Poëzie met Kerstmis | Dichten als Alfred Schaffer
Alfred Schaffer krijgt de P.C. Hooftprijs 2021 voor zijn poëzie. En dat is niet alleen de eer en publiciteit en de status, maar ook de 60.000 euro. Van harte.
De laatste twee dichtbundels van Alfred Schaffer waren gebouwd rond een thema, waren verhalend. De bundel Mens Dier Ding handelt over de Zoeloekoning Sjaka Zoeloe, en is door de vele vormen een groot plezier om te lezen. En zijn meest recente, Wie was ik, met als ondertitel strafregels, gaat over zijn Arubaanse moeder die hij op jonge leeftijd verloor. En ook in deze bundel gebruikt hij weer allerlei vormen voor zijn gedichten. Hij schuwt het experiment gelukkig niet. De jury van de P.C. Hooftprijs noemt zijn poëzie spitsvondig, dubbelzinnig en van een ‘sprankelende veelstemmigheid’. En daar kan ik het als fan alleen maar me eens zijn.
Maar voor Poëzie Met Kerstmis ging het me om de bundels die Alfred Schaffer daarvoor schreef, onder andere Schuim en Kooi. Daarin was hij niet verhalend. Daarin deed hij maar wat, leek wel. In interviews heeft hij wel ‘ns over zijn werkwijze verteld. ‘Ik zoek naar zinnen en fragmenten en probeer dan een fragment in te passen bij andere fragmenten, zodat er betekenis ontstaat, een visie, zin. Dat onderzoek ik.’ Schaffer schetst momentopnamen zonder context, of plakt zinnen aan elkaar die samen een vreemd beeld opleveren. Flarden van gesprekken mengen zich met teksten uit een brochure. En daar knipt, plakt, last en vijlt de dichter in zijn werkplaats P.C. Hooftprijs-waardige gedichten van. Ongerijmde toestanden. ‘Het zijn vaak rare dingen die hij de wereld instuurt, en daar zitten we dan mee’, aldus de jury. Maar als je met rare dingen maken de P.C. Hooftprijs kunt winnen, ik zou het zeker niet laten.
