Goed volk | Een sagenverzamelaar op de Noordpool

ACHTERGROND - We hebben vroeger allemaal geleerd dat de Noordpool uit ijs bestaat en de Zuidpool uit land, en dat op de Noordpool ijsberen voorkomen en op de Zuidpool pinguïns, maar niet andersom, en dat onder meer daardoor de Noordpool per definitie gevaarlijker is dan de Zuidpool. Nu heb je een geografische en een magnetische Noordpool, maar ook een (noordelijke) poolcirkel die zo’n beetje de grens van dit gebied, dat ver buiten de ‘comfort zone’ van de gemiddelde mens ligt, aangeeft. Boven deze cirkel ligt het gebied waar de zon gedurende een aantal nachten rond 21 juni niet onder gaat, de zogeheten middernachtzon. Hoe noordelijker men komt hoe meer nachten het betreft. Juist dit unheimische gebied heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op veel avonturiers, zeker toen er nog veel van ontdekt moest worden in een tijd toen er nog letterlijk en figuurlijk veel witte vlekken op de kaart van Arctica en Antarctica waren.

Ik behoor zelf ook tot die avonturiers, maar ondanks gevorderde plannen voor een bezoek aan de Zuidpool is dat er om praktische redenen nooit van gekomen, tot grote opluchting van mijn ouders. Vele avonturiers en ontdekkingsreizigers hebben hun tochten boven of rond de poolcirkel dan ook niet overleefd. Zo vertrok nog in 2004 de ervaren Franse avonturierster Dominick Arduin (1961) per kano vanaf Mys Arkticheskiy in Siberië richting Noordpool, maar van haar is nooit meer iets vernomen noch teruggevonden.

Wie een goed beeld wil krijgen van het reizen in Groenland en over de Groenlandse ijskap per hondenslee en daarbij ook gewoon een spannend verhaal wil lezen, raad ik het boek Het Thule Incident (2009) van avonturier-schrijver Frank van Zwol aan. Het verhaal is fictie, maar geïnspireerd door feiten die ruimschoots in het boek aanwezig zijn. Naast dit boek maakt De Veluwe van Jaques Gazenbeek, dat al enkele dagen op mijn nachtkastje ligt, nogal een laffe indruk, maar onder de streep is er op de Veluwe meer (oude) cultuur te ontdekken dan op de Noordpool. Dat betekent natuurlijk niet dat je Groenland wat dit aspect betreft moet negeren, want ook dit gebied telt sinds lang menselijke bewoning die zijn sporen heeft nagelaten, zowel in archeologische vondsten als in een orale traditie: sagen en legenden die van generatie op generatie worden doorverteld.

Topografie

Binnen en rond de poolcirkel liggen vele gebieden: in Europa loopt hij over het noordelijkste puntje van IJsland en verder over Noorwegen, Zweden, Finland en dan in Rusland door Kola en Siberië. Op het Noord-Amerikaanse continent loopt de cirkel over Alaska (Verenigde Staten), Canada en Groenland, een autonoom gebied binnen het Koninkrijk Denemarken. Deze blog beperkt zich om praktische redenen tot Groenland, in het Groenlands Kalaallit Nunaat‘ Land van de Groenlanders. en in het Deens ‘Grønland’ genoemd.

De naam Groenland

De benaming ‘Groenland’ is eigenlijk een publiciteitsstunt, zij het een heel oude, qua overlevering afkomstig van de Noor Erik de Rode (940 – 1007). Volgens de Eiríks saga rauða besloot hij, nadat hij in IJsland vogelvrij verklaard was, op zoek te gaan naar een land ten westen van IJsland dat eerder gezien zou zijn door ene Gunnbjörn. Hij vond het land en noemde het ‘Groenland’, ondanks het feit dat het voor een groot deel door ijs werd bedekt. Volgens de verhalen gaf hij het land deze naam omdat hij dacht dat deze gunstige naam waarschijnlijk kolonisten zou aantrekken.

Het zuiden van Groenland kan overigens in de zomer daadwerkelijk heel groen zijn. Het is heel waarschijnlijk dat het in de tijd van Erik de Rode zelfs nog groener was dan tegenwoordig.

Groenlandse archeologie en etnografie

De vroegste menselijke bewoning van Groenland dateert al van rond 2500 vóór Christus. Het waren indianen die immigreerden vanuit Noord-Amerika. Hun oudste cultuur staat bekend als de Saqqaqcultuur die rond 800 vóór Christus waarschijnlijk vanwege de extreme omstandigheden uitstierf. Hiernaast ontstonden rond 2400 vóór Christus de twee Independence-culturen I en II die opgevolgd werden door de Vroege Dorset-cultuur, die het uithield tot ongeveer 200 na Christus.

Hierna bleef Groenland onbewoond tot het ontstaan van de Late Dorsetcultuur die bestond van ongeveer 800 tot 1300. Deze werd opgevolgd door een cultuur die wij allemaal kennen, die van de Eskimo’s die al rond 1200 het zuidwesten van Groenland binnentrokken. De Eskimo’s waren op hun beurt de directe nakomelingen van de Thulecultuur die zich rond 1000 n.Chr. in deze streken vestigde. De Thulecultuur week sterk af van de Dorsetcultuur en had alle elementen in zich die wij als typisch ‘Eskimo’ herkennen. De mensen hielden honden die ze gebruikten om sleden te trekken, en gebruikten pijl-en-boog, waarin ze eveneens verschilden van de Dorsetcultuur. Ze hadden grote opslagplaatsen voor voedsel om in de winter hongersnood te voorkomen. De vroege Thule vermeden de hoogste breedtegraden, die alleen opnieuw werden bevolkt na hernieuwde immigratie uit Canada in de negentiende eeuw.

Inuit vrouw, begin twintigste eeuw

De Groenlandse Eskimo’s worden tegenwoordig Inuit genoemd, het meervoud van inuk dat ‘mens’ of ‘echte mens’ betekent. De Eskimo’s van Alaska worden Joepik genoemd en zijn verwant aan de Siberische Joepik van het noordoostelijke gedeelte van het Russische Verre Oosten.

De Vikingen

Vóór de komst van de Inuit strandden IJslandse Vikingen op de kust van Groenland en in 985 kwamen de eerste Noorse kolonisten, kennelijk aangetrokken door het ‘groene land’ van Erik de Rode. Deze Erik geloofde nog in de Noordse goden, maar zijn zoon Leif Eriksson voerde het Christendom in.

In 1261, ongeveer gelijktijdig met de komst van de Inuit, kwam Groenland onder Noors bestuur en in 1397 volgde de Unie van Kalmar waarbij Noorwegen en diens overzeese gebieden – waaronder dus Groenland – met Denemarken en Zweden verenigd werden in een personele unie. Echter, vanaf de vijftiende eeuw werd het klimaat steeds kouder (Kleine IJstijd, waarvan men ook in Nederland de gevolgen ondervond) en de stoere Vikingen bleken hier niet tegen bestand en trokken weg.

Wie in dit ijskoude klimaat echter perfect gedijden, waren de Inuit. Zij waren vervolgens enkele eeuwen lang de enige bewoners van Groenland, totdat Denemarken-Noorwegen het weer als grondgebied claimde. De verdere politieke geschiedenis van Groenland is er een van ruzies tussen Scandinavische landen als koloniale machten, die er voor deze blog verder niet toe doet. Uiteindelijk verkrijgt Groenland in 1979 zelfbestuur binnen het Deense koninkrijk.

De mythologie van de Inuit

De Inuit hebben een eigen mythologie die afwijkt van de Noordse. Zij hebben dus geen mythologische elementen van de Noordse/Germaanse Vikingen overgenomen. Er zijn wel overeenkomsten, zoals een dondergod/dondergeest en figuren als trollen, maar deze komen bij meerdere volken voor en berusten waarschijnlijk op archetypische motieven.

De Inuit-mythologie is sjamanistisch (een Inuit-sjamaan heet een angakoq) en animistisch van aard en doet denken aan de religies van de Indianen en de Siberische volkeren, waarmee de genoemde Joepik in verband staan. Overigens zij aangetekend dat de meeste Inuit tot het christendom behoren. Er werd in de achtiende eeuw gevreesd dat de Inuit door het weinige contact met de rest van Europa waren teruggevallen tot het heidendom, daarom werd in 1721 een missionaris uitgezonden voor het herstellen van het christendom. Dat vormde geen probleem, omdat de Inuit in het christendom elementen van hun eigen godsdienst herkenden. Wel is er sprake van syncretisme.

Een sjamaan in actie

De Inuitmythologie bestaat uit veelal etiologische (verklarende) verhalen waarin bovennatuurlijke wezens een belangrijke rol spelen en die mondeling door verhalenvertellers zijn overgeleverd. Zij werden voor het eerst op schrift gesteld door Knud Rasmussen, die hierna besproken wordt.

Alles heeft een geest

De Inuit geloofden dat alles een ziel of een geest had, net als bij mensen. In een taal van de Inuit, het Inuktitut wordt deze ziel anirniq (adem), meervoud anirniit, genoemd. Anirniit waren deel van alles. In tegenstelling tot de Noordse mythologie kennen de Inuit geen goden, alleen geesten. In principe werden de geesten vriendelijk geacht, maar zeer gevoelig voor wangedrag van de gelovigen. Hierdoor werden deze geesten – in het bijzonder de Zeegeest – als bedreigend gezien.

Op wangedrag reageerden de geesten door bijvoorbeeld slecht weer, slechte jachtresultaten en ziektes te sturen. Om deze af te wenden, gebruikten de Inuit magische bezweringen en droegen ze amuletten. Ook werd veelvuldig de hulp van sjamanen ingeroepen. Er waren ook geesten die een fysieke verschijningsvorm hadden, als mens c.q. sjamaan. Deze geesten waren in principe slecht en stonden voor gebroken spullen.

Tot de belangrijkste geesten van de Inuit-mythologie behoren

  • Sedna (ook bekend als Nerrivik, Arnarquagssaq en Nulianuk), meester van de zee;
  • Nanoek, meester van de ijsberen;
  • Silla, heerser(es) van de lucht, de wind en het weer;
  • Tarqiup Inua, meester van vruchtbaarheid en moreel juist gedrag.

Alles perfect afgestemd op het dagelijks leven van de Inuit.

De Schepping

Volgens de Eskimo’s van Alaska, Siberië en Noord-Amerika was de schepper van de Aarde en de mensheid een raaf. Deze raaf wordt de ‘Vader van de Raven’ genoemd. Hij is de enige scheppende Inuit-manifestatie die gepersonifieerd was. Hier dringt zich toch enigszins een overeenkomst met de Noordse mythologie op, waarin de raaf een vruchtbaarheidssymbool is, maar dit kan toeval zijn.

Christendom en syncretisme

Zoals gezegd kunnen de Inuit zich goed vinden in de denkwijzen en rituelen van het christendom. Ook zien de Inuit een verband tussen hun belangrijkste geesten en de God zoals hij in het christendom wordt voorgesteld, ook al beschikken ze in hun mythologie niet over een almachtige schepper.

Ook zagen ze verbanden tussen de missionarissen en hun sjamanen. Door de komst van het christendom zijn wel de nodige inheemse gebruiken en handelingen zoals partnerruil em het doden van kinderen bij een hongersnood, verloren gegaan omdat deze niet in de christelijke denkwijze passen. Wie dus nog steeds in het verhaal gelooft dat een Inuit-man zijn vrouw voor een wilde nacht aan een vreemdeling afstaat, kan het schudden.

Een voorbeeld van kerstening/syncretisme is Selaviq, een kerstceremonie. Hierbij gaat men van huis tot huis om de geboorte van Christus te verkondigen. De heidense gedachte hierachter is dat de mensenwereld zo toegang zou krijgen tot de geestenwereld.

Knud Rasmussen en de eskimologie

De discipline die zich met de Inuit bezighoudt wordt (nog steeds) Eskimologie genoemd en als de vader van deze wetenschap wordt Knud Rasmussen (1879-1933) gezien, een antropoloog en ontdekkingsreiziger die zelf van gemengde Deense-Inuit-afkomst was. Hij werd geboren in Ilulissat op Groenland als zoon van een Deense missionaris en een Inuit-moeder. Tijdens zijn jeugd op Groenland leerde hij de taal van de Inuit spreken, hondensleden besturen en te overleven in arctische omstandigheden. Zijn studie voltooide hij in Denemarken. Na een kostschool bezocht hij de universiteit van Kopenhagen waar hij in 1900 afstudeerde en vervolgens journalist werd bij een dagblad.

Knud Rasmussen met twee Inuits, mw Arnalulunguak en dhr Meetek

In die hoedanigheid reisde hij mee op een expeditie naar IJsland waar hij waar hij Ludvig Mylius-Erichsen ontmoette, die Rasmussens voorliefde voor Groenland deelde. Samen gingen ze van 1902 tot 1904 op een expeditie naar Groenland, de ‘Deense Literaire Expeditie’, waar Knud onder andere oude sagen van de Inuit opschreef en vertaalde. Na afloop gaf hij een serie lezingen en schreef in 1908 het boek Mensen van de Noord Pool, een combinatie van een reisjournaal en een wetenschappelijke verhandeling over Inuit-folklore. Dit gedaan hebbende trouwde hij in hetzelfde jaar met Dagmar Andersen.

In 1910 richtten Rasmussen en vriend Peter Freuchen het ‘Thule Trading Station’ op in Cape York (Uummannaq), Groenland. De naam Thule werd gekozen omdat het de meest noordelijke handelspost ter wereld was, letterlijk het ‘Ultima Thule’. Het Thule Trading Station werd tussen 1912 en 1933 de thuisbasis van een reeks van zeven expedities, bekend als de Thule Expedities. De vijfde expeditie van 1921 tot 1924 was de meest succesvolle. Naast een tiendelig verslag verzamelde de expeditie meer dan 15.000 etnografische en biologische specimen en data alsmede archeologische voorwerpen waarvan er vele nog steeds te zien zijn in diverse musea in Denemarken. Op de laatste Thule-expeditie in 1933 liep Rasmussen een maaginfectie op waaraan hij later in Denemarken overleed. Zijn woonhuis bij Hundested op Noord-Sjælland is nu een museum.

Wie de door Rusamussen uit de orale traditie opgetekende sagen en legenden wil nalezen kan dat doen in het engelstalige boek Eskimo Folk-Tales (1921), heruitgegeven door Dodo Press met een inleiding door de vertaler W.W. Worster. Maar de meeste werken van Rasmussen zijn op internet te downloaden of in te zien: hier, hier, hier en hier.

  1. 1

    ‘Syncretisme’ – moest ik opzoeken.

    het doden van kinderen bij een hongersnood, verloren gegaan omdat deze niet in de christelijke denkwijze passen.Mijn fantasie gaat dan werken. Hoe ging dat dan voorheen? Er was hongersnood en dan werd op een nacht de jongste zoon/dochter gedood, zoiets? Wat waren dat voor mensen, vraag ik me dan af. Of werden de kinderen gedood bij hun geboorte?

  2. 3

    „ After her disappearance the Finnish author Sven Pahajoki decided to write a book about her life and while researching her background, realized she’d been lying all along about her accomplishments and life. Her sister and uncle were found and it was found out she’d done disappearances earlier as well and that they did not believe she had died, but just done another disappearance to start anew yet another time due to financial reasons and getting caught of lying.“
    https://fr.m.wikipedia.org/wiki/Dominick_Arduin

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren