Recensie Zomergasten 2019 | Nina Jurna

RECENSIE - Halverwege deze derde aflevering van Zomergasten liet Nina Jurna een fragment zien uit Nostalgia de la Luz, een documentaire van Patricio Guzmán over het droogste gebied op aarde, de Atacama Woestijn in Chili. Tijdens de dictatuur van Pinochet was dit een van de plekken waar de lichamen van vermoorde dissidenten werden gedumpt. Nu nog zijn familieleden (en dan met name vrouwen) hier op zoek naar hun verdwenen broer, man of zoon. In het fragment dat Jurna had uitgekozen, vertelt een vrouw dat ze na jaren zoeken de voet van haar broer had gevonden. Ze herkende de schoen en de sok. De avond voor zijn verdwijning was die voet nog in haar huis geweest. Met het terugvinden van zijn voet, was de vrouw eindelijk weer herenigd met haar broer. Tegelijkertijd, zei ze, was het de grote deceptie. Dit was het dan.

Nina Jurna en Janine Abbring moesten na dit fragment een bruggetje maken naar de film Wan Pipel van Pim de la Parra. Zoals de moeders en zussen van de slachtoffers van Pinochet zo hun zoektocht hadden, zo had Nina Jurna haar eigen zoektocht. Als je eenmaal begint, zei Jurna, moet je doorgaan. Erg subtiel was het bruggetje niet, maar niet alle bruggetjes hoeven subtiel te zijn. De Brooklyn Bridge is bijvoorbeeld ook helemaal geen subtiel bruggetje, maar hij doet zijn werk. En dit bruggetje deed ook z’n werk. Want Nina Jurna had namelijk twee grote verhalen te vertellen.

Het eerste verhaal was dat over het continent waar ze woont en waar ze over schrijft voor NRC Handelsblad: Latijns-Amerika. Het tweede verhaal ging over haar roots. Opgegroeid als adoptiekind in een gezin met hippie-ouders die van het multiculturele Amsterdam verhuisden naar het platteland van Overijssel, waar de donker gekleurde Nina vanaf de bank werd aangestaard door de ouders van haar witte vriendjes en vriendinnetjes. Toen ze een jaar of twintig was ging ze op zoek naar waar ze vandaan kwam. Maar voor ze daarover vertelde, kwam verhaal 1 uitgebreid aan bod.

Verhaal 1: Jurna’s grote liefde, Latijns-Amerika
Met een fragment uit een dagelijkse serie over politie-invallen in de favela’s van Brazilië liet Jurna zien wat voor verwrongen beeld de Braziliaanse bevolking krijgt voorgeschoteld, zodat het ook niet zo vreemd is dat ze een zogenaamde sterke man kiezen die een wet er doorheen duwt zodat de politie de vrije hand krijgt om eerst te moorden en dan te kijken of iemand schuldig is. En die het Amazonegebied wil exploiteren en daarbij de inheemse volkeren (indianen was een scheldwoord, zo leerde Jurna ons) wil verdrijven. In een fragment uit de documentaire Martírio zagen we een grootgrondbezitter in gesprek met een inheemse stam. Aan de oppervlakte bleef hij vriendelijk, maar je hoefde maar heel even op het laagje beschaving te krassen en je hoorde hem zeggen dat ze voor hun leven moest vrezen als ze niet snel vertrokken.

Volgende fragment: Rebels of the Sierra Maestra. Een jonge Fidel Castro (met een verrassend hoog stemmetje) legt uit waarom hij en zijn kompanen een voorsprong hebben op het veel grotere leger van Batista: vechten voor vrijheid is iets heel anders dan vechten tegen vrijheid. Aanleiding voor Nina Jurna om te stellen dat in Latijns-Amerika elke bevrijder uiteindelijk een tiran wordt. Macht corrumpeert. Altijd.

Wellicht, oppert ze, ligt het katholicisme hieraan ten grondslag: de eeuwige behoefte aan iemand die je komt redden. Aan een Messias die je uit de shit haalt. Of die nu Chavez of Bolsonaro heet.  Waarmee we soepeltjes bij Maduro terechtkomen en de crisis in Venezuela, waarover Jurna zelf ook uitgebreid heeft geschreven. Het fragment uit Está Todo Bien over een arts en een kankerpatiënt in een Venezuela zonder medicijnen is nog even aanleiding om het te hebben over de mogelijkheden die je als journalist hebt om de mensen die jouw verhalen bevolken te helpen. Waarna we in één moeite doorvliegen naar Terug Naar Macondo over Gabriel Garcia Marquez en de plek waar diens magisch realisme zijn oorsprong vond: het huis van zijn grootouders. Nina Jurna begon Marquez te lezen op de middelbare school. Wat haar zo aantrok was de vanzelfsprekendheid waarmee dood en leven met elkaar waren verweven. Toen ze daadwerkelijk in Brazilië ging wonen, begreep ze dat het er echt zo was als in de verhalen van Marquez. Ze leerde in het hier en nu te leven en dat het niet altijd nodig was om alles maar te verklaren en het waarom ervan te kennen. ‘Maar soms juist wel’, zei Abbring en manoeuvreerde zo langzaam maar zeker richting verhaaltje nummer twee.

Verhaal 2: Jurna’s roots
Met dezelfde rust en zorgvuldigheid waarmee verhaal 1 was opgebouwd, werd nu verhaal nummer 2 vertelt. Inclusief cliffhanger. Jurna vertelde over haar jeugd in Overijssel. Dat er in haar omgeving niemand was waarin ze zich herkende. En hoe het begon te kriebelen toen ze een jaar twintig was en samen met haar vriend op zoek ging naar haar moeder, die ze vond in Utrecht. En zo ontdekte ze dat haar wortels in Suriname lagen en ze afstamde van vakbondsleider en volksheld Louis Doedel. Een fragment uit Wan Pipel van Pim de la Parra illustreerde hoeveel ze van Suriname houdt.

Het verhaal was nog niet klaar. Want waar een moeder is, moet ook een vader zijn. Maar wie die vader was, wist haar moeder ook niet. Althans, ze wist wel wie de vader was, maar waar die vader was en hoe het hem was vergaan, wist ze niet. Samen met haar moeder is ze op zoek gegaan. De zoektocht heeft bijna dertig jaar geduurd.

Maar voordat we de apotheose van haar verhaal kregen te horen, mochten we eerst nog even kijken naar een fragment uit Motherland: A Genetic Journey, waarin een donkere jongen via DNA-onderzoek hoopt te achterhalen dat hij afstamt van een Afrikaanse prins. De mannelijke lijn van zijn DNA-verwanten blijkt echter voornamelijk Europees te zijn. (De cirkel is verre van rond, de deceptie is groot.) Maar aan de vrouwelijke kant blijkt hij tot zijn grote vreugde verwant te zijn aan een Afrikaanse stam. Als hij ze opzoekt, vraagt een stamlid waarom hij geen auto heeft. ‘Waar mijn moeder is?’, vraagt de jongen. ‘Nee, waar je auto is. Vroem vroem.’

De jongen zou later toegeven dat hij zich meer Londenaar voelt dan Afrikaan. Maar, legt Jurna uit, daar gaat het niet om. Het gaat erom dat je weet waar je vandaan komt. Dat er iets is waarin je je herkent. Dat is ook zo’n probleem van Latijns Amerika: iedereen komt overal vandaan, maar in een land als Brazilië is de elite nog steeds wit en wordt er heel krampachtig omgegaan met het slavernijverleden.

Terug naar de roots van Nina: haar vader bleek een arts van Palestijnse komaf. Over een maand gaat ze met hem, zijn vrouw en Jurna’s tienerkinderen naar zijn geboortegrond. De cirkel was rond, de hereniging compleet en het was verre van een deceptie.

Deze behoorlijk voorbeeldige aflevering van Zomergasten eindigde met een cultureel tweeluikje: eerst was daar een politiek getinte carnavalsoptocht die rechtstreeks kritiek uitte op de Bolsonaro-mentaliteit. En tot slot zagen we de onlangs overleden grondlegger van de bossanova in duet met zijn toen 13-jarige dochter. Jurna vertelde nog wel dat deze zo schattig verlegen zingende dochter jaren later haar vader onder curatele zou stellen. ‘Verpest het nou niet’, zei Janine Abbring. Maar ergens was het juist wel exemplarisch voor het vat vol tegenstrijdigheden dat Latijns-Amerika is. Wat zeg ik: dat het leven is.

  1. 1

    Jurna vertelde nog wel dat deze zo schattig verlegen zingende dochter jaren later haar vader onder curatele zou stellen.

    Dit zijn van die ontregelende Molovich-zinnetjes waar deez meneer het patent op heeft.

    Ennn…. de toegift

    ‘Verpest het nou niet’, zei Janine Abbing.

    Slotactie ná de actie…

    Maar ergens was het juist wel exemplarisch voor het vat vol tegenstrijdigheden dat Latijns-Amerika is. Wat zeg ik: dat het leven is.

    Vrouwe Rethorica in full swing met een grap met een lach met een dansje.

    Nou, de [GRIM] staat om de hoek.

  2. 2

    Wat een slechte uitzending Zomergasten met Nina Jurna,
    zij is een mix type Mulat,
    heeft heel haar leven een trauma er aan overgehouden dat haar huidskleur als kind anders is dan van blanke mensen.

    Het is de domste redenering die ik ooit hebt gehoord,
    donkere mensen zijn trots op hun huidskleur, geestelijk sterk en mooi van uitstraling.

    Heb zelf een zoon als blanke vader met een zwarte sur.moeder.
    Zoon is dus een mixtype, Mulat
    Hij is trots op zn getinte huid, is maatschappelijk geslaagt, de meisjes stonden voor hem in de rij enz.

    Van discriminatie ook nooit last gehad, dat geld voor de meesten
    mensen met een donkere huidskleur in Nederland.

    Janina Abbring moet beter haar gasten selecteren, geen mensen met gewonde zielen!

  3. 6

    Nou, de leuke Kama-/ Brusselmanszinnetjes zitten er al wel in:
    De Brooklyn Bridge is bijvoorbeeld ook helemaal geen subtiel bruggetje, maar hij doet zijn werk.

  4. 9

    @2: omdat u een kind heeft met een donkere vrouw geeft u geen vrijbrief om te bepalen dat mensen met een donkere huid in Nederland niet worden gediscrimineerd. Uw toonzetting doet koloniaal aan en doet vermoeden dat u “de zwartjes” wel even zal vertellen hoe het zit
    Tevens is het u wellicht ontgaan dat mevrouw Jurna niet bij haar biologische ouders is opgegroeid. Als u zich beter had verdiept in sociaal psychologische aspecten zoals hechting, sociale identificatie, categorisatie etc. had u deze uitspraak over mevrouw Jurna niet gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren