15 lessen in duurzaamheid

ANALYSE - Waarin de schrijver terugblikt op een dertigjarig jubileum in de duurzaamheidssector en vijftien lessen trekt. 

In die 30 jaar zijn alle denkbare ideeën, plannen en voorstellen wel voorbijgekomen. Ze kwamen en gingen in golven. Perioden van grote urgentie en voortgang en jaren van onverschilligheid en zelfs verzet wisselden elkaar af. Jaren van gedeeld begrip en samenwerking waren er, en van tegenstellingen en rancune, zoals de afgelopen kabinetsperiode. Er zijn plannen gemaakt en onderzocht, in uitvoering genomen, en soms ook teruggedraaid. Sommige bedreigende ontwikkelingen zijn gekeerd, andere trends zijn versneld doorgegaan.

Wat blijft er hangen als we het net na 30 jaar ophalen? Wat is opmerkelijk? Wat werkt en wat niet? Wat is de essentie van succes en van falen?

1.      De haalbaarheid van een natuur- of milieumaatregel is omgekeerd evenredig met de verwachte effectiviteit. En omgekeerd: verzet van belangen en lobby’s tegen een maatregel is een betere voorspeller van de effectiviteit dan welke som van welk planbureau dan ook.

2.      Verrassende en slimme coalities bouwen rond een plan of maatregel kan het machtsevenwicht gericht op behoud van het bestaande tijdelijk verstoren, en ruimte bieden ideeën door te voeren die eerst niet haalbaar leken.

3.      De progressie die in de afgelopen 30 jaar is geboekt, kon vooral dankzij de technologie worden gerealiseerd. Wat de techniek vermocht en vermag is indrukwekkend. Onderschat nooit de creativiteit en innovativiteit van bedrijven.

4.      Maar 1: de juiste techniek komt alleen op het juiste moment op de juiste plek als deze door prijsprikkels of voorschriften wordt afgedwongen. Het is een illusie om te denken dat technologische innovatie de toekomstige natuur- en milieuproblemen zonder verandering in economische spelregels kan oplossen. De paradox is: sturen op techniek leidt tot niets, sturen op de juiste randvoorwaarden (groene spelregels) leidt tot adequate techniek.

5.      Maar 2: de technologische vooruitgang op de ‘makkelijke’ problemen als eutrofiëring, afval, verzuring en dergelijke, strooide ook zand in de ogen. Dat belette ons te zien dat ingewikkelde kwesties, wicked problems, zoals klimaatverandering en biodiversiteitsverlies, wezenlijke systeemveranderingen vereisen. Zowel de ernst van de problematiek als de benodigde oplossingen zijn door collectieve blindheid voor wicked problems goeddeels onbespreekbaar.

6.      De weerstand tegen probleemerkenning en effectief beleid inzake de ‘moeilijke’ kwesties als klimaatverandering en biodiversiteit wordt in hoge mate gevoed en gesteund door een neoliberale ideologie en bestaande belangen, maar is daarenboven ook nog onderdeel van onze psychologische condition humaine.

7.      Onder invloed van vooral de neoliberale ideologie heeft het denkbeeld dat de economie, op eigen kracht, zonder noemenswaardige overheidsbemoeienis, wel op een duurzaam spoor zal geraken breed aanhang gekregen. Dit is een levensgrote misvatting die de toekomst van de menselijke beschaving ondermijnt.

8.      De overheid is door allerlei oorzaken zijn draagvlak kwijtgeraakt, en lijkt dit niet zelf op eigen kracht te kunnen (te willen?) herstellen. De samenleving zal daarom de overheid opnieuw moeten uitvinden. Dit door te leren doorzien waar de grenzen van het individuele probleemoplossend vermogen liggen. We moeten te ontdekken welke collectieve maatregelen en spelregels nodig zijn die een individuele speler niet zelf kan nemen, maar die voor het behoud van de gemeenschappelijke hulpbronnen onmisbaar zijn.

9.      Theoretisch en empirisch is vast te stellen dat alleen die maatregelen effectief en efficiënt zijn die direct sturen op de ‘hoofdkranen’. Deze hoofdkranen zijn de onttrekkingen van natuurlijke hulpbronnen (grondstoffen, biodiversiteit, water, etc.) aan het aardsysteem, en factoren die impact hebben op het aardsysteem beïnvloeden (emissies, afvalstoffen, ruimtelijke verandering).

10.  Detailsturing binnen de economie (op gedrag, op producten, op processen) is doorgaans effectief noch efficiënt, ondermijnt de effectiviteit van sturing op ‘hoofdkranen’, en irriteert burgers en bedrijven nodeloos omdat detailmaatregelen als betuttelende bemoeienis met de eigen keuzes worden ervaren.

11.  Van consumenten hoeven we niets te verwachten, behoudens enkele momenten dat de burger even zijn rol als consument gebruikt om een maatschappelijke beweging op gang te krijgen, niet om een ander consumptiepatroon te bewerkstellingen. De consument is een ander wezen dan de burger. De burger speelt het maatschappelijk spel, de consument een economisch spel. Burgers snappen dat, de overheid niet: veel burgers willen dat de overheid namens allen het speelveld vergroent, ook met maatregelen die hen in de rol van consument trefen. Een beroep op ander gedrag, levensstijl of consumptiepatronen is bij de huidige op onduurzaamheid gerichte marktprikkels tot mislukken gedoemd.

12.  Het Nederlandse zig-zag- en jojo-beleid op het gebied van verduurzaming sinds het tweede paarse kabinet verdient een plekje in het mondiale Mars der Dwaasheid-museum (van historica Barbara Tuchman).

13.  Nederland zal na jaren achterstallig onderhoud vermoedelijk nooit meer in de duurzame voorhoede terechtkomen. Maar ‘nooit opgeven, altijd doorgaan’ blijft het devies.

14.  De wereld koerst af op minstens 4 graden temperatuurstijging deze eeuw, en naar degradatie van de belangrijkste kwaliteit van leven- en economie-ondersteunende ecosystemen. Maar ‘nooit opgeven, altijd doorgaan’ blijft het devies.

15.  Want: “Hoop is een kwaliteit van de ziel, en is niet afhankelijk van wat er in de wereld gebeurt” (Vaclav Havel).

Over 30 jaar zal ik opnieuw de balans opmaken. Ik hoop dat u dan weer meeleest.

  1. 4

    Of er nog hoop is? Tuurlijk is er hoop. Onze enige hoop is dat de(ze) financiële crisis in cycli van een of meer fiscal cliffs of andere lijken uit de kast nog 8- 10 jaar blijft doortuffen en daarna naadloos overgaat in een olie- en grondstoffencrisis. De verzadigde oude economie zich hortend en stotend naar het onvermijdelijke einde sleept, niet met een schok maar geleidelijk (het horrorscenario van de een op de andere dag lege pinautomaten/ benzinepompen/ supermarkten die niet meer bevoorraadt worden willen we niet).

    Ondertussen zijn massa’s mensen op lokaal niveau allang bezig samen te werken en alles in en tussen netwerken te regelen (energie, voedsel, zorg, financiën enz.), gaan vanzelf terug naar de pre industriële revolutie. Met dit grote verschil dat door de huidige informatietechnologie deuren worden geopend die destijds potdicht bleven: 10.000- den nieuwe ideeën kunnen snel worden gedeeld en meteen worden toegepast waardoor productie op kleine schaal meteen efficiënter en dus goedkoper wordt.

    “Het” gewoon zelf gaan doen dus, en daar hebben we die kakelende kokosmakronen van GL helegaar niet voor nodig. In de hoop uiteraard dat alle huidige politiek economische structuren geleidelijk vanzelf onder het tapijt worden gemoffeld…En je moet ook af van het idee dat groei per definitie slecht is. Groei is niet slecht groei is goed groei moet. Je moet ánders groeien…

    Als het ware

  2. 5

    @maatregel 1
    De meest effectieve maatregel vanuit milieuperspectief is het uitroeien van de mensheid.
    Deze maatregel zal tot heftig verzet van de uit te roeien mensheid leiden.
    Conlusie: hoe meer verzet hoe slechter de maatregel.

  3. 7

    11. Bij uitzondering zorgt de consument tijdelijk voor een maatschappelijke beweging.
    Een voorbeeld dat het niet zo moeilijk is om een stelling helder, duidelijk te formuleren. Dan zijn deze waarnemingen begrijpelijk