Goed volk | Het Sodom-en-Gomorra-motief (1)

ACHTERGROND - De term “Sodom-en-Gomorra-motief” is van volkskundige Jaques Sinninghe (1904-1988) en is afgeleid van het verhaal in Genesis 19 (met een voorspel in Genesis 14), waarin de steden Sodom en Gomorra door God vanwege de slechtheid en ongehoord grote zonden van hun inwoners worden verwoest. Ook andere Bijbelboeken en de Koran vermelden de gebeurtenis.

Sinninghe catalogiseerde in zijn Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (Helsinki, 1943) het Sodom-en-Gomorra-motief onder drie items:

  • SINSAG 1141: Das versunkene Schloss. Schlechter Ritter von der Erde verschlukt;
  • SINSAG 1144: Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche;
  • SINSAG 1145: Die untergegange Stadt; versinkt wegen des Uebermutes der Bewohner.

Het gaat dus om kastelen, kloosters en zelfs complete steden die vanwege de slechtheid of misstappen van hun bewoners ten onder gegaan. Doorgaans is het God zelf die de verwoesting regelt. In tegenstelling tot Sodom en Gomorra, die hun einde vinden in een regen van zwavel, gaat het in de Nederlandse verhalen steeds om gebouwen of steden die ‘versinken’, oftewel in de grond waarop zij staan oftewel overstroomd worden door water. Het Sodom-en-Gomorra-motief komt ook in sagen en legenden elders in Europa voor, zoals in de legende over het klooster van Flers in Normandië.

Gelders klokgelui

Het zuivere Sodom-en-Gomorra-motief, zoals gecatalogiseerd door Sinninghe, komt in Nederland weinig voor. Er zijn echter enkele sagen en legenden die er tegenaan leunen, met name als er spraken is van mysterieus klokgelui, dat Sinninghe apart gecatalogiseerd heeft onder SINSAG 0980 (Der Glockenpuhl, p. 109) alsmede het begin van de Kerstnacht om twaalf uur ’s nachts. Een voorbeeld is de sage van de Magerhorst: een Gelders spookverhaal over twee vechtende kasteelheren.

Kasteel Magerhorst

In het Gelderse plaatsje Duiven spookt het als met Kerstmis de klokken twaalf uur slaan. Op dat moment hoort men wapengekletter van zwaarden zonder iets te zien. Het zijn de geesten van twee kasteelheren van Magerhorst respectievelijk De Ploen die elkaar hebben bevochten in een veertiende-eeuwse Kerstnacht. Er is geen sprake van een verzonken kasteel. De hele sage is hier na te lezen.

Andere mysterieuze klokken die om middernacht hoorbaar zijn: ondergronds in de Schelleguurkesbelt in Vorden, in de bossen van Bredevoort waar eens het klooster Schaer lag, bij de Kanonsdijk tussen Brummen en Zutphen, een in de kerstnacht verzonken kerk waaruit in de kerstnacht nu het gezang van de gelovigen opklinkt, en de Duivelsklokken in Lochem. Al deze verhalen spelen in Gelderland.

Een verzonken klooster

De legende over een verzonken klooster in Velp bij Grave is een twijfelgeval. Daar is een zwarte waterpoel waar ooit, tijdens een verschrikkelijke aardbeving, een heel klooster in zou zijn verzonken. Als je een steen in de poel gooit, hoor je een holle klank weergalmen aangezien de steen op een klok terecht komt. Bij alle grote kerkelijke feesten hoort men ’s nachts de getijden in het klooster zingen.

Hoewel de volksverhalenbank van het Meertens Instituut deze legende als SINSAG 1144 classificeert (“Das versunkene Kloster; versinkt wegen der Schlechtigkeit der Mönche”), is er bij mijn weten geen sprake van een straf van God. Er zijn diverse kloosters in Velp geweest en het is mogelijk dat er één tijdens een overstroming van de Maas verdronken is.

Overstroming van de Maas bij het Kapucijnenklooster te Velp

Drie Nederlandse legenden

Waren dit enkele oost-Nederlandse voorbeelden van een onzuiver Sodom-en-Gomorra-motief, een zuiver Sodom-en-Gomorra-motief vindt men in de volgende legenden.

  • De sage van Egbert van Loenen, een wreed en roofzuchtig ridder uit de Betuwe. Deze is getrouwd met een vrome vrouw. Zij is bedroefd dat haar rijkdom afkomstig is van roof- en plundertochten en besluit aan de kerk van Herveld een klok te schenken. Met Kerstmis zal deze ingewijd worden, maar haar man luidt de klok al eerder. Prompt steekt een storm op en breekt de dijk. Het hele slot verdwijnt in het water. Elke kerstnacht is het gelui van de klok nog te horen. Het volledige verhaal is hier te lezen.
  • Het verzonken slot aan de Niers, een Gelderse legende over een bandeloze en slechte kasteelheer. Hij krijgt op een avond bezoek van een oude pelgrim die hij wreed verjaagt. De pelgrim (Christus ?) laat het kasteel geheel en al in de diepte verdwijnen. Zie voor het hele verhaal hier.
  • Een relatief onbekend verhaal met het Sodom-en-Gomorra-motief is de legende van de Kloosterwiel bij Zaltbommel, nabij de Waal in de Bommelerwaard in Gelderland.

De Kloosterwiel

De Kloosterwiel in Zaltbommel ontstond waarschijnlijk in de tiende eeuw en heette aanvankelijk Sint-Pieterswiel. Aan het begin van de vijftiende eeuw stichtte de Vrouwe van Brakel hier een Benedictijner klooster, dat hertog Karel van Gelre in de zestiende eeuw liet slopen omdat het bruikbaar was voor aanvallen op Zaltbommel. De restanten van het klooster zijn niet meer zichtbaar.

Het verhaal van het klooster moet in het volksgeheugen zijn blijven hangen, want later ontstond de legende dat er ‘vroeger’ op de plek van het eigenlijke Kloosterwiel een klooster had gestaan. (Het stond in feite op de oever van de wiel.) Het verhaal gaat dat kloosterlingen afdwaalden van de oude strenge regels van tucht en vlijt. Overdaad, dronkenschap en wellust deden hun intrede. Als straf begon de Waal te kolken en te bruisen en overspoelde het klooster inclusief haar bewoners. In plaats daarvan ligt er nu de Kloosterwiel. Maar nog lange tijd na de verdrinking van het klooster herrezen de monniken ’s nachts om, gekleed in witte gewaden, voorbijgangers de wiel in te trekken. Omwonenden keken wel uit om na zonsondergang de dijk te betreden.

Het Solse Gat

De legende van het klooster bij het Kloosterwiel van Zaltbommel is qua structuur bijna identiek aan de waarschijnlijk bekendste legende met het Sodom-en-Gomorra-motief: het verhaal van het verzonken klooster in het Solse Gat op de Veluwe. Ik zal het volgend keer uitgebreid behandelen.

Solse Gat

Om echter de juiste toon te zetten temidden van de nuchtere feiten, verantwoorde speculaties en conclusies die in de eerste plaats aan het hoofd appelleren, eerst een citaat uit Noord-Veluwse vertellingen en geheimenissen (1954) van Jan L. de Boer, dat recht doet aan de magie van deze plek:

Maar wie zal naar waarheid beschrijven wat in lange tijdperken vergleed? Ga, innerlijk ontvankelijk en geestelijk speurend, door de oudste wouden van het Veluwse gebied en luister. Is er geen oerverhaal in het windgesuis, dat u omfluistert? En de machtige hemelkoepel, waaronder gij uitrust, heeft hij niet alles gezien?

Nu ben je klaar om naar het Solse Gat te gaan.

De oude Veluwe

Om het Solse Gat in zijn juiste geografische en historische context te plaatsen, eerst een aantal inleidende opmerkingen over de oude Veluwe. De naam Veluwe is afgeleid van het proto-germaanse falwa (vaal, bleek) en awjo (eiland). Het is de noordelijke tegenhanger van de Betuwe, afgeleid van bataz (goed) en awjo. In vroeger tijden werd er gesproken over de Valouwe, later verworden tot Veluwe.

Grote delen van de Veluwe bestaan uit stuwwallen, die zo’n 150.000 jaar geleden ontstaan zijn in de voorlaatste ijstijd, het Saalien, waarbij het ijs tot op de huidige Veluwe reikte. In de laatste ijstijd, het Weichselien, kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren. Door de toen heersende harde winden werden lagen dekzand afgezet, met name aan de flanken van de Veluwe. Boven op de Veluwe vond erosie plaats in deze koude periode.

Door de aanwezigheid van permafrost in het voorjaar kon smeltwater van de sneeuw niet makkelijk in de ondergrond wegsijpelen. Het gevolg was dat het water zich ging concentreren in stromen en de ondergrond ging eroderen waardoor de sneeuwsmeltwaterdalen (of droge dalen) gevormd werden.

Pingoruïnes

In het Weichselien ontstonden in Nederland pingo’s, hetgeen in de taal van de Canadese Inuit (Eskimo’s) ‘kleine heuvel’ betekent. Dit zijn bolvormige heuvels die ontstaan in een gebied met permafrost waar door het uitzetten van bevroren of bevriezend grondwater een laag bevroren grond wordt opgetild. De kern van een pingo bestaat uit een lensvormig lichaam van ijs.

Als het klimaat warmer wordt stort de heuvel in en blijft van een pingo een cirkel- of ovaalvormig vormig meer over: de pingoruïne. Veel pingoruïnes raken na het smelten van het ijs langzaam opgevuld met bijvoorbeeld veen. Ook het Solse Gat is hoogstwaarschijnlijk een pingoruïne. Ze was ooit opgevuld met blauwe leem, die de Middeleeuwers afgroeven om bakstenen van te maken.

Er zijn nog andere verklaringen voor het ontstaan van het Solse Gat, maar de rondingen van de twee poelen in de depressie duiden op de vroegere aanwezigheid van ijs. Niet zo ver van het Solsche Gat verwijderd liggen bovendien nog twee andere pingoruïne’s: het Uddelermeer en het daar vlakbij gelegen Bleeke Meer.

De dansende bomen van het Speulderbos

Dansende bomen

Tussen Ermelo, Putten en Garderen ligt de boswachterij Speulder- en Sprielderbos, waarin het Solse Gat zich bevindt. Dit dichtbegroeide bos staat bekend als het bos van de ‘dansende bomen’. Door selectieve houtkap liet men de kneusjes staan, de gebogen stammen waar niemand iets aan had, waardoor er een bos ontstond met een vooral in de schemering geheimzinnige uitstraling. En daarin ligt dus het Solse Gat, waarover volgende week meer.

Reacties zijn uitgeschakeld