Closing Time | Chino Amobi
Brian Eno maakte het ambient-album Music for Airports (1972), Chino Amobi maakte in 2016 het album Airport Music For Black Folk.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Brian Eno maakte het ambient-album Music for Airports (1972), Chino Amobi maakte in 2016 het album Airport Music For Black Folk.
Deze korte tour binnen het genre vaporwave eindigt (voor nu) met het duo 2 8 1 4, omdat zij wilden laten zien dat je vaporwave kunt maken zonder de geijkte muzaksamples te gebruiken. Het album Birth Of A New Day klinkt… luisterbaar, mooi, overwegend soothing zelfs, met hier en daar wat donkere randjes. Hoe je hierin nu nog een ironische versie van ‘corporate mood music’ of feelgoodmuzak moet horen is mij een raadsel, maar je kunt je afvragen of vaporwave überhaupt niet gewoon een bullshitgenre is dat echt had kunnen zijn.
Floral Shoppe (2011) van Macintosh Plus (een van de vele aliassen van Ramona Xavier) heeft de eer het eerste album te zijn dat als vaporwave werd gedefinieerd en wordt beschouwd als het meest toonzettende album voor het genre. Haar vaporwave-stijl lijkt weinig op James Ferraro’s chaotische gesampelde Windows95-tunes (de CT van gisteren), hoewel het vertragen en vervormen van samples van R&B- en soulnummers nou ook niet altijd prettige muziek oplevert – maar goed, je moet het dan ook ironisch beluisteren. Vaporwave is in feite kitch in overdrive – zie de cover. (De Twin Towers refereren aan de ongeschreven regel dat artiesten geen samples van na 9/11 gebruiken.) Dit nummer (‘Geography’) is opgebouwd uit een uitgerekt sample van een oud computerspel.
Net als Oneohtrix Point Never, die we gisteren in de Closing Time hadden, wordt James Ferraro beschouwd als een van de pioniers in het genre ‘vaporwave’. Dit genre ontstond zo’n tien jaar geleden online als een ironische bewerking van feelgoodmuzak, opgebouwd uit samples van lounge- en liftmuziek, wat je hoort als je in de wacht staat, de openingstune van Windows, de niksige deuntjes onder een informatieve video. Deze muzak – ‘corporate mood music’ – klinkt optimistisch en hoopvol maar uiteindelijk is het vaag, vervreemdend en leeg, zo leeg als onze consumptiecultuur en het hyperkapitalisme. Niet voor niets doet het woord vaporwave denken aan vaporware.
Bij Oneohtrix (One-oh-trix) Point Never weet je nooit wat je krijgt, en op zoek naar een nummer om hier te delen werd me ook duidelijk dat zijn muziek totaal ongeschikt is om in losse nummers te luisteren. Niet dat zijn albums nou per se een coherent geheel zijn, maar daar zit nu juist voor een groot deel het luisterplezier: van het ene in het andere gegooid worden – iets dat in dit ene nummer ook al enigszins gebeurt. Op zijn derde album R Plus Seven uit 2013, waar ‘Zebra’ op staat, poogt hij iets nieuws te maken van niksige digitale geluiden van de jaren ’80, wat hem een pionier in ‘vaporwave’ maakte (waarover morgen meer). Hierna zijn er nog acht albums en een paar singles uitgekomen en inmiddels klinkt OPN alweer totaal anders.
Johnny Marr is inmiddels een krasse knar. Maar de voormalige gitarist van The Smiths kan nog best een lekker potje rocken.
“You shut your mouth
how can you say
I go about things the wrong way?
I am human and I need to be loved
just like everybody else does”
Een unieke en prachtige versie van een traditionele folksong: The water is wide. Ooit vertolkt door (onder andere) Peter Seeger, Bob Dylan, Joan Baez en vele anderen.
Uit het concert dat Picatrix gaf op 25 april 2021 in het Bimhuis. Met Greetje Bijma, stemkunstenares, Nora Mulder, piano en Mary Oliver, viool.
Picatrix presenteerden we eerder in Kunst op Zondag.
Wat zegt u? Of we gek zijn geworden om regen te vragen?
Wel, de logica is even simpel als flauw: niemand vroeg om regen en we kregen regen. Dus….
We begonnen deze zondag met een caravan. Aanleiding voor deze vrolijke versie van de jazz standard ‘Caravan’. Zo ontzettend vaak uitgevoerd, dat het een raadsel is waarom je het nummer nooit ziet opduiken in lijsten van meest gecoverde nummers.
Normaal gesproken is Closing Time onze dagsluiter. Maar Sargasso blijft nog open voor uw reacties tijdens VPRO’s Zomergasten van vanavond (aanvang 20:20 uur).
Coisa = ding (iets, zaak, voorwerp); Nanã = het vrouwelijke opperwezen.
Coisa No. 5 is een compositie uit 1965 van Moacir Santos (overleden in 2006). De Braziliaanse bossa nova-zanger Mario Telles schreef er een tekst bij en het nummer werd hernoemd naar Nanã.
Het nummer, van het album ‘Coisas’, kent inmiddels honderden verschillende uitvoeringen. De meesten in big band formaties. In de bezetting hierboven, horen we het oorsponkelijke nummer te voorschijn komen na de meesterlijke intro van ongeveer 1 min. 23”.
In een winkelstraat, in een provinciestadje hier ver vandaan en lang geleden, stond buiten bij een platenzaak een bak met afgeprijsde elpees. Verzamelelpees, Alle 13 Goed, winkeldochters en wat onbekend gebleven artiesten. Ik bladerde door de bak en bleef hangen bij The Saints. Geen idee wat dat was. Maar de bandnaam was kort, net zoiets als The Clash ofzo, dus ik dacht, ik val me geen buil voor twee gulden. Ik hoopte (de platen in de bak buiten, mocht je niet binnen eerst beluisteren) op wat vlotte pop.
Een staande bas, een cello, violen, een saxofoon, een trompet, een vleugel, een percussionist, een losjes drummende drummer en een scattende zanger die zich als André Hazes gekleed heeft– daar word ik nou helemaal astraal en week van.
Nou had ik begrepen dat Van Morrison niet altijd het zonnetje in huis is, maar wat een song die blaakt van optimisme, blijheid en lichtheid heeft hij dan gemaakt met The Way That Young Lovers Do. En wat wordt die prachtig uitgevoerd veertig jaar nadat het nummer op de plaat werd gezet. Daar wordt een monumentje neergezet. Daar zou een zich achter de laptop bevindend sargasso-schrijvertje haast een traan van in zijn ogen krijgen. Haast dan hè, niet echt natuurlijk,