Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gaza: hoezo chirurgische precisie?

REPORTAGE - Israël houdt vol dat ze met ‘chirurgische precisie’ bombardementen uitvoeren. De cijfers laten heel wat anders zien. Het aantal burgerdoden en gewonden is schrikbarend hoog, constateert Lydia de Leeuw die in Gaza werkt. Volg haar blog: A Second Glance.

Sinds woensdag, het begin van de militaire operatie ‘Pillar of Defense’, zijn zeker 67 doden gevallen, van wie 40 burgers. Het aantal gewonden wordt nu geschat op 590, waaronder zeker 535 burgers. Ik schrijf ‘geschat’ omdat terwijl ik dit verslag schrijf er nog gezocht wordt naar overlevenden van de luchtaanvallen van vanmiddag. Die werden met ‘chirurgische precisie’ uitgevoerd, op woningen in Gaza, Rafah, Nuseirat, en Bureij. Het aantal doden dat daarbij is gevallen, wordt geschat op 20. Eén familie heeft zeker 10 doden te betreuren, de meeste vrouwen en kinderen, en er wordt nog onder het puin gezocht naar overlevenden.

Woensdag en donderdag was ik het centrale Shifa ziekenhuis in Gaza Stad en heb daar onder de gewonden en doden geen enkele strijder gezien. Het waren allemaal burgers, mensen die gewoon thuis of op straat waren toen ze werden aangevallen. De meeste verwondingen zijn ernstig. Diepe snijwonden en ook afgerukte ledematen, veroorzaakt door rondvliegende granaten en granaatsplinters. Ook zijn er veel mensen met gebroken botten en kneuzingen omdat zij bedolven zijn geraakt onder het puin van hun woning of andere gebouwen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Bij de dood van Marianne Vaatstra en de kleine Arthur Ghurahoo

Waarin de auteur door de perikelen rond Marianne Vaatstra terugblikt op de moord op Arthur Ghurahoo, waar hij zelf bij betrokken raakte en waarvan de ontknoping een bizarre wending nam.

De moord op Marianne Vaatstra is opgelost, zo lijkt het. De moordenaar zou de 45-jarige Jasper S. zijn uit Oudwoude, een dorp dichtbij de plek waar het Friese meisje in 1999 dood werd gevonden. Volgens diverse media is de verdachte een bekende van de familie. Waarschijnlijk hou je er als familie rekening mee dat de dader zich redelijk dichtbij bevindt (al wezen de beschuldigende vingers lange tijd naar het asielzoekerscentrum).

Ik moest vanochtend meteen terugdenken aan een moordzaak waarbij ik zelf als kleine jongen betrokken bij raakte, de moord op de toen 11-jarige Arthur Ghurahoo uit Utrecht.

Het was 1986 en we zaten in vijfde klas (groep zeven) van Jan Willem Gunning school in Oudwijk, Utrecht. Arthur en ik waren vriendjes die elkaar ook veel buiten school zagen. 4 mei was een zonnige dag, een vrije dag bovendien die we samen doorbrachten. We speelden, haalden rottigheid uit, zoals we meestal deden. In de namiddag gingen we naar mijn huis om te legoën. Toen ik moest eten, ging Arthur lopend richting zijn eigen huis, ongeveer twee kilometer verderop.

Brief aan Maurice de Hond

BRIEF - Geachte heer De Hond,

De afgelopen jaren zijn gouden jaren voor u geweest. Sinds uw site peil.nl in 2002 online ging, is Nederland al vijf keer naar de stembussen geweest om een nieuwe Tweede Kamer te kiezen. Gemiddeld elke twee jaar was dus heel Nederland benieuwd naar wat u te vertellen had. Dat moet lekker voelen.

Ik kan me voorstellen dat je er ijdel van wordt als iedere politieke journalist altijd eerst even jou belt voordat hij zijn verhaal gaat schrijven. Je kunt er het idee van krijgen dat je altijd gelijk hebt en dat iedereen altijd zit te wachten op de uitslagen van jouw peilingen.

Dat die eerste aanname niet klopt, blijkt vrijwel na iedere verkiezing. Maar nog nooit zo duidelijk als de laatste keer. U zat er 18 zetels naast. Op de 150 zetels is dat toch ruim 10 procent. Is dat erg? Niet heel erg denk ik. Peilen is nu eenmaal geen exacte wetenschap.

Het probleem dat ik echter met u heb, is dat u het wel vaak als zodanig verkoopt. Van tevoren blaast u altijd heel hoog van de toren en profileert u zich altijd sterk als Koning Eénoog in het land der blinden. En als de voormalige blinden dan na de verkiezingen verhaal komen halen, zegt u dat u niet op de peilingen mag worden afgerekend.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Het nummer van Diana

COLUMN - Afgelopen week was ik in Azerbaijan, een land op de grens van Azië, het Midden Oosten en Europa. Een soort Vaals dus, maar dan op continentale schaal.
            ‘Waar was je nou geweest?’ vroeg mijn vader.
            Het land ligt ingeklemd tussen Rusland, Georgië, Armenië, Iran. Een dictatuur met oliegeld, dat sinds het uiteenvallen van de Soviet Unie onder het bewind staat van een vader en zoon.
            In Baku, de hoofdstad, worden communistische woonbarakken worden afgewisseld met prestige-architectuur, waaronder de hoogste vlaggenmast van de wereld. Daaraan wappert een vlag van zeventig meter breed. Speciaal voor de mast is een immens plein aangelegd dat je niet mag betreden. Bij de trap naar het plein stond een zwart glanzend hokje met een intens verveelde veiligheidsbeambte. Hij zei niets, schudde slechts traag het hoofd, toen ik mijn linkervoet op de eerste trede zette. De Aziatische invloed zie je vooral ’s avonds. Dan is de stad verlicht in felle snoepkleuren.  
            Ik was in Baku voor een conferentie van de Verenigde Naties. Op een avond raakte ik verzeild in het kielzog van een Amerikaanse zakenman. Hij had een bedrijf dat handelde in IPv4-adressen. Dat zijn de internetnummers die onze computers gebruiken. Ze zijn inmiddels nagenoeg op en daardoor is er een lucratieve onderhandse markt in ontstaan. De handel is officieel niet toegestaan, maar de man had een sluiproute gevonden.
            Tijdens het diner keek de man regelmatig op zijn Blackberry. Net voor het toetje zei hij: ‘Mooi. Net een deal rondgemaakt van vijfendertig miljoen dollar. Dat betekent…’ Hij keek even peinzend in de zwoele Azerbaijaanse avondlucht. ‘… dat ik tussen de 2.3 en 2.5 miljoen dollar heb verdiend. Niet slecht voor twee uurtjes werk.’
            Later die avond trakteerde hij ons op sigaren en whisky. In ruil daarvoor luisterden het gezelschap naar zijn anekdotes en successen. Hij was een onderhoudend verteller.
            Midden in de nacht besloot hij een zakenvriend te bellen om hem een tip te vragen voor het nachtleven van Baku. De zakenvriend had veel in Azerbaijan gewerkt en zou een hechte persoonlijke band hebben met de president.
            De tip van de vriend bestond uit een telefoonnummer en een naam: Diana. Diana bleek de vrouw te zijn die het harem van de president bestierde. We hoefden maar de naam van de zakenvriend te laten vallen en Diana zou al onze wensen inlossen.
            Op dat moment besefte ik dat ik geen talent heb voor avontuur. Ik bedankte de man en ging terug naar mijn hotel.
            Twee dagen later vloog ik terug naar huis, in het besef nooit meer in Azerbaijan terug te keren. Dat was ook precies de reden om te gaan: ik zou anders nooit komen.
            Ik had er geen spijt van. Azerbaijan was een fascinerend land. Guus Hiddink gaat er vast nog eens een voetbalclub coachen. Dan krijgt ook hij het nummer van Diana.

Van consumenten hoeven we niets te verwachten

ACHTERGROND - Waarin de auteur zijn eerdere felbediscusieerde punt verder uiteenzet: als het op verduurzaming aankomt, hoeven we van consumenten niets te verwachten.

Van de 15 stellingen die ik uit 30 jaar duurzaam destilleerde, leverde stelling 11, ‘Van consumenten hoeven we niets te verwachten’ de pittigste reacties op. Van 100% eens tot fundamenteel oneens. Ik raakte blijkbaar een snaar. De kern is het dikwijls slecht begrepen onderscheid tussen de burger en de consument. Die begrippen worden voortdurend door elkaar heen gebruikt. Ten onrechte. De burger handelt maatschappelijk, in de samenleving, de consument handelt economisch, op de marktplaats. Prof. Herman van Gunsteren legde de verschillende rollen briljant uit in de WRR-studie Eigentijds Burgerschap (1992).

Ik ben burger als ik mijn stem uitbreng, actief ben in een maatschappelijke organisatie of in mijn wijk, de krant lees of een ingezonden artikel instuur, of de toestand in de wereld bespreek met de buurman.

Ik ben consument als ik boodschappen doe, me verplaats, een nieuwe mobiele telefoon koop en de oude afdank, op vakantie ga, de verwarming hoger zet en het licht aan doe, kortom als ik – zoals de economische definitie luidt – mijn behoeften bevredig, gegeven de schaarste van middelen.

Waarom zal de consument geen rol van betekenis spelen bij verduurzaming? In essentie omdat de consument die zijn (haar) eigen voorkeuren heeft, zich geconfronteerd ziet met prijzen die – als het goed is – de relatieve schaarste weerspiegelen, en dan zijn afweging maakt. ‘Als het goed is’ – maar het is niet goed: de prijzen weerspiegelen de schaarste namelijk niet correct: de schade die productie en consumptie veroorzaken, zoals klimaatverandering of verlies aan biodiversiteit, zit niet of nauwelijks in de prijzen.

Vorige Volgende