wet ruimtelijke ordening
    – Wet stedelijke vernieuwing
    – Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998

    Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

    Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

    Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

    Volgende