Waarom we nu eindelijk massaal beter woonbeleid eisen

Op zondag 12 september heeft de nieuwe woonbeweging zich op de kaart gezet. Tijdens het Woonprotest in Amsterdam spraken 15.000 demonstranten zich uit voor beter woonbeleid. Zij spraken zich uit tegen de wooncrisis met te hoge woningprijzen, te hoge huren en te veel onzekerheid voor huurders en kopers. De problemen stapelen zich al jaren op en steeds meer mensen lijden eronder. Het was dan ook wachten op een massaal protest. Een veel gestelde vraag is daarom: waarom werd er niet eerder massaal geprotesteerd tegen de wooncrisis? Nina de Haan legt het uit. Een immense wooncrisis Ondanks dat er de laatste tijd veel over de wooncrisis gesproken en geschreven wordt, is er nog geen algemeen gedeeld begrip van hoe de crisis precies is ontstaan, hoe deze stand houdt en hoe we het moeten oplossen. Dat is wel begrijpelijk, want de wooncrisis is een gigantisch en complex probleem waarbij vele verschillende belangen een rol spelen. Het treft niet alleen alle mensen die lijden onder hoge woonlasten of precair wonen in de huursector en alle mensen die grote moeite hebben een huis te kopen vanwege hoge woningprijzen. Het treft zeer diverse belangen van grote groepen mensen en instanties We hebben het dan over alle eigenwoningbezitters, hun banken, alle woningbeleggers (inclusief onze pensioenfondsen), alle eigenaren van dure (bouw)grond zoals gemeenten, en groepen als woningcorporaties, projectontwikkelaars en bouwers. Deze gevestigde belangen maken het geen makkelijk probleem om te bespreken, laat staan op te lossen. Het probleem van de wooncrisis wordt ook zelden goed uitgelegd. In plaats daarvan worden we om de tuin geleid, bijvoorbeeld door politici die beterschap beloven door een miljoen woningen te bouwen. Ze zeggen er niet bij dat een fysiek woningtekort niet het voornaamste probleem is en woningen bouwen niet de oplossing. Ook kennen we de bekende uitleg dat migranten het probleem zouden zijn omdat zij te veel woningen in zouden nemen. Maar ook immigratie verklaart het gigantische woningprobleem niet. De wooncrisis is een resultaat van beleid, zo betoogt Hans de Geus in zijn boek ‘Hoe ik toch huisjesmelker werd - over woonarmoede en ongelijkheid' (2021)’. Maar daarover zwijgen onze beleidsmakers. Het is moeilijk tegen de wooncrisis te protesteren als je het probleem niet goed begrijpt. Want welke eisen kies je dan? Lagere huren, minder tijdelijke huurcontracten en lagere woningprijzen? Dan benoem je slechts de symptomen van een structureel probleem. Plus, hoe je het ook wendt of keert, ook die eisen zijn voor veel gevestigde belangen een nachtmerrie. Daarom verandert er ook weinig tot niets. Vertrouwen Voor de gewone burger is het moeilijk om oplossingen aan te dragen. Dus laten we het maar aan de experts om het probleem op te lossen. Zij zouden moeten weten hoe het zit en hoe je het oplost, nietwaar? En zo niet, dan hebben ze de middelen om het uit te zoeken. Dus enerzijds speelt daar een vertrouwen in de politiek en alle experts om het probleem kundig op te lossen. Tegelijkertijd speelt er een gebrek aan vertrouwen. De huizenprijzen stijgen zo overduidelijk en dit is zo overduidelijk problematisch dat de politiek dat natuurlijk allang weet. Als het probleem bekend is, en er blijkbaar te weinig wordt gedaan om het te verbeteren, waarom zou protesteren dan een verschil maken? Er is toch geen protest nodig om te bewijzen dat er inderdaad mensen gebukt gaan onder de huidige situatie en dat ze dat graag anders willen? Excuses Ook vertellen we elkaar allerlei verhalen over de woningprijzen en doen we zo alsof het wel oké is. We zeggen dat woningen kwalitatief beter en bovendien groter zijn geworden en dat dat vast de prijsstijging verklaart. We zeggen dat we massaal in steden willen wonen en dat dat de prijzen zo opdrijft (volgens agglomeratie-effecten). We denken dat de prijs gewoon wordt bepaald door vraag en aanbod, zoals dat altijd zou zijn bij een vrije markteconomie. Dus het zal wel kloppen zo. Wie wil wonen, betaalt daar gewoon een prijs voor. Als we minder willen betalen, moeten we onze eisen maar bijstellen. Bovenal denken we dat we het individueel moeten oplossen, door harder en slimmer te werken en zo te winnen van de competitie (op de huizenmarkt). Dat is het gedachtegoed van individualisatie en meritocratie. We vertrouwen ook hier op het functioneren van de vrije markt waarbij beloningen optimaal en eerlijk worden verdeeld. We denken dat het systeem wel eerlijk zal zijn en geven onszelf de schuld als we aan het kortste eind trekken. Want volgens deze logica hebben we niet alleen onze successen zelf verdiend, maar ook onze ellende. We vertellen onszelf dat we het zo goed hebben in ons welvarende Nederland. Nederland is een gaaf land, dus wat zeuren we nu eigenlijk over hoge huren of huizenprijzen? We gaan er toch allemaal jaarlijks op vooruit (als er geen crisis is)? In andere landen is het vast slechter. Zo maken we excuses voor de wooncrisis en proberen we er individueel het beste van te maken. Dit soort gedragingen is er allemaal ingeslopen met het neoliberale denken, zo betoogt financieel geograaf Ewald Engelen in zijn recente boek ‘Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer’ (2021). In zijn Brainwash Talks ‘Hoe hoogopgeleiden de dienst uitmaken in Nederland’ bespreekt Engelen dat er een kloof is ontstaan tussen theoretisch en praktisch geschoolden in Nederland, hoe dit in stand blijft en beleid beïnvloedt. Machteloosheid Onder de groepen die het meeste last hebben van de crisis zijn jongeren en andere nieuwkomers die net komen kijken op de woningmarkt. Dat heeft belangrijke implicaties, zoals dat zij simpelweg niet beter weten. Zij hebben niet meegemaakt dat woningen voorheen relatief (veel!) goedkoper waren. Zij weten ook veelal niet hoe de woningmarkt werkt, want als kind en jongere heb je daar nu eenmaal weinig mee te maken. Deze crisis is één van de vele gigantische en complexe crises waar we, vooral jongeren, mee te maken hebben of krijgen. Denk aan de klimaatcrisis waar veel jongeren zich al voor inzetten. Er wordt in de afgelopen tien jaar ongeveer net zoveel gedemonstreerd als in de jaren 60. Dat er nu pas tegen de wooncrisis wordt gedemonstreerd, kan komen doordat we al druk genoeg waren met andere problemen en dat we gebukt gaan onder te hoge woonlasten en allerlei andere maatschappelijke trends als individualisatie en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Dit lastige parket van millennials, de huidige starters, is treffend beschreven door Kelli van der Waals in De millennial jaagt een droom na die allang uiteen is gespat, waarin ze aangeeft dat deze generatie niet voor niets al tot burn-out generatie is gedoopt. De burn-out lijkt voor jongeren al een logisch onderdeel van hun carrièrepad te zijn. Dan is er nog een gevoel van machteloosheid. Als ‘de woningmarkt’ nu eenmaal zo is in Nederland, als de markt, de politiek en de woningbezitters deze situatie zo hebben gecreëerd, dan is het makkelijk om te denken dat je daar als individu of als groep individuen niks aan kan doen. Bovendien is het voor velen al moeilijk zat om genoeg geld bij elkaar te schrapen om hun woonlasten te betalen. Mogelijk hebben zij niet genoeg energie om daarnaast ook de wooncrisis op te lossen. Woningmarkt We beseffen te weinig dat bij de woningmarkt geen sprake is van een ‘normale’ vrije markt. Hier is sprake van een schaars goed, namelijk een vaste hoeveelheid grond, en een eerste levensbehoefte, namelijk onderdak. Er is sprake van een eindig aanbod en een zowaar (bijna) oneindige vraag (want mooier en groter wonen wil bijna iedereen wel!). Als prijzen niet worden gereguleerd, wordt de prijs bepaald door de hoeveelheid geld die we tot onze beschikking hebben, en dus met name door de mogelijkheid tot het verkrijgen van een hypotheek oftewel de financialisering van woningen. Als we hoge hypothecaire leningen kunnen krijgen met een woning als onderpand dan doen we dat ook. Zo drijven we collectief de prijzen en ‘financiële waarde’ van woningen op, zonder dat er iets aan de fysieke woning verandert. Dit mechanisme werd eind 2018 al uitgebreid beschreven door Hans de Geus op Follow the Money. De prijs van woningen neemt niet vanzelf weer af als je de markt op zijn beloop laat. De huidige situatie is juist in de hand gewerkt door deregulatie van de woningmarkt en het afbreken van de sociale huursector, waarbij wonen steeds meer werd overgelaten aan de markt. Dat heeft tot de wooncrisis geleid en we kunnen er niet op vertrouwen dat diezelfde markt de wooncrisis gaat oplossen. We hebben woonbeleid nodig dat onder meer huurprijzen in de vrije sector reguleert en wonen en huren fiscaal gelijkwaardig belast. Want ook ons fiscale stelsel is van grote invloed en dat werkt al jarenlang vermogensongelijkheid en hoge huizenprijzen in de hand. Wonen zou geen markt moeten zijn; wonen is een recht. Er staat nota bene in onze Grondwet dat de overheid — en dus niet de markt — verantwoordelijk is, namelijk in artikel 22: 'Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid'. Onze overheid mag zich wel wat verantwoordelijker opstellen. Ongelijkheid De ogenschijnlijk sympathieke vraag waarom er niet massaal wordt geprotesteerd legt wel wat vingers op zere plekken. De mensen die lijden onder de wooncrisis zijn ook de mensen die een verlammende financiële druk voelen. Het zijn veel jongeren die door meerdere maatschappelijke trends onder druk staan, waarschijnlijk meer dan eerdere generaties. Daarnaast zijn het veel andere (armere) mensen die nog geen huis hebben kunnen kopen die last hebben van de wooncrisis. Zij zitten er ook minder warm bij dan mensen die wel op tijd een huis hebben gekocht. De mensen die deze vraag opwerpen, doen er goed aan deze ook voor zichzelf te beantwoorden. Een veel voorkomend antwoord zal zijn: ik heb er zelf niet direct last van, want ik zit er warmpjes bij in mijn eigen woning waarvan ik de financiële waarde zie stijgen. Dat is ook het antwoord van Michelle Provoost, architectuurhistoricus uit Rotterdam. Dat antwoord laat zien dat de wooncrisis niet iedereen even hard treft en die ongelijkheid is nou precies het belangrijkste kenmerk van het probleem en de reden dat het nog niet is opgelost. Blijven vragen waarom anderen niet protesteren is een manier om je eigen verantwoordelijkheid niet te nemen. Het impliceert namelijk dat anderen, degenen die het hardst lijden onder de crisis, het werk maar moeten doen. En dat terwijl er al steeds meer verantwoordelijkheid bij individuen is komen te liggen. Gaan we nu ook nog van deze mensen vragen om te demonstreren? Het is asociaal om op demonstraties te blijven wachten in plaats van zelf in actie te komen. Trouwens, als de coronapandemie er niet was geweest dan had de eerste landelijke demonstratie al plaatsgevonden in maart 2020. Deze demonstratie werd al voorbereid door Actiegroep Woonopstand maar moest vanwege de lockdown worden afgelast. De coronapandemie is dus ook een factor geweest in waarom we nu, en niet eerder, eindelijk massaal beter woonbeleid eisen. Van wie is deze crisis Inmiddels is de strijd voor het recht op wonen in volle gang. We weten nu dat de wooncrisis iedereen raakt en de samenleving bedreigt. We weten nu dat het geen individueel probleem is maar dat het systeem niet deugt. Het is niet onze schuld dat we geen huis kunnen betalen. We weten dat we van een ‘woningmarkt’ terug moeten naar volkshuisvesting. De overheid moet beter woonbeleid voeren om betaalbare en zekere huisvesting te garanderen. Onze overheid is verantwoordelijk voor de wooncrisis en voor het oplossen daarvan. We weten dat we solidair moeten zijn en woonzekerheid moeten eisen voor iedereen. We verenigen ons en eisen beter woonbeleid. We weten ook dat de wooncrisis niet op zichzelf staat. De wooncrisis is doordrenkt met belangen en bijbehorende machtsverhoudingen en het vergroot ongelijkheid. Dáár moeten we het over hebben zodat we tot structurele oplossingen kunnen komen, in plaats van met schijnoplossingen die het structurele probleem in stand houden. Met dat in gedachten richt de woonbeweging zich tot beleidsmakers in Den Haag. Dit is jullie wooncrisis. Waarom hebben jullie nog niet geprotesteerd? Deze crisis gaat iedereen aan. Het is ons woonrecht dat onder druk staat en onze samenleving die op het spel staat. Daarom is iedereen uitgenodigd om zich uit te spreken tegen de wooncrisis en om beter beleid te eisen door massaal te protesteren. Met een brede coalitie organiseren we dit najaar meerdere demonstraties op verschillende plekken in het land om onze stem te laten horen. Zolang er een wooncrisis is, vormen wij een woonbeweging die opkomt voor ons woonrecht. -- Nina de Haan is betrokken bij de organisatie van de tweede landelijke demonstratie Woonopstand op 17 oktober in Rotterdam. Er komen nog meer demonstraties aan, de eerste na 17 oktober is op 13 november: het Woonverzet in Den Haag. Kom op voor je woonrecht door te komen demonstreren en op jouw manier bij te dragen aan de woonbeweging! Als organisatie kan je tevens publiekelijk je steun betuigen aan de Woonopstand en het woonmanifest. Meer over de wooncrisis op Sargasso hier.

Foto: Steve Jurvetson (cc)

Het imagoprobleem van de vastgoedbelegger

OPINIE - Nina de Haan ziet problemen met vastgoedbeleggen. ‘De gevolgen zijn niet te overschatten.’

De vastgoedbelegger kampt sinds kort met een imagoprobleem. Nu de woonopstand goed op stoom komt, wordt beleggen in vastgoed aan alle kanten aangevallen én verdedigd.

Tot kort geleden was het beeld eenzijdiger. Toen werd ik online overspoeld door berichten van jonge mensen die me er zonder enige gêne van wilden overtuigen zo snel mogelijk te gaan beleggen in vastgoed. Want echt, het is niet moeilijk en met de juiste hulp (lees: die van hen) kan iedereen het! Wie slim is, belegt in vastgoed, zo luidt het credo.

Vastgoedbeleggen geeft je een stabiel ‘passief’ inkomen. Ik noem het zelf liever een onverdiend inkomen, omdat er wel degelijk iemand voor werkt. Namelijk de huurder die maandelijks klem zit door te hoge woonlasten of de koper die nog 30 jaar moet kromliggen voor een hypotheek.

Maar door dat buiten beschouwing te laten, wordt het beeld gecreëerd dat de rentenier slim is en de arbeider blijkbaar niet slim genoeg om zelf te gaan rentenieren. Het heeft echter weinig met slim zijn te maken, slechts met oud geld en beleid. Zij met vermogen kunnen beleggen in vastgoed, zij zonder vermogen zijn genoodzaakt te werken voor andermans rendement omdat ze nu eenmaal een huis nodig hebben. Op die manier vergroot beleggen de vermogensongelijkheid die er al was. Beleggen is geen hack om vermogen op te bouwen, want het fiscale systeem is bewust zo ingericht en het dient hen die al vermogen hebben.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Quote du Jour | “En fuck het liberalisme”

QUOTE - Ok, de quote in de titel kan op heel veel onderwerpen slaan, maar het komt uit dit boeiende artikel over bijstandschaamte. Waar komt dat vandaan, bijstandschaamte, en waarom ervaren mensen in de bijstand zoveel mentale druk?

Recht hebben op een bijstandsuitkering betekent ook aan plichten moeten voldoen. Zo moet je meewerken aan onderzoek van de gemeente, zoals een huisbezoek, moeten vakantieplannen vooraf besproken worden en mag je maximaal vier weken per jaar op vakantie in het buitenland. Ook moet men zich ‘goed gedragen en er netjes en verzorgd uitzien bij een sollicitatiegesprek’ en zich ‘goed gedragen’ richting medewerkers van de gemeente. Wat ‘goed gedrag’ of ‘netjes en verzorgd’ inhoudt is nergens terug te vinden. Mag de medewerker van de gemeente daarover oordelen? En wat betekent ‘bespreken’ precies? Mag ook hier de medewerker een oordeel geven over de vakantieplannen? Is Zuid-Frankrijk acceptabel maar bijvoorbeeld een bestemming als Miami niet?

Foto: Can Pac Swire (cc)

Spaanse regering daagt de platformeconomie uit

De Spaanse regering van Pedro Sanchez werd onlangs de ‘toortsdrager’ van het socialisme genoemd. Niet helemaal juist. Ook in Portugal regeren op dit moment socialisten. Finland heeft sinds december 2019 met de sociaaldemocrate Sanna Marin de jongste premier in Europa. In Zweden zijn de sociaaldemocraten ondanks de crisis deze zomer nog steeds aan de macht, wat premier Stefan Löfven overigens niet heeft afgebracht van zijn voornemen binnenkort zijn functie ter beschikking te stellen. En in Duitsland staat Olav Scholz van de SPD, een van de oudste socialistische partijen, nu nog minister van Financiën, zo goed in de peilingen dat hij wel eens de nieuwe bondskanselier kan worden.

Dat neemt niet weg dat Sanchez, zoals de Amerikaanse pofessor Jacob Soll op Politico schreef, een voorbeeld kan zijn voor een herstel van de klassieke sociaaldemocratie, de beweging die stem geeft aan de werkende bevolking. De regering-Sanchez heeft de bestrijding van de armoede en de sociale ongelijkheid hoog op de agenda gezet. Na een recente wijziging in zijn kabinet kondigde Sanchez deze week aan de minimumlonen onmiddellijk te gaan verhogen. Een belangrijke testcase wordt de dit voorjaar aangenomen wet die bepaalt dat digitale platforms zoals Uber personeel in dienst moeten nemen.

Foto: David Lewis (cc)

Noren strijden om hun olie

Noorwegen is wereldleider op het gebied van elektrisch aangedreven auto’s. In de eerste helft van 2021 kozen maar liefst 3 op de 4 particuliere consumenten die een nieuwe auto kochten in Noorwegen voor een emissievrije elektrische auto. De overheid stimuleert het elektrisch rijden met gunstige belastingtarieven. Het doel is dat Noorwegen in 2025 geheel fossielvrij rijdt. Maar in de maandag gestarte verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen op 13 september bleek olie nog steeds een politiek strijdpunt. En dan gaat het vooral over de mate waarin het land de winning van olie en gas gaat terugschroeven. Voorlopig hebben de grote partijen afwijzend gereageerd op de oproep van de Verenigde Naties na het verschijnen van het laatste IPCC-rapport om te stoppen met de olie- en gaswinning. Noorse toppolitici, doorgaans al snel bereid om samen te werken met de VN, weigeren eenvoudigweg om de grootste bron van inkomsten van Noorwegen in te perken, schrijft Nina Berglund. De olieindustrie zegt op steun van de meerderheid van de Noorse bevolking te kunnen rekenen, alhoewel de aantrekkingskracht van de oliebedrijven op jonge werkzoekenden aanzienlijk is afgenomen.

Komt er een einde aan de olie- en gaswinning?

Afgaand op de laatste peilingen lijkt er een kans dat de sociaaldemocraten weer de grootste partij worden. Een linkse regering ligt in het verschiet als Jonas Gahr Støre, de leider van de Arbeiderpartiet een coalitie kan vormen met de Centrumpartij en enkele kleinere linkse partijen, Socialistisch Links (SV), de Groenen en Rood (voormalige communisten, die overigens op voorhand afzien van regeringsdeelname). Maar Socialistisch Links, in de pollls gestegen tot bijna 10% van de stemmen, is voor afbouw van de olieproductie en daar zijn de Arbeiderpartiet  en de Centrumpartij dus nog niet aan toe. Alle kleinere partijen wel. Behalve SV, de Groenen en Rood zeggen ook de meer rechtse liberalen en christendemocraten dat Noorwegen de oproep van de VN moet volgen en nu alle aanvragen voor meer offshore-exploratielicenties moet afwijzen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: René Gademann (cc)

Deze superzomer kan niet zonder vrijwilligers

Zijn vrijwilligers deze (super)zomer waterdragers? Blijven ze met lege handen achter? De super sport- en cultuurzomer met vanwege de coronacrisis uitgestelde evenementen als het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen en het EK-voetbal in een ander licht bezien.

Deze zomer wordt een super sport- en cultuurzomer. Na lang wachten kunnen we eindelijk ons huis uit en genieten van mooie sport, cultuur en muziekevenementen. Veel van deze evenementen kunnen niet zonder vrijwilligers. Krijgen de vrijwilligers de eer, plaats en waardering die zij verdienen of verdwalen ze in de turbulentie van de evenementen en staan ze ook deze zomer na afloop met lege handen? Blijven vrijwilligers waterdragers?

Investeerders of sprinkhanen?

Al jaren woedt de discussie over maatschappelijk nut en noodzaak van grote en supergrote sport- en cultuurevenementen. Deze zomer zien we een concentratie door de uitgestelde evenementen vanwege de coronacrisis, zoals het Eurovisie Songfestival, de Olympische Spelen, EK-voetbal, et cetera. Zijn deze mega-events die van stad naar stad en van land naar land trekken de investeringsmagneten die de lokale economie en samenleving stimuleren (zo wordt het verkocht), of zijn het sprinkhanen die steden en landen leegzuigen, de voedingsbodem voor lokale events en gemeenschappen verschralen, burgers verdwaasd achterlaten en daarna verder trekken op onze planeet?

Foto: Claudio Schwarz | Unsplash

Chinese muur

COLUMN - Sinds 1 juli betalen we BTW op pakjes uit China. Dat heeft Brussel zo bepaald. Eigenlijk moesten we al BTW betalen over aankopen boven de 22 euro, maar de Chinezen staan erom bekend dat ze daar onbekommerd de hand mee lichten.

Ik weet nog dat ik mijn eerste vulpen uit China bestelde. Uren en uren heb ik gezocht naar een verkoper die de door mij begeerde pen aanbood voor onder die magische grens van 22 euro. Ik had namelijk ervaring met bestellingen van vreemde continenten. Bestel je een hebbedingetje uit Amerika – lekker goedkoop denk je – komt er in enen BTW bij, plus inklaringskosten. Je bent zomaar het dubbele kwijt van wat je dacht uit te geven.

Toen mijn moeder later eens voor zo’n vijftig pop twee Samsung-telefoontjes uit China bestelde, zat ik me dus al inwendig te verkneukelen over de kostbare verrassing die haar te wachten stond. Maar denk je dat zij een heffing aan haar broek kreeg? Welnee, die Chinezen zijn niet gek, die weten precies hoe het hier werkt. Uitgekookt zijn ze wel: ze zetten daar gewoon tien of vijftien euro op de pakbon. Niemand die dat controleert.

Verzendkosten rekenen ze meestal ook niet. Naar het schijnt neemt de Chinese overheid die voor haar rekening, in een uitgekiende strategie om de wereldwijde consumentenmarkt te kapen.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Maria Willems (cc)

Kunst op Zondag | Ik ben van de oppervlakkige contacten

Ik ben van de oppervlakkige contacten

Ik ben van de oppervlakkige contacten,
niet van die diepgaande, ik ben van het vluchtige,
ik hou afstand, ik kom niet dichtbij.
Mij moet je niet hebben voor het duurzame, de lange baan.
Ik wijs ernaar, ik raak het even aan –
maar ik hou afstand, ik ben van het voorbijgaan.
Ik blijf een kennis, sluit geen vriendschap.
Ik blijf niet te peilen, ik blijf die vage gast.
Ik ben de man tegen wie je praat, in de trein,
In de wachtkamer, langs de lijn.
Ik ben biechtvader, klaagmuur tegelijk.
Ik ben een spiegel, een bodemloze put.
Ik ben de taxichauffeur, ik ben de invalkracht,
ik ben die collega van die andere afdeling.
Ik ben die barman, ik ben die nachtportier.
Ik ben van dat praatje op die ouderavond.
Ik was dat, op dat feest, om drie uur ’s nachts,
toen je het over je ex had. En ik was dat,
toen je het, nog later, over je jeugd had.

Ik sta op zaterdag naast je langs de lijn.
Ik hoor het aan, ik knik, ik herhaal een woord.
Mijn mimiek is in orde. Ik lach en schud een hand.
En beloof tot ziens. Maar ik hou afstand,
Ik kom niet dichtbij. Ik trek me terug.
Ik zou het soms graag anders zien,
maar dit is wat ik ben, ik ben van het voorbij.

Foto: Larry Koester (cc)

Delfts bedrijf beveiligt Russische staatsgeheimen

ONDERZOEK - Het Delftse computeren beveiligingsbedrijf FoxIT verkoopt sinds 2010 zijn producten in Rusland en is hier na de invoering van de internationale sancties tegen het land in 2014 mee doorgegaan. Dat is de conclusie van een onderzoek van het Nederlandse Bureau Jansen & Janssen. De Nederlandse overheid is een belangrijke klant van FoxIT. Het bedrijf verzorgt onder andere de beveiliging van staatsgeheimen.

De Rus Evgeny Gengrinovich speelt een sleutelrol in de handel van Fox-IT met Rusland. Hij werkte in het verleden voor verschillende Russische staatsbedrijven. Vanaf 2011 promoot hij de Fox DataDiode (een soort firewall tussen een publiek en een privaat netwerk) namens het Zwitserse Snitegroup GmbH en het Russische ZAO NPF Simet. Later presenteert hij zich als vertegenwoordiger van Fox-IT en heeft hij een sleutelrol bij het aantrekken van andere tussenhandelaren.

De tussenhandelaren van Fox-IT hebben nauwe banden met Russische staatsbedrijven in de energiesector en de financiële sector, maar ook met het Russische Ministerie van Defensie, defensiebedrijven en de Russische inlichtingendienst FSB. Het Delftse bedrijf heeft in het algemeen weinig zicht op de eindgebruikers aan wie haar producten door tussenhandelaren worden aangeboden en doorverkocht.

Gengrinovich heeft zelf ook banden met defensie en de FSB. Zo deed hij van 2010 tot 2014 certificeringswerk voor de FSTEC (Federal Service for Technical and Export Control) en het Ministerie van Defensie. In september 2017 treedt hij als adviseur in dienst van het Russische informatiebeveiligingsbedrijf Infotecs. In 2018 wordt dit bedrijf op de Amerikaanse sanctielijst geplaatst vanwege haar banden met de Russische inlichtingendienst FSB.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Luis in de pels

RECENSIE - Op Tweede Kerstdag 1986 wordt Assen rond 8 uur ’s morgens opgeschrikt  door een lichte aardbeving met een kracht van 2,8 op de schaal van Richter. Het KNMI meldt dat het de eerste aardschok is die in Drenthe wordt gemeten. Een link met de gaswinning wordt echter onmogelijk gehouden. Sociaal geograaf Meent van der Sluis gaat onmiddellijk op onderzoek uit, verzamelt getuigenissen en diept eerdere verhalen op over aardschokken in 1976, 1980 en 1984. Op 22 januari 1987 publiceert de NRC een artikel waarin Van der Sluis aan de hand van nogal technische beschouwingen zijn theorie uiteenzet over het verband tussen de aardschokken en de gaswinning. Hij acht de mogelijkheid van een ‘flinke klapper’ niet uitgesloten en waarschuwt voor de stabiliteit van de zoutkoepels die zijn aangewezen voor opslag van radioactief kernafval.

Bodemdaling en gaswinning

Die zoutkoepels hadden al eerder de aandacht van de Drentse activist Van der Sluis. Er was veel verzet in Drenthe tegen de plannen van de regering Den Uyl om de zoutkoepels te gebruiken voor atoomafval. In Gasselte vindt op 2 juni 1979 een demonstratie plaats van 25.000 mensen en er komen meer acties, zoals een ludieke ‘boortorenverbranding’. Meent van der Sluis onderbouwt de protesten met zijn kennis van de bodem in de noordelijke provincies. Hij neemt onvermoeibaar deel aan alle acties ter bescherming van het natuurlijk milieu in zijn omgeving en bereikt met zijn wetenschappelijk onderbouwde argumenten regelmatig de media. Als docent, eerste aan de Pedagogische Academie en later aan de Landbouwhogeschool neemt hij zijn studenten mee voor onderzoek naar de gevolgen van bodemdaling. In 1989 en 1990 publiceert hij twee rapporten over de bodembeweging in de noordelijke provincies in relatie tot de gaswinning. Van der Sluis is bijna twaalf jaar lid van de Provinciale Staten van Drenthe voor de PvdA. Daar zet hij zijn strijd tegen bodemdaling en de gaswinning voort. Het wordt hem niet in dank afgenomen. Hij wordt niet geloofd. Onder aanvoering van de afdeling PR van de NAM wordt hij weggezet als ondeskundige charlatan. In de PvdA blijft hij de onbehouwen, ondiplomatieke solist en dwarsligger die sommige van zijn collega’s liever zien gaan dan komen. Het is pijnlijk dat hij nooit heeft geweten dat zijn inzichten zoveel jaren na zijn vroegtijdige dood in 2000 nu gemeengoed zijn geworden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende