“Maar wat als we voor het verkeerde alternatief kiezen?”

Eind vorige eeuw ging ik informatica studeren aan de HTS. Ik vond het magisch hoe je met weinig middelen hele toffe nieuwe dingen kunt maken. Tijdens mijn middelbare schooltijd liep ik al het programmeervirus op door leuke en handige programma’s te schrijven, toen nog onder MS DOS. Het gaf me een enorm bevrijdend gevoel, en ik kon er veel creativiteit in kwijt. Daar ga ik goed op. En hoewel je anno 2026 met veel minder kennis, met nog goedkopere techniek, en minder tijd, nog veel meer gaafs zou kunnen maken, krijgen steeds minder mensen (waaronder ik) bij ICT nog dat bevrijdende gevoel. Ik voel me steeds vaker een organische slaaf van een log en shitty digitale gevangenis. Of het nou de Outlook e-mail is van de gemeente Nijmegen, of het delen van bestanden via Teams met sommige partners op de Radboud Universiteit: gebruikers worden gedwongen trage en nodeloos onhandige programma’s te gebruiken waarvoor al decennia veel betere alternatieven zijn. Daar ga ik heel slecht op. Zoals @bert_hubert laatst catchy formuleerde hebben veel grote organisaties hun tech-afdelingen de afgelopen decennia getransformeerd naar big-tech-afdelingen. En dat is zonde. Want de belangen van big tech zijn niet de onze. Big tech beperkt onze vrijheid. Hun toepassingen zijn steeds vaker van het soort ‘monoliet’: een groot geheel waar je gebruik maakt van alles of van niets. Denk aan Office 365 met teams, de cloud-opslag en de agenda: het is een aan elkaar geknoopte bulk van één leverancier die nauwelijks ruimte biedt voor betere alternatieven van concurrenten. Ieder jaar gaan de licentiekosten verder omhoog en de vrijheden van gebruikers verder omlaag. De regie over wat er precies met onze data gebeurt verslapt, onze privacy staat ter discussie (gevoelige data worden gedeeld met Amerikaanse veiligheidsdiensten en bestuurders), en kunnen we wel voldoende vertrouwen op de beschikbaarheid van de diensten die afhankelijk zijn van kwetsbare intercontinentale internetverbindingen? En wat te denken van de president van de VS die al heeft laten zien niet terug te deinzen om mensen en organisaties af te sluiten. Hoe chantabel willen we worden? Achteroverleunen is dus geen optie meer. Dat mocht het eigenlijk nooit zijn, maar soit, hier zijn we nu, let’s go. Maar wat dan? Vaak krijg ik de vraag “Maar wat nou als we overstappen naar NextCloud, en de rest van Nederland of Europa kiest voor iets anders? Moeten we niet afwachten en aansluiten bij wat iedereen doet?” FOUT! Kijk, natuurlijk is de vraag legitiem. Maar als je broek en ondergoed koopt bij de HEMA vraagt niemand of je niet bang bent dat je daarna niet meer je trui bij de C&A kunt kopen. De vraag komt voort uit het frame van ‘alles is voor Bassie’ leveranciers die hun dienstverlening niet willen delen met concullega’s. De ICT-infrastructuur van de meeste grote organisaties anno 2026 is als een beperkend fastfoodrestaurant, waar je alles inkoopt bij één partij. In de Nespresso machine passen geen Senseo-pads, en de flesjes van Brand bier passen niet in de krat van Heineken. Het is tijd dat het fastfoodrestaurant plaats maakt voor een grote markthal waar je de beste bestellingen die je wil consumeren bij elkaar verzamelt en het servies naderhand op een dienblad op de band voor de vaatwasser zet. Organisaties hoeven niet plotseling alles zelf te organiseren (hoewel dat zou kunnen). Ze kunnen gewoon een overeenkomst aangaan met een partij (in het voorbeeld: de markthal met afwaskeuken) die alle software veilig installeert, configureert en aan elkaar knoopt waar nodig. Omdat de losse onderdelen (de kraampjes in de markthal) allemaal met elkaar kunnen samenwerken (omdat ze allemaal communiceren met dezelfde open standaarden) kun je ze vrij eenvoudig vervangen door alternatieven. En als de markthal van partij A je niet meer bevalt, til je de inboedel op en installeer je die bij de markthal van partij B. De kraampjes in de markthal (de software) til je gewoon op en zet je ergens anders weer neer, en de gebruiker hoeft er weinig tot niets van te merken. Zowel de markthal als de kraampjes erin kun je dus vrij eenvoudig vervangen, terwijl de rest blijft werken. Als het nieuwe fundament goed is, zijn alle transities vanuit technisch perspectief in de goede richting. Natuurlijk is het daarnaast belangrijk dat er functioneel goede producten in gebruik worden genomen en dat gebruikers daarbij goed worden meegenomen. Ik wens al jaren dat mijn gemeente en mijn universiteit het juk van techbedrijven afwerpen. Jaarlijks vloeien er miljarden Nederlandse euro’s naar licenties van Amerikaanse techbedrijven. In plaats daarvan zouden we veel betere software kunnen ontwikkelen die organisaties weer vrij maakt, en dat zal de Europese economie ook nog eens een geweldige boost geven. Alle reden dus om de zeilen bij te zetten. Vanuit mijn rol als Nijmeegs gemeenteraadslid, en als Programmamanager Digitale Soevereiniteit aan de Radboud Universiteit, probeer ik daaraan een steentje bij te dragen.

Foto: jensenartofficial on Pixabay

FTM en De Correspondent: onaf­hankelijker van Amerikaanse tech (en iedereen mag meekijken)

NIEUWS - De journalistieke platforms Follow The Money (FTM) en De Correspondent hebben aangekondigd samen te gaan werken om onafhankelijker te worden van Amerikaanse tech. Zowel FTM als De Correspondent schrijven al langer kritische verhalen over de afhankelijkheid van Amerikaanse techsector. Ondertussen zitten hun eigen platforms vol met Amerikaanse technologie. Tijd om afscheid te nemen.

De zoektocht naar Europese alternatieven

Daarom zetten ze nu de volgende stap: ze stoppen met Amerikaanse technologie en gaan op zoek naar Europese alternatieven. De verwachting is dat overstappen op andere software geld gaat kosten en frustraties opleveren. Tegelijkertijd vinden ze het een interessant journalistiek proces, want veel meer bedrijven, overheden en individuen zijn bezig met vergelijkbare afwegingen en keuzes. Daarom willen FTM en De Correspondent het transparant doen en mag iedereen meekijken. Waarbij ze hopen dat anderen hun eigen ervaringen met hen willen delen.

FTM geeft op de website een overzicht van de Amerikaanse tech die ze gebruiken in hun werkproces. En de eerlijkheid gebied te zeggen dat ook de redactie van Sargasso verschillende Amerikaanse platforms gebruikt. De website wordt gehost door Leaseweb, op Europese servers. De redactie maakt gebruik van verschillende diensten van Google voor de onderlinge samenwerking, en net als FTM gebruiken we Slack voor onderlinge communicatie. Ook voor ons wordt het dus een interessante ontdekkingsreis om te volgen. Dat kan door je aan te melden op de speciale nieuwsbrief van FTM.

Quote du Jour | Universiteit Groningen vrij van Big Tech

Nolda Tipping-Griffioen is initiatiefnemer van de nieuwe ambitie van de RUG: zij willen in 2030 los zijn van Big Tech. In december 2025 sprak ik hierover met haar, zij is sinds 1,5 jaar CIO en algemeen directeur IT bij de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Met groeiende verbazing volgde ze de nieuwsberichten over de geopolitieke ontwikkeling met betrekking tot digitale autonomie. Die verbazing zette ze om in actie: binnen de RUG bracht ze een ‘coalition of the willing’ bij elkaar waarmee ze samen een roadmap ontwikkelde die de universiteit binnen vijf jaar ambieert los te maken van Big Tech.

Foto: IoSonoUnaFotoCamera (cc)

Waarom vertrouwen we Amerika?

COLUMN - Nu de regering-Trump hard ingrijpt in de wetenschap als die volgens politici de verkeerde woorden gebruikt, en nu het duidelijk is dat grote Amerikaanse bedrijven door de knieën gaan en het nieuwe regime steunen, wordt het belangrijk om keuzes te maken.

Ik heb het altijd eigenaardig gevonden dat ik als medewerker van een Nederlandse universiteit verplicht ben Teams te gebruiken en daarmee allerlei gegevens aan een Amerikaans bedrijf overdraag. Microsoft beheert de manuscripten van mijn artikelen, kijkt mee met vrijwel al mijn vergaderingen en heeft controle over mijn e-mail en agenda. Om toegang te krijgen, moet ik bovendien een Microsoft-app op mijn mobiele telefoon installeren om mijn identiteit te verifiëren bij het inloggen.

Controleren

Microsoft zal de Nederlandse universiteiten vast allerlei mooie beloften hebben gedaan over geheimhouding en privacy, maar in Amerika heeft de regering inmiddels een buitenstaander, de miljardair Elon Musk, toegestaan om in de gegevens te kijken van zo ongeveer iedereen die ooit geld van de overheid heeft gekregen. Iets wat eerder zelfs Amerikaanse ministers niet mochten. Wat betekenen beloften onder dit regime?

Ik ben oud genoeg om me te herinneren dat mij werd verteld dat de universiteiten voorop zouden lopen bij de open source-revolutie. Ik denk dat het een jaar of twintig geleden was dat. We zouden alleen gebruik maken van programma’s die vrijelijk beschikbaar waren, omdat programmeurs ze gezamenlijk hadden gemaakt en hadden vrijgegeven voor het publieke domein. Niemand hoefde te verdienen aan software, of preciezer gezegd: mensen konden dan altijd nog verdienen aan het op maat maken van pakketten of mensen ondersteunen. Bovendien heeft open source-software het voordeel dat iedereen kan controleren wat er gebeurt.

Foto: stalkERR (cc)

Twitter en het HEMA rookworstmonopolie (2/3)

ANALYSE - Een draadje over Twitter. Over vrijheid, meningsuiting en waarom presidenten geen Twitteraccount moeten hebben. Over monopolies en het sociale mechanisme dat Twitter macht geeft. Over de vraag of Twitter eigenlijk wel een bedrijf is.

Begin januari besloot Twitter het account van Trump uit te zetten. Van verontwaardiging over de vermeende censuur van de president (zie deel 1) verplaatste de aandacht zich echter al snel naar de macht van Big Tech. Dat werd goed geïllustreerd in enkele tweets van Thijs Kleinpaste:

Dat klinkt niet onredelijk en sluit naadloos aan bij hoe er in de V.S., waar hij woonachtig is, in toenemende mate over big tech gedacht wordt. Onderzoeker en journalist Matt Stoller, bevindt zich in het hart van die discussie en schreef:

Tiny Tech

Beide opmerkingen zijn begrijpelijk als Facebook of Amazon worden bedoeld, maar niet als het gaat om Twitter. Twitter kunnen we niet rekenen tot Big Tech zoals dit plaatje van SOMO laat zien. Twitter is Tiny Tech. Het woord Big Tech helpt overigens ook niet bij een analyse van Big Tech. Het suggereert een gelijkvormigheid, van zowel de bedrijven als de problemen die ze veroorzaken, die er niet is.

Maar over Tiny Tech Twitter, is dat relatief kleine bedrijf een monopolie? En wat is eigenlijk een monopolie? Het woord kennen we voornamelijk uit de economische theorie. Een fabrikant heeft een monopolie als hij een bepaalde markt domineert, omdat hij (nagenoeg) de enige producent van een bepaald product is.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Big tech bouwt aan ecosystemen

ANALYSE - Veel gebruikers, veel interacties en veel cash is alles wat je nodig hebt om in een digitaal ecosysteem je slag te slaan. Als de wetgever je vervolgens toegang geeft tot informatie over – bijvoorbeeld – financiële transacties, ben je weer een stap verder. Over hoe grote technologiebedrijven zich steeds verder innestelen in ons leven. 

Google heeft op de valreep van 2018 bekend gemaakt dat het in Litouwen en Ierland actief wordt met betaaldiensten. Hiervoor heeft het bedrijf een e-money-vergunning aangevraagd. Google krijgt met de Litouwse vergunning de mogelijkheid om in dat land volgens de nieuwe Europese PSD2-richtlijnen diensten aan te bieden, zoals het verwerken, beheren en faciliteren van financiële transacties. Onderdeel daarvan is het kunnen meekijken in de bankrekening van consumenten en betalingen uit hun naam doen, mits zij daar expliciete toestemming voor geven.

Ook Apple, Amazon en Facebook hebben al eerder dit soort payment serviceprovider licenties verworven. Apple is sinds eind vorig jaar gestart met Apple Pay in Duitsland en België. Het FD constateert dat big tech zich klaarmaakt voor een actieve rol in de wereld van banktransacties. Volgens bankexpert Simon Lelieveldt zette Google overigens al in 2007 de eerste stappen.

Big tech en digitale ecosystemen