Duopolie | Studentenopstand aan economiefaculteiten

COLUMN - Economiestudenten van ongeveer veertig studieverenigingen verspreid over de hele wereld zijn in opstand gekomen tegen het onderwijs aan hun faculteiten. In een manifest betreuren zij de eenzijdigheid van het curriculum en pleiten voor meer pluralistische en interdisciplinaire invloeden. Net als een eerdere actie van een groep studenten die op Harvard demonstratief een economiecollege verlieten (zie hier de reactie van de docent), heeft het manifest tot veel media-aandacht geleid, met positieve commentaren in onder andere in The Guardian, The New Yorker en, geloof het of niet, de Financial Times.

Het is mooi dat er een discussie wordt gevoerd over curricula aan universiteiten, en nog mooier dat studenten blijk geven van betrokkenheid en initiatief. Inhoudelijk hebben de studenten een aantal goede punten, zoals het idee dat de teloorgang van cursussen over de geschiedenis van het economisch denken de studenten essentiële context ontnemen. Interdisciplinaire kennisoverdracht is ook belangrijk, hoewel het een open vraag is hoeveel daarvan in een specialisatie economie terecht moet komen of in een bredere opleiding ‘sociale wetenschappen’. Hoe dan ook, onderwijsdecanen zouden deze suggesties serieus moeten nemen.

Helaas heeft de uitgelokte discussie ook populistische trekken. Ten eerste wekken diverse commentaren de indruk dat het ‘neoklassieke’ standaard curriculum marktwerking verheerlijkt. Hoewel docenten natuurlijk verschillende accenten kunnen leggen is dit over het algemeen niet waar. Standaard economische theorie poneert condities waaronder markten efficiënt werken, maar besteed veel aandacht aan de redenen waarom dit in veel gevallen niet zo is, zoals monopolies, externaliteiten, verschillen in informatie van marktdeelnemers etc. Ook het verwijt dat Keynes wordt overgeslagen is niet juist: iedere eerste jaars macrocursus heeft een centrale rol voor het IS-LM model, een interpretatie van het Keynesiaanse gedachtengoed.

Ten tweede heeft het manifest een relativistische insteek die de indruk wekt dat Marxistische, feministische en andere ‘heterodoxe’ benaderingen net zo waardevol zijn als het standaard curriculum. Dat zijn ze niet. Hoewel bijvoorbeeld de Marxistische ‘arbeidswaardetheorie’ vanuit historisch en moreel perspectief interessant is, is haar voorspellende kracht niet te vergelijken met moderne arbeidsmarkttheorie. Zulk relativisme is populair sinds economen grotendeels gefaald hebben in het voorspellen van de financiële crisis. Maar het feit dat er op het gebied van financiële markten grote open vragen liggen betekent niet dat modellen moeten afschrijven die op andere gebieden hun waarde hebben bewezen.

In mijn eigen ervaring als universitair economiedocent is het probleem in veel gevallen niet de inhoud van het curriculum, maar de onnodig technische manier waarop het wordt onderwezen, met name in de Bachelorfase. Bij een theoretische uitleg van evenwichtstheorie kijken veel studenten glazig om zich heen. Het kwartje valt pas in een experiment waarbij helft van de studenten de rol van kopers en de andere helft de rol van verkopers speelt. Dan wordt namelijk duidelijk dat de theorie de marktuitkomsten van het experiment met onwaarschijnlijke precisie voorspelt. Levendige toepassingen gebaseerd op case-studies, experimenten in de collegezaal, simulaties etc. zijn tijdrovend om voor te bereiden en daarom helaas nog te schaars. Als docenten meer tijd krijgen en nemen voor het ontwerpen van zulk soort onderwijs, levert dat een grotere kennisbijdrage dan een relativistisch pluralisme.

  1. 1

    “Interdisciplinaire kennisoverdracht is ook belangrijk, hoewel het een open vraag is hoeveel daarvan in een specialisatie economie terecht moet komen”

    Ook als je een andere sociale wetenschappen-opleiding volgt, krijg je de nodige andere disciplines bijgebracht om je van voldoende context te voorzien. Bovendien horen bacheloropleidingen breed van opzet te zijn. Specialiseren doe je maar in de master is het devies.

  2. 2

    Ik krijg ondertussen de indruk dat het rommelt in het economenwereldje. Dat lijkt me erg goed.

    …zoals het idee dat de teloorgang van cursussen over de geschiedenis van het economisch denken de studenten essentiële context ontnemen.

    Ik heb zelf een jaar of 10 gestudeerd – toen kon dat nog ;) Het ontbreken van context is ongeveer het ergste dat je een student kunt bieden. En historische context is ongeveer de basis van het mens-zijn

  3. 3

    Bijzonder ironisch, hoewel niet bewust schat ik, is de reactie van Mankiw. Hierin stelt hij dat economieles op Harvard geen bias heeft, en zeker geen rechtse, en haalt om dat te benadrukken een oud lesboek aan die decennialang als het standaardwerk gold van een professor die als links bekend staat. Om dan aan het eind van het artikel het volgende te zien staan: N. Gregory Mankiw is a professor of economics at Harvard. He is advising Mitt Romney, the former governor of Massachusetts, in the campaign for the Republican presidential nomination. :)

  4. 5

    Ik vrees dat het populisme hier toch van de auteur van dit artikel komt, en niet van de opstandige studenten. Populisme is misschien niet het juiste woord, maar het artikel wekt nu niet bepaald een betrouwbare indruk.

    Het IS/LM model, bijvoorbeeld, is nu juist geen interpretatie van Keynes; het laat een aantal cruciale punten uit Keynes’ theorie weg. Hicks, die het model heeft gemaakt, heeft dat ook zelf toegegeven (klik op de link in het artikel; de wikipedia legt dit keurig uit). Het is raar dat een universitair docent economie, die dit natuurlijk heel goed weet, toch met dit model op de proppen komt.

    Deze rare indruk wordt versterkt in de volgende alinea, waar hij twee van de vele heterodoxe scholen noemt. Hij noemt de Marxistische en Feministische economie als voorbeelden. Twee scholen, die alleen al door hun naam minder serieus genomen zullen worden. En … het zijn zeker niet de belangrijkste heterodoxe scholen. Waarom noemt de auteur niet de Oostenrijkse of Institutionele school, bijvoorbeeld ? Het lijkt net, alsof de auteur een gebrek aan argumenten probeert te verbloemen; een beproefde techniek daarvoor is natuurlijk het belachelijk maken van andermans standpunten.

    Die indruk wordt bevestigd in de laatste alinea. In deze alinea stelt de auteur botweg, dat het probleem niet zit in de inhoud van het curriculum, maar in de manier waarop het onderwezen wordt. Hij negeert hiermee niet alleen de argumenten van de studenten, maar hij suggereert ook dat de studenten het eigenlijk helemaal niet zo goed begrijpen.

    Het lijkt erop, dat de orthodoxe economie het meer van spin en retorica moet hebben, dan van feiten en argumenten …

  5. 6

    @5: Je hebt het 3x mis:

    1) Het IS/LM model mag dan een simplificatie zijn van Keynes’ ‘General Theory’; het is simpelweg de toegankelijkste introductie. Hicks, die het presenteert in “Mr. Keynes and the Classics – A Suggested Interpretation” uit 1937 noemde het later inderdaad een “classroom gadget”, precies wat je wilt dus voor eerstejaars studenten.

    2) Van verbloemen is geen sprake, ik heb een paar voorbeelden uit het manifest genomen, want ik heb maar 500 woorden op Sargasso. Ik zie bovendien niet in waarom Marxistisch en Feministisch geen belangrijke heterodoxe stromingen zijn. De Oostenrijkse school is in sommige opzichten best mainstream als voorloper van marginalisme, methodologisch individualisme en uitvinder van opportunity costs.

    3) Dit is de ergste stroman van de drie. Ik neem de studenten uitermate serieus. Ik gebruik mijn column om hun iniatief te belichten en de tweede alinea is gewijd aan het prijzen van de goede punten die erin staan. Ik reageer overal op hun inhoudelijke punten en de punten die anderen in de discussie hebben ingebracht.

    Dat ik in de laatste alinea mijn eigen ideeën over de problemen met economie-onderwijs beschrijf mag me toch hopelijk vergeven worden. Een daarvan is dat het door de gehanteerde onderwijsmethoden, studenten soms inderdaad lastig wordt gemaakt de theorieën goed te begrijpen.

  6. 7

    @4 Wat is ergerlijker? Dat #3 die associatie maakt, of dat de NYT er haast een één-tweetje van maakt? De reactie van Mankiw in dezen staat -inderdaad- los van zijn politieke associaties, maar waarom zet de NYT het er dan toch bij, als het niet is om de lezer op gedachten te brengen: “Mitt Romney is rechts. Mankiw steunt hem, dus is ook rechts. Dus verdediging tegen ‘linkse’ aanvallen zijn bij voorbaat inhoudelijk al twijfelachtig.”

    Het geheel riekt echter naar 2 dingen: een intrinsieke behoefte aan polarisatie van verschillende partijen (ook de NYT met haar toevoeging over Mankiw, maar ook de editorial in de Harvard Crimson, met toevoeging dat Mankiw ook een post bekleedde tijdens de Bush-regering). Mankiw stelt zichzelf voor als apolair, maar leeft daarbij in een andere wereld dan die 10% verlaters:

    As your class does not include primary sources and rarely features articles from academic journals, we have very little access to alternative approaches to economics.

    Versus

    The course I teach is a broad survey of mainstream economics.

    En

    …we take issue with the claim that his class is inherently biased because he is the professor and author of its textbook.[merk op dat deze informatie niet in de open brief genoemd werd!] […] We struggle to believe that we must defend his textbook, much maligned by the protesters, which is both peer reviewed and widely used.

    Het andere is de kritiek over de plaats en functie in het curriculum.
    Mankiw’s verdediging (met citaat van Keynes) is dat hij met zijn economielessen ‘geen gevestigde conclusies levert (voor beleid), maar methodes om tot correcte conclusies te komen’. Maar het verwijt van de verlaters was min of meer dat Mankiw hun een ‘gekleurde bril’ aanleerde: je schrijft daarmee weliswaar niet voor wat je moet zien, maar door een gekleurde bril kun je wel dingen missen, of juist teveel focussen op andere dingen. Ook proef ik kritiek op de plaats in het curriculum: Een verplicht college voor een aantal vakkenpakketen, met als onderliggend issue: wanneer kan ik vragen stellen over verschillende economische modellen? Het lijkt nu zo te zijn dat de verlaters het huidige curriculum opvatten als: “Ga eerst maar dit alles stampen. Als je je eenmaal geconformeerd hebt aan de communis opinio, dan blijven alleen de vragen over die je mag stellen. Lastige vragen, die een (vorm van) economische ideologie veronderstellen, zijn dan al afgevallen.”

  7. 8

    Volgens mij toont dit (en ook de economische crisis) aan dat economie als wetenschap nog volledig in de kinderschoenen staat. En de vraag is of ze daar ooit uit zal komen.

  8. 9

    Ik loop tegen een veel fundamenteler de opvatting van de auteur aan. “de indruk dat het ‘neoklassieke’ standaard curriculum marktwerking verheerlijkt (…). Standaard economische theorie poneert condities waaronder markten efficiënt werken”. Uit deze combinatie maak ik op dat de auteur uitgaat van het bestaan van “de markt” en dat die meer of minder efficiënt kan werken.

    “Markten” zoals die in de economie worden beschouwd zijn filosofische constructen vol met hele belangrijke verborgen aannames, zoals dat mensen in principe logisch-denkende wezens zijn die hun eigen belangen zullen verdedigen. Dergelijke basis-aannames zijn inmiddels sterk gerelativeerd of soms zelfs ontkracht en daarmee de voorwaarden om over “markten” te kunnen praten zoals in economische wetenschap.

    Het doet me denken aan de houding van de Chicago School (Friedman e.d.) dat als het model niet kan kloppen maar de uitkomsten ervan wel kloppen hij toch gelijk moet hebben. Voorspellingen van klassieke economie (die heel diep ingebed zijn in al onze instituten en e leidraad zijn voor ons bestuur) blijken vrijwel non-existent, b.v. de jaarlijkse correlatie tussen voorspelde economische groei door het CPB en de gerealiseerde groei in het jaar erna ligt vlak bij 0.

    Zolang de economische academische sector niet serieus werk maakt bij het ter discussie stellen van basisvoorwaarden voor de “marktwerking” die zij zegt te bestuderen is ze niets meer dan een Madrassa voor marktfundamentalisten. Ik lees in het manifest een roep om verandering die verder gaat dan @0 lijkt te beseffen.

  9. 10

    @6:

    1) Hicks noemde IS/LM geen classroom gadget voor Keynes’ theorie, maar voor equilibrium modellen:
    “”the only way in which IS-LM analysis usefully survives — as anything more than a classroom gadget, to be superseded, later on, by something better — is in application to a particular kind of causal analysis, where the use of equilibrium methods, even a drastic use of equilibrium methods, is not inappropriate.”

    Maar goed, volgens jou is het model een bruikbare eerstejaars introductie. Wat bevat het tweede- en derde jaars curriculum precies over Keynes’ werk ?

    2) Tjsa … als ik voorbeelden uit het manifest zou nemen, en moest besparen op mijn woorden, dan zou ik simpelweg de eerste twee genoemde scholen kopieren. Ik vind het raar dat jij ervoor hebt gekozen om de op-een-na-laatste en op-twee-na-laatste te nemen.

    Waarom heb je precies voor deze twee gekozen ?

    3) Je neemt de studenten juist niet serieus in die laatste alinea. Het probleem dat de studenten aankaarten gaat niet over moeite met het begrip van conventionele modellen. Het gaat erover, dat ze meer willen dan alleen de conventionele modellen, omdat ze vinden dat die conventionele modellen tekort schieten. Dat tekort schieten heeft niets te maken met een gebrek aan laboratorium experimentjes. Het gaat er juist om, dat de modellen niet lijken te passen op de empirische werkelijkheid.

    De hele teneur van het manifest is eigenlijk, dat de conventionele economie simpelweg niet voldoet om de werkelijkheid te beschrijven en voorspellen. Aangezien je deze studenten serieus neemt, neem ik aan dat je hier ook een serieuze reactie op hebt ?

  10. 11

    @10:

    1) Dat zal van universiteit tot universiteit verschillen, maar er zijn veel varianten van zgn. “nieuw-keynesiaanse modellen”, die bijvoorbeeld de flexibele prijzen van neo klassieke modellen vervangen door aannames over rigide prijzen en lonen. Deze worden in voortgezette macrocursussen vaak naast neoklassieke modellen onderwezen.

    2) Zoals ik zei beschouw ik de Oostenrijkse school maar ten dele als heterodox. “Institutionele economie” vind ik lastig te definiëren, en volgens mij verstaan veel mensen er verschillende dingen onder. Een deel zit in het curriculum onder de noemer rechtseconomie. Een ander deel valt wellicht onder speltheorie, als het gaat om hoe instituties gedrag beinvloeden. Ik koos dus voor de voorbeelden die volgens mij niet in het standaard curriculum zitten en er ook niet thuishoren.

    3) Dat ben ik ten dele met je eens. Ik heb al eens eerder een stukje geschreven over hoe moeilijk het is om in de macroeconomie voorspellingen te doen.
    https://sargasso.nl/duopolie-armige-econoom/
    Desalniettemin beschouw ik de algemene theorie van vraag en aanbod als een fundamentele ‘benchmark’ (zie ook de volgende reactie). Het kan best zijn dat heterodoxe stromen in sommige gevallen goede aanvullingen geven, maar ik zie geen algemeen raamwerk dat als alternatief kan functioneren.

    Mijn vraag aan jou: Wat zou jij dan graag als hoofdmoot in het curriculum willen zien?

  11. 12

    @9, @8;

    Ik ben het eens met het idee dat de economie als wetenschap beperkingen heeft. Ik ben het er ook mee eens dat het doen van algemene macro-economische voorspellingen doen erg moeilijk is. Mijn inschatting is zelfs dat we nooit een model zullen hebben dat de macro-economie goed voorspelt, simpelweg omdat het systeem ‘economie’ of ‘wereldeconomie’ te complex is.
    Deze punten heb ik al eens eerder hier opgeschreven:
    https://sargasso.nl/duopolie-armige-econoom/

    Dat betekent echter niet dat alle modellen even nuttig of nutteloos zijn. Evenwichtsmodellen van vraag en aanbod voorspellen vaak heel goed in beperktere contexten, bijvoorbeeld experimentele markten, waar we de omstandigheden kunnen controleren en zulke modellen kunnen testen. Ze zijn ook heel nuttig om het effect van regulering, belasting, subsidies etc. op bepaalde markten in te schatten. Bij de veel complexere financiële markten wordt dit al een stuk lastiger, zoals we hebben gezien.

    Ik ben dus helemaal voor meer onderzoek en voor bescheidenheid bij economen. Ik ben tegen een relativisme dat impliceert dat ‘niets werkt’, en dat we daarom maar alles moeten onderwijzen.

  12. 13

    @11

    1) Hiermee bevestig je dus, dat er eigenlijk geen aandacht besteedt wordt aan Keynes zelf; dat is precies de klacht die de studenten hebben.

    2) Misschien komt het door de 500 woorden grens, maar je suggereert in het artikel dat je alle heterodoxe scholen die genoemd worden niet zo waardevol vindt. Ik als lezer weet natuurlijk niet wat jij als heterodoxe scholen beschouwt en wat niet.

    3) Maar waarom zet je dat dan niet meteen in het artikel ? Wat je hier nu schrijft is iets heel anders dan een verhaal hoe moeilijk het is om studenten evenwichtstheorie bij te brengen.

  13. 14

    @0
    Mankiw kan wel net doen alsof hij apolitiek, maar hij is niet dom dus hij weet best beter. En eerlijk gezegd zou de stukjesschrijver ook beter moeten weten (als econoom enzo).

    1. Mankiw was de voorzitter Council of Economic Advisers van W. en weten allemaal wat beleid was.
    2. Kennelijk heeft de auteur het volgende (een jaar geleden gepubliceerde) stuk niet gelezen met de omineuze titel: “Defending the one percent”. Really??

    En er zijn echt wel meer aanwijzingen.. Harvard’s economiefaculteit en medewerkers staan niet voor niets bekend om haar rechtse (lees: onjuiste*) standpunten.

    *Zie R&R.

  14. 15

    @13:

    1) Er wordt in de bachelor aandacht besteed aan interpretaties en moderne extensies van Keynes. Maar dat geldt ook voor alle andere auteurs, inclusief de neoklassieken. Als je met de studenten de originele “General Theory” wilt lezen ben je een half jaar verder.

    2) Daar heb je gelijk in. Maar voor de scholen die ik noemde geldt dus ook dat ik ze (wetenschappelijk) niet zo waardevol vindt. Wat niet wil zeggen dat bijvoorbeeld Marx geen genie was, maar wel dat zijn inzichten grotendeels niet bleken te werken.

    3) Omdat ik ook graag iets wilde zeggen over mijn eigen inschatting van de problemen in curriculum. Bovendien had ik die inzichten dus al eens een keer op Sargasso opgeschreven, dus ik er was geen reden om dat weer te doen.

  15. 16

    @14:

    Inderdaad: Harvard staat bekend als een conservatieve universiteit, en Mankiw is een republikein. Zijn stuk over de 1% in de Journal of Economic Perspectives is inderdaad klote.

    Ik weet niet welk punt je daarmee wil maken, want mijn stukje gaat niet noch over Harvard noch over Mankiw. Hopelijk is je punt niet dat alle economen rechts zijn, want daar is veel bewijs tegen:

    * 3 op de 4 economieprofessoren in de V.S. stemt op de Democraten:
    http://swopec.hhs.se/sofiwp/abs/sofiwp2005_008.htm

    * Het stuk van Mankiw is door vele collega’s op de korrel genomen, bijvoorbeeld in het blad waarin het werd gepubliceerd:
    pubs.aeaweb.org/doi/pdfplus/10.1257/jep.28.1.243

    * Piketty heeft net een boek geschreven waarin hij voor hogere kapitaalbelasting pleit dat door de meeste economen uitbundig werd geprezen.

  16. 17

    @16, ik wil niet zeikerig overkomen, want je stuk en antwoorden vind ik uitermate leerzaam en goed geschreven. Maar in je @16 maak je mijns inziens toch nog een foutje. De democraten in de VS zijn rechtser dan onze eigen VVD, dus die zijn niet links…. En verder zijn een aantal toonaangevende economen erg te spreken over Piketty zijn werk (Krugman e.d.) maar vraag ik me af of die wel staan voor de mainstream van economen.

  17. 18

    @17: Ok, ik wil niet gaan definiëren wat “links” is, en ik heb verder geen extra data over de meningen tov Piketty. N.B. ik heb niet gezegd dat economen links zijn, ik heb alleen gezegd dat ze gemiddeld niet rechts zijn. In mijn ervaring zitten de meeste redelijk in het centrum.

  18. 19

    @17:

    De democraten in de VS zijn rechtser dan onze eigen VVD, dus die zijn niet links….

    Dat is onzin. Het is jammer dat deze mythe zo hardnekkig is.

    Ten eerste zijn de partijen in de VS veel breder qua opvattingen dan Nederlandse partijen (vanwege het kiesstelsel), en is het dan ook moeilijk om te spreken van dé Democraten. De Democraten dekken zo’n beetje het hele Nederlandse spectrum af, van de VVD tot de SP.

    En ten tweede, het is nogal afhankelijk van het onderwerp. De samenleving in de VS is over het algemeen rechtser dan de Nederlandse, dus daar praat links over veranderingen die hier al lang zijn doorgevoerd, maar dat gaat niet overal op. Juist bij de economie liep links in de VS flink voorop bij Europa. Veel van de leidende linkse ideeën over de economie, ook op Sargasso, komen uit de VS.

    Off topic dit, maar het vertroebeld de discussie nogal als de VS over de hele linie als ‘rechts’ wordt afgedaan.