serie

Vaste Gasten

Net als je even inkakt, prikken onze Vaste Gasten je weer wakker met hun scherpe pen.


Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | Het Sodom-en-Gomorra-motief (1)

ACHTERGROND - De term “Sodom-en-Gomorra-motief” is van volkskundige Jaques Sinninghe (1904-1988) en is afgeleid van het verhaal in Genesis 19 (met een voorspel in Genesis 14), waarin de steden Sodom en Gomorra door God vanwege de slechtheid en ongehoord grote zonden van hun inwoners worden verwoest. Ook andere Bijbelboeken en de Koran vermelden de gebeurtenis.

Sinninghe catalogiseerde in zijn Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (Helsinki, 1943) het Sodom-en-Gomorra-motief onder drie items:

  • SINSAG 1141: Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschlukt;
  • SINSAG 1144: Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche;
  • SINSAG 1145: Die untergegange Stadt; versinkt wegen des Uebermutes der Bewohner.

Het gaat dus om kastelen, kloosters en zelfs complete steden die vanwege de slechtheid of misstappen van hun bewoners ten onder gegaan. Doorgaans is het God zelf die de verwoesting regelt. In tegenstelling tot Sodom en Gomorra, die hun einde vinden in een regen van zwavel, gaat het in de Nederlandse verhalen steeds om gebouwen of steden die ‘versinken’, oftewel in de grond waarop zij staan oftewel overstroomd worden door water. Het Sodom-en-Gomorra-motief komt ook in sagen en legenden elders in Europa voor, zoals in de legende over het klooster van Flers in Normandië.

Foto: daisy.images (cc)

Recensie Zomergasten | Carola Schouten

RECENSIE - De vorige zittende politicus die in Zomergasten plaatsnam tegenover Janine Abbring, was de nimmer aan zichzelf twijfelende Eric Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat. Het contrast met Carola Schouten (de vijfde Zomergast van 2020 en de zittende Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kon bijna niet groter zijn.

Ik heb het stukkie nog even opgezocht dat ik twee jaar geleden had geschreven. Wiebes zette zichzelf neer als een problem solver: iemand die problemen analyseert en oplossingen vindt. Janine Abbring deed haar best om Wiebes op zijn blinde vlekken te wijzen, maar het lukte niet. ‘Wiebes is iemand die zijn eigen denkfouten niet ziet omdat hij zichzelf zo slim vindt dat hij denkt niet in staat te zijn denkfouten te maken’, schreef ik toen.

Net als Wiebes heeft Schouten op negenjarige leeftijd haar vader verloren, maar verdere overeenkomsten zag ik niet. Want in tegenstelling tot Wiebes, is Schouten voortdurend bezig met de vraag of ze het wel goed doet. Of ze de juiste beslissingen neemt. En of ze nog wel oog heeft voor de mensen die haar beleid zullen raken. Hoe vaak zie je een zittende politicus zo openhartig vertellen over haar twijfels en drijfveren? Zelden tot nooit, en het is een verademing. (Tijdens de uitzending schijnt er een aantal boeren per tractor naar het Mediapark te zijn gereden om hun onvrede te uiten over het beleid van Schouten. Ik neem aan dat de betreffende boeren de uitzending hebben gezien en, bittere tranen wenend, na afloop hun vergeving hebben aangeboden. Vergeving die Schouten op haar beurt dan weer huilend zou hebben weggewuifd. Waarna de boeren en Schouten tezamen, in navolging van Bono in het laatste fragment van de avond, Yahweh hebben aangesproken om hun handen te leren het juiste te dragen, in plaats van altijd maar weer die vuist te maken.)

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | H.W. Heuvel, de meester van Laren

De volkskunde, net als de archeologie, leunt sterk op vrijwilligers en amateurs (in de zin van niet-professionals) die in de regel voor de wetenschappers het ‘vuile werk’ verrichten: het verzamelen van data en voorwerpen en het catalogiseren ervan, digitaliseren van analoge gegevens en dergelijke. Tegenwoordig heet zoiets met een mooi woord ‘Citizen Science‘.

Het verschil tussen professionals en amateurs, met name bij empirische wetenschappen als archeologie, dateert pas uit het midden van de negentiende eeuw. De wereldberoemde ontdekker van het oude Troje, Heinrich Schliemann (1822-1890), was archeologisch gezien een amateur (met heel veel geld). Dergelijke ‘wetenschappen’ waren in die tijd hobby’s voor mensen die er tijd en geld voor hadden of op slimme wijze sponsoren wisten te vinden. Pas toen ‘wetenschapper’ een formeel beroep werd riep men de hulp in van liefhebbers zonder of met een andere academische opleiding om met name kale gegevens te verzamelen die vervolgens door de wetenschap werden gerubriceerd, gecatalogiseerd en geïnterpreteerd. Het duurde tot het midden van de 19e voordat archeologie een wetenschap werd, te beginnen met de publicaties van de geologen James Hutton en Charles Lyell. Uiteraard liggen geologie en archeologie in elkaars verlengde.

Eenzelfde ontwikkeling is waar te nemen bij de volkskunde en de bestudering van folk-lore.

Foto: daisy.images (cc)

Recensie Zomergasten | Nazmiye Oral

COLUMN - Op Nederland 3 was gisteravond de eerste uitzending van Zomerpromenade. Dus niet de echte Promenade, maar Zomerpromenade. Met Diederik Ebbinge. Niet dat ik het heb gezien, want ik keek naar Zomergasten met Nazmiye Oral. Net zoiets als Zomerpromenade, maar dan een stuk langer.

Deze derde uitzending van Zomergasten stond in het teken van worden wie je bent. We zagen een scene uit de film Revolver van Guy Ritchie. Waarin de claustrofobische hoofdpersoon vast komt te zitten in een lift en de stemmen in zijn hoofd de vrije loop laat. ‘Je wordt geboren met een fabrieksinstelling’, doceerde Oral. Daarnaast heb je alle ‘voorouderlijke shizzle’ die je meekrijgt. En dan is er invloed van buitenaf die jouw fabrieksinstelling vervormen. Die vervorming, dat is het ego. Het ontmantelen daarvan, is worden wie je bent.

De vraag was natuurlijk: zijn Janine Abbring en Nazmiye Oral in staat om Nazmiye Oral in de drie duur die dit programma duurt te ontmantelen en te laten worden wie ze is?

Worden wie je bent doet vaak pijn, zegt Oral. Mutatie doet pijn. Verandering doet pijn. In een fragment uit Messiah zagen we een Jezus-look-a-like die op de Tempelberg de mensen uitnodigde om zich te laten wegen. Een jongetje stapt naar voren, wordt even later neergeschoten door soldaten, waarna de Messias de kogel uit zijn borst haalt. Het mooie hiervan was, volgens Oral: ‘Er is leven na het oordeel, er is leven na verbanning, er is leven na afgeschreven zijn. Er is leven.’

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | Het esoterisch circus rond de Externsteine

ACHTERGROND - Het overbekende Stonehenge is in de loop der tijd een multi-purpose-monument geworden. Het werd rond 2.300 v.Chr. gebouwd (datering van 2008), maar ondanks veel wetenschappelijk onderzoek is het oorspronkelijke doel ervan nog altijd niet zeker, hoewel recente vondsten in Saksen-Anhalt in Duitsland, waar soortgelijke bouwsels van hout werden gevonden bij Pömmelte en Goseck, de observatoriumtheorie lijken te ondersteunen.

Stonehenge is ook een voorbeeld om te tonen dat zulke megalithische bouwwerken niet in één keer werd gebouwd. Ze werden later niet alleen vergroot maar ook uitgebreid waarbij het doel van het complex zo nodig werd aangepast. Er zijn nog steeds dwaallichten die beweren dat Stonehenge door druïden werd gebouwd. Dat dit allang is ontkracht, betekent niet dat de druïden er geen gebruik van hebben gemaakt, hetgeen ook aangetoond is. Heden ten dage wordt minstens één maal per jaar Stonehenge in bezit genomen door neo-paganisten. Als druïden verkleed vieren ze hun zonnewendefeest. Begonnen als een bouwsel van mensen uit de Bronstijd, vond eeuwenlang een soort stapeling van gebruiksmogelijkheden plaats.

Externsteine

Een vergelijkbaar lot trof de Externsteine in het Teutoburgerwoud nabij Detmold, die wel ‘Deutschlands Stonehenge’ worden genoemd. Nu zijn de Externsteine geen megalithisch monument. Het zijn door de natuur gevormde zandstenen pijlers, abrupt oprijzend uit het landschap. Als zodanig worden ze wel vergeleken met de zandstenen rotspijlers waarop de kloosters van Meteora in Griekenland zijn gebouwd.

Foto: daisy.images (cc)

Goed Volk | Een Lonely Planet-gids voor het Heilige Land uit 1350

In de tijd dat ik nog elk jaar de aardkloot afstruinde had elke zichzelf respecterende backpacker een Lonely Planet guide in zijn of haar rugzak. Tenminste, ik had een Rough Guide bij me want die waren inhoudelijk beter en er stond meer informatie in. Nadeel was dat de papiersoort waarop ze gedrukt waren van mindere kwaliteit was, hetgeen erg nadelig was bij een flinke regenbui. Want hoewel ik altijd rugzakken droeg van absolute A-kwaliteit, het waterdicht maken ervan hebben de fabrikanten nooit echt volledig onder de knie gekregen.

Deze backpackergidsen waren in die tijd volledig onmisbaar omdat het internet toen nauwelijks nog iets voorstelde, laat staan andere sociale digitale media. En in de Middeleeuwen, honderden jaren voordat Baedeker zijn eerste reisgidsen publiceerde, was men al snel onthand, in tijden dat een eenvoudig reisje langs de Rijn al een hachelijke onderneming was, laat staan een reis c.q. pelgrimage naar het Heilige Land. Men was toen afhankelijk van lieden die zo gek waren geweest deze reis zelfstandig te ondernemen en daar ter lering en vermaak een verslag van hadden achtergelaten.

Men noemde deze schrijfsels ‘Itineraria’, routebeschrijvingen. Ze waren niet alleen bestemd voor reizigers die de pelgrimage eveneens wilden ondernemen, maar ook voor wat wij vandaag de dag ‘leunstoelavonturiers’ noemen, personen die niet in staat waren of geen zin hadden de reis fysiek te ondernemen. Daarnaast waren niet alle Itineraria getuigenissen uit de eerste hand; vele baseerden zich op oudere teksten. Wie trouwens dacht dat Thomas Cook de pakketreizen heeft uitgevonden, heeft het mis. In de loop van de Middeleeuwen werden vanuit met name Venetië reizen georganiseerd waarbij pelgrims groepsgewijs per schip naar het Heilige Land werden overgezet.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | Donderdag van de doden

LONGREAD - Geen volk dat zijn doden niet herdenkt. Dit kan seculier vorm gebeuren, zoals de nationale dodenherdenking op 4 mei, of in religieuze sfeer. Christelijke dodenherdenkingen zijn niet altijd, maar wel vaak, kersteningen van heidense gebruiken en bevatten dan elementen uit dat heidense verleden. Soms is er sprake van syncretisme, maar ook van ‘dubbelgeloof’: twee tradities blijven naast elkaar voortbestaan en worden door dezelfde personen uitgevoerd. Vooral bij insulaire en Slavische volken komt dit nog steeds voor.

Niet-christelijke dodenherdenkingen zijn vaak een vorm van voorouderverering. Dodenherdenkingen vinden meestal aan het begin van de winter plaats, maar er is een specifieke reden waarom ik nu juist bij de naderende zomer over dit onderwerp begin.

Dit lange stuk gaat over twee onderwerpen, die elkaar snijden: enerzijds dodenherdenking, anderzijds het feit dat het ‘gewone volk’ wars is van abstracte principes en zich vooral bekommert om familie en primaire behoeftes. Hierin herkennen mensen elkaar, ook cultuuroverschrijdend. Deze twee elementen komen bij elkaar in de oosterse ‘donderdag van de doden’, ergens in de paastijd, maar laten we bij het begin beginnen.

Christelijke dodenherdenkingen

Van de christelijke dodenherdenkingen is ongetwijfeld het Rooms-Katholieke Allerzielen op 2 november de bekendste. De herdenking werd in 998 ingesteld door abt Odilo van Cluny om structuur aan te brengen in de diverse destijds bestaande dodenherdenkingen en kreeg haar naam in de dertiende eeuw. Odilo zal voor de datum van 2 november hebben gekozen omdat de herdenking zo een logisch vervolg werd op Allerheiligen, waarbij alle heiligen en martelaren worden herdacht. Van kerstening van heidense gebruiken is hier geen sprake, al zal de formele herdenking aansluiten bij gevoelens die al bestonden.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk: De evangelist Marcus (2)

ACHTERGROND - Vorige week heb ik geschreven over de figuur van de evangelist Marcus – waar bitter weinig over bekend is – en wat de kerkelijke traditie hiervan vervolgens gemaakt heeft. We vervolgen nu met de reliekengeschiedenis van Marcus en sluiten af met voorbeelden van de wijze waarop Marcus voorkomt in volksdevotie en bijgeloof.

De Koptische kerk

De opvolger van Marcus was de schoenmaker Anianus, die als tweede patriarch/paus van Alexandrië de geschiedenis is ingegaan. Egypte maakte sinds 323 deel uit van het oostelijke gebied van het inmiddels gesplitste Romeinse Rijk, het latere Byzantijnse Rijk, en viel daardoor onder het edict Cunctos populos (380) van keizer Theodosius de Grote, waarmee hij het trinitair christendom dwingend oplegde aan christenen.

In de vijfde eeuw ontstonden geschillen tussen de patriarchen van Alexandrië en van Constantinopel. De Egyptenaren ervoeren de richtlijnen uit Constantinopel als bemoeizuchtig en onderdrukkend en als reactie daarop groeide de Koptische kerk steeds meer uit tot een nationale kerk met eigen liturgische, theologische en spirituele kenmerken. Tenslotte verwierpen de Kopten het Grieks, de taal van de Byzantijnse ‘onderdrukkers’, en namen de toenmalige Egyptische volkstaal als kerkelijke taal aan. In de tussentijd had de Koptische kerk de uitspraken van het Concilie van Chalcedon (451) verworpen en zich uiteindelijk afgescheiden van het Patriarchaat van Alexandrië, dat men beschouwde als verlengstuk van Constantinopel.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk: De evangelist Marcus (1)

ACHTERGROND - Het evangelie naar Marcus is door zijn beknoptheid bij de gemiddelde gelovige altijd minder populair geweest dan de drie andere evangeliën. Vanaf het midden van de negentiende eeuw kreeg dit evangelie weliswaar een herwaardering, maar die was vooral van wetenschappelijke aard, in het kader van de historisch-kritische exegese. Het zal dan ook weinig West-Europeanen zijn opgevallen dat het vorige week, 25 april, de feestdag van Sint-Marcus was. Zo niet in de Oosters-Orthodoxe en zeker niet in de Koptische kerk, waar Marcus geacht wordt de stichter van te zijn. Wat weten we eigenlijk van deze evangelist? Zeker dit: dat de traditie en de volksdevotie behoorlijk met hem aan de haal zijn gegaan.

De historische Marcus (en Paulus)

Marcus heeft zijn evangelie waarschijnlijk rond het jaar 70 n.Chr. geschreven. Waar is niet bekend; in eerste instantie dacht men aan Rome, maar later onderzoek verwijst ook naar (de Romeinse provincie) Palestina of Syrië. Het vervelende is dat noch het evangelie zelf noch buitentekstuele bronnen iets verraden over het ontstaan of de auteur. Hooguit kan men concluderen dat het een joodse (en geen heidense) volgeling van Jezus van Nazareth is geweest.

Sommigen vereenzelvigen Marcus met Johannes Marcus, een metgezel van Paulus (Handelingen 12 en 1 Petrus). Historisch-kritisch onderzoek wees al snel uit dat deze identificatie onhoudbaar is. Bovendien werd nadat Johannes Marcus met Barnabas naar Cyprus vertrok (Handelingen 15) niets meer van hem vernomen.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | De reis van Sint-Corona

ACHTERGROND - Het moest er in deze tijden natuurlijk een keer van komen: een blog over Sint-Corona. Ik ga slechts een paar woorden wijden aan het feit of deze heilige daadwerkelijk aangeroepen kan worden als beschermheilige tegen het Covid-19-virus. Het gaat me in eerste instantie over de heilige zelf en dan niet zozeer over haar leven en dood (niet bepaald voor de faint-hearted), maar over haar verering en de wijze waarop haar relieken tot vlakbij de Nederlandse grens zijn gekomen. Vandaar ook de titel van deze blog: De reis van Sint Corona.

Heiligen in soorten en maten

Je hebt heiligen in alle soorten en maten. Eén ding hebben ze echter gemeen: je kunt ze bidden bij Onze Lieve Heer een goed woordje voor je te doen. Of dat zinvol is, is een kwestie van dogmatische invulling, maar heiligen zijn een typische exponent van volksdevotie. De ‘gewone gelovige’ heeft behoefte aan een in een geur van heiligheid overledene, aan een mens die dichter bij hem (of haar) staat dan een abstracte God.

Er zijn heiligen die een min of meer formele status als patroon- of beschermheilige hebben. Zeker als hun naam aan een stad of dorp is gebonden. Zo is het Belgische Sint Truiden genoemd naar Sint Trudo, die dan ook een patroonheilige van de stad is. Dit wordt benadrukt door de zevenjaarlijkse Trudofeesten. De functie van een patroon- of beschermheilige is dus positief geformuleerd: hij of zij beschermt iets. Dat kan een land, kerk, gilde of beroepsgroep zijn of iemand die naar deze heilige is vernoemd.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | Hoorn des overvloeds

ACHTERGROND - Mijn PC loopt dagelijks vol met serieus dan wel nepnieuws over het coronavirus. Ik heb geen enkele behoefte hier via Sargasso nog iets aan toe te voegen. Integendeel, toen ik vorige week een paar van die mallotige hamsteraars in onze lokale buurtsuper aan het werk zag schoot mij een ander onderwerp te binnen dat er in zekere zin de nadruk op legt hoe goed wij het, ondanks de huidige crisis, nog steeds hebben: de cornucopia, beter bekend als de ‘hoorn des overvloeds’.

Dit object komt in zoverre met de ‘groene man‘ overeen dat het oorspronkelijke mythologische symbool in de Nieuwe Tijd gedegradeerd werd tot decoratie of een keukenattribuut. In deze vorm zullen de meeste lezers het ook kennen. Oorspronkelijk heeft de ‘hoorn des overvloeds’ echter een diepere betekenis. De cornucopia moet overigens niet verward worden met de Baltisch-Slavische ‘Svetovid’ of (symbolische) drinkhoorn, hoewel beide in elkaars verlengde liggen. Maar zeker bij dit fenomeen mogen niet alle hoorns op één hoop worden gegooid.

Geitenhoorn

Over het ontstaan van de ‘hoorn des overvloeds’ is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias‘, de ‘hoorn van Amalthea‘. In een van de aan haar gewijde mythen was ze de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Fortuna. Naast het roer (als richtingever van het menselijk bestaan) en het ‘rad van fortuin’ is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Fortuna.

Foto: daisy.images (cc)

Goed volk | Legenden van het Alhambra (2)

LONGREAD - Het ‘Rode Paleis’ op een heuvelachtig plateau aan de zuidoostelijke grens van de stad Granada, in het Arabisch ‘qasr alhamra’ genoemd en algemeen bekend onder de naam ‘Alhambra’, is een van origine Moors fort c.q. paleis met de enorme oppervlakte van 140.000 vierkante meter. De Arabische naam zou in Latijnse letters eigenlijk als ‘al-Ḥamrāʼ moeten worden geschreven, maar inmiddels is de internationale spelling Alhambra gangbaar.

De laatste Moorse koning die hier resideerde was de in deel 1 besproken Mohammed XII Abu Abdallah, door de christenen genaamd ‘Boabdil’. De door Couperus beschreven scène, waarin Abu Abdallah op de plek die later bekend zou staan als ‘De laatste zucht van de Moor’, voor de laatste keer omkijkt naar het Alhambra en waarbij hij, tot ergernis van zijn moeder, in tranen uitbarst, komt ook in het boek van Washington Irving voor, maar over dit boek straks.

Het Alhambra is in feite een kleine stad die langzaam gegroeid is een waarvan het oudste gedeelte dateert uit 889 en is gebouwd op Romeinse fundamenten, de voorgangers op het Iberisch schiereiland van de Visigoten.

Volgens Irving stamden enkele torens van het complex nog geheel of gedeeltelijk uit de Romeinse tijd. Nadat het fort in de 13e eeuw ruïneus was geworden, werd het vervolgens gerestaureerd en uitgebreid. Het was uiteindelijk Yusuf I, Sultan van Granada, die in 1333 het complex zijn uiteindelijke Moorse aanzien en grootte gaf.

Vorige Volgende