Paar vraagjes over integratie
“Wat een witbil vindt van integratie enzo” was het antwoord van Xaviera op mijn vraag waarover mijn stukje moest gaan voor haar nieuwe site: www.martenostro.nl
Integratie, het maken tot een harmonisch geheel; ik zie er niet zoveel in. Hoezo harmonisch geheel? Waarom harmonisch geheel? Ik wil geen harmonisch geheel. Waar moet ik mee harmoniëren? Met mijn buren? Moet ik harmonieus opgaan in “de Nederlandse samenleving”? Moet ik op zaterdagochtend met een mesje het mos van mijn stoep gaan krabben?
Moet ik geraniums neerzetten? Moet ik Frans Bauer en Marco Borsato leuk vinden? Moet ik gaan reageren op de Telegraaf site en dingen schrijven als “Rita, je moet BLIJVEN! je bent tenminste iemand die z’n bek open durft te trekken. dit hebben we al zo lang gewild! Nederland=vol, en we hebben niks aan mensen die hier niet horen, dus knuppel ze er maar uit. je bent een wijf met ballen!!! toppie! Rita is mijn president!!!!“? Moet ik een korte broek aan trekken en net als overste Karremans 6000 moslims op transport zetten naar het vuurpeloton, ondertussen kwijlend over een schemerlamp? Moet ik anders supporter van een voetbalclub worden? Moet ik klompen dragen? Moet ik op zondagochtend naar de kerk zoals 60% van mijn plaatsgenoten? Moet ik trots zijn op “mijn land”? Moet ik oliebollen en pannenkoeken lekker vinden? Moet ik tijdens het WK een oranje Nazi helm opzetten en olee olee olee lallen? Moet ik gaan praten als Balkenende en ieder betoog eindigen met “hier kan geen misverstand over bestaan”? Moet ik kievitseieren gaan rapen ? Moet ik doorgaan ?
Een menselijke eigenschap als samenwerking ontwikkelde zich niet door de jacht óp dieren maar juist doordat de mens zelf bejaagd werd. Deze theorie is onlangs gepresenteerd op een wetenschappelijk congres in de VS. Onderzoeker James Rilling van de University of Atlanta kwam tot de conclusie dat onze hersenen zo zijn geëvolueerd dat samenwerking als positief wordt ervaren. Voor mensen die niet willen samenwerken (u weet wel die ene ego-trippende collega) hebben we een speciaal verdoemhoekje in ons geheugen. Volgens Robert Sussman van Washington University waren onze voorouders een “edge species” die zowel op de grond als in de bomen kon leven. Edge species zijn meestal prooidieren en zelf geen jagers. Het bejaagd zijn dwong onze voorouders tot samenwerking om de Grote Boze Wolf te snel af te wezen.
Dat er in Afrika een hoop honger, AIDS en oorlog is dat weten we allemaal wel. Maar wat veel mensen niet weten is dat er zich nóg een andere tragedie afspeelt op dit geplaagde continent: die van de albino’s. Een-op-de-35 Afrikaanse negroïde mensen draagt het albino gen, wanneer dragers van dit gen samen kindjes maken zijn hun nakomelingen albino oftewel: pigmentloos. Albino’s hebben het in Afrika niet makkelijk zo vertelt John Makumbe oprichter van de Zimbabwe Albino Association (ZIMAS). Makumbe is zelf albino en werd na zijn geboorte bijna post-nataal geaborteerd door de vroedvrouw toen ze -tot haar grote schrik- zo’n bleke baby uit een zwarte vrouw te voorschijn zag komen. In hun verdere leven krijgen albino’s in Afrika te maken met discriminatie, mishandeling en sociale uitsluiting.

Volgende week woensdag is het alweer
Wie Darwin’s Nightmare bekijkt ziet ontluisterende beelden vol geweld, uitbuiting en vernietiging. De documenatire is overweldigend, maar het totaalbeeld is te complex om met één beschuldigende vinger te kunnen wijzen naar de oorzaak van de ellende. Vijftig jaar geleden gooiden koloniale visserij-ambtenaren met alle goede bedoelingen een emmertje jonge nijlbaarsjes in het Victoriameer (overigens tegen het advies van ecologen in). Lang gebeurde er niets, maar toen opeens explodeerde de nijlbaarspopulatie en vrat alle endemische vissoorten op. In de jaren tachtig van de vorige eeuw lagen de gevangen nijlbaarsen nog op straat weg te rotten omdat niemand ze wilden eten. Inmiddels is de lokale bevolking de vis wel gaan eten, maar is ook een lucratieve export naar Europa opgang gekomen. De overgang van een rurale naar een urbane (export-)economie verloopt in het Tanziaanse Mwanza (eufemistisch gezegd) nou niet bepaald soepel. Iedereen speelt zijn of haar eigen rol in dit ecologische en sociale drama en probeert het spreekwoordelijke hoofd boven water te houden. Darwin’s Nightmare vertelt niet alleen het verhaal van hoe visfilets van Afrika naar Europa worden gevlogen, maar ook hoe met diezelfde vliegtuigen wapens Afrika worden binnengevlogen en hoe een visindustrie een samenleving volledig ontwricht.