“Maar wat als we voor het verkeerde alternatief kiezen?”

Foto: NASA on Unsplash

COLUMN - Eind vorige eeuw ging ik informatica studeren aan de HTS. Ik vond het magisch hoe je met weinig middelen hele toffe nieuwe dingen kunt maken. Tijdens mijn middelbare schooltijd liep ik al het programmeervirus op door leuke en handige programma’s te schrijven, toen nog onder MS DOS. Het gaf me een enorm bevrijdend gevoel, en ik kon er veel creativiteit in kwijt. Daar ga ik goed op.

En hoewel je anno 2026 met veel minder kennis, met nog goedkopere techniek, en minder tijd, nog veel meer gaafs zou kunnen maken, krijgen steeds minder mensen (waaronder ik) bij ICT nog dat bevrijdende gevoel. Ik voel me steeds vaker een organische slaaf van een log en shitty digitale gevangenis. Of het nou de Outlook e-mail is van de gemeente Nijmegen, of het delen van bestanden via Teams met sommige partners op de Radboud Universiteit: gebruikers worden gedwongen trage en nodeloos onhandige programma’s te gebruiken waarvoor al decennia veel betere alternatieven zijn. Daar ga ik heel slecht op.

Zoals @bert_hubert laatst catchy formuleerde hebben veel grote organisaties hun tech-afdelingen de afgelopen decennia getransformeerd naar big-tech-afdelingen. En dat is zonde. Want de belangen van big tech zijn niet de onze.

Big tech beperkt onze vrijheid. Hun toepassingen zijn steeds vaker van het soort ‘monoliet’: een groot geheel waar je gebruik maakt van alles of van niets. Denk aan Office 365 met teams, de cloud-opslag en de agenda: het is een aan elkaar geknoopte bulk van één leverancier die nauwelijks ruimte biedt voor betere alternatieven van concurrenten. Ieder jaar gaan de licentiekosten verder omhoog en de vrijheden van gebruikers verder omlaag. De regie over wat er precies met onze data gebeurt verslapt, onze privacy staat ter discussie (gevoelige data worden gedeeld met Amerikaanse veiligheidsdiensten en bestuurders), en kunnen we wel voldoende vertrouwen op de beschikbaarheid van de diensten die afhankelijk zijn van kwetsbare intercontinentale internetverbindingen? En wat te denken van de president van de VS die al heeft laten zien niet terug te deinzen om mensen en organisaties af te sluiten. Hoe chantabel willen we worden?

Achteroverleunen is dus geen optie meer. Dat mocht het eigenlijk nooit zijn, maar soit, hier zijn we nu, let’s go.

Maar wat dan? Vaak krijg ik de vraag “Maar wat nou als we overstappen naar NextCloud, en de rest van Nederland of Europa kiest voor iets anders? Moeten we niet afwachten en aansluiten bij wat iedereen doet?”

FOUT!

Kijk, natuurlijk is de vraag legitiem. Maar als je broek en ondergoed koopt bij de HEMA vraagt niemand of je niet bang bent dat je daarna niet meer je trui bij de C&A kunt kopen. De vraag komt voort uit het frame van ‘alles is voor Bassie’ leveranciers die hun dienstverlening niet willen delen met concullega’s.

De ICT-infrastructuur van de meeste grote organisaties anno 2026 is als een beperkend fastfoodrestaurant, waar je alles inkoopt bij één partij. In de Nespresso machine passen geen Senseo-pads, en de flesjes van Brand bier passen niet in de krat van Heineken. Het is tijd dat het fastfoodrestaurant plaats maakt voor een grote markthal waar je de beste bestellingen die je wil consumeren bij elkaar verzamelt en het servies naderhand op een dienblad op de band voor de vaatwasser zet.

Organisaties hoeven niet plotseling alles zelf te organiseren (hoewel dat zou kunnen). Ze kunnen gewoon een overeenkomst aangaan met een partij (in het voorbeeld: de markthal met afwaskeuken) die alle software veilig installeert, configureert en aan elkaar knoopt waar nodig. Omdat de losse onderdelen (de kraampjes in de markthal) allemaal met elkaar kunnen samenwerken (omdat ze allemaal communiceren met dezelfde open standaarden) kun je ze vrij eenvoudig vervangen door alternatieven. En als de markthal van partij A je niet meer bevalt, til je de inboedel op en installeer je die bij de markthal van partij B. De kraampjes in de markthal (de software) til je gewoon op en zet je ergens anders weer neer, en de gebruiker hoeft er weinig tot niets van te merken.

Zowel de markthal als de kraampjes erin kun je dus vrij eenvoudig vervangen, terwijl de rest blijft werken. Als het nieuwe fundament goed is, zijn alle transities vanuit technisch perspectief in de goede richting. Natuurlijk is het daarnaast belangrijk dat er functioneel goede producten in gebruik worden genomen en dat gebruikers daarbij goed worden meegenomen.

Ik wens al jaren dat mijn gemeente en mijn universiteit het juk van techbedrijven afwerpen. Jaarlijks vloeien er miljarden Nederlandse euro’s naar licenties van Amerikaanse techbedrijven. In plaats daarvan zouden we veel betere software kunnen ontwikkelen die organisaties weer vrij maakt, en dat zal de Europese economie ook nog eens een geweldige boost geven.

Alle reden dus om de zeilen bij te zetten. Vanuit mijn rol als Nijmeegs gemeenteraadslid, en als Programmamanager Digitale Soevereiniteit aan de Radboud Universiteit, probeer ik daaraan een steentje bij te dragen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren

*
*
*