INTERVIEW - In Soedan is de noodtoestand afgekondigd. Na de afzetting van dictator Omar al-Bashir blijft het onrustig in het Afrikaanse land. Nina Koevoets gaf trainingen over geweldloosheid als een levensstijl en manier om persoonlijke en sociale conflicten op te lossen. Ze interviewde een van de cursisten, Jacob Aluong, afkomstig uit Zuid-Soedan. ‘Waren mensen zich bewust geweest van geweldloosheid in mijn kindertijd, had de oorlog niet 20 jaar hoeven duren’, meent hij.
Waarom wilde je meer over geweldloosheid leren?
“In mijn land is geweld de norm: mensen zoeken geen andere manieren om hun geschillen aan te pakken en dan escaleert de situatie snel in vuist- of vuurgevecht. Veel mensen zijn geradicaliseerd: ze geloven alleen in geweld. Ik wilde andere manieren vinden om met conflicten om te gaan en die leren aan de jongere generatie.
“Omdat ik opgroeide tijdens de oorlog, ik ben geboren in 1983, dacht ik dat mensen als agressief worden geboren. Pas op school leerde ik voor het eerst over vreedzame landen. Dat was een eye-opener voor me en motiveerde me manieren te vinden om mijn eigen land vreedzaam te maken.
“Soedan was toen één land. Na het vredesakkoord tussen het zuiden van Soedan, dat voornamelijk christelijk is, en het Islamitische noorden, kregen we na de oorlog de kans om te beslissen of we één Soedan wilden blijven of ons eigen land wilden zijn. En in 2011 was daar Zuid-Soedan. Maar toen kwamen er veel uitdagingen die ons weer in conflict brachten. De rebellen die in het noorden hadden gevochten, integreerden niet en begonnen te vechten met soldaten die loyaal waren aan de president. Die strijd stortte het nieuw gecreëerde land in de bloedige burgeroorlog die nog steeds doorgaat.