Stap voor stap versterkt het Atlantisch bondgenootschap onder leiding van de Verenigde Staten zijn invloed in de voormalige Joegoslavische republieken. Na Montenegro zien ook Macedonië, Bosnië-Hercegovina en Kosovo uit naar een hechtere band met het westen.
Ondanks Trumps verkiezingsbelofte dat hij meer voor Amerika en minder voor Europa zou doen reisde zijn vice-president Pence deze zomer naar Montenegro, het jongste NATO-lid, om de banden van de VS met de Balkanlanden aan te halen. Hij had daar een ontmoeting met de leiders van andere NATO-landen en aspirant-leden in de regio: Albanië, Kroatië, Slovenië, Bosnië-Hercegovina, Kosovo en Macedonië. Pence prees het besluit van Montenegro om zich aan te sluiten bij het Atlantisch bondgenootschap en prees de moed van de regering om de Russische druk te weerstaan, 'een inspiratie voor de rest van de wereld'. Hij bracht de groeten over van Trump. 'He sent me here as a tangible sign of our commitment to Montenegro as the newest member of NATO.' Volgens de Sloveense ambassadeur bij de NAVO Kacik toont het bezoek van Pence 'dat de VS de verantwoordelijkheid willen nemen voor stabiliteit, welvaart en vrede in Europa, de EU en de Balkanlanden'.
In Forbes portretteert Doug Bandow Pence als een moderne Rip van Winkle die door langdurige afwezigheid veranderingen in de wereld gemist heeft.
Even though the Cold War ended some three decades ago, the vice president acted as a modern Rip Van Winkle, just waking up and believing it to be, say, 1984, when former KGB chief Yuri Andropov was still Communist Party General Secretary. Without America protecting the leaderless, impoverished, and helpless Europeans, Vice President Pence appeared to believe that Moscow would conquer everything from the Atlantic to the Pacific, dragging the world into a new Dark Age.